LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 13 februari 2022, zesde zondag door het jaar

Lezingen
Jeremia 17, 5-8
Psalm 1
1 Korinthe 15, 12.16-20
Lucas 6, 17.20-26

Welkom
Welkom aan u allen,
In onze onrustige wereld van oorlogsdreiging, gekwetste vrouwen, onzekere katholieke bisschoppen en mensen die demonstreren vanwege de coronamaatregelen, verzamelen we ons rondom Gods Woord en zijn Tafel. We sluiten ons vandaag aan bij de scene van Lucas: mensen van allerlei slag en met allerlei problemen komen samen en beluisteren Jezus’ toespraak. Misschien voelt u zich gezegend, misschien voelt u zich juist helemaal niet gezegend, maar verlaten of verloren. Jezus spreekt alle categorieën aan: armen en rijken, hongerigen en verzadigden, mensen die uitgestoten worden en mensen die in de samenleving gevierd zijn. Hij vraagt hen: waar ligt nu eigenlijk het fundament van je leven? Als je het verkeerde fundament hebt gekozen, blijkt je leven een illusie, dan zal je leven onderuit gaan. Wij zijn hier gekomen om ons fundament te laten verstevigen door Jezus’ aanwezigheid in ons leven, een aanwezigheid die zo concreet is als het Brood dat wordt gegeten. Laten we elkaar bemoedigen en versterken met de woorden die wij vandaag ontvangen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het belang van de setting van het evangelieverhaal vandaag moeten we niet onderschatten. Laten we de openingszinnen er nog even bij pakken: Jezus daalt af van de berg, samen met zijn twaalf leerlingen. Ze komen in een vlak gebied waar talloze mensen hen staan op te wachten. Dat zijn niet de uitverkorenen - machtige, rijke mannen met de zeven vinkjes van Joris Luyendijk - maar een schare van kwetsbare mensen, bezetenen en zieken. Het zijn de mensen aan de onderkant van de samenleving die hoopvol uitzien naar een woord van kracht, nieuw elan, bemoediging en inspiratie. Jezus neemt de tijd: Hij ziet de mensen, Hij kijkt naar zijn leerlingen en begint dan met spreken.

Voor de eerste luisteraars van dit verhaal, de Joodse luisteraars, is het duidelijk: een nieuwe Mozes is hier aan het Woord. Net als in Exodus daalt Hij de berg af met de Tien Woorden van God, beter bekend als de Tien Geboden. Mozes daalde af na zijn ontmoeting met de Heer zelf op de berg Sinaï. Het volk had afscheid genomen van het gouden kalf. Mozes gaf hun de woorden van Gods onderwijzingen, Gods woorden van het verbond, woorden ten leven waardoor het volk uiteindelijk de weg vond naar het beloofde land. Een zware weg, een zoektocht, maar deze woorden werden gekoesterd en meegedragen tot in het Beloofde Land. Ze werden door Salomo geborgen in de tempel.

Jezus daalt af na een nacht van gebed. Jezus daalt af, zonder stenen tafelen, maar met een gesproken Woord. Gods Woord is niet meer in steen gebeiteld, maar in het mensenhart van Jezus zelf. Dit Woord is zichtbaar in Hem. Dit Woord zal sterker blijken dan het kruis. Jezus’ Woord is een woord dat zaligheid verspreidt. Zaligheid is geluk dat in God geworteld is, geluk dat eeuwigheidswaarde heeft. Zaligheid is geluk dat niet door mensenhanden gemaakt wordt, maar dat ontvangen kan worden door mensen die beseffen dat God hun nabij is. Jezus verheft mensen die door het leven getroffen zijn en die niettemin in God hun kracht vinden.

Wat is het fundament van ons leven? Hoe kunnen wij die zaligheid ervaren? Mensen kunnen in onze samenleving gemakkelijk verheven worden: door hun prestaties, door hun inzet voor anderen, door hun wijsheid, maar ook door macht, uiterlijk en geld. We zien hoe mensen misbruik maken van hun aanzien en macht. Zij kunnen zich van alles permitteren en maken daardoor misbruik van de kwetsbaarheid en de onzekerheid van anderen. We kijken naar deze machtige en beroemde mensen zoals we naar standbeelden in onze steden kijken. Maar laten we kijken naar de sokkels waar ze op staan. Zoals we veel standbeelden kritisch bekijken en ons afvragen of ze er wel kunnen blijven staan. Hun sokkels kunnen ontmaskerd worden: oorlog, slavernij of uitbuiting. Toch hebben we zelf die mensen op hun sokkel gezet, omdat we die sokkels een tijd lang zelf ook belangrijk vonden. Zo worden bekende en machtige mensen nu van hun sokkel gehaald omdat ze misbruik hebben gemaakt van hun positie. U kent de voorbeelden! Maar wie heeft ze op die sokkel gezet? Zij hebben daar zelf hun best voor gedaan, maar anderen hebben hen hoog verheven.

De kritische vraag die Jeremia stelt en door Jezus in zijn veldrede wordt hernomen: wat is je fundament, wat zijn je wortels, waar laat je je door voeden? Het is een kritische vraag die uiterst actueel is. Het is een vraag die we onszelf ook mogen stellen: waar laat ik me door voeden? De mensen die getroffen worden door verdriet en tegenslagen, worden door Jezus in zijn toespraak vandaag uitgenodigd om hun fundament niet te laten afnemen door die omstandigheden. Hij nodigt hen uit dieper te graven en hun kracht te vinden in hun verbondenheid met God. Hun identiteit wordt niet bepaald door verdriet of tegenslagen. Een boom die in levend water wortelt, zal ook in tijden van droogte vruchten kunnen dragen. Kunnen wij zulke mensen zijn die in tijden van droogte en tijden van tegenslagen en tranen, ook vruchten dragen? Vinden we in God onze veerkracht en onze kracht? Vinden we die bij elkaar? We laten ons niet verleiden door sokkels van macht, geld en aanzien, maar ons fundament is gelegen in de liefde van God. Die zal ons niet afgenomen worden. Die vieren wij hier met elkaar, rond het Woord en de Tafel van Christus. En we mogen dit van hier meenemen als bemoediging voor ons hele leven. Amen.

Verkondiging 23 januari 2022, derde zondag door het jaar

Lezingen
Nehemia 8, 2-4ª.5-6.8-10
Psalm 19
1 Korinthiërs 12, 12-14.27
Lucas 1, 1-4; 4, 14-21

Welkom aan u allen,
Vandaag zijn we er getuige van hoe woorden van de Bijbel effect hebben op mensen. Zij zijn verrast dat de waarheid van dit woord niet een abstracte gedachte is, maar alles te maken heeft met een concrete levenswandel. Het volk in Jeruzalem beseft dat er in het Eerste Testament een grote schat gevonden is: God blijkt geen zwijgende afwezige te zijn, maar blijkt zich bekend te maken en blijkt heel concreet tot zijn mensen te spreken. Ook bij Jezus zien we dit terug: “het Woord is in vervulling gegaan.” De daden die genoemd worden, gebeuren ook echt. Is dat ook in de kerk: zijn wij degenen die deze daden vervullen? Grijpen we de kansen aan om vrijgevig en aandachtig te zijn? Kunnen we onze scepsis loslaten en ons laten ontroeren door Gods Woord?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer
Paus Franciscus heeft deze zondag uitgeroepen tot de zondag van Gods Woord. Hij heeft ons uitgenodigd om vaker de Bijbel te openen en ons te laten aanspreken door de verhalen en teksten die we er vinden. Dat het dit jaar ook nog in de gebedsweek voor de eenheid valt, is betekenisvol, omdat in de Bijbel christenen een gemeenschappelijke bron vinden. Er zijn meningsverschillen over welke boeken er precies toe behoren, maar over de meeste boeken bestaat geen misverstand. Ook over de uitleg kunnen we van mening verschillen, maar de vraag is of dit tot kerkscheuring moet leiden.

Juist het naar elkaar luisteren en met elkaar de rijkdom van de verhalen delen, kan inspirerend zijn, omdat nieuwe gezichtspunten geopend worden en andere betekenissen naar voren komen. Het Bijbelverhaal is met ons in gesprek en naarmate je leven zich ontwikkelt, kun je de oude verhalen weer met een nieuwe blik lezen. Details die je altijd zijn ontgaan, kunnen een ander licht werpen op het hele verhaal en de betekenis voor jezelf. Wat is nu de ontroering van de eerste lezing? Het is alsof een oude bekende zich weer bekend maakt en er een nieuwe ontmoeting is met Iemand van wie de mensen lang niets gehoord hebben. De Joden die nu teruggekomen zijn naar Jeruzalem, hebben een periode achter de rug van grote geestelijke droogte: ze leefden vooral van de herinnering hoe het vroeger was. Zij ontmoetten elkaar in kleine groepjes die elkaar troostten en bemoedigden. De Joden keren nu terug uit ballingschap en bouwen hun verwoeste stad en hun afgebroken tempel weer op. Voor dat werk is niet alleen geld en arbeidskracht nodig, maar ook inhoud. Waartoe herbouwen we deze tempel? Waarom herstellen we de stad?

Het is een huis van liefde, een huis van verbond. Het is een plek waar mensen weer de bron van het leven openen, voor zichzelf en voor elkaar. Als straks de maatregelen vanwege Corona weer voorbij zijn en we de deuren van de kerken weer helemaal kunnen openen: wat is dan de boodschap die de mensen daar aantreffen? Is er een vernieuwende ontmoeting van geïnspireerde mensen met elkaar? Vinden ze daar vreugde en enthousiasme?

De mensen in Jeruzalem herkennen in de verhalen die zij beluisteren dat zij zelf het gebouw zijn dat nu in opbouw is. Zij hebben tientallen jaren in de ballingschap de woorden met elkaar gedeeld, woorden van hoop en vertrouwen. Ze geloofden daadwerkelijk dat er een betere toekomst zou komen. Nu zien ze dat die woorden zichtbaar gerealiseerd worden, nu de tempel hersteld wordt en de stad weer wordt opgebouwd. Zij weten dat zij zelf daardoor ook opgebouwd worden, steviger staan, dat zij een hecht volk vormen dat zich verantwoordelijk weet voor de kwetsbaren. Niet alleen de muren worden herbouwd, zij hebben ook zelf een nieuw fundament. Met het huis van stenen wordt er ook een geestelijk huis gebouwd. Dat is het ware Israël: niet een natie, niet een etniciteit, maar een levenshouding.

Dat zien we ook terug bij Jezus, die vandaag in de synagoge een bekende tekst uitspreekt van de profeet Jesaja. Deze tekst horen de synagogegangers vaker. Het is een mooie profetie. Jezus voegt er een dimensie aan toe: ga er maar aan staan, ga het maar doen. Wij zijn zelf de doeners van het woord. Wij zijn de bouwers van het geestelijke huis. Het prachtige bekende beeld dat Paulus er vandaag aan toevoegt, verbindt ons met elkaar; bidders, werkers, ziekenbezoekers, parochiebestuurders, pastores, kosters en acolieten. Eigenlijk kan geen gedoopte aan de kant blijven staan. Je bent hoofd of hand of been of een ander deel van het lichaam van Christus. We doen dit samen.

In vieringen zoals nu maken we dat waar en zichtbaar en komen we om van het ene evangelie te horen en van het ene brood te eten. We doen dat uitdrukkelijk in het besef dat er ook buiten deze muren werkelijke delen van het lichaam van Christus zijn. Hier in dit huis zijn we niet compleet. We denken aan de wereldkerk, maar ook aan de zusterkerken. Als het woord van God in ons leeft en ons tot daden aanzet, dan wordt het gebouw van Gods koninkrijk zichtbaar, een ruimte waar mensen elkaar ontmoeten en elkaar kennen en erkennen. Laat dit woord altijd ons in beweging brengen, een beweging geïnspireerd door de Geest van Christus. Amen.

Verkondiging 16 januari 2022, tweede zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 62, 1-5
Psalm 96
1 Korinthiërs 12, 4-11
Johannes 2, 1-11

Welkom aan u allen,
Bruiloften zijn zeldzaam geworden in coronatijd. Niet meer dan vijftig mensen. Feesten zijn aan restricties onderhevig. Dat staat in contrast met een Bijbelse bruiloft: een bruiloft gaat daar gepaard met overvloed. Als er bij bruiloften beperkingen of tekorten zijn zoals in Kana, staat het bruidspaar en de hele familie voor gek. Hoe kun je nu een feest organiseren zonder goede voorbereiding? Het is alsof je de gasten niet genoeg waardeert. De bruiloft is al vanaf de tijd van de profeten een symbool geworden van de relatie tussen God en zijn volk: ook hier is een oneindige overvloed van liefde en trouw. Maar het is ook een geschiedenis van overspel en bedrog. Heel vaak heeft het volk God verlaten, vergeten of verwaarloosd. Maar ook laat het volk te vaak toe dat er slechte berichten over onze God worden verteld. We zijn hier gekomen om bruiloft te vieren. Ervaren we die overvloed? Beseffen we dat God een verbond van liefde met ons heeft gesloten? Of je nu thuis de eucharistie volgt of hier in de kerk bent, Gods aanwezigheid in woord en sacrament geeft ons een nieuwe identiteit zoals Jesaja ons verkondigt: “mijn welbehagen.” Ook als we ons eenzaam voelen of verlaten, mogen we beseffen dat God ons betekenis voor ons leven geeft.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Familieruzies komen in de beste kringen voor. De oorzaak is soms een klein misverstand dat steeds groter wordt. Soms zijn het diepe problemen tussen mensen die elkaar niet verstaan. Het kunnen pijnlijke geschiedenissen zijn die op familiebijeenkomsten op nare wijze aan de oppervlakte komen. Vanachter de muren van teleurstelling en verdriet komen mensen niet meer in contact met elkaar. U kent ongetwijfeld in uw eigen kring dergelijke voorbeelden. Het raakt aan de fundamenten van iemands leven. Ook tussen gelovigen komen ruzies voor: kerken splitsen zich af en beginnen voor zichzelf. Voor ons katholieken is dat eigenlijk ondenkbaar. Als je de eenheid opgeeft en je losmaakt van de geloofsgemeenschap, dan droogt het geloof op als een plantje dat verdort. Al kunnen er tussen groepen en parochies grote verschillen bestaan, toch houden we de eenheid overeind. Dat je met een kleine zuivere geloofsgemeenschap los van de anderen verder kunt gaan, achten we een illusie. Juist de wereldwijde kerk waar alle mensen een plek vinden en zich thuis mogen voelen is een teken van Gods koninkrijk. De kerk is niet bedoeld als een clubje van uitverkoren zielen. Juist de diversiteit levert de kerk de discussie en de kracht op om samen na te denken en uit te wisselen en ons geloof te verdiepen. Dat levert natuurlijk meteen een opdracht op aan ons adres: wat is onze bijdrage aan een hartelijke, gastvrije gemeenschap in onze parochie? U zit dan hopelijk niet alleen naar de pastores te kijken: het handelen en spreken van ons allen moet daarop gericht zijn.

Een pijnlijke scheiding wordt vandaag aan de orde gesteld. Vandaag is immers de dag van het Jodendom. De dag voor het begin van de gebedsweek voor de eenheid is in Nederland gewijd aan de relatie met het Jodendom. Sinds het Vaticaans concilie heeft de katholieke kerk gewild dat de relaties met het Joodse volk hersteld zouden worden. Schuldbewust van de pijnlijke geschiedenis, beseffen we dat de Joodse wortels ons helpen om Jezus en zijn eerste leerlingen beter te begrijpen. Zij waren allen in de Joodse traditie opgegroeid. Het christendom is daar fundamenteel door gekenmerkt. Het Jodendom en het christendom zijn uit elkaar gegaan en uit elkaar gegroeid. We hebben dat Joodse fundament en die Joodse wortels lang vergeten en zelfs verdonkeremaand. Dat heeft een enorm pijnlijke en geschiedenis veroorzaakt. Paus Johannes Paulus II heeft dat in het jaar 2000 onder woorden gebracht. Dat zijn gelukkige stappen vooruit om ondanks verschillen in verwoording van geloof, verschil in godsbeelden, verschil in eredienst, de gemeenschappelijke bronnen te koesteren. Net als in Kana is de relatie tussen Jodendom en christendom droog komen te staan. Er wordt niet meer uit die onderlinge relatie geput. Jodendom en christendom leven van de overtuiging dat God een verbond met mensen is aangegaan en dat wij de verkondigers zijn van dat verbond. Vaker zijn we bezig met de vraag wie wel en wie niet in dat verbond staan. Het verhaal van Kana vertelt evenwel van Gods overvloed, oneindige liefde en trouw. Wie zij wij om daar grenzen aan te stellen? Is God niet de enige de daar een oordeel zou kunnen hebben? Onze opdracht is om de wijn van het verbond uit te delen en uit schenken en niet voor ons zelf te houden. Laten we de rijkdom van ons geloof als fundament van ons bestaan niet onderschatten en de vreugde delen als waren we op een bruiloft, een overvloedige bruiloft. Moge die vreugde zichtbaar zijn en ook door mensen om ons heen ervaren kunnen worden. Amen.