LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Herdenking 4 mei 2019

Aan wie heeft u net gedacht bij het monument? Dat is geen gewetensvraag om te weten of uw herdenking past in de doelstelling van het nationale comité 4 en 5 mei. Het is ook niet een vraag die bedoeld is om de herdenking zuiver en dichtbij de oorlog van toen te houden en anderen uit te sluiten. De laatste jaren wordt de discussie gevoerd over wie er nu herdacht mogen worden op deze dag. Wordt het niet een verwaterde herdenking indien we alles en iedereen gaan herdenken. Wie heeft u herdacht?

Ik hoop dat het herdenken zojuist een rijke ervaring was waarbij een veelheid van personen en beelden in uw herinnering voorbij is gekomen. Wie de kranten leest en programma’s ziet, wordt geconfronteerd met veel verhalen van mensen die net wel of niet aan de dood zijn ontsnapt. Het zijn verhalen die aan de vergetelheid worden ontrukt. We willen ontsnappen aan de wetmatigheid van de vergetelheid in de geschiedenis die de verhalen van het verleden in de marge van ons denken duwt. Arnon Grunberg schrijft vanmorgen in de NRC: de oorlog blijft een schimmenrijk.

Herdenken betekent dat we ons verzetten tegen deze wetmatigheden van de verleden tijd en de “vergeten tijd”. Herdenken betekent dat onze herinnering sterker is dan de vergetelheid die zich aan ons opdringt. Christenen mogen beschouwd worden als specialisten van herdenken omdat ze wekelijks de dood van één persoon herdenken. Die ene persoon staat centraal, maar dat is geen exclusiviteit; integendeel: de herdenking van die ene persoon omvat tegelijk de gehele mensheid, ja zelfs de gehele geschiedenis. Ik plaats daarin mijn mensen en mijn beelden die ik niet wil vergeten. Bij die zondagse herdenking in kerken komt een veelheid van personen en beelden voorbij en dat vinden we verrijkend en verdiepend. Christenen noemen dat heiligend, helend, genezend. Juist door zoveel mogelijk ruimte te scheppen voor de personen en beelden in je herinnering, blijft het herdenken van de ene persoon van 2000 jaar geleden zinvol. Aan wie heeft u gedacht bij het monument?

Dit herdenken overstijgt de tijden en de plaatsen van vandaag. Het herdenken brengt ons dichterbij de verzetsmensen die gevangen zaten in het Oranjehotel en op de Waalsdorpervlakte doorgeschoten zijn; het brengt ons dichterbij de homoseksuelen en Roma die afgevoerd en vermoord zijn omdat zij anders zijn; natuurlijk ook dichtbij de joodse Haagse kinderen en volwassenen die vermoord zijn in vernietigingskampen, maar evenzeer dicht bij de blauwhelmen die omgekomen zij bij vredesmissies in de afgelopen tientallen jaren.

Aan wie heb ik gedacht bij het monument? Ik denk ook aan mijn medebroeder Xyste uit de Centraal Afrikaanse Republiek, die nog dagelijks leeft met de angst dat het geweld vandaag weer losbarst, of de advocaat Arsene uit Congo, die via Justice en Peace bij mij gelogeerd heeft in het kader van Shelter City en voor wie verkiezingen levensgevaarlijk zijn en voor wie nu ebola de ramp groter maakt. Ik kan geen rem zetten op mijn herinneringen en gedachten. Ik zou aan iedereen wel willen denken, maar dat wordt onzinnig en leeg. Nee concrete gezichten en namen, beelden van documentaires en verhalen, van een Joodse vriend die als kind was ondergedoken, van mijn moeder die als onwetend en naïef meisje krantjes rondfietste waarvan ze amper begreep wat er in stond, totdat haar ouders het haar verboden omdat het te gevaarlijk was. Ze woonde naast de legerbasis aan de Brasserskade bij Delft. Ik denk aan Anna Mathilda Lansberg, een Joods meisje van 14 jaar, voor wie ik een bloem heb neergelegd bij het Joodse kindermonument vorige week. De lijst is een open lijst en kan verrijkt worden.

Wie weet van herdenken, is een rijk en gezegend mens. Wie weet van herdenken, kan ontkomen aan het schimmenrijk van de geschiedenis Aan wie weet van herdenken, zal de geschiedenis niet ontnomen worden. Wie weet van herdenken, bouwt aan zijn/haar identiteit. De twee minuten stilte kan het meest rijke moment van het jaar zijn dat we met elkaar in Nederland delen. Laten we dat moment altijd bewaren, koesteren en verzorgen.

Ad van der Helm, voorzitter Haagse Gemeenschap van Kerken

Den Haag 4 mei 2019

Verkondiging tweede zondag van Pasen, 28 april 2019

Lezingen
Handelingen 5, 12-16
Psalm 118
Openbaring van Johannes 1, 9-11a.12-13.17-19
Johannes 20, 19-31

Welkom
Het feest van Pasen kent geen einde. De liturgie onderstreept dit vandaag op Beloken Pasen, de zondag van de barmhartigheid. Indien we werkelijk de weg van Pasen gaan, verspreiden we barmhartigheid in de voetsporen van de verrezen Heer. Nu wordt zichtbaar welk effect het Paaslicht op mensen heeft, welke nieuwe mogelijkheden er zijn voor mensen die zeggen te geloven. De leerlingen laten zien dat de kracht van Jezus’ Geest in hen gekomen is en dat deze dezelfde wonderlijke gebeurtenissen tot stand brengt als Jezus. Geloof is handelen; effectief handelen kan alleen met geloof. Daar waar de Geest van Christus present wordt gesteld, kan de wereld veranderen. De wereld heeft dat nodig, mensen hebben dat nodig. Laten wij dragers van die Geest zijn die ons hier rondom de eucharistie heeft samengebracht. Brengen wij onze leefwereld bij God en vragen wij om wijsheid om de wegen van handelen te zien.

Homilie
De kerk kan alleen opgebouwd worden op geloof en overtuiging. De apostel Thomas was er niet bij, toen Jezus de eerste keer aan zijn leerlingen verscheen. Hij deelde niet in de ervaringen van de andere apostelen. Hij liep een stap achter. Het getuigenis van de andere leerlingen is voor hem onvoldoende. Hij heeft zijn eigen ervaring nodig. Die wordt hem bij de tweede ontmoeting wel gegund. De beschrijving van de eerste kerkelijke viering is sober en beperkt, maar de kern van dit samenzijn is duidelijk: een ontmoeting met de levende Heer. Deze ontmoeting gaat gepaard met het woord “vrede”. U weet dat ik dat als een herkenningswoord beschouw voor de verrezen Heer. Het is ook een herkenningswoord van de leerlingen van Jezus: daar waar zij komen moet werkelijke vrede zichtbaar worden. Deze vrede is de ervaring van de ontmoeting met de Eeuwige. Vrede is geen overeenkomst na een compromis, maar een “zijn”, een existentie: de mens is immers bedoeld als beelddrager van God. Pasen herinnert ons aan die oorsprong. De vrede van Pasen is aangebroken wanneer we kunnen geloven in het herstel van dat begin. De ontmoeting met de verrezen Christus herinnert ons aan die oorsprong.

De verhalen van Pasen zijn verhalen waar duidelijk wordt gemaakt dat de kerkgemeenschap de plek is waar Christus leeft, en waar de leerlingen Hem ervaren. In de verhalen van de eerste apostelen worden alle zintuigen aangesproken: ze zien en horen Hem. Thomas mag Hem zelfs aanraken. Er wordt gegeten en gedronken: aan de oever van het meer is een ontbijt gemaakt op een houtskoolvuur: zelfs smaak en geur doen mee in de ervaring van Pasen. Heel de mens kan vervuld raken van de ervaring dat de Heer leeft. Uit deze ontmoetingen blijkt dat Pasen niet simpelweg een spirituele gedachte is, of een droom die ons helpt de harde realiteit van vandaag te ontkennen. Pasen gaat over ons dagelijkse, menselijke bestaan: zoals in Christus het goddelijke en menselijke niet van elkaar gescheiden kunnen worden, kan onze persoonlijke ervaring niet losgemaakt worden van die hemelse nabijheid. Wij zijn wetenschappelijker en sceptischer ingesteld dan de apostelen en we wantrouwen dit spirituele aspect van de zintuigen. Toch vertelt Pasen hoe onze eigen werkelijkheid doordrongen en vervuld raakt van de werkelijkheid van Gods aanwezigheid in de Geest van de verrezen Heer Jezus Christus.

Hoe zijn sommige mensen in staat de wereld om hen heen te veranderen en verschil te maken tussen oorlog en vrede, tussen haat en verzoening? Er zijn grote voorbeelden die helaas zeldzaam zijn; de kleinere die de kranten niet halen zijn talrijker. In onze kerk hebben we mensen die we in onze herinnering vasthouden en als heilig beschouwen. Frans van der Lugt is er een, maar onze kerk staat er vol mee. We zien het al bij de apostelen. De kerk zelf heeft die wonderen ook nodig vanwege haar beschadigingen, soms door gebeurtenissen van buiten, soms door gebeurtenissen in haar zelf. De apostelen maken na het drama van Goede Vrijdag het verschil omdat zij persoonlijk de ervaring meedragen dat zij de Heer gezien hebben. Het krachtige getuigenis van Maria Magdalena heeft de andere apostelen op het spoor gezet om zelf op onderzoek te gaan en ruimte te scheppen om het zelf te ervaren.

De oproep is om weer toegang te hebben tot die ervaring. Wij zijn als kerkgemeenschap geroepen om die ervaringen te koesteren. Is hier ruimte om de Heer te ontmoeten? Brengt de eucharistie ons dichterbij Christus zoals de Emmaüsgangers dit ervaren hebben? Hun hart brandde in hun binnenste; hoe is het met ons hart? We zijn geroepen om als het ware het brandende hart in deze wereld te zijn, dat de bron is van de wonderbaarlijke genezing van onze samenleving, van de mensen in onze wereld. Uit het hart van Jezus komt barmhartigheid, uit ons hart kan barmhartigheid komen. Zoals Johannes op Patmos wordt opgeroepen zijn verhaal op Schrift te stellen, schrijven wij ons verhaal van barmhartigheid op vele manieren in deze wereld. Dat verhaal begint met de aanblik van Christus, de verrezen Heer die zijn wonden toont, maar ons Vrede schenkt. Deze Paastijd is een tijd van ontmoeten, een tijd van open staan voor ontmoetingen. We ontmoeten elkaar hier in de kerk als Thomassen en Petrussen en Johannessen, als Maria’s en Salomé’s. We delen met elkaar ons geloven en onze ervaringen om het brandende, vurige hart van deze wereld te zijn, bron van herstel en leven. Amen

Verkondiging Paaszondag, 21 april 2019

Lezingen
Handelingen 10, 34a.37-43
Psalm 118
Kolossenzen 3, 1-4
Johannes 20, 1-9

Welkom
Christus is verrezen. Alleluia! Hij is waarlijk opgestaan. Alleluia!
Welkom op deze morgen. Vannacht zijn we van duister naar licht gegaan en in de kracht van het prille licht van het voorjaar, ervaren we nieuwe levensadem. Het is de Heer die ons zegent met deze nieuwe dag en Hij roept ons op getuigen te zijn van dat licht, getuigen van Christus opdat de wereld zich niet overgeeft aan cynisme en zinloosheid. Er is een antwoord op het onmetelijke lijden van de mensheid. De onrust en stoere taal en het dreigen en het afvuren van wapens zal nooit een bron van vrede kunnen zijn! Christus heeft ons een ander antwoord gegeven. Vannacht is gebleken dat Hij zelf dat antwoord is. Dat blijkt uit zijn verrijzenis. Er is hoop voor de mens van alle tijden en plaatsen, ook in deze tijden van onrust en haat en geweld, juist in deze tijd. Christus is ons voorgegaan door de dood heen. Hij heeft zijn gelaat niet afgewend voor lijden en dood, maar is vol vertrouwen op zijn Vader de weg gegaan. Wij waren de afgelopen dagen getuigen van verraad en verloochening, niet alleen de namen van Judas en Petrus klinken daarbij, maar ook de namen van terroristen die verraad plegen aan de mensheid, namen van dictators die met harde hand en stoere taal hun orde willen brengen in de wereld, namen van bisschoppen en priesters die hun ambt beschaamd hebben, namen van mensen en bedrijven die de aarde en de schepping uitbuiten omwille van eigen gewin en ongebreidelde luxe, maar wij zijn getuigen van het nieuwe licht, het ware licht, dat we nooit meer laten uitdoven in ons hart en in ons leven. Wij kiezen een andere weg, de weg van de verrezen Heer.

Homilie
Christus is verrezen! Alleluia
Al in het vroege voorjaar van 2019 startte de Franse krant La Croix een campagne om de kerk te repareren: réparons l’église, dit als reactie op een initiatief van paus Franciscus, die vorig jaar een brief schreef aan het volk van God. Daarin wees hij vastgeroeste klerikale structuren aan als oorzaak van de vele problemen in de katholieke kerk. Als reactie daarop kwamen mensen in Frankrijk naar voren om wegen van herstel aan te duiden, voorstellen en voorbeelden van vernieuwing. De krant wil een verzamelpunt zijn van inititieven en voorbeelden om daarmee een groot debat aan te zwengelen. Daar zijn de Fransen natuurlijk goed in: grote ideeën en uitwisselingen van gedachten. Het logo was een kerk in de steigers, in de vorm van een legpuzzel, geen grote kathedraal, maar een eenvoudige kwetsbare parochiekerk. Dat het herstel van de kerk zo concreet zichtbaar zou worden na de brand van Notre Dame de Paris, had niemand kunnen denken. Het is een treffend teken van de gesteldheid van onze kerk die herstelwerkzaamheden nodig heeft. Door veel pastores en theologen wordt hierover geschreven en gesproken: is dit gebeuren niet veelzeggend? Bisschoppen en priesters wijdden hun preek hieraan, zoals ook onze bisschop afgelopen woensdag in zijn kathedraal van Rotterdam, die gelukkig nog stevig overeind staat.

Gisterenavond hebben tien mensen in onze parochie de stap gezet om toe te treden tot de katholieke kerk en nog twee volwassen mensen hebben het vormsel ontvangen. In ons bisdom zijn er zo’n hondervijftig nieuwe katholieken. In wat voor kerk zijn ze binnengetreden? In een ruïne, in een gehavende kerk zoals de Notre Dame van Parijs? Of in een mooie perfecte en ideale geloofsgemeenchap van heiligen? In geen van beide; ik hoop dat u dat begrijpt. In een bescheiden en voorzichtige kerk, maar wel een gelovige en vertrouwende kerk. Een kerk met een geloofsovertuiging die stevig geworteld is in het evangelie van Jezus Christus. Een kerk die het kruis van Christus centraal blijft stellen, zoals het kruis in de rokende puinhopen van het hart van katholiek en christelijk Frankrijk beter zichtbaar is geworden. Reparons l’église. Laten we de kerk herstellen. Dat is het motto waarmee we dit Pasen willen vieren. Dit herstel kan niet anders dan met de gehele kerkgemeenschap. Dat is niet een kwestie van paus en bisschoppen alleen. Zij nemen het voortouw en met vertrouwen in de gehele kerkgemeenschap gaan zij gezamenlijk de weg. Zij zullen uitnodigend en bemoedigend de mensen van de geloofsgemeenschap bij dit herstel betrekken. Maar zij hoeven dat niet alleen te doen. Het herstel begint met de overtuiging dat wij ons als leerlingen dienen af te wenden van het graf, van een kerk en een samenleving die voorbij zijn. De klerikale kerk waar de clerus de dienst uitmaakt en de gelovigen zwijgen of ten hoogste als actieve maar gehoorzame vrijwilligers hun bescheiden rol vervullen, is voorbij. Dat is de clericale kerk die paus Franciscus om zich heen ziet, maar die we ook in onze eigen kerk aanwezig zien. Dat is een kerk zonder toekomst.

De scene vandaag rond het lege graf mag ons inspireren: er is daar volop beweging. De vrouwen gaan er als eerste heen om het lichaam van Jezus te eren. In het Johannesevangelie is het Maria Magdalena die het voortouw neemt. De apostelen zijn in geen velden of wegen te bekennen, maar Maria en de andere vrouwen ontdekken dat er niets te vinden is bij het graf. Zij ontmoeten er boodschappers die vertellen dat de leerlingen Jezus elders zullen ontmoeten, niet bij het graf. Het graf is geen plek voor gelovige mensen. De dood heeft immers geen betekenis meer voor hen, de dood is geen eindpunt. De dood is een passage en een doorgang, een uittocht. De leerlingen die op onderzoek uitgaan, Petrus en Johannes, bevestigen het verhaal en dragen het verder uit. Daar begint de paasboodschap, daar begint de geloofsgemeenschap, de verkondiging dat de bestemming van de mensheid niet het graf is, maar het leven. Deze overtuiging verplicht tot actie, tot handelen, tot zorg voor de schepping, tot zorg voor de naaste, tot steun aan de geloofsgemeenschap die deze boodschap levend houdt. Dat is de het evangelie van Pasen dat we uitdragen. Laat de geloofsleerlingen niet teleurgesteld raken wanneer zij de parochie beter leren kennen. Laat niet het wereldse ons overheersen, niet de hang naar macht en aanzien die ook in iedere parochie mensen kan vervullen, die zich op eigen posities laten voorstaan en die zo gemakkelijk een oordeel hebben over anderen.

Wij mogen de kerk herstellen door met nieuwe energie vorm te geven aan onze geloofsgemeenschap hier in Den Haag, ook als vrijwilligers, door te bidden, door de kerk financieel te ondersteunen, door simpelweg anderen te vertellen dat het evangelie gaat over het leven en niet over de dood. Het evangelie gaat over naastenliefde en zorg voor de kwetsbaren in onze stad. We laten die kwetsbare mensen niet over aan de dood, maar we voeren hen naar het leven, naar de Liefde van Christus zelf. In Parijs is een discussie losgebasten over het herstel van de Notre Dame. Moet die compleet gereconstrueerd worden of moet er juist iets vernieuwd worden? Ongetwijfeld zal er een manier gevonden waarop deze gerestaureerde kerk getuigenis kan afleggen van een levend geloof dat in de samenleving present is, zoals wij met een levend geloof getuigenis afleggen van onze overtuiging dat Christus verrezen is en leeft!
In die zin wens ik u allen Zalig Pasen! Amen