LogoAdVanDerHelm
  • 350 height adintorentje
  • 350 height vredesplein
  • 350x900 Rotterdamsebaan zegening2

Toespraak Piusalmanak Paleiskerk Den Haag, 24 november 2021

26-11-2021-lezing-pius-almanak_1.jpg
Fotografie: Rudolf Scheltinga
26-11-2021-lezing-pius-almanak_2.jpg
                

Dank aan het bestuur van Piusalmanak om mij voor deze inleiding uit te nodigen. Dank, Irene, voor je plezierige verwelkoming. Dank u wel hoogedelachtbare, voor de warme woorden waarmee u de samenwerking van de gemeente met de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties beschrijft. Fijn dat u zo onder de indruk was van mijn biceps. Dat heb ik niet vaak van mensen gehoord. Ik wil twee woorden naast uw inleiding zetten die vanuit ons perspectief een bijdrage kunnen leveren aan die samenwerking die u voorstaat:

De ziel en de mens.
De crisis waar we getuigen van zijn, zou wel eens fundamenteler en langduriger kunnen blijken dan een stevige pandemie. Kim Putters van het SCP heeft gesproken van een veenbrand. Af en toe zien we orgiën van geweld, zoals de burgemeester van Rotterdam Aboutaleb afgelopen weekeinde het geweld benoemde. Smeulende kwesties komen tot heftige uitbarstingen. Er zijn fundamentele problemen, die het brede en diepe ongenoegen van mensen veroorzaken. Het gebrek aan cohesie en verbinding is niet zomaar op te lossen door met elkaar aan tafel te gaan. Waar gaat het gesprek dan immers over, wat doen we tijdens die ontmoetingen?

Aan het einde van Misdaad en straf beschrijft Dostojevski hoe de hoofdpersoon Raskolnikov een visioen krijgt. Daarin is de wereld ten prooi gevallen aan een virus dat de mens in bezit neemt, mensen worden demonisch en krankzinnig. Zij menen zelf de waarheid in pacht te hebben en ze komen tegenover elkaar te staan. Mensen beschuldigen en doden elkaar. Ze trekken tegen elkaar op en als legermachten gaan ze elkaar te lijf. De alarmklokken luiden en iedereen verkeert in grote onrust (vertaling van Lourens Reedijk, Athenaeum-Polak, 2009, p. 633-634). Dit lijkt op de beelden van de afgelopen periode en zeker van het afgelopen weekeinde. Het gebrek aan verbinding en cohesie heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Hebben we een antwoord op deze onrust? Zal de samenwerking die de burgemeester voorstaat, een helende invloed hebben? Ik denk dat er meer nodig is.

De ziel
De eerste vraag die ik stel: hoe wordt de ziel van de mens gevoed? De ziel is het innerlijk van de mens waar hij/zij de diepste kern van zichzelf vindt, zijn roeping of opdracht in het leven, de relaties waarmee hij/zij in de wereld staat en zich verbindt met anderen. De ziel is de verzamelplek van gedachten, gevoelens en verlangens. In de ziel ligt de persoonlijkheid van de mens verankerd met zijn karakter en eigenschappen, zijn talenten. Die ziel wordt gevoed door de relaties waarin de mens leeft: de relatie met andere mensen, de relatie met de schepping, de relatie met de samenleving, de relatie met de Eeuwige. Daar ligt de voedingsbodem van de ziel. Wat krijgt de mens op dat niveau aangereikt om die ziel te verrijken?

Religies en levensbeschouwingen zijn rijk en krachtig in die voeding. Zij koesteren tradities van gedachten en ideeën over de mens en zijn/haar relaties. Zij bouwen aan gemeenschappen die dergelijke tradities en inhouden met elkaar delen. Zij hebben daar verschillende woorden en verhalen voor. Die woorden en verhalen voeden de mens. Het is ook een gedeelde traditie: mensen delen de verhalen met elkaar. Zij praten erover, zij vieren die verhalen, zij hebben rituelen om die verhalen in symbolen uit te drukken. In het ritueel van het breken en delen van het Brood herkennen christenen de aanwezigheid van Christus die hen verbindt met de eeuwige Vader. Verbinding is dan geen prestatie, maar een geschenk. Religies reiken dergelijke gedachten aan als inspiratiebron.

Kerken zijn vanuit het verleden bekend als normgever. Die functie is weggevallen. Daar kunnen we blij mee zijn als moderne, autonome en vrije menen, maar als er geen instantie in de plaats komt die met authentiek gezag waarden als fundament voor normen en gedrag aanreikt, zijn we aan de goden overgeleverd, zeg ik maar. Ik snap dat niet alle kerkelijke en religieuze waarden gedeeld worden, maar een meer open en welwillende houding naar de waarden van religieuze en levensbeschouwelijke opvattingen en een gezamenlijke zoektocht naar de fundamenten van onze samenleving, kunnen de verbinding in diezelfde samenleving versterken. Als we de waarde van het leven serieus nemen, wat zijn dan de ethische consequenties? Als we verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, geeft dat onze menselijke relaties meer betekenis. Het is natuurlijk ook de opdracht van religies en levensbeschouwingen om hun waarden te vertalen naar de samenleving toe. Zij moeten niet vanuit hun bolwerken pijlen van wijsheid op de mensen afvuren, maar ook daadwerkelijk met hen in gesprek gaan. Een inhoudelijke uitwisseling over waarden en ideeën van religies en levensbeschouwingen kunnen het denken en het broederlijk/zusterlijk omgaan met elkaar in de samenleving verrijken.

De mens
De tweede vraag: staat de mens nog wel centraal? De overheid heeft grote verantwoordelijkheden en de verwachtingen van de mensen zijn navenant groot. Ik heb bij de Prinsjesdagviering 2021 gepleit voor een meer bescheiden overheid die meer vertrouwen heeft in de veerkracht van de maatschappelijke organisaties en de mensen die deze dragen. Er is in de coronatijd ook veel goeds gebeurd tussen mensen. Ondanks de rellen van de afgelopen week moeten we dat niet vergeten.

De overheid loopt tegen grenzen aan. Allerlei overheidsinstanties, de belastingdienst, het UWV, de IND, WMO-ambtenaren, hebben taken en verantwoordelijkheden. Om die goed uit te voeren zijn protocollen, afspraken, strategieën en doelstellingen nodig. Bovendien moet gecontroleerd worden of er volgens die richtlijnen wordt gewerkt. Professionaliteit vraagt een eenduidige, krachtdadige en gecontroleerde aanpak. Problemen moeten worden aangepakt en daarbij zijn afspraken en regelgeving leidend. Natuurlijk moet de overheid werken volgens protocollen en modellen. Dat we de grenzen daarvan hebben gezien, hoef ik u niet uit te leggen. Ik wil geen verwijt maken, maar het is een systemisch probleem. Een aantal jaar geleden kreeg ik een rondleiding in de Raad van State. We liepen door de gangen en konden werkkamers bekijken en zittingszalen bezoeken. In de gang stonden de karretjes met stapels dossiers. De rondleider zei: ”We moeten ervoor waken dat we niet een samenleving van dossiers worden, maar steeds de mensen voor ogen houden, voor wie we werken.”

Ik denk dat religies en levensbeschouwingen een ander uitgangpunt hebben. Ook een strak gereguleerde kerk als de Rooms katholieke – en als kerkjurist weet ik daar wel wat van – heeft voortdurend waarden in het vizier die het welzijn van de gelovige vooraan plaatsen. In katholieke woorden: “het zielenheil is de hoogste wet.” Het herinnert aan het inzicht dat een wettelijk en bestuurlijk systeem moet erkennen dat het tekort kan schieten in concrete individuele gevallen. De wet kan onrechtvaardig uitpakken zeiden de Romeinse juristen en de Griekse denkers al. Juist als de mens centraal staat, betekent dit dat de regelgeving en de uitvoering daarvan dienstbaar zijn aan de mens. Het belang dat de mens geholpen en ondersteund wordt, moet groter zijn dan de angst voor misbruik.

Ook hierin zijn kerk, religies en levensbeschouwingen aanvullingen op de publieke sector. Samenwerking en ontmoeting behoeven inhoud: wie is de mens, hoe gaan we met elkaar om, hoe ziet onze leefomgeving eruit. Om het tot slot maar samen te vatten in de drie T’s van Paus Franciscus: Tierra, Techo, Trabajo: aarde, huis en werk. Dat zijn de fundamentele kaders voor het menselijk bestaan: hoe is onze leefomgeving, het klimaat, de schoonheid van de straten, de inrichting van de wijken, hoe groen? En vervolgens: hoe zijn de huizen en hoe wonen de mensen? En is er voldoende goed werk, zijn er professionele perspectieven voor jongeren, voor vrijwilligers, is er werk voor ouderen? Wordt er niemand door ziekte of handicaps uitgesloten? Dat soort vragen zijn dan aan de orde.

Hoogedelachtbare, beste Irene, dames en heren hier en thuis,
Bij het opbouwen van een samenleving is het vertrouwen in elkaar onmisbaar. We zien hoe dit steeds geringer wordt. Het dieptepunt vorige week in de Tweede Kamer zou moeten leiden tot een gewetensonderzoek van beleidsmakers, van de wetgever. Dat kan niet door protocollen en wetgeving hersteld worden. Dat kan slechts door menselijke relaties. De katholieke boodschap zoals die recent door paus Franciscus is verwoord, kan hier helpen: dat wij allen broeders zijn, ook onze tegenstanders, ook mensen van een andere politieke opvatting of een andere religie en levensbeschouwing. Zonder die beleefde broederschap kan de samenleving niet.

Kunnen we die broeder/zusterschap herstellen?
In Misdaad en Straf wordt het visioen van Raskolnikov verdreven door zijn liefde voor Sonja. Hij heeft daar veel aan getwijfeld, maar in zijn ballingschap vindt hij daarin troost. Herstel van relaties is de weg naar genezing. Daar staan we samen voor, als gemeente en als kerk, als samenleving en levensbeschouwing. We willen graag onze inhoudelijke bijdrage leveren. Daarom is dit een mooie ontmoeting, die wat mij betreft smaakt naar meer.

Ad van der Helm, voorzitter Haagse Gemeenschap van Kerken, voorzitter Stichting Prinsjesdagviering.
Den Haag, 24 november 2021