LogoAdVanDerHelm

kerstwens 2022

kaarsjes

Homily December 11th 2022, Third Sunday of Advent

Readings
Isaiah 35, 1-6A.10
Psalm 146
James 5, 7-10
Matthew 11, 2-11

Welcome to you all,
In this growing light we see more details of the future that we are waiting for. Christmas celebration is not just about a nice romantic celebration, a comfortable feeling with your friends and family, an intimate atmosphere, where the darkness of the season is put aside by the glimmering lights of the Christmas tree and the candles on your dinner table. These elements are nice and important, but they do not carry the essence of the expectation of the Kingdom of God that we are cherishing in our hearts.

The critical interrogation today by the disciples of John he Baptist to Jesus is inspired by a deep crisis. The Baptist is in prison and facing the possibility of capital punishment. It is despair calling for enlightenment. “Are you the one?” Jesus responds, but He is not justifying his actions and his life. He points at what really is happening with the blind, the paralyzed, the lepers and even the dead: vitality is replacing despair and death. That is also the calling of Christians who bring the name of Jesus into this world. Is their proclamation accompanied by deeds of vitality? Do they bring concrete initiatives of charity and justice? Let us reflect on our personal life and choices.

Homily
Brothers and sisters, friends of the Lord.
It happens when you are waiting for the bus: the weather is bad, it is a dark December evening. You are hungry. You want to get home where you find a warm dinner table, a place to relax and to leave behind all anxieties of your daily life, your work, the problems of society. Then the bus or the train has a delay. They announce that they cannot tell you when the bus or train is coming due to an accident. In those situations people often start talking to one another. They spend the waiting time exchanging elements of their personal backgrounds. In my experience it can lead to some extraordinary encounters. I remember one evening many years age stuck in Luxemburg: we had to leave the train and find a hotel. As four students we had to find a cheap solution. We shared dinner and a hotel bedroom. We spent an interesting evening and exchanged our dreams and hopes for the future. I never saw these people from different continents again, but I remember this encounter very well. We were strangers but because of our situation we got acquainted and trusted one another.

When the ordinary is suspended and people find themselves stuck in a extraordinary situation of waiting, they feel more or less insecure. It is possible – not automatically, but definitively it can happen – that people open themselves and search for companions. This helps them to be stronger and to endure the difficulties. Waiting gives the opportunity to see and create new possibilities. They are ignored when people live simply in haste or routine. Waiting can provide a beautiful experience that people can relate in friendship to one another in difficult times.

These four weeks of waiting, this period of advent is created by our catholic liturgical tradition. It is a kind of artificial delay of the train. Of course we know Christmas is coming. We understand that the light of the sun will return and the days will grow in strength and warmth. But we would like that this would come sooner. Especially those of you who are born and raised in warmer countries and used to more comfortable temperatures and more light, are longing for a change of season. We create this period of four weeks not to prolong our waiting or to create a tedious period of suffering, but to create the opportunity to exchange our hopes and to discover together the signs of a new era of joy. Gaudete, Rejoice, is the name of this third Sunday of advent. It is a way to counterbalance the dark messages of war, hostility, violence, inflation, depression and death that seem to dominate our society.

If we really relate to one another, if we really talk about the light that we want to spread to other people, the light will be spread and will grow stronger than darkness. The charitable initiatives of our own communities, our hospitality in our homes and families, the reaching out to other people. All these signs are not mentioned in the newspapers and do not make headlines in social media. We often forget these signs and we forget to share these messages with each other. That is what church community is about: to show each other these signs of light and charity, these moments of hope. Otherwise we resemble the imprisoned John the Baptist. In the biblical passage of today it is told that from the prison of king Herod, he sent his disciples with this urgent question: “Is your presence sign of a new era? Here in the darkness, I cannot understand the project of the Lord, I cannot see that this world will be saved.” We can feel ourselves as John the Baptist: imprisoned by the messages of despair. And what happens then? As James tells in his letter: this despair makes that people attack one another, they feel competition and see each other as enemies.

That is what happens in our world today: the peoples fight one another, they do not build an international companionship. We can respond in our lives by sharing together the experience of charity and vitality. We do not despair but we have the conviction that actions of charity and solidarity will change the world. They will bring the Kingdom. Let us be messengers of these signs, messengers of the growing light. Be yourself a token of hope and joy. Rejoice because God’s presence in our midst will feed us with his Bread. He will feed us with his Spirit. Then this world will not be lost and will not perish. God is coming and he calls us to become his instruments of salvation. I wish you all a fruitful and joyful time of waiting in the remainder of the Advent. Make the light grow on the advent wreath and in you heart. Amen

Verkondiging 20 november 2022, Christus koning van het heelal

Lezingen
2 Samuël 5, 1-3
Psalm 122
Kolossenzen 1, 12-20
Lucas 23, 35-43

Welkom
Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar valt de term Koning. Het lijkt enerzijds een term uit het verleden, die nostalgie oproept en verwijst naar oude sprookjes. Daar waar nog koningen zijn, heeft dat niets te maken met klassieke koningen die met harde hand leiding gaven aan hun volk. Ze zijn symbolen geworden van geschiedenis, eenheid en stabiliteit. Mooie symbolen, maar anders dan waar de term koning oorspronkelijk naar verwijst. Aan de andere kant trekt de netflix serie The Crown weer talloze kijkers. Een mooie serie. Daar blijkt dat het koningschap niet vanzelfsprekend is. Vandaag nemen we het woord Koning in de mond in relatie tot Christus. Wat betekent dat voor onze eigen manier van leven? Dan vallen woorden als dienstbaarheid en gerechtigheid, solidariteit en ook zelfs lijden. Past dat wel in onze wereld? Laten we ons bezinnen op onze plek in de wereld van vandaag en hoe ons vertrouwen op God ons handelen en onze keuzes bepalen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Red jezelf! Dat is het motto van het koninkrijk van de machten van deze wereld. Als iedereen zichzelf redt, komt het goed met de wereld, want uiteindelijk moeten mensen verantwoordelijkheid voor zichzelf nemen. De Romeinen die de dienst uitmaken en de Schriftgeleerden, die hun positie ontlenen aan deze bezetters, spreken de taal van de macht. Wat Jezus nu laat zien, is een teken van zwakte en ondergang in het denken van deze machtigen. Nee, deze zwakte zal de wereld niet redden, volgens Pilatus en zijn handlangers. Hun positie is verleidelijk omdat die de indruk wekt dat we zelf de teugels in het leven en in de wereld in onze eigen handen hebben. De wereld lijkt dan maakbaar en beheersbaar. De dood aan het kruis is voor hen de weg van de losers in deze samenleving.

Een klein groepje blijft toch Jezus trouw, hoe groot hun teleurstelling en verdriet ook is. Zijn moeder, enkele vrouwen, die ene leerling en hoe wonderlijk: de misdadiger aan het kruis die Hem bij zijn naam noemt. Zij blijven Jezus trouw en beleven met Hem zijn zwakte. Zij zien dat het kruis van Christus de consequentie is van zijn hele leven. Die zwakte is namelijk de kracht van de liefde. Ware liefde vraagt ruimte voor de ander en dat we ons in de ander herkennen, dat we geen weg in het leven kunnen vinden zonder de naasten te beschouwen als broeders en zusters. Dat heeft Jezus altijd geïnspireerd tot zijn wonderen en zijn toespraken. Dat zijn niet simpelweg goddelijke daden van macht en overmacht, alsof God onze problemen wel even zal wegnemen. Het zijn daden waardoor mensen met elkaar verbonden worden en voor elkaar een bron van leven worden. God gaat ons in Jezus voor in barmhartigheid opdat ook wij die ontvangen barmhartigheid delen en doorgeven.

Zo wordt ook die ene misdadiger aan het kruis verbonden met de bron van barmhartigheid die Jezus is. Hij wordt op dit cruciale moment leerling van die barmhartigheid en dat opent de deur van het leven voor hem. De misdadiger roept hem bij zijn naam ‘Jezus’. Die naam betekent - dat weet u: “de Heer redt!” Kende deze misdadiger de naam van Jezus? Of riep hij uit: “Heer, red mij” en gebruikte hij zo de naam van Jezus? Dat herinnert ons aan het feit dat telkens wanneer we de naam Jezus gebruiken, we zelf ook uitroepen: “Heer, red mij!” De naam van Jezus zelf is al een geloofsbelijdenis. Het koningschap dat Jezus toont en dat wij vandaag vieren, verheft Hem boven alle machten en heerschappijen van deze wereld. Niet omdat Hij nog machtiger is, maar omdat Hij een andere macht laat zien en een andere taal spreekt. Hij staat een andere manier van leven voor, een leven vervuld van zijn Geest, een leven waarin zijn Woord woont en spreekt; een leven dat gevoed wordt door de sacramenten.

Het Christus-mysterie dat Jezus toont en waar Paulus van schrijft, laat zien dat als het Kruis in ons eigen leven zichtbaar wordt, we de bron van liefde kunnen aanboren. We hebben vaak geen antwoord op het kruis. Soms is dat kruis veroorzaakt door wat mensen elkaar aandoen, zoals oorlog, geweld en haat. Dat gaat om de oorlog in Oekraïne tot aan geweld en de daardoor veroorzaakte hongersnood in Afrika, maar ook om geweld tussen jongeren in het uitgaansleven, zoals op Mallorca. Dat geweld kan mensen beheersen in boosheid en agressie, in woorden en soms in daden. Dat brengt alleen maar meer hardheid met zich mee. Het is een vicieuze cirkel die door het kruis van Christus wordt doorbroken.

De tekst van Paulus is geen redenering, maar een gedicht. Hij heeft waarschijnlijk een oude hymne die in de eerste christengemeente werd gezongen en die ontleend is aan oudere Joodse bronnen, op Christus toegepast. Daarin laat hij zien hoe God aanwezig is in deze wereld. Soms lijkt het alsof de wereld overgeleverd is aan machten die de dienst willen uitmaken in deze wereld. We hebben ons daar maar in te schikken. Maar Paulus zegt dat de verzoenende kracht, die ook een scheppende kracht is, in ons woont. Als we ruimte maken voor het kruis in ons denken, ervaren en handelen, maken we ruimte voor de liefde wekkende krachten van Christus. Doordat we in de aanblik van het kruis ervaren hoeveel levenskracht en liefde we van God ervaren, mede door wat mensen ons kunnen bieden, dan groeien we in de volheid van het mens zijn. Niet lijden en geweld overheersen, maar de liefde die we van God ontvangen. Dat is de weg ten leven, dat is de weg van de opstanding. Amen.

Verkondiging 2 november 2022, Allerzielen

Welkom
Wat blijft er van ons leven over? Ons leven kan kort zijn of lang, maar het is altijd eindig. Bij een afscheid in de kerk of aula worden herinneringen aangehaald en foto’s getoond. De herinneringen die gedeeld worden, kunnen troostend zijn. Mensen kunnen hun eigen herinneringen hebben, die anders zijn dan die van anderen. Die herinneringen die mensen bijblijven, zijn vaak een concreet teken van iemands leven.

Wat blijft er van ons leven over? Veel mensen worden begraven en onze traditie heeft daar een voorkeur voor, omdat een kerkhof of een begraafplaats ook een plek is van ontmoeting, een plek van bezinning. In onze drukke samenleving kan een stille plek van een kerkhof of begraafplaats zoals hier, een rustpunt zijn om ook over het eigen leven na te denken. Crematies worden tegenwoordig vaker dan vroeger gedaan in onze katholieke kring en dat kan ook heel goed zijn, mits het met eerbied voor het gestorven lichaam gebeurt. Ook dat afscheid kan leiden tot een persoonlijke bezinning op het leven en het eigen sterven. Wat zal er van mijn leven over blijven? Het begraven of cremeren in christelijke zin heeft de boodschap dat we over die grens van de dood verbonden blijven. Het is immers onze God die wij een God van levenden noemen, die ons bijeen houdt.

Wat blijft er van ons leven over? In onze gemeenschap worden vanavond de namen genoemd van allen die het afgelopen jaar gestorven zijn. En u heeft ongetwijfeld nog andere namen in uw hart die u in stilte straks uitspreekt. Namen die dierbaar zijn, namen die de herinnering aan een gezicht, een stem, een persoon weer wakker roepen. Het is een naam van een echtgenote of echtgenoot, een naam van een kind, of van ouders, of van broers of zussen of van vrienden. Het Bijbelse beeld is dat al deze namen in Gods hand geschreven staan, in Gods boek van leven. Ook al worden mensen door ons vergeten, God zal hen niet vergeten. Integendeel Hij brengt hen thuis in zijn huis van Leven en Licht.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In ons leven ervaren we regelmatig breuklijnen. Een breuklijn is een wending in je leven door een gebeurtenis of een ontmoeting. Soms is die wending gewenst, soms onverwacht en verrassend. Soms is die pijnlijk en verdrietig. Een breuklijn betekent dat je je identiteit weer in evenwicht moet brengen: wie ben je in deze nieuwe situatie?

De grootste breuklijn die wij mensen ervaren in ons leven, is de dood van dierbaren. Het is voor mij steeds een overweldigende gedachte dat de dood van een dierbare betekent dat hij/zij nooit meer terug komt. De dood van een dierbare plaatst me aan de grens van de eeuwigheid: iemand die een deel van mijn leven is, zal nooit, maar dan ook werkelijk nooit meer terug keren. Ook al draag ik het gelovig besef mee dat we ooit op één of andere manier bij God verzameld zullen zijn, zal dat anders zijn dan het leven op deze aarde. Dat is daadwerkelijk voorbij en komt niet meer terug. Ook die gedachte kan me overweldigen: dit leven en deze aarde waar ik woon, zullen ooit voorbij zijn. Soms is het alsof ik voor een muur sta en voor een ondoordringbare grens. En als ik dan denk aan dierbaren uit mijn leven, mijn ouders, familieleden, een paar klasgenoten, kinderen en jongeren die ik begraven heb of van wie ik een uitvaart heb begeleid, dan doet het mij verdriet dat ze geen deel meer zijn van mijn dagelijkse leven. En ik herinner mij het intense verdriet van nabestaanden, partners, kinderen en ouders van gestorvenen. Ook zij ervaren die breuk en die leegte in hun leven.

We lezen dit verdriet ook bij de leerlingen van Jezus. Ook zij ervaren de breuklijn van Goede Vrijdag. Het is de traumatische ervaring van Degene die de redder van Israël leek te zijn, de Messias, die als een misdadiger aan het kruis geslagen wordt en onder hoongelach van het volk sterft. Het enthousiasme van de leerlingen in Galilea, de opzienbarende intocht in Jeruzalem: dat alles gaat ten onder in de stilte en de duisternis van het graf. De leerlingen moeten verder met hun leven en ze ervaren nieuwe kracht. Het lege graf blijkt een enorme bron van inspiratie te zijn: het besef dat Jezus leeft en dat wij allemaal bestemd zijn om te leven, geeft een nieuwe dimensie aan de verhalen over Jezus. Al die verhalen over Hem en al de woorden die Hij gesproken heeft, getuigen van het oneindige leven, dat God de Schepper voor ons bestemd heeft.

In aansluiting daarop hebben we woorden van Paulus die ons vertellen wie wij zijn in de aanblik van de overweldigende breuklijn van de dood. Telkens opnieuw worden we door de gebeurtenissen van leven en dood geconfronteerd met onze eigen dood. Wie zijn wij dan als mensen? Soms komt de dood in ons leven als een vredige bevrijding na een lang ziekbed, en soms komt de dood als een agressieve gewelddadige indringer. Maar in al die situaties is die grenservaring een fundamentele crisis. Paulus troost ons in verschillende brieven met woorden die verwijzen naar de kracht van de Liefde van God. Die liefde is meer dan houden van, meer dan een emotie van mensen. Die Liefde is de bron van leven die mensen met God verbindt. Niets zal ons scheiden van de liefde van Christus. Het is ook zijn eigen ervaring. Paulus wordt gevangen gezet, hij wordt met de dood bedreigd. Ondanks dat alles is de bron van zijn leven open gebleven: de nabijheid van God heeft hij altijd vastgehouden. Beter: hij heeft ervaren dat het God was die hem vast hield en hem in die nood leven en liefde gaf.

Als wij vandaag met elkaar deze dag van Allerzielen vieren, mogen we ook stil staan bij de troost en de kracht die we zelf ervaren hebben. We ervaren die door mensen om ons heen, in ons gebed in vieringen als deze, door het samenkomen op deze plek, bij het graf of in de kapel. De breuklijn van de dood van onze dierbaren zal dan niet het laatste woord hebben. Onze geloofsgemeenschap geeft daarop antwoord: hier horen wij bij elkaar. Als is het voor sommigen alleen deze avond, en voor anderen een wekelijkse betrokkenheid bij de kerk. Hoe het ook zij: dit samen zijn hier is het fundament van de eenheid in ons leven, de verbondenheid met elkaar en met allen die ons in de dood zijn voorgegaan. God helpt ons om te kijken over de breuklijnen heen, zelfs als die eeuwig lijken. Het is zijn Liefde die ons inspireert om elkaar te blijven beminnen ook als we gestorven zijn. Moge die bron ons allen troosten, vandaag en morgen en alle dagen. Amen