LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 29 november 2020, eerste zondag van de advent

Lezingen
Jesaja 63, 16b-17.19b; 64, 3b-8
Psalm 80
1 Korinthe 1, 3-9
Marcus 13, 33-37

Welkom
De eerste kaars brandt: een bescheiden licht dat de weg wijst. Wie wil dit kaarsje zien? Wie kan dit kaarsje zien in deze onrustige, donkere tijden? Er wordt teveel gepraat vanuit het verlangen dat de wereld weer terug moet naar zoals die was, de goede oude tijd voordat het coronavirus ons in de greep had en heel ons leven bepaalde.

Waar is onze geestelijke weerbaarheid en ons vermogen om te leven vanuit onze bron van vertrouwen, vanuit onze verwachting dat God zal komen? We mogen die verwachting weer inoefenen deze vier weken. We gaan op weg en we krijgen onderweg allerlei kaarsjes die worden ontstoken op onze weg naar Kerstmis. Deze vier kaarsen die onze weg verlichten zijn symbool voor de vele kaarsjes die we in ons leven ontmoeten. Ik wens u veel van die ontmoetingen toe. Vanaf komende dinsdag, 1 december, gaat de adventskalender van de Haagse Kerken open: dagelijks geestelijke verrassingen op de krans van de advent.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Veel deskundigen spreken hun verwachtingen uit over de toekomst van het virus en het vaccin. Zij spreken verwachtingen uit over de lengte van de periode waarin we nog onder restricties zullen leven, verwachtingen over de gevolgen voor de economie en voor de gehele samenleving. Wanneer kunnen we weer terug naar ons oude leven? Verwachtingen worden regelmatig bijgesteld en nieuwe feiten halen verwachtingen onderuit. Verwachtingen komen vaak niet uit. Geleerden en politici worden daarop afgerekend. Mensen verliezen hun vertrouwen en worden wantrouwig en sceptisch. Als verwachtingen te hoog oplopen, dan leidt dat tot teleurstellingen. Het uitspreken van verwachtingen die gebaseerd zijn op kennis en feiten, moet veiligheid bieden. Het geeft kaders voor ons denken en ons leven.

De Advent gaat over verwachting. het lijkt alsof deze verwachting weinig spectaculairs heeft. Ieder jaar hetzelfde patroon: vier weken met telkens een kaarsje en dan Kerstmis. Jesaja kondigt aan dat de hemel open zal gaan. In zijn tijd wordt het einde van de ballingschap verwacht: de ballingen hopen op afzienbare tijd weer terug te mogen naar hun land van herkomst. Ze kunnen er hun oude leven weer oppakken. U zult begrijpen dat die ballingen van een koude kermis thuis komen. Het land is niet het ideale land waarvan ze gedroomd hebben. Het is niet hetzelfde land als ze hebben achtergelaten. De mensen die gebleven zijn vormden de eenvoudige onderlaag van de bevolking. Zij hebben zeventig jaar lang de boel aan de gang gehouden, en zij hebben niets op met die betweterige idealistische ballingen die bij hun terugkeer de dienst weer uit willen maken.

Advent gaat eerder over het uitzien naar wat níet verwacht wordt. Deze weken van wachten willen ons oefenen in het ontdekken van wat ons leven nieuw en anders maakt. Advent geeft niet de bevestiging van het oude patroon, maar maakt juist ruimte voor nieuwe mogelijkheden in je leven. Het onverwachte staat centraal. Dat betekent dat God niet komt op de manier waarop je het verwacht. God heeft een onverwacht gezicht, op een onverwacht moment doet Hij een appel op je leven.

De boodschap van de advent kan deze zijn in deze tijden van coronacrisis: ons leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Ook al kunnen we straks weer ruimhartig mensen ontvangen en kunnen allerlei voorzorgmaatregelen afgeschaald worden (ook al zal dat nog wel een aantal maanden duren, heb ik begrepen), onze samenleving is fundamenteel veranderd. Kunnen we het goede daarvan vast houden en onder woorden brengen? Kunnen we andere accenten leggen in de balans van onze tijd en aandacht?

Als voorbeeld: thuisliturgie. De weg naar de kerk is beperkt. Wat vieren we thuis? Al vaker is gezegd dat het geloof begint bij het gebed thuis: ‘van huis uit katholiek’. Noodgedwongen brengen we meer tijd thuis door. Nu is dus een adventskrans of een adventskalender thuis een noodzakelijk element voor ons gebed en onze bezinning. We lezen het boek Jesaja door, zin voor zin, woord voor woord. We nemen iedere dag een andere persoon in onze gedachten om voor te bidden.

Gisteren ontving ik van de Lutherse gemeente een Adventsbox: daarin zitten bouwstenen voor thuisliturgie. Die wordt door de hele gemeente uitgereikt om mensen te helpen bij hun thuisliturgie: een onverwacht geschenk en tegelijk een goed gesprek met de predikante die het kwam brengen: een onverwachte ontmoeting op een rustige zaterdag. Een onverwacht geschenk, een moment van verbondenheid tussen voorgangers, tussen hun kerken, een verbodenheid over de verdeeldheid heen, met op mijn tafel de biografie van kardinaal Willebrands, de kardinaal van de oecumene. Zo komen elementen bij elkaar die voor mij zelf weer inspirerend zijn. De advent is dus wat mij betreft goed begonnen. Ik wens u ook mooie onverwachte momenten toe waarbij het Kind zich even aan u laat zien! Amen

Verkondiging 22 november 2020, Hoogfeest Christus Koning

Lezingen
Ezechiël 34, 11-12.15-17
Psalm 23
1 Korinthe 15, 20-26.28
Mattheüs 25, 31-47

Welkom
Christus, de mensenzoon, nodigt ons uit dit kerkelijk jaar af te sluiten en de vraag te stellen naar de ruimte voor barmhartigheid in ons leven. We kennen de afbeeldingen van Christus als rechter, die allen beoordeelt. In Covid tijden wordt dit oordeel misschien weer anders beleefd dan anders: het komt er nu meer dan anders op aan om creatief te zijn en ruimte voor barmhartigheid te maken, daar waar angst heerst voor alles wat gezondheid en werk en het leven van mensen bedreigt. De weg die we gaan, de menselijke weg van ons leven is ten diepste ook een geestelijke weg, een weg van godsontmoeting. Die ontmoeting met de minsten der zijnen krijgt hier zijn goddelijke dimensie in het ontvangen van het Woord en het Brood. Laten we open staan voor die ontmoeting hier in deze viering.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Barmhartigheid is geen economische krachtbron. De zes categorieën mensen die genoemd worden zijn allen mensen die langs de zijlijn staan. Er wordt geen verklaring gegeven waarom zij arm zijn, hongerig of dorstig of in de gevangenis zitten, hoe het komt dat zij ziek geworden zijn. Voor het verhaal, de parabel van vandaag, is die informatie niet relevant. Wat telt is niet onze analyse en onze verklaring, maar ons handelen, onze barmhartigheid. Het gaat om ons antwoord. Christus beseft heel goed dat mooie en diepzinnige analyses er toe kunnen leiden dat er geen hulp geboden wordt, want er zijn altijd argumenten waarom we de verantwoordelijkheid graag afschuiven op anderen. “De oorzaak ligt niet bij ons, dus waarom zouden wij ons verantwoordelijk moeten voelen?”

Hoe kijkt Christus naar de mens? Hoe kijkt de Vader naar de mens en wat betekent dat voor onze eigen blik op de mens? Wat betekent het als we zeggen dat we een mensenleven kostbaar vinden? Die discussie wordt heel actueel in het bepalen van een hiërarchie in de toegang tot een vaccin volgend jaar. Wie komt het eerst aan de beurt? En wat als mensen niet gevaccineerd willen worden? Kunnen ze dan gedwongen worden? Vanuit christelijk perspectief en in ons katholieke sociale denken is vaccinatie ook een blijk van solidariteit: je doet dit mede omwille van de gezondheid van anderen, en vooral de kwetsbaren. Dus bij ons zou er geen aarzeling over moeten zijn, als aan alle voorwaarden van veiligheid en gezondheid wordt voldaan. Ik voeg er ook de voorwaarde aan toe dat ook arme landen in staat zijn om hun bevolking met een vaccin te beschermen. Daar mag van onze landen ook wel wat gevraagd worden, qua financiën en qua geduld.

In Assisi is de afgelopen dagen een conferentie gehouden over de economie van Franciscus. Het Vaticaan heeft jonge mensen van over de hele wereld uitgenodigd om deel te nemen aan deze internationale videoconferentie vanuit de stad van de Poverello om nieuwe wegen te wijzen voor een economie die niet uitsluit en die niet onderuit haalt, die niet de rijkdommen voor een kleine groep uitverkorenen veilig wil stellen. Het hele programma is niet slechts een conferentie, maar een nieuwe gemeenschap die opstaat en getuigenis aflegt van een economie waar barmhartigheid een fundamentele waarde is. Economen en jonge idealisten hebben deelgenomen, die hun ideeën hebben gedeeld. https://francescoeconomy.org/ . Het is een leefwijze die ruimte maakt voor de ander en die met minder materiële zaken genoegen neemt. Het is een leefwijze die andere criteria van vooruitgang aanlegt dan alleen salarisverhoging en groeipercentages. Het is een leefwijze die een evenwicht zoekt in wat wij als individu en in groepen nodig hebben en wat de aarde nodig heeft en aankan. Dit vraagt een andere blik waar mensen niet alleen consumenten of producenten zijn, werknemers, zzp’ers of werkgevers, maar ook leven in relaties, barmhartigheid tot onderdeel van hun keuzes maken en daarin hun roeping verstaan.

Het is een verbinding van twee werelden die te lang gescheiden zijn, omdat gedacht werd dat economie nu eenmaal over geld gaat en over wetmatigheden. De wereld van geloof en spiritualiteit is een andere dimensie. Maar de mens is één en de wereld is één. Een we hebben maar één kans om het goed te doen. Het gaat om morele keuzes waarbij verantwoordelijkheid beloond wordt met geld en inkomen, maar waar dit ook gedeeld wordt met anderen, niet uit caritas maar vanwege een rechtvaardige verdeling van de goederen in de wereld. Het gaat wel degelijk om andere machtsstructuren en verdelingsmechanismen van de goederen der aarde. Lees Fratelli tutti er maar op na! De minsten van de mensen die we ontmoeten in het leven, herinneren ons voortdurend aan de morele keuzen die we maken. We maken deze voor het aanschijn van Christus: in de arme kijkt Hij ons aan, ook via het digitale netwerk, en stelt ons morele vragen. Hoe geven we inhoud aan onze roeping? Christus de Koning nodigt ons uit dat nieuwe evenwicht te vinden. Amen

Verkondiging 15 november 2020, 33e zondag door het jaar

Lezingen
Spreuken 31, 10-13.19-20.30-31
Psalm 128
1 Thessalonicenzen 5, 1-6
Mattheüs 25, 14-30

Welkom
Op deze zondag voor de armen nodigt de paus ons uit om onze handen uit te strekken en deze te gebruiken om een gebaar van gerechtigheid en liefdadigheid te maken. Zoals u weet brengt het einde van het kerkelijk jaar ons dichter bij een oordeel dat over ons leven wordt uitgesproken. Vandaag de parabel van de talenten. Het evangelie wil ons moed inspreken; het aanstaande oordeel hoeft ons niet te verlammen. Het wil ons juist in beweging brengen en ons hart openen om de wereld te zien met de ogen van Christus. De aanblik van armoede en ellende in de wereld maakt ons niet wanhopig, maar daagt ons uit om onze handen uit te strekken naar de ander, letterlijk door iemand te hulp te snellen, maar ook in ons hart, in ons gebed, in onze vrijgevigheid, in het overmaken van geld. Laten we ons bezinnen op de vraag of wij daadwerkelijk de wereld in de ogen durven zien, of we onze onverschilligheid achter ons kunnen laten en ons laten raken door wat er in de wereld gebeurt.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Kijk naar je handen: wanneer hebben deze voor het laatst iemand een hand gegeven? Het gebeurt me nog vaak in een pastorale ontmoeting dat de ander een hand wil geven. Meestal herinneren we ons al snel dat we hierin terughoudend moeten zijn. We trekken dan snel onze hand terug. Dan wordt het een begroeting met een elleboog, maar het heeft mijn voorkeur om met de hand op het hart de ander te begroeten. Het risico van de pandemie is dat onze handen werkeloos zijn geraakt. We trekken ons terug in ons leven, we gaan in zelfquarantaine, we werken thuis en mijden groepen, we kunnen geen groepen gasten meer ontvangen en zelf nauwelijks nog op bezoek gaan. Met digitale verjaarsfeestjes kunnen we ons isolement compenseren, maar een stevige handdruk met een felicitatie is zeldzaam geworden. Gelukkig zijn er vele andere handen die zich wel hebben uitgestrekt. De handen van artsen en verpleegkundigen, de handen van hulpverleners, maar ook de handen van degenen die handhaven en degenen die de maatregelen schrijven en aan ons presenteren, de onvermoeibare handen van de gebarentolken. Wat is iemand waard als hij of zij de handen niet laat wapperen?

“Strek je handen uit naar de arme” is het motto van de Werelddag voor de armen 2020. Paus Franciscus heeft deze dag vier jaar geleden in het leven geroepen. De tekst is ontleend aan de Wijsheid van Jezus Sirach die de gelovige er voortdurend aan herinnert dat geloof in God en liefde voor de naaste bij elkaar horen als de bekende twee zijden van dezelfde medaille. Deze wijsheid spoort ons aan om in de aanblik van rampen je niet op te winden en niet te protesteren, maar je vast te houden aan God zelf en vandaaruit in actie te komen. Wees geduldig en je zult manieren vinden om problemen aan te pakken en een antwoord te geven op rampspoed. Bekijk jouw eigen wereld om je heen en ontdek de mogelijkheden om de handen uit te strekken naar hen die het moeilijk hebben.

De christen steekt zijn handen uit de mouwen om aan de wereld te bouwen, om mensen te verbinden. Het probleem van de derde persoon in de parabel vandaag is zijn angst. Hij wil geen risico nemen en stopt als het ware zijn handen in zijn zakken. Hij begraaft zijn talent. Hij begraaft eigenlijk zichzelf. Het woord ‘talent’ verwijst naar een geldbedrag dat aan de drie wordt toevertrouwd als blijk van vertrouwen dat de Heer van het verhaal stelt in de drie werknemers. Ik hoef u niet uit te leggen dat het geen verhaal is dat gaat over investeren en geld verdienen. Het talent waarom het hier gaat, is het vermogen om je handen te laten wapperen. Het is het vermogen om je handen uit te strekken naar de ander. Het forse bedrag dat ter beschikking gesteld wordt, verwijst naar de rijke mogelijkheden die God geeft aan de mensheid om de handen uit de mouwen te steken. Veel heeft de mensheid van God ontvangen en groot is dus ook de verantwoordelijkheid van de mens om daar mee aan de slag te gaan en niet werkeloos aan de kant te staan.

De twee eerste personen van de parabel gaan aan de slag in het besef dat deze door God gegeven talenten welzeker vruchten zullen dragen. Zij brengen in praktijk wat de derde figuur alleen in theorie gelooft: God oogst waar Hij niet heeft gezaaid. In plaats van dit als een aansporing en een bemoediging te zien, waarmee onze uitgestrekte handen vruchten zullen dragen, zelfs als wij dat zelf niet voor mogelijk houden, laat hij zich verlammen door angst. Hij stopt zijn handen weg en verliest zichzelf in angst en onverschilligheid voor de problemen van de ander.

Die houding zij verre van ons. We beseffen dat armoede in onze wereld een onoplosbaar probleem lijkt te zijn: “Armen zullen jullie altijd in jullie midden hebben” luiden de profetische woorden van Christus. Maar we beseffen dat Christus zich in hen steeds weer opnieuw aan ons openbaart. Op die manier raken onze uitgestrekte handen aan Christus zelf. Zo is onze dienstbaarheid niet een zware verantwoordelijkheid die ons mismoedig maakt of somber stemt, maar ons juist de vreugde van het evangelie brengt. Daar ligt de kern van onze naastenliefde. Deze opent ons voor de aanwezigheid van Christus. Mogen onze handen zich voortdurend uitstrekken naar de ander en mogen we zo raken aan Christus die ons zo zijn liefde openbaart. Amen