LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging eenentwintigste zondag door het jaar, 23 augustus 2020

Lezingen
Jesaja 22, 19-23
Psalm 138
Romeinen 11, 33-36
Mattheüs 16, 13-20

Welkom
Welkom bij deze sleuteltekst om de verhoudingen tussen Jezus en zijn leerlingen te begrijpen. We horen de beroemde vraag van Jezus: Wie zeggen de mensen dat ik ben en wie zeg jij dat ik ben? Het antwoord van Petrus staat aan de binnenkant van de koepel van de Sint Pieter in Rome geschreven en voor de traditie is het duidelijk wat de betekenis is van het antwoord van Petrus: het fundament van de kerk. Voordat we daaraan toe zijn, is de vraag aan ons: hoe ziet onze relatie met Christus eruit? Is hij een leraar? Een magische genezer? De poort naar de hemel? Een ideaal om na te volgen? Een veeleisende onderwijzer? De vraag van Jezus is geen onderdeel van een quiz, maar is een momentopname in een relatie die zich ontwikkelt, zoals ook ons geloof zich voortdurend ontwikkelt. Ons geloof is niet meer hetzelfde als in onze jeugd. Het groeit en soms neemt het af. De uitdaging is zoals bij iedere relatie: waar vind ik vreugde en inspiratie in? Het is het naarst, als er niet meer in de relatie geïnvesteerd wordt.

Daartoe zijn we hier samen, daartoe bidden we en mediteren we. Laten we gedurende deze kleine minipelgrimage in deze eucharistie dichter bij een eigen persoonlijk antwoord komen op de vraag van Christus: “wie zeg jij dat ik ben?”

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Als je de sleutel van je huis bent verloren, kun je redelijk in paniek raken. Hoe kom je nu naar binnen? Een gevoel van onveiligheid en onzekerheid kan zich van je meester maken. Hoe moet ik dit oplossen? De veiligheid van je huis is zo extreem dichtbij en toch onbereikbaar! Je staat voor de deur en je kunt er niet in! Is er iemand die een reserve sleutel heeft? Is er iemand die jou binnen kan laten? Het binnentreden van je woning gaat meestal als vanzelf: je sleutel geeft toegang tot je eigen domein, tot het huis waar je veilig bent, waar je alles vindt wat je nodig hebt, de plek waar je helemaal jezelf kunt zijn, samen met je meest dierbaren. Dat alles is ineens onbereikbaar als je de sleutel niet meer kunt vinden. Het huis is meer dan een stapel stenen of een belegging, het is een fundament voor je leven. Je deelt het met je huisgenoten, partner, kinderen, misschien met mensen die tijdelijk hun toevlucht hebben gekregen in je huis.

De sleutels die Petrus in de traditie heeft gekregen, waren er altijd twee. In de meeste afbeeldingen zien we dat Petrus bij dit verhaal twee sleutels van Christus krijgt. Ze komen terug in het wapen van het Vaticaan: een gouden en een zilveren. De een staat voor de macht in de hemel en de ander voor de macht op aarde. In een afbeelding in de Sixtijnse kapel waar Christus aan Petrus de twee sleutels geeft is de ene inderdaad gericht op de hemel en de ander op de aarde. Je kunt het ook vertalen als de twee aspecten van ons bestaan: het geestelijke of spirituele en het materiële of alledaagse. Onze geloofsbelijdenis opent wegen om beide dimensies van ons leven inhoud te geven volgens het evangelie. Het evangelie is niet alleen geestelijk, het gaat ook om concreet dagelijks handelen. Ging het Jezus bij zijn reactie op Petrus’ antwoord om deze hemelse en aardse macht die de kerk later geclaimd heeft voor het pausschap? Die discussie moeten we hier niet voeren. Het gaat nu om de reden van deze vraag: “wie zeg jij dat ik ben?”

Het is een cruciaal moment in de relatie van Jezus met zijn leerlingen. De leraar vraagt zijn leerlingen wat hij nu echt voor hen betekent. Hebben zij hem begrepen? Hebben zij hem herkend als bron van wijsheid? Wat is het resultaat van de leerperiode die de leerlingen achter de rug hebben? Het is klassiek onderdeel in de relatie van een rabbi met zijn leerlingen. Op het eerste gezicht doet deze rabbi niets anders dan andere rabbi’s die school maken. Hij verzamelt zijn leerlingen rond zijn interpretatie van de Bijbelse traditie van het Oude Testament.

De vraag van Jezus hoort bij iedere relatie: of het gaat om ouders en kinderen, om een relatie tussen partners, tussen collega’s, tussen broers en zussen, tussen vrienden: “wat beteken ik voor jou?” Als je een liefdesrelatie aan het opbouwen bent of aan het onderzoeken, is dat vaak een lastige vraag: je weet nog niet waar het op uit zal draaien. Toch is een antwoord cruciaal om thuis te komen, om veilig te zijn bij elkaar. Mensen zoeken veiligheid bij elkaar door te weten wat zij voor elkaar betekenen.

Bij Petrus en de leerlingen gaat het nog een stap verder: door hun belijdenis vinden zij veiligheid bij God. In Jezus zien zij de aanwezigheid van Gods Liefde. Zij spreken hun vertrouwen uit in die aanwezigheid. Op die manier krijgt God een plaats in hun eigen leven. Het verandert hun eigen bestaan. Door dit uit te spreken, komt deze Liefde bij henzelf wonen.

Een deel van de geloofscrisis van onze samenleving ligt ook besloten in de moeilijkheid om vertrouwen in een ander uit te spreken, of dat nu een mens is of de Eeuwige. Wanneer de mens de maat is van zichzelf, is het moeilijk om thuis te komen; thuis zijn is dan eenzaamheid. Je hebt niemand nodig, maar omgekeerd ziet niemand uit naar jou en zal een beroep op je doen. Rustig, maar eenzaam. Je vertrouwen uitspreken in de ander is thuis komen, veilig zijn. Ons vertrouwen in de Eeuwige is de sleutel van je huis, de figuurlijke sleutel van je leven. Als je niet precies weet hoe je iets moet oplossen, welke keuze je moet maken of welke weg je moet inslaan: de sleutel geeft het vertrouwen dat er een weg voor je ligt. De belijdenis van Petrus geeft hem niet zomaar de oplossing voor alles, maar geeft hem het gelovige vertrouwen dat de aanwezigheid van de Liefde een onuitputtelijke bron is die altijd zal inspireren en bemoedigen, zelfs als je buiten in de kou staat voor de deur van je eigen huis! Amen.

Verkondiging twintigste zondag door het jaar, 16 augustus 2020

Lezingen
Jesaja 56, 1.6-7
Psalm 67
Romeinen 11, 13-15.29-32
Mattheüs 15, 21-28

Welkom
Welkom bij deze reis van Jezus die het land Israël verlaten heeft en in het gebied van Tyrus en Sidon aangekomen is. Hij heeft een nare confrontatie achter de rug met de Schriftgeleerden die maar niet begrijpen dat de reinheid van de mens uit diens binnenste komt en niet gegarandeerd wordt door uiterlijke gebruiken en rituelen. Dit verhaal is toepasselijk omdat het zich in het gebied van het huidige Libanon afspeelt. Vandaag zijn we op initiatief van de bisschoppen en Cordaid bijzonder verbonden met Libanon en Beiroet vanwege de explosie veertien dagen geleden. Er is straks ook een collecte.

Laten we ons bezinnen op de vraag of we werkelijk open staan voor tekenen en woorden van geloof die andere mensen met ons delen. Kunnen we bij hen verstaan wat hun geloof is? Of willen we slechts onze eigen beelden en ideeën bij de ander terugzien? De confrontatie met de Kanaänitische vrouw heeft niet alleen Jezus geraakt, maar dit verhaal heeft de vroege kerk bewaard als opdracht tot een missionaire houding. Die hebben we in onze tijd heel hard nodig.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Tegen zijn verwachting in komt Jezus hier buiten Israël een krachtig voorbeeld van geloof tegen. Het is een grote tegenstelling met de Schriftgeleerden met wie Jezus net een confrontatie heeft gehad over de zin en onzin van rituele gebruiken en gewoonten (Mt 15, 1-20). Hij voerde met hen een discussie over innerlijke en uiterlijke reinheid. De teleurstelling en boosheid van Jezus is in die passage goed op te merken. Keert hij daarom Israël de rug toe en verwijdert hij zich van die lieden die menen de rechtvaardigheid op zak te hebben?

Eigenlijk kunnen we zeggen dat de Kanaänitische vrouw, die door Jezus aanvankelijk genegeerd en afgewezen wordt, hem confronteert met de consequenties van zijn woorden die hij eerder uitsprak tegen de Farizeeën en Schriftgeleerden. Als de reinheid van de mens niet bepaald wordt door uiterlijk gedrag, maar door de houding van het hart, zou er dan ook oprecht geloof aanwezig kunnen zijn bij deze vrouw, ook al is zij geen dochter van Israël? Zij spreekt Jezus immers aan vanuit haar hart dat vol is van geloof - zij noemt Jezus Zoon van David en erkent hem dus als koning, een echte geloofsbelijdenis! - en zij is vol van zorg om haar dochter die vreselijk bezeten is. Die oprechtheid raakt Jezus.

De symboliek van de honden moeten we ook niet over het hoofd zien. Deze honden werden als onreine dieren gezien, die leven van de rotzooi van de straat. Dus de vergelijking met de honden is een kwetsende vergelijking. Maar de vrouw wijst nog op een andere functie: zij hebben ook de functie om het onreine weg te werken: en dat kan een positief effect hebben. Zij hebben in het oude verhaal van de koningen van Israël een reinigende functie gehad in het wegwerken van de herinnering aan de heidense koningin Izebel. Zij was getrouwd met koning Achab van Israël en was een fel tegenstander van de profeet Elia. Zij heeft hem willen doden, maar kwam zelf om het leven en werd gedegradeerd tot hondenvoer (1 Kon 22, 38). Door de honden werd haar herinnering uitgewist. Dus ook hier blijken onreine dieren een reinigende functie te hebben gehad. De vrouw herinnert Jezus aan die positieve rol.

Deze ontmoeting is voor de jonge kerk een aansporing geweest om geloof te vinden buiten de gebaande wegen. In de discussie over de vraag of men eerst Joods moet worden om een goed christen te zijn, heeft dit verhaal een cruciale rol gespeeld naar een meer open houding: eerst luisteren naar het verhaal van een mens die zijn of haar geloof uitdrukt en dan kijken of we er het evangelie in kunnen herkennen. Dat is de basis om oprecht met iemand in dialoog te gaan.

Het verhaal wordt door de liturgie verbonden met de profetie van Jesaja in de eerste lezing die in zijn slothoofdstukken het perspectief van het volk verruimd tot heel de mensheid. De mens wordt niet aangesproken op zijn nationaliteit of herkomst, maar op zijn/haar inzet voor recht en gerechtigheid. Jesaja legt als het ware andere criteria aan om daadwerkelijk een kind van Israël te zijn.

In onze tijd worden grenzen steeds belangrijker gevonden: zowel binnen de Europese Unie als in de wereld daarbuiten worden grenzen en nationale identiteit gebruikt als politieke instrumenten. Mensen vechten voor hun land of hun clan en de anderen moet zichzelf maar redden. Dat staat in tegenstelling tot de boodschap van het koninkrijk.

Nu we dit weekeinde in gebed en vrijgevigheid stilstaan bij de explosie in Beiroet zien we hoe maatschappelijke, sociale en religieuze verdeeldheid een land kan verlammen en tot het fundament afbreken. Wanneer bepaalde groepen macht claimen en hun macht misbruiken voor hun eigen belang, raakt het klassieke evenwicht tussen de bevolkingsgroepen uit balans, met catastrofale gevolgen. Eeuwen lang leefden in Libanon bevolkingsgroepen in redelijke verdraagzaamheid naast elkaar en er was een politieke vertaling van die verhoudingen. Die zijn compleet scheef getrokken met geweld, oorlog en corruptie tot gevolg. Is er toekomst?

Mensen moeten worden aangesproken op het gehalte van wat Jesaja beschrijft: is er inzet voor werkelijke rechtvaardigheid? In het evangelie wordt genezing gevraagd voor een zieke dochter. Vandaag staat die dochter voor Libanon, misschien wel voor heel de mensheid. Laten wij ons in gebed aansluiten bij de Kanaänitische vrouw die bidt om genezing en herstel van Beiroet en Libanon, die bidt om genezing voor heel de mensheid. Laten ook wij net als deze vrouw uit Libanon getuigen van ons geloof en onze inzet tonen voor onze wereld. Amen.

Verkondiging Maria ten Hemelopneming, 15 augustus 2020

Lezingen
Apocalyps 11, 19a; 12, 1-6a.10ab
Psalm 45
1 Korinthe 15, 20-26
Lucas 1, 39-56

We kijken in de ogen van een vrouw, de moeder van Jezus. Het feest van vandaag betekent dat we ondanks de afstand in tijd nog steeds intensief met elkaar verbonden zijn. Van deze verbondenheid met Maria heeft de Kerk altijd beseft dat die haar tot zegen is. Het inspireert en bemoedigt om stil te staan bij haar leven. Meer specifiek vertelt Maria ten Hemelopneming dat haar leven volledig door God aanvaard en veilig gesteld is. Zij is ons daarin voorgegaan.

De confrontatie in de eerste lezing met de draak mag een symbolische betekenis hebben, maar we zien de draak in vele vormen nog aanwezig in onze wereld. Kunnen we in die confrontatie ons geloof bewaren? We zijn vandaag en dit hele weekeinde verbonden met Beiroet. Er wordt gecollecteerd voor steun aan het herstel van de stad. Vele goede krachten zijn daar aanwezig. Laten we in gebed en vrijgevigheid met deze mensen van goede wil verbonden zijn en hen aanbevelen bij de voorspraak van Maria, de koningin van hemel en aarde.

Suggestie voorbede Beiroet-Libanon:
laten we bidden voor de mensen in Beiroet en Libanon die voor de opgave staan hun stad te herbouwen na de explosie van twee weken geleden. Dat zij de veerkracht en de moed vasthouden om ondanks verdeeldheid de handen ineen te slaan. Dat er voldoende hulp komt van de internationale gemeenschap. Dat deze ramp een keerpunt ten goede zal zijn in het land dat zwaar getroffen is door oorlog en geweld en corruptie. Dat Gods Geest de mensen inspireert en bemoedigt. Om een toekomst van vrede. Laat ons bidden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Draken bestaan alleen in sprookjes. Toch beschouwen we het verhaal uit de Apocalyps dat we zojuist gelezen hebben, als een inspirerend verhaal. Het is de confrontatie van een zwangere vrouw met het ultieme symbool van het kwaad. De kerk heeft altijd op deze dag dit verhaal meegenomen en voorgehouden als bron van bemoediging.

Draken bestaan niet. Maar toch horen we ook in onze moderne tijd mensen spreken over draken. Deze draken hebben verschillende gezichten: het kwaad dat steeds de kop opsteekt in rampen zoals het coronavirus, een dictator in Wit Rusland die zijn macht wil vasthouden, corruptie in Libanon die leidt tot een ramp van ongekende omvang met totale ontwrichting van een stad die eens de trots van een vrij, open, tolerant en welvarend Midden-Oosten was, Beiroet. Het zijn beangstigende berichten. Het lijkt alsof het kwaad alomtegenwoordig en onoverwinnelijk is.

Wat is onze gelovige houding tegenover de draken die we actief zien in de wereld? Laten we onze blik vernauwen zodat we deze draken accepteren en de ruimte geven om de wereld te regeren? Denken we dat deze draken inderdaad de wereldgeschiedenis zullen bepalen? Geven we ons over aan complottheorieën en angstaanjagende voorspellingen? Het is voor velen een verleidelijke gedachte. We lijken aan kwade machten overgeleverd.

De keuze die ons door deze Bijbelverhalen wordt voorgehouden is duidelijk: kiezen we de weg van de draak of de weg van de vrouw? Kiezen we de weg van de angst voor het kwaad dat zal overwinnen, of kiezen we voor Godsvertrouwen? Volgen we de weg van de draak die vernietigt, verwoest en bedreigt of volgen we de weg van de vrouw die gekroond wordt met zon, maan en sterren, de vrouw van de hoop?

De christenen die de Apocalyps aanvankelijk lazen, deden dat in een situatie van onderdrukking en dreigende wanhoop. Het boek is ontstaan in de gemeenten van Klein Azië waar kleine groepen het evangelie vasthielden als bron van hoop in een vijandige wereld. De bedreiging kwam niet alleen van buiten, de Romeinse heidense autoriteiten die deze christenen met hun Godsverering niet konden verdragen, maar de dreiging kwam ook van binnen uit: christenen die lauw waren, niet echt trouw aan hun overtuiging, geloofsgenoten die het op een akkoordje wilden gooien met de draken van hun tijd, die zich uiteindelijk niet toevertrouwden aan Gods voorzienigheid. Dat zijn de christenen die zeggen dat niet de vrouw van de hoop, maar de rode draak zal winnen en de wereld regeren.

De kerk die zich als geloofsgemeenschap wil opbouwen, kan niet rekenen op zulke wankelmoedige pilaren. Voor inspiratie en bemoediging richt de kerk zich daarom vandaag op de vrouw, de gekroonde moeder. Zij brengt in de confrontatie met de draak nieuw leven voort. Op het slechtst denkbare moment wordt haar kind geboren. Maar hier wordt de kracht van het jawoord van Maria helder: tegen de verdrukking in laat zij zich leiden door de hoop. Deze hoop is haar kroon, dit geloof is haar fundament, deze liefde is haar omhulling als zon, maan en sterren die de vrouw omgeven.

Zijn geloof, hoop en liefde, ook ons antwoord op de draken van deze wereld? Wij laten ons niet verleiden om de taal en het gedrag van de draak over te nemen en zelf een instrument te worden van angst en onrust. Nee, we laten ons bemoedigen door het ja-woord van Maria en spreken we zelf ook in deze eucharistie ons ja-woord uit. Als we de communie ontvangen en ons laten voeden door het eenvoudige Brood van Christus, speken we uit dat we aan de kant van de hoop staan, aan de kant van de goede krachten, aan de kant van het geduld, aan de kant van Gods voorzienigheid die we niet altijd begrijpen, maar die wel de weg van het evangelie is. Laat die houding van Maria, die rust en vrede geeft, ons inspireren. En laten we die delen met dierbaren om ons heen. Amen