LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Korte verkondiging Witte Donderdag 2020

Welkom
in deze kleine kring. Is het een lege kerk? Nee, omdat ons hart gevuld is met de mensen die ons dierbaar zijn. Ook zij zijn aanwezig: ouders, familieleden, medezusters, parochianen, mensen die we de afgelopen dagen ontmoet hebben, de mensen die we op ons netvlies hebben: vluchtelingen in Griekenland, oorlogsslachtoffers uit Syrië en Irak, Joden en Palestijnen in het Heilig Land. Ons hart is overvol. In die volheid is ruimte voor Gods woord om in ons te ontkiemen. Zoals twee weken geleden op het lege Sint Pietersplein eigenlijk heel de wereld aanwezig was, weten we de wereld aanwezig in deze ruimte, die ruimte van ons hart, die door Gods liefde onbegrensd is. Bidden we om vergeving voor die momenten dat we ons lieten begrenzen.

Homilie
Iedere eucharistie is het kernpunt, het knooppunt van de geschiedenis en de mensheid: op dat knooppunt spreekt God: in de woorden van Christus is het spreken van God. Het Hebreeuwse d-b-r van God is spreken en handelen, is verlangen en scheppen tegelijk. Het woord van vanavond is een tweeledig gebaar: voetwassing (die we helaas achterwege laten, maar in het evangelie wordt erover verteld) en broodbreking. In beide gebaren is Christus aanwezigheid een neerdalende aanwezigheid: Christus bukt zich om de voeten te wassen van zijn leerlingen. Kenosis: Gods Woord was bij God, dat God is God. Dat Woord is nu een gebaar in dienstbaarheid: Ik ben niet gekomen om gediend te worden maar om te dienen. Iemand weer op de voeten zetten, iemands voeten liefhebben en verzorgen, vraagt dat je je klein maakt. En de Heer gaat ons hierin voor. Als priester beleef ik het als mijn diakenambt dat door mijn priesterschap niet is uitgewist.

De Heer maakt zich klein en bukt zich om de voeten van zijn vrienden te wassen. Hij maakt zich klein om in het Brood bij ons te zijn, in ons te zijn, deel van ons te zijn. Ook dit is kenosis: het eeuwige Woord is in de stilte van deze avond te midden van ons. Om het risico te vermijden dat we te veel in de symbolische laag blijven hangt, volgt op deze dag de kenosis van het kruis: de lijdende Dienaar die het zwijgen wordt opgelegd. Het wordt vanavond al aangekondigd in het uiteenvallen van de groep leerlingen. Er blijft niets over van deze aanvankelijk als hoogtepunt bedoelde avond: ik wil het Paasmaal met jullie vieren. Het wordt wanorde en verloochening en verraad. Ook dat is kenosis.

Misschien is het wel een parallel met onze samenleving: druk, welvarend, trots, presterend, altijd in de weer, altijd in de beweging. Het is tot stilstand gekomen en niet door oorlogen en grote zichtbare rampen, maar door een virus. Is dat ook kenosis? Kunnen wij dat zo beleven? Dan zijn we niet meer bang en geen slachtoffer, maar dan weten dat dit een doorgang is, een Pesach, een doortocht, een voorbijgaan. Die beweging is nooit zonder perspectief: zoals we in deze crisis nieuwe wegen vinden en nieuwe bronnen aanboren, zullen we het Licht opnieuw zien opgaan.

Terwijl de wereld verduistert en verstilt, ontkiemt er in deze stilte deze avond de vriendschap van de Heer Jezus. Het is de vriendschap van de Schepper voor Adam. De Schepper is hem niet vergeten en heeft hem niet verlaten, maar gaat hem voor op de weg van kenosis en leert hem zo de weg ten leven. Op deze Witte Donderdag koesteren we het gebaar van het gebroken brood en de gedeelde beker waarin de vriendschap van de eeuwige Vader door Christus zichtbaar is gemaakt. In die Geest zien we uit naar de vervulling van de belofte, in die Geest verlangen we naar Pasen. Amen

Gebeden en gedachten bij de Goede Week

Omdat er in de kerken geen openbare liturgie gevierd wordt, bieden we hier voor de Goede Week een handreiking voor dagelijkse meditatie. U kunt zelf ook het getijdengebed meebidden. Hier vindt u voor iedere dag woorden ter bezinning vanaf Palmzondag tot en met Paaszondag. In negen stappen gaan we naar Pasen. U kunt deze meditaties inkaderen in een dagelijks moment van gebed:

• Kruisteken en gebed:
Goede God, open mijn lippen om uw lof te verkondigen. Wijs mij de weg die ik gaan moet, door Christus onze Heer. Amen.
Stilte
• Bijbellezing van de dag (aangegeven bij de meditatie)
• Meditatie en stilte
• Onze Vader
• Afsluitend gebed:
Goede God, ga met ons mee door deze Goede Week naar Pasen. Leid ons op de weg ten leven door duisternis en eenzaamheid. Wees bij hen die door de crisis getroffen zijn, de zieken, de gestorvenen. Geef kracht voor allen die hulp verlenen, geef inspiratie aan onze pastores, geef wijsheid aan de bestuurders, door Christus, onze Heer, die leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen
• Zegengebed:
De Heer schenke ons zijn zegen, Hij beware ons voor onheil en geleide ons tot eeuwig leven. Amen

 

Palm- en passiezondag – Intocht – Mattheüs 21, 1-11

Kijk, daar komt Hij, de Vredevorst!
De stad is verheugd, de mensen juichen.
Hun verwachtingen leggen ze aan zijn voeten.
Met takken verkondigen zij hun dromen.

“Hosanna!” klinkt het alom, de stad jubelt het uit.
De kinderen zingen en zelfs de stenen juichen.
Maar donkere wolken pakken zich samen.
In de harten van mensen zijn sombere bijgedachten.

Waar zal dit allemaal toe leiden?

 

Maandag – boeteviering – Johannes 12, 1-11

Ik zie het gelaat van mijn buurvrouw, mijn collega,
Mijn naaste die ik eigenlijk niet ken, niet wil kennen.
Ik zie het telefoonnummer dat ik al weken moet bellen.
Maar ik durf het niet, bang voor verwijten en kritiek.

Ik kijk naar het kruis van Christus en vraag vergeving:
“Ik wil het anders, ik kan het anders! Help mij”
Ik krijg de ruimte om het anders te gaan doen.
“Kom, Ik heb je vergeven. Ga de weg van het evangelie.”

De weg van het leven ligt open.

 

Dinsdag – uitnodiging – Matteüs 26, 17-30

De leerlingen bereiden de paasmaaltijd voor.
De ingrediënten worden bij elkaar gebracht:
De kruiden, de wijn, het brood, het paaslam.
De zaal wordt in gereedheid gebracht en ieders plaats bereid.

Ook ik mag aan die tafel plaats nemen.
Ik voel me toeschouwer, maar ben door Hem genodigd.
Ik beluister de woorden van de leerlingen
En zie de gebaren van Jezus zelf: Hij heet me welkom.

Wat zal deze maaltijd ons brengen?

 

Woensdag –verraad – Matteüs 26, 14-25

De leerlingen zijn opgetogen, nu is Jezus in hun midden.
Ze hebben Hem nu voor zichzelf. De menigte is op afstand.
Ze vieren hun vriendschap en delen zijn wijsheid.
Maar Judas houdt zich afzijdig; heeft hij een eigen plan?

Jezus gedraagt zich anders: plechtig, niet joviaal, zwaarmoedig zelfs.
‘Eén van jullie zal me verraden, een ander zal me ontkennen!’
Zal ik zelf bestand zijn tegen kritiek en commentaar vanwege mijn geloof?
Zal ik zijn Naam hooghouden in dagen van duisternis?

Kijk: wie doopt nu zijn brood in de schotel met Jezus?

 

Donderdag –voetwassing- Johannes 13, 1-15

Mijn voeten zijn vermoeid. Ze dragen me de hele dag.
Ik houd ze liever verborgen in sokken en schoenen.
Ze zijn gehavend door mijn lange weg door het leven.
Ze weerspiegelen mijn ziel die beschadigd is en vermoeid.

Jezus ontdoet ze van hun verhulling en bekijkt mijn voeten.
Hij verzorgt mijn vermoeide voeten en streelt ze met warm water.
Jezus kust mijn voeten en geeft ze vrede.
Alsof ik gevoed word met Brood en Wijn, zo wordt mijn ziel verkwikt.

Mijn voeten dragen mij naar Pasen.

 

Vrijdag – duisternis – Johannes 18, 28-19,16

In de duisternis ben ik de weg verloren. Ik zie geen hand voor ogen.
Jezus zwijgt. Wat is waarheid? Zie de Mens!
Het geroep van zondag wordt hernomen door de menigte.
In plaats van Hosanna: klinkt nu: “Kruisig hem!”

Ik volg Hem op afstand en wil toch bij Hem zijn
Maria, Veronica, Simon van Cyrene:
Zij benaderen Hem en bewaren zijn gelaat in hun hart.
Zij zullen opzien naar Hem die ze hebben doorstoken.

Mijn hart is bedroefd, omdat Jezus zwijgt.

 

Zaterdag – stilte – Johannes 19, 38-42

Leeg is mijn hart. De muziek is verstild. De kerk is leeg.
Toch ben ik blij dat het duister voorbij is.
Ik voel hoop in mijn hart. Onbegrijpelijk. Wat is de reden van die hoop?
In die stilte klinken weer zijn Woorden: “Ik ga naar mijn Vader!”

In de stilte bid ik tot de Vader: “Ontvang Uw Zoon in vrede.
Laat zijn leven vruchten dragen in mijn hart, in mijn leven.
Laat mij delen in zijn heilige Geest, in de genade van zijn Liefde.
Maak mij instrument van uw barmhartigheid”

In de stilte hoor ik de stem van de Vader die mij roept.

 

Paaswake - Licht – Matteüs 28, 1-10

“Licht van Christus”. Een stem in de duisternis, een stem die de weg wijst.
Het scheppingsverhaal, de roeping van Abraham, de doortocht door de Rode Zee
Ik zie engelen die mij wijzen op het graf dat leeg is:
“Hij is niet hier. Hij is verrezen. Vreest niet, in Galilea zal je Hem zien.”

Mijn doopsel glanst en straalt. Nieuw licht is over mij opgegaan.
Het doopwater stroomt en voert mij naar nieuw leven.
De woorden van de Vader klinken: “Jij bent mijn veelgeliefd kind.”
Nieuw Brood wordt mij aangereikt: Christus, de levende, geeft mij Zijn Leven.

Een nieuwe toekomst is begonnen.

 

Paaszondag – ontmoeting – Johannes 20, 11-18

Op deze ochtend van het nieuwe licht, lijkt het graf minder dreigend
De tuin lijkt wel de Hof van Eden waar God wandelde in de schemering.
Met Maria Magdalena wandel ik rond en zoek naar Jezus.
Met tranen en hoop, verlang ik naar een teken van leven.

Iemand roept Maria. Mijn hart brandt in mij: klinkt zijn stem niet bekend?
Wat weet hij van Jezus en van zijn lijden en zijn dood?
Heeft Hij een bericht van licht en vrede?
“Maria”, maar Hij roept mij bij mijn eigen naam. Ik: “Rabboeni”

Ik ga mijn vrienden vertellen dat ik de Heer gezien heb.

Verkondiging 29 maart 2020, 5e zondag veertigdagentijd

Lezingen
Ezechiël 37, 12-14
Psalm 130
Romeinen 8, 8-11
Johannes 11, 1-45

Inleiding
Ik hoop dat u vrijdag de beelden van onze paus heeft gezien in Rome: geheel alleen op het lege Sint Pietersplein in de stromende regen gaf hij de zegen met het Sacrament: Christus gaf zijn zegen aan de stad en de wereld. In zijn overweging gaf de paus aan dat we op een keerpunt staan in het leven van de mensheid en hij vergeleek de mensheid met de leerlingen die in de boot zitten, door de storm geteisterd. Ook wij zitten in die boot. Het is onze taak om op deze boot de rust te bewaren en te tonen hoe wij in vertrouwen deze crisis kunnen doormaken. Het is al het derde weekeind dat we niet met elkaar de eucharistie kunnen vieren of samen kunnen komen voor gebed en ontmoeting. Het leven op de pastorieën valt stil. Huisbezoek is beperkt tot noodzakelijke situaties. Koren kunnen niet samen zingen. In deze woestijntijd vinden we andere manieren om te overleven. De bronnen van ons geloof blijken nu krachtig te zijn. Een van die bronnen zijn de woorden van Jezus. Vandaag lezen we het evangelie volgens Johannes waarin verteld wordt hoe Jezus in gesprek gaat met de zussen Marta en Maria nu hun broer gestorven is.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In deze periode waarin het openbare leven min of meer stil is gevallen en onze dagelijkse wereld wordt verkleind, letten we op andere signalen en tekens. We kunnen met meer aandacht deze tekst beluisteren en lezen. 'Leven' en 'geloven' zijn de twee sleutelwoorden. Daaromheen is het gehele verhaal opgebouwd. Wat is leven? Wat betekent geloven?

Jezus voert een gesprek met de zussen over leven en geloven. Het inzicht dat zij door Jezus opdoen is dat het leven niet voorbij is en dat hun leven niet onmogelijk geworden is. Een andere bron wordt bij hen aangeboord. Geloof is niet het aanhangen van een theorie of het onderschrijven van een hypothese, maar het besef van de aanwezigheid van Gods kracht in hun bestaan. Kunnen ook wij dat inzicht voor óns leven verwerven? Net als Marta en Maria hebben wij dat gesprek nodig. Dat gebeurt in liturgie en pastorale ontmoetingen. Als we zelf de bijbel lezen, kunnen we ook in gesprek gaan. Zo kunnen we in deze periode van zelfisolatie zelf dit gesprek voeren. De vraag die we ons nu kunnen stellen is of dit leven in quarantaine nog wel leven is. Ons gelovige antwoord is een volmondig “ja”! Het leven wordt ons niet zomaar afgenomen door omstandigheden, hoe zwaar en somber deze ook kunnen zijn. Veel mensen vinden dit moeilijk en dat snap ik heel goed. De moeilijkheden kunnen groot zijn. Maar ons leven is niet hetzelfde als de omstandigheden. De bronnen die ons geloof aanreikt, kunnen ons helpen deze tijd door te komen. Ze helpen ons met andere ogen naar de situatie te kijken. Ook Marta en Maria bevinden zich in een vastgelopen situatie. Hun broer is gestorven. In de cultuur van die tijd lijken deze twee vrouwen overgeleverd aan de willekeur van mensen om hen heen. Leven lijkt overleven te worden. Geluk lijkt niet meer voor hen weggelegd. In die omstandigheden komt Jezus naar hen toe. Komt Hij niet te laat? In het verwijt van beide vrouwen klinkt dit verwijt extra pijnlijk: “Heer als u hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.”

Het is een herkenbaar verwijt: komt God niet te laat? Had God niet eerder kunnen ingrijpen? Had Hij niet deze crisis kunnen voorkomen? Het is de voortdurende verleiding om God verantwoordelijk te maken voor onze ellende. Op verschillende manieren proberen mensen telkens weer de gebeurtenissen van deze tijd, het coronavirus, de vluchtelingencrisis, de armoede in de wereld te koppelen aan God. "Hij zal er een bedoeling mee hebben" wordt dan gezegd. Ik heb daar moeite mee: net als Job erken ik dat deze vraag te groot voor mij is. Het is niet de boodschap van het evangelie. Jezus doorbreekt de koppeling van ellende en schuld. Het verhaal van de blindgeborene van vorige week heeft ons de ogen geopend: we moeten tegenslagen en ellende niet als een straf van God zien.

Jezus tilt het gesprek naar een ander niveau door te verwijzen naar God, die is. Het besef dat God er is, geeft leven. Dat besef is leven. Jezus zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” Hij zegt dat God verrijzenis en leven is. Geloven in Jezus betekent vertrouwen op God, die er altijd is. Deze boodschap kunnen we goed gebruiken in een periode die op een ballingschap lijkt. In de tekst van de profeet Ezechiël, de eerste lezing vandaag, lezen we dat het einde van de ballingschap wordt aangekondigd. Deze belofte geeft hoop. Ook al zien we het einde van die ballingschap nog niet. Het belang van die belofte is niet alleen een vrome gedachte voor de toekomst. De belofte verandert de ballingschap nu al, nu we er nog midden in zitten. De belofte verandert onze tijd nu. Dat gebeurt ook bij de zussen en Lazarus. Marta spreekt haar geloof uit dat haar broer zal verrijzen op de jongste dag. Maar dan grijpt Jezus in en zegt: "Ik ben de verrijzenis!" Hij trekt de toekomst naar vandaag. Dit betekent dat ons leven vandaag, hier en nu, verandert door de belofte van het leven bij God.

Als we beseffen dat er aan deze moeilijke periode een einde zal komen, kijken we met andere ogen. De belofte van de goede toekomst maakt ons sterker dan de moeilijkheden van vandaag. We zijn geen slachtoffer van de omstandigheden, maar we zijn vervuld van leven, vervuld van het leven dat God zelf is. Hij woont in ons, hij spreekt in ons en hij voedt ons van dag tot dag. Soms voelt het opgesloten zijn alsof we zelf met Lazarus in het graf zitten. Maar Jezus roept: bevrijd je ziel en je hart, maak jezelf los en geef jezelf de ruimte. Deze roep horen we ook in zelfisolatie. Leven en geloven betekent een hart hebben dat ruim genoeg is om de wereld in mee te nemen. Door gebed voor concrete mensen om ons heen, voor mensen ver weg, voor de paus op het Sint Pietersplein, wordt onze wereld groter. Geloven en leven is niet afhankelijk van de grootte van ons huis, maar van de ruimte van ons hart. Op weg naar Pasen zal ons hart groeien en blijven kloppen van liefde. Dat wens is ik u toe, dat wens ik de zorgverleners en de politiek verantwoordelijken toe, dat wens ik de paus toe en de bisschoppen en alle leiders van onze zusterkerken in Den Haag en elders. Amen