LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 24 december 2019, hoogfeest van Kerstmis- nachtmis

Lezingen
Jesaja 9, 1-3.5-6
Titus 2, 11-14
Lucas 2, 1-14

Welkom
Welkom aan u allen in deze nacht, in dit huis van licht en vrede. Welkom om het geboorteverhaal van Jezus weer te horen en dit te plaatsen in de wereld van vandaag, onze wereld van nu, in je eigen leven van hier en nu. De geboorte van een kind laat de mens denken en dromen. En zeker de geboorte van dit Kind stemt tot nadenken. U heeft de weg gevonden naar deze plek, deze herberg. De weg is niet eenvoudig en er zijn veel obstakels. We kunnen klagen over de belemmeringen en we kunnen allerlei redenen noemen om thuis te blijven. Maar er is een stem die ons roept en die ons aanspreekt. De stad is onveilig en onrustig. De kerk is niet meer wat ze geweest is. Maar de samenleving is ook niet meer wat ze geweest is. Misschien bent u teleurgesteld in mensen van de kerk. Misschien bent u wel somber over de staat van ons land en onze wereld.

Toch bent u gekomen. Misschien heeft iemand anders u overgehaald. Misschien heeft u zelf mensen kunnen overtuigingen om mee te gaan. Weest welkom hier, met welke bijgedachten u ook bent gekomen. U bent de drempel over. U kunt het Kind in de ogen kijken. Laat het Kind u aankijken. Het Kind dat allen ontwapent, biedt vrede. Daartoe zijn we hier samen. En God komt ons tegemoet in het Kind. En Hij komt in de mensen die we hier ontmoeten. Maar ook komt Hij ons tegemoet in het brood dat in zijn naam gebroken en uitgedeeld wordt. Hij die het brood voor de wereld is, wordt in Bethlehem geboren, in het huis van brood. Hier is Bethlehem, vanuit het brood dat gedeeld wordt kijkt God ons aan en schenkt ons zijn liefde.

Bienvenu à toutes et à tous qui célèbrent la solennité de Noël avec nous ce soir. Dieu partage notre humanité avec nous afin que nous toucherions à sa divinité. Heureux les voyageurs de nuit qui écoutent le message des anges: gloire à Dieu et paix sur la terre aux hommes qu'Il aime. Je vous souhaite que l'eucharistie de cette nuit sainte vous transmettra la grâce divine.

Welcome to our guests who celebrate Christmas with us tonight. God shares our humanity in order to reach his divine presence. Blessed are the travellers of this night who understand the message of the angels: Glory to God and peace on earth for men whom He loves. I wish you a very grace-filled celebration.

Willkommen an unsere Gäste die mit uns Weihnachten feiern diese Nacht. Gott teilt unsere Menschlichkeit ob dass wir seine Göttlichkeit erfahren können. Gesegnet sind die Wanderer in der Nacht die die Botschaft der Engel verstehen: Ehre zu Gott in der Höhe und Friede auf Erde für die Menschen die Er liebhat. Ich wünsche Ihnen ein gnadenvolles Mess feier.

Bienvenidos a todos presentes aquí con nosotros esta noche para celebrar la Solemnidad de Navidad. Dios comparte nuestra humanidad a fin que nosotros podamos llegar a su divinidad. Bienaventurados los viajeros de esta noche quienes entienden el mensaje de los ángeles: «¡Gloria a Dios en las alturas, y en la tierra, paz a los hombres amados por él!». Les deseo una celebración llena de gracia.

Un caloroso benvenuto ai nosri ospiti che celebrano con noi questa notte il Santo Natale. Dio condivide oggi la nostra umanità, affinchè noi possiamo raggiungere la sua divina presenza. Siano benedetti i viaggiatori che questa notte comprendono il messaggio degli angeli "Gloria a Dio e pace in terra agli uomini che Egli ama". Auguro a tutti voi una celebrazione piena di grazia.

Homilie
Broeders en zusters, goede vrienden,
Onze geloofsleerlingen van dit jaar die zich voorbereiden op hun doop en opname in de katholieke kerk met Pasen 2020 kregen de schrik van hun leven. We lazen de kerstverhalen van Lucas en Mattheüs. We spraken over het grote drama dat verscholen gaat achter het idyllische verhaal van een pasgeboren Kind. Zij hoorden voor het eerst over de achtergronden en de betekenis van het geboorteverhaal van Jezus. Het gaat over een Kind dat er eigenlijk niet had moeten zijn. Het gaat over een Kind dat niet in onze wereld past. Hun beleving van Kerstmis viel in duigen bij de lezing van het kerstevangelie van deze nacht. We zaten onder het grote schilderij met het kersttafereel van Bloemaert in de pastorie, dat velen van u wel kennen; we lazen van een voederbak, een kribbe, een stel zwervende herders en een paar beesten. Voor het schilderij in de pastorie staat op de schouw een groot kruisbeeld. Ook dat riep vragen op. Dat kruis lijkt er niet bij te passen: Kerstmis is geen Pasen. Maar het refrein van beide verhalen is hetzelfde: het Kind had er niet moeten zijn, als Kind niet en als volwassene niet. Deze mens past niet in onze wereld. Hij past niet in ons denken.

Als Maria en Jozef in Bethlehem aankomen, zitten alle deuren dicht. Zij zoeken niet zomaar een slaapplek en onderdak, zij zoeken een kraambed. Dat betekent natuurlijk voor een herbergier gedoe: deze gasten zullen extra aandacht nodig hebben. Zij zullen niet zo snel weer vertrekken en er zijn voldoende gasten in de stad met wie gemakkelijker en sneller geld te verdienen is: minder overlast en meer gemak. Hoteleigenaars van alle tijden zijn natuurlijk gastvrij, maar tegelijkertijd zijn zij zakenmensen. Zij hebben ook een business te runnen: “Ga maar ergens anders kijken, met je zwangere vrouw. Je vindt vast nog wel ergens plek” Nee, dus, ofwel: ja, in een grot tussen de beesten!

Niet alleen de hoteldeuren zitten dicht. Israël zit helemaal niet op een bevrijder te wachten. De Romeinen hebben het hier goed voor elkaar. Ze laten de Joden hun God vereren als ze het maar niet te bont maken en niet te veel in het oog lopen en de Romeinse keizer in ieder geval maar lippendienst bewijzen. Ook de deuren van Israël zitten dicht: de politieke status quo verdraagt geen onwettige kinderen. De keizer wil precies weten hoeveel mensen er zijn om zijn macht te doen gelden. Deze pasgeborene valt echter buiten zijn categorieën: het Kind wordt geboren tussen hen die toch niet meegeteld worden: herders doen er niet toe. Stelletje zwervers!

Het verhaal gaat dus over dakloosheid. Het gaat over een dakloos gezin waar we er in onze moderne samenleving veel te veel van hebben. Er zijn nog steeds deuren die dicht zitten en regelmatig merken onze mensen van de caritas dat die deuren niet zo gemakkelijk te openen zijn, echt niet altijd uit onwil, maar ook omdat we het openen zo ingewikkeld hebben gemaakt. We hebben systemen met deuren gecreëerd en we houden deze ook liever vaak gesloten. Veiliger, rustiger, overzichtelijker. Protocol boven barmhartigheid. Dus is Kerstmis een feest omdat God wél deuren opent. Te midden van alle moeilijkheden en onmogelijkheden, creëert God nieuwe wegen die we zelf niet hadden kunnen bedenken. God spreekt immers een andere taal dan de taal van gesloten deuren. Welke deur heeft God dan eigenlijk geopend in deze kerstnacht? Dat is de deur van zijn geloof in de mens. God heeft het vertrouwen in de mens niet verloren. Het Christus Kind is Hijzelf die in deze wereld komt. Hij vertrouwt zichzelf toe aan de wereld, aan de mensheid. De Schepper vertrouwt zich toe aan zijn eigen schepping. Natuurlijk beseft God dat de mens vaak de neiging heeft om de deur naar de ander te sluiten, of alleen open te doen als hij er zelf beter van wordt. Wat heeft de ander mij te bieden? In een wereld van functionaliteit waar deuren pas open gaan wanneer je de sleutel toepast van het voordeel en het gewin, heeft God zijn eigen deur open gezet om mensen te ontvangen. Je hebt geen sleutel nodig, geen DigiD, BSN nummer, of verzekeringspolis. Je bent geen nummer, geen dossier. Je bent een mens die verlangt bemind te worden. Dat betekent het om een menselijke persoon te zijn: verlangen naar Liefde. God schenkt ons vannacht die onvoorwaardelijke Liefde in de geboorte van dit Kind.

De eersten die bij Hem komen zijn herders die dakloos zijn. Hoeveel herders zijn er? Er zijn vannacht vele herders. Dakloosheid heeft immers niet alleen met een eigen dak te maken, maar ook met de betekenis die je aan je leven geeft. Je kunt je in je eigen leven dakloos voelen. Je kijkt om je heen en je beziet je leven, je werk, je relaties, je vrienden, je collega’s en je familieleden. Je bekijkt je tijdsbesteding en je geldbesteding: wat doet het er toe? Wat is de kern? Met al je vragen mag je hier komen onder dit dak dat God gebouwd heeft, een dak van een huis met open deuren. Je mag hier zijn, bij het Kind dat er eigenlijk niet had mogen zijn. Dat godsgeschenk laat ons hier zijn, laat ons hier samen zijn. Dat mag gevierd worden, dat is de betekenis van Kerstmis. Het blijft een dramatisch verhaal, maar de essentie opent de deur van ons eigen hart en daarmee de deur van ons eigen huis. Dat is de eerste stap naar een nieuwe wereld zoals God de Vader die gedroomd heeft, en waarvan zijn Zoon verkondigd heeft in woord en daad. In die heilige Geest vieren we Kerstmis. God ziet je en bemint je!

In die zin wens ik u: Zalig Kerstmis ! Feliz Pasku! Merry Christmas!

Verkondiging 22 december 2019, vierde zondag van de advent

Lezingen
Jesaja 7, 10-14
Psalm 24
Romeinen 1, 1-7
Mattheüs 1, 18-24

Welkom
Goedemorgen, welkom bij deze laatste etappe naar de geboorte. Is alles in gereedheid gebracht, zijn de kaarten verzonden en de inkopen gedaan? Zijn we ook innerlijk voorbereid? Maria brengt twee elementen samen die voor ons niet meer samen gaan: maagdelijkheid en zwangerschap. Beide aspecten van het menselijk bestaan zijn fascinerend: een maagdelijk kind is nog niet besmeurd met de harde werkelijkheid van het menselijk bestaan en heeft nog geen last van alle dilemma’s en compromissen die ons leven ingewikkeld maken. Anderzijds zwangerschap: iemand staat op het punt iets creatiefs voort te brengen. Mensen zijn in staat tot creativiteit op allerlei vlakken van het leven. Kerstmis brengt deze twee samen: creativiteit als vrucht van maagdelijkheid. Bij Jozef krijgt dat vandaag een bijzondere invulling: zijn maagdelijkheid betekent dat hij de dromen vertrouwt en op basis daarvan zijn keuzes maakt. Kunnen wij terug naar onze maagdelijke oorsprong: onze eigen eerste momenten van geloof en liefde? Durven wij op onze dromen te vertrouwen?

Welkom aan de gasten van de Sint Jacobsstaf: we hebben u uitgenodigd om in onze kerk te gast te zijn bij deze viering als voorbereiding op Kerstmis. De adventskrans is vol van licht en daarmee is dit het juiste moment om u bij ons te gast te hebben. Dit is de zondag waarbij we in het Rorate in het vierde couplet van Gods troost horen. Die boodschap is speciaal voor u vandaag. We zijn blij dat u hier bent omdat u ons herinnert aan de kwetsbaarheid van de mens.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
De tekenen van de tijd verstaan, dat is de opdracht van leiders van de kerk en leiders van de wereld. Als zij begrijpen waar de tijden om vragen, kunnen zij de noodzakelijke maatregelen nemen. Grote kwesties van klimaat en vrede zijn dit jaar aan de orde. Maar er heerst grote onvrede over de manier waarop deze problemen worden opgepakt. We zie protesten en demonstraties van mensen die zich niet gehoord voelen en als het ware zelf de problemen van de wereld op hun bord krijgen. De lasten van deze problemen worden volgens hen niet eerlijk verdeeld. Ook in onze stad heerst onrust en verdeeldheid en in een aantal stadsdelen kijken mensen met grote zorgen naar de jaarwisseling. Vanavond gaan we als Haagse Gemeenschap van Kerken in Duindorp met mensen in gesprek over de situatie.

In die onrust brengt de liturgie ons bij Jozef. Hij is de vaak onderschatte beschermer van Jezus. Jezus zal de redder van de wereld zijn, maar Jozef brengt eerst Maria veilig naar Bethlehem en vervolgens brengt hij het Kind en zijn Moeder in veiligheid naar Egypte. Hoe die spannende weg voor deze eenvoudige arbeider uit Nazareth begonnen is, horen we vandaag. Het is een droom die hem de weg openbaart. In plaats van de tekenen van de tijd te verstaan, begint Jozef bij een droom die hem inspireert om keuzes te maken die zijn leven bepalen en het leven van Maria en het Kind. Dat Jozef droomt, hoeft ons niet te verbazen. U kent die andere Jozef, zoon van Jacob: ook hij droomt en deze dromen banen uiteindelijk de weg voor Israël naar Egypte waar men de hongersnood kan overleven. Jozef wordt eerst als slaaf verkocht en later wordt hij onschuldig in de gevangenis geworpen. Toch wordt hij onderkoning van Egypte, zodat het volk Israël zich in het land van overvloed kan vestigen.

Te midden van de onrust met de bezetting van de Romeinen en koning Herodes die als een collaborateur op de troon van David zit, maar zelf eigenlijk niet eens Jood is, blijft onze Jozef van vandaag trouw aan zijn principes. Hij wordt “rechtvaardige” genoemd en dat is in het Jodendom een eretitel. In het moderne Israël zou er een boom voor hem geplant worden. Hij wil de kwetsbare Maria niet in moeilijkheden brengen en op basis van zijn droom gaat hij zelfs een stap verder: hij neemt haar tot vrouw. In plaats van haar voorzichtig opzij te zetten, aanvaardt hij haar, omarmt hij haar als echtgenote. Wie zou zo’n beslissing durven nemen? Is dat niet naïef en wereldvreemd? Jozef gaat tegen de algemene publieke opinie in, hij  laat zich niet gek maken en volgt zijn droom.

De tegenpool van Jozef is koning Achaz. Hij is de strateeg die mee wil spelen met de grote mannen der aarde. Hij meent dat hij door te leunen op vreemde koningen zijn macht kan behouden. Hij wil de tekenen van de tijd verstaan maar het lukt hem niet deze tekenen te filteren met zijn geloof. Als hij dat wel zou kunnen zou hij het teken van de zwangere jonge vrouw verstaan: alleen zuiverheid, eerlijkheid en oprechtheid zullen nieuw leven brengen. Achaz heeft zijn maagdelijkheid verloren. Dan heb ik het niet over seksualiteit maar over zijn geloof. Hij heeft zijn geloof ondergeschikt gemaakt aan zijn verlangen naar macht. Dat blijkt de weg van de ondergang te zijn en hij sleept heel Israël mee in de duisternis, maar Jozef bewaart zijn maagdelijkheid, zijn oprechtheid en zijn rechtvaardigheid door niet te luisteren naar wat door anderen over Maria gezegd wordt. Hij blijft haar trouw en brengt haar in veiligheid, onzeker over wat de toekomst hem zal brengen.

Bewaren wij in deze adventstijd de zuiverheid van ons geloof? Of laten we ons meeslepen door wat de wereld van Kerstmis gemaakt heeft? Deze week sprak ik met de geloofsleerlingen over het Kerstfeest en over het drama van de dakloosheid van Maria en Jozef en het Kind dat geboren wordt. Voor hen was dat een nieuw aspect van het Kerstfeest. Laten we in deze laatste dagen voor Kerstmis dromen zoals Jozef over een wereld van hoop en vrede, een wereld van trouw en solidariteit, een wereld waar mensen zich daadwerkelijk voor anderen inzetten en in ontmoetingen met de ander God zelf ontdekken en leren kennen. Laten we de laatste dagen aangrijpen om die zoektocht naar het ware Kerstfeest in te gaan. Amen

Verkondiging 15 december 2019, derde zondag van de Advent

Lezingen
Jesaja 35, 1-6a.10
Psalm 146
Jacobus 5, 7-10
Mattheüs 11, 1-11

Welkom, goedemorgen
Licht gloort op de krans: het donkerpaars is lichter geworden. De boodschap van hoop van Jesaja wijst ons de weg, niet de verontrustende berichten van de wereld. Als we ons leven daar van afhankelijk maken, is er weinig perspectief: verdeeldheid, eigenbelang, gebrek aan leiderschap met visie. De onrust die we van Johannes de Doper horen vandaag in het evangelie, is herkenbaar voor ons. Helpen de berichten die we horen de wereld nu wel echt vooruit? De teksten van Jesaja bieden meer hoop: maar kunnen we het vertrouwen in deze teksten bewaren? Zijn zij geen illusie? Het is onze taak als kerk om het licht van ons geloof en onze hoop te koesteren. We geloven dat de mens in staat is tot de wonderen die Jezus vertelt. Dat is zijn boodschap aan Johannes de Doper en aan ons allen. Laten we ons richten op het licht van de adventskrans die ons de weg wijst in een duistere wereld. We geven onze hoop niet op. Hij zal komen om de wereld te bevrijden en wij mogen zijn boodschappers zijn.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
De vraag van Johannes de Doper verraadt zijn teleurstelling. Hij had bepaalde verwachtingen van de Messias. Johannes is een woestijnbewoner en vond in de woestijn de ruimte om zuiverder in het leven te staan. Hij nodigde de mensen uit die weg met hem te delen. Jezus gaat een andere weg: hij trekt naar de mensen toe. Hij bezoekt hun steden en dorpen. Hij wacht niet totdat de mensen naar Hem toe komen in de woestijn om zich daar te bekeren; nee hij gaat naar hen toe en zendt bovendien zijn leerlingen uit om naar de mensen toe te gaan. Is dat wel de bedoeling? vraagt Johannes zich in de gevangenis af. Het lijkt alsof hij vertwijfeld de balans opmaakt van zijn leven en van zijn vertrouwen op Jezus van Nazareth: heeft hij wel op het juiste paard gewed? Vaker wordt in het evangelie het verschil tussen Johannes de Doper en Jezus gethematiseerd. Johannes is de asceet en Jezus de gulzigaard. Johannes is de strenge profeet en Jezus de allemansvriend. Het risico met twee verschillende identificatiefiguren is dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: de een wordt afgewezen en de ander is favoriet.

Datzelfde gebeurt in het denken over de weg van een christen: moet de christen zich uit de wereld terugtrekken en met afgrijzen en misprijzen neerkijken op de ontwikkelingen van de moderne tijd en vanuit kloosters en heiligdommen de moderne mens oproepen tot bekering? Of is de christen juist geroepen om tussen de mensen te staan en hun leven te delen? Loopt die dan niet het risico zich te laten meeslepen door de moderne tijd en kritiekloos met de tijd mee te gaan? Is die populariteit niet de valkuil die het einde betekent voor het evangelie en de kerk? Beide extremen hebben hun aantrekkingskracht en het is verleidelijk om een extreem duidelijk standpunt in te nemen. Maar beide posities hebben elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. In onze christelijke traditie komen we beide posities tegen en we beseffen dat beide kanten van de Kerk nodig zijn: de profetische kant van Johannes en de pastorale kant van Jezus zelf.

De wereld kan lijken op een woestijn, ook al weten we die mooi op te poetsen. Met verbazing hebben we kunnen kijken naar een banaan die tegen een muur wordt geplakt en kan worden opgegeten. Het geeft de vergankelijkheid en leegheid aan van materiële goederen en geld. Al onze bezittingen zijn verhullingen om de woestijn van het leven te verhullen. Het ziet er mooi uit: goud en glitter en trompetgeschal, maar de boodschap is nihil. Zoals een student in Leuven onder de indruk was van de sfeervolle kerstversiering in de Vlaamse studentenstad: “Mooi dat de mensen nu al Kerstmis vieren”. Maar ik vraag me af wat men nu eigenlijk viert. Is het geen manier om de woestijn van de wereld te verhullen? Hebben we hier niet een Johannes de Doper nodig die de leegheid van dit alles onthult?

Deze week was er in de bijeenkomst van de Haagse Gemeenschap van Kerken een gesprek over de daklozen in de stad: het zijn er vele honderden. Zelfs de voor geregistreerde dak- en thuislozen komt de stad 150 plaatsen tekort. En dan hebben we het niet eens over de honderden ongedocumenteerden. Als we de omstandigheden in de dag- en nacht opvang bekijken, worden we er niet vrolijker van. Onze oecumenische projecten van Straatpastoraat en Aandachtcentrum lopen over van bezoekers en roepen om hulp. Aan de andere kant zijn er in diezelfde wereld vele signalen van menslievendheid en onbaatzuchtigheid die hoop geven. Het is verleidelijk om alleen de woestijn te zien, maar waarom hebben we dan drie kaarsen ontstoken? Geloven we dan niet dat het licht sterker is dan het duister, denken we dan niet dat ook in onszelf dat licht sterker kan zijn dan het duister?

Jezus is na zijn doop door Johannes in de woestijn, die ándere woestijn ingetrokken: de woestijn van de mensen, de verhulde woestijn. Hij is gekomen om er de plekken van leven, de bronnen van water en voedsel aan te wijzen. Die opdracht dragen wij door het doopsel met ons mee: wij zijn mensen die als teken van de liefdevolle boodschap van het evangelie in de door goud en glitter verhulde woestijn werkelijke bronnen van leven kunnen aanwijzen. Het is de weg van het Kind, de weg waardoor de ene mens aan de ander wordt verbonden, de weg van het licht dat telkens weer ontstoken wordt. Dat is onze weg in de richting van de geboorte van de nieuwe wereld die in het Kind zichtbaar wordt. Amen