LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging zondag Drie-eenheid, 16 juni 2019

Lezingen
Spreuken 8, 22-31
Psalm 8
Romeinen 5, 1-5
Johannes 16, 12-15

Welkom op de zondag van de Drie-eenheid
Dat we meer dan één naam voor God hebben, laat zien hoeveel ruimte er in ons denken is over God. Terwijl we niet hoeven te zwijgen, omdat het mysterie ons te boven gaat, erkennen we wel de beperktheid van ons spreken. Spreken over God met alle voorbehouden en voorzichtigheid, helpt ons wel onze liefde en ons verlangen naar God vast te houden en te verdiepen. Kunnen we God eigenlijk wel beminnen? Niet als theorie of als denkconstructie, wel als ruimte om te leven.

Door God Liefde te noemen, weet ik mij bevestigd, besef ik dat mijn leven gedragen wordt, een bron en een bestemming heeft. Laten we ons in deze eucharistie overgeven aan zijn aanwezigheid: zijn Geest leeft in ons en Christus voedt ons. We danken God voor deze aanwezigheid,. Zo is heel ons samen zijn hier in deze viering trinitair. Laten we voor al die keren dat we deze barmhartigheid vergeten God om vergeving vragen.

Homilie
Denken over God is niet het verzinnen van een formule om een mysterie in de greep te krijgen. Wie denkt aan de dogma’s van de vroege kerk, van de grote concilies waar kerkvaders met elkaar nadachten over het geheim van God, herinnert zich waarschijnlijk de formuleringen die bedacht zijn om uitdrukking te geven aan het geloof. We lezen ze nog in de geloofsbelijdenissen: de apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel.

De apostolische geloofsbelijdenis is een tekst die we kennen van de tweede eeuw, 180, toegeschreven aan de apostelen zelf, maar dat is een vrome legende. De wortels liggen in de doopliturgie. Als de dopelingen gevraagd wordt naar hun geloof, is dat een vraag naar hun instemming met de drie personen van God: geloof je in de Vader, geloof je in de Zoon, geloof je in de heilige Geest? Vandaaruit is een tekst geschreven die we nog steeds kennen als de twaalf artikelen van het geloof. Iedere keer dat we de geloofsbelijdenis uitspreken, herinnert ons dat aan de doop. Daarom hoort de geloofsbelijdenis op de zondag, de dag waarop oorspronkelijk gedoopt werd.

Een ander woord voor deze tekst is het symbolum: het symbool van het geloof. Het geloven wordt in woorden uitgedrukt. Een overtuiging die in je hart leeft, wordt gecommuniceerd met andere mensen, met je broeders en zusters in het geloof. Symbolum komt van het woord dat samenvallen betekent. Niet zozeer een wiskundig is-gelijk-teken, maar een brug van onze taal naar het perspectief van Gods aanwezigheid. De tekst is eigenlijk een vrucht van verschillende theologen en pastores die de gelovigen in de kerk hebben willen helpen om hun geloof van het doopsel onder woorden te brengen. De apostolische geloofsbelijdenis is dus een pastorale tekst om te verbinden, met elkaar en met de apostelen en om het doopsel een fundament te geven.

De andere tekst die we kennen is het resultaat van een concilie. De tekst die we in het Latijn kennen als het Credo en die we ook, net als de andere tekst, een symbolum kunnen noemen, is in 381, twee eeuwen later dus, als tekst op een concilie van Constantinopel vastgesteld. Omdat deze al op het eerste concilie was voorbereid, wordt deze tekst de geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel genoemd. Dit is niet zozeer een pastorale tekst, maar een tekst van het kerkelijk leergezag. Deze tekst had als uitdrukkelijk doel om de kerkelijke gemeenten die verspreid in het Romeinse Rijk zeiden hetzelfde geloof te delen en dezelfde Christus te belijden, bij elkaar te houden. Het is daarmee eerder een kerkopbouwende tekst.

Wie een tekst maakt, roept meteen een reactie op en misschien wel weerstand. Natuurlijk is over deze tekst volop gedebatteerd. Ook de vertaling roept vragen op. De oorspronkelijke tekst is in het Grieks, daarna komen de Latijnse vertaling en de andere vertalingen, ook die in onze eigen taal. Maar we moeten beseffen dat de grote protestantse kerken, de orthodoxe kerk en de katholieke kerk deze tekst met elkaar delen. Ondanks enige interpretatieverschillen brengt deze tekst ons bij elkaar.

Je geloof belijden is dus een beweging naar elkaar. Het is een belijdenis van je eigen hart, maar het is ook een gezamenlijk belijden. In de liturgie wordt het geformuleerd als ‘ik geloof in God’ als een getuigenis van je doopsel, maar in het concilie was het geformuleerd als ‘wij geloven in God’. Nu we de tekst zonder doopsel uitspreken is het goed te bedenken dat we deze uitspreken als een gezamenlijk tekst, misschien zou het beter zijn om te zeggen: ‘wij geloven in God’.

Het gaat erom dat mijn mening over God is ingebed in het geloven en ervaren van de kerk als geheel. Mijn persoonlijke eigen geloven maakt mij niet los van de kerk, maar verbindt mij met de kerk. Natuurlijk gelooft ieder op eigen wijze. Ieder heeft een eigen favoriet Bijbelverhaal, of eigen persoonlijke geloofservaringen. Die brengen we binnen in het geheel van de geloofsgemeenschap. Dat is het pastorale aspect. Juist de gedeelde belijdenis, maakt ons tot een eenheid die gefundeerd is op God, niet op mijn mening of op die van u, maar op die van ons gezamenlijk. Onze kerk is een geschenk van de Drie-ene God die zich ons openbaart in de vele verschillende geloofsverhalen. Dat is het kerkopbouwende aspect. Mogen wij vaak ons geloven delen met elkaar en met elkaar belijden. Amen.

Verkondiging Pinksteren 9 juni 2019

Lezingen
Handelingen 2, 1-11
Psalm 104
Romeinen 8, 8-17
Johannes 14, 15-16.23b-26

Welkom
Welkom op Pinksteren, de ochtend van de oogst. Er was een flinke wind de afgelopen dagen, een mooi symbool van de heilige Geest. Desalniettemin hebben we liever een echt begin van de zomer. Waarom is deze wind zo’n symbool van Gods levenwekkende Geest? De wind brengt de meest verharde structuren in beweging. Wat verstard is wordt losgerukt uit deze verstarring. Dat kan nare gevolgen hebben als een boom op je auto valt, maar de bedoeling van de wind is om ons in beweging te brengen. En een briesje is dan niet genoeg! Vanuit het Scheppingsverhaal wordt verteld dat vanaf het begin Gods adem alles in beweging heeft gebracht en tot op vandaag betekent schepping beweging en ontwikkeling. En hoe is het met ons, met ons leven en ons geloven, onze vragen en onze mogelijke antwoorden?

Homilie
Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent? Waar sta je nu op dit moment in je leven? Het is de vraag die de leerlingen zich op deze ochtend van Pinksteren stellen. Na Pasen is er van hen niet veel meer over dan een hoopje ellende. Hun twaalftal is door verraad en verloochening en door de zelfmoord van Judas geschonden en tot een armzalig elftal geslonken dat geen wedstrijd meer kan winnen. Het leven heeft hen verlaten en er lijkt geen andere uitweg dan te verdwijnen in de mist van de geschiedenis. Ze hebben zich opgesloten en de herinneringen aan hun leven met Jezus lijken ver weg. Het drama van zijn dood lijkt het doodlopende einde van de boodschap van het evangelie.

Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent? Het is een vraag die ik regelmatig stel aan mensen met wie ik in gesprek ben. Of dat nu hier in de pastorie is, of zomaar ergens in de stad. Het is een vraag die ik mezelf ook regelmatig stel, het is een vraag die mijzelf ook kan bezighouden. Wat de leerlingen vandaag tot spreken brengt in alle denkbare talen, is een Geestkracht, een oerkracht die de schepping zelf weer in herinnering roept. Toen alles kaal en leeg was, vervulde de Geest als een levensadem de werkelijkheid van licht en kleur, van beweging en warmte. Alles werd gezien in het licht van het beroemde woord van God die zegt dat het goed is. Tot acht keer toe: en God zag dat het goed was.

Dat besef is vandaag doorgedrongen tot de leerlingen: het is goed zoals we hier zijn. En dat doet hen spreken, dat brengt hen in beweging. Er is een verhaal na de dood van Christus. Er is een verhaal na hun eigen doodse periode. Hun eigen leven dat een dood spoor leek, wordt vervuld van een enthousiasme waarmee de wereld opnieuw geschapen kan worden.

Pinksteren is de boodschap zoals Paulus die beschrijft in zijn brief aan de Romeinen: geen slaafsheid, maar vrijheid omdat we kinderen van God zijn, geen kinderen van wat de samenleving van ons vraagt, van mode en trends, die ons alledaagse verlangen najagen, maar kinderen van de Liefde, de Liefde die eeuwig is, de Liefde die alle mensen wil verbinden, de Liefde die alle volkeren wil verbinden zoals we dat vandaag horen in het verhaal van de Handelingen: alle mensen verstaan de boodschap van de apostelen. Alle Menschen werden Brüder und Schwester. Wie heeft Europa gemaakt tot wat het nu is? Deze week konden we beelden zien van het begin van de bevrijding van Europa 75 jaar geleden. Na jaren van onderdrukking die in 1933 al in Duitsland begon en die vanaf 1939 oorlogszuchtige vormen aannam, brak D-Day aan, het begin van een nieuwe geschiedenis van Europa. De onderdrukking en de systematische vervolging van mensen had de mensheid tot een barbaars dieptepunt gebracht. Uiteindelijk kwam er een nieuw Europa tevoorschijn waarbij leiders van de volkeren elkaar hebben verstaan over grenzen van taal en geschiedenis heen. Het was ook de taal van de moed der vergeving en verzoening. Ook dat was een Pinksterervaring: de mens kan een keuze maken over dood en oorlog heen voor vrede en verzoening. Zelfs na die wrede geschiedenis waren er mensen die nog geloofden dat het goed kon komen. Blijkbaar was het nog mogelijk om te geloven in de goedheid van de mens. De idealen van toen hebben de mensheid vooruit geholpen. Dat stemt 75 jaar later tot bezinning.

Het antwoord dat ik wil geven op de vraag “Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent”, is niet anders dan de Geest van God die in mij leeft. De Geest die Jezus in mij wakker heeft gemaakt. Het is een Geest die mij nooit meer zal verlaten. Die Geest die mij geschapen heeft, geeft mij de levensadem om opnieuw geschapen te worden en nu in deze periode, ook in de crisis van de kerk, een stap vooruit te zetten.

Ik wens je toe dat je die Geest in je eigen innerlijk ook hoort spreken en voelt werken. De Geest van het enthousiasme, het idealisme, de Geest die werkt aan vrede en verzoening, die je helpt teleurstellingen en boosheid te overwinnen. Op die manier schud je de dood en de angst als een donkere schaduw van je af en ben je zelf teken van de verrijzenis. Ik wens je toe en zeker de geloofsleerlingen van vandaag dat die Geest je in beweging houdt en altijd bron blijft van kracht en vreugde. De wereld moet worden herschapen en we kunnen de boodschappers en instrumenten van die herschepping zijn. Daartoe zijn we geboren en uitgezonden. Daartoe zijn we uitgerust met de kracht van de Geest. Ik wens je daartoe een gezegende en gelukkige levensweg!

Zalig Pinksteren!

Amen

Verkondiging zevende zondag van Pasen, 2 juni 2019

Lezingen
Handelingen 7, 55-60
Psalm 97
Openbaring van Johannes 22, 12-14.16-17.20
Johannes 17, 20-26

Welkom
Welkom op deze zondagochtend. De verlatenheid van de leerlingen na Pasen, de onzekerheid van christenen in deze tijd, de crisis in onze kerk: het zijn elementen waar de leerlingen, die nog in afwachting zijn van de Geest, ook al door geteisterd worden. Zij kruipen bij elkaar in de bovenzaal. De woorden van Jezus klinken nog in hun hart: ”blijf in de stad!” De stad is voor hen eigenlijk niet groter dan de bovenzaal, de ruimte waar ze met Jezus het laatst aan tafel waren. De wereld daarbuiten bestaat voor hen eigenlijk niet. Ze hebben daar geen oog voor. Wij lopen datzelfde risico wanneer we denken dat we ons door de viering met elkaar kunnen afsluiten voor de wereld. We mogen ons laten bemoedigen door het besef dat deze bovenzaal, deze kerk, zich transformeert van een schuilplaats tot een springplank, een vertrekhal, een inspiratiebron die ons beweging brengt. Laten we ons openstellen voor de komst van de Geest die ons en onze kerk zal vernieuwen.

Homilie
Polarisatie lijkt onze samenleving in haar greep te houden. Gelukkig was dit bij de laatste verkiezingen in ons land wat minder, maar in andere landen deden de extremisten het goed, een versnipperd landschap dat verdere eenwording niet echt vooruit zal helpen. Het lijkt soms of polarisatie dapper en stoer is, terwijl compromissen saai en slap zijn.

De eerste lezing en het evangelie van vandaag laten echter zien waar dat toe kan leiden. In de eerste lezing wordt Stefanus het eerste slachtoffer van extreme standpunten: de oren van de aanvallers worden toegestopt en keiharde stenen worden gegooid. Treffende symboliek voor een wereld die opleeft van extreme ongenuanceerde standpunten, waar met de waarheid een loopje genomen wordt, een wereld die zich afsluit voor harmoniserende en constructieve stemmen, een wereld waarin men elkaar te lijf gaat met verharde standpunten.

Het evangelie daarentegen bevat de oproep van Jezus tot eenheid en verbondenheid, gelijkgestemdheid en vrede. Het is een gedeelte van de afscheidsrede die eerder een reflectie is van de eerste christengemeente op de nalatenschap van Jezus dan een woordelijk verslag van de laatste bijeenkomst van Jezus met zijn leerlingen. In deze evangelische reflectie spreekt de Geest van Christus tot ons, die ons noopt om onze samenleving, maar ook onze kerk te beoordelen in het licht van deze nalatenschap. Weerspiegelen onze kerk en onze samenleving deze woorden van Jezus voldoende? Deze vraag dienen kerkleiders van alle kerken zich voortdurend te stellen, maar alle gedoopten worden evenzeer uitgedaagd om diezelfde vraag te beantwoorden: op welke manier leveren we een bijdrage aan de eenheid en de verbondenheid, ook wanneer we zelf iets moeten inleveren?

Het fundament van de christelijke gemeenschap is gelegen in de eenheid van God die zijn Zoon Jezus Christus en zijn Geest gezonden heeft om de mensheid tot eenheid te brengen. Een eenheid die in de schepping al was besloten en die voortdurend onder druk staat omdat de verscheidenheid vaak tot verdeeldheid leidt. In de schepping brengt God onderscheid: licht en donker, water en land, aarde en hemel, vissen, vogels, dieren en mensen. Die grote verscheidenheid verbreekt de eenheid niet, maar maakt van de eenheid een dynamisch gebeuren. Het verhaal van Babel mag een oud mythisch verhaal zijn, maar het onthult een fundamenteel probleem van de mensheid: een verscheidenheid die zo groot is, dat de mensen elkaar niet meer verstaan. Het moge duidelijk zijn dat we in een gepolariseerde wereld leven die een grote behoefte aan samenbindende krachten heeft. Deze situatie wordt in het moderne spraakgebruik met zachte en onschadelijke woorden als tolerantie en respect aangeduid. Dit zijn woorden die ik volstrekt ontoereikend vind om een menselijke samenleving op te bouwen. Het zijn immers woorden die vaak voorkomen zonder daadwerkelijk persoonlijk commitment, een vrijblijvende houding zonder inspanning.

De eenheid waar Christus van spreekt, waar Hij voor bidt, is een eenheid waarbij de ene mens zich voor zijn/haar identiteit afhankelijk van de ander maakt. De eenheid van Christus is niet een ruimte om zelf te doen wat je wilt, waarbij de ander je in niets in de weg zit. Die oproep zit besloten in het kleine woordje dat we in de tweede lezing horen: “Kom”. Dat woord herinnert aan de oproep van Jezus aan Petrus wanneer het stormachtig is op het water. Petrus wil naar Jezus toe en Jezus nodigt hem uit: Kom! Het zou toch mooi zijn als onze kerk geassocieerd wordt met dit ene woord ‘Kom’. Dat de kerk staat voor een uitnodiging aan mensen om te komen, tot God en tot elkaar, opdat dat mensen zich genodigd weten tot het leven, genodigd om gelukkig te zijn, dat de kerk aan iedereen die uitnodiging kan laten weten. Natuurlijk, er zijn momenten dat er serieus gesproken moet worden omdat gedrag niet in overeenstemming met het evangelie is. Broederlijke en zusterlijke vermaning is ook nodig, maar op het fundament van het woord ‘Kom’. Het zou toch mooi zijn wanneer mensen ons aanspreken op het feit dat we nog naar de kerk gaan, dat we dan kunnen zeggen: bij ons gaat het om het woord ‘Kom’, om een uitnodigende kerk.

We bidden ook ‘Kom’ tot de heilige Geest. We vragen hem om in ons leven te komen en ons leven te vervullen van het evangelie. Moge dat woord ‘Kom’ in ons hart klinken en het fundament onder ons geloven zijn. Amen