LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 maart 2024 – Vierde zondag veertigdagentijd

Lezingen
2 Kronieken 36, 14-16.19-23
Psalm 137
Efeze 2, 4-10
Johannes 3, 14-21

Welkom
Welkom bij deze zondag die naar ons uitroept: vreugde, Zondag Laetare. Het paasfeest komt dichterbij, maar dat is nog lang niet zichtbaar in de wereld. We zijn niet zelf de bron van vreugde. De profeten zeggen ons dat God ons die zal schenken. Het vertrouwen op Gods vrede en vreugde die ons geschonken zullen worden, kunnen ons inspireren bij ons leven en ons handelen. We leven daarom niet uit angst en wanhoop, maar vanuit de hoop op vrede. Dat heeft ook Jezus geïnspireerd. Zijn hoop heeft Hem helpen kijken voorbij het kruis. Zoals in de woestijn God nieuwe wegen schonk, zo zijn er ook voor ons wegen voorbij oorlog en geweld. We bewandelen de weg van de hoop, de weg van het geloof, de weg van de liefde tegen de duisternis in, want we weten: God leeft en zal de mensheid thuisbrengen. Maken we ruimte in ons hart voor een zelfonderzoek over de stand van zaken van ons eigen leven vandaag, of we die hoop nog kunnen vinden in ons hart.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De spiraal van geweld lijkt de wereld te beheersen. De krachten die nu bezig zijn om de volkeren te verdelen en tegen elkaar uit te spelen, lijken de overhand te hebben. De goede krachten lijken machteloos en de grootste stem lijkt die met gemakkelijke, snelle en harde oplossingen te zijn. Grote woorden lijken tekenen te zijn van leiderschap dat mensen verlangen. Het kan verleidelijk zijn te luisteren naar deze stemmen. Daadkracht lijkt zich onze wereld vaak te vertalen in geweld. Die hardheid lijkt wel besmettelijk en steekt op allerlei manieren van grensoverschrijdend gedrag de kop op. Mensen denken zich van alles te kunnen permitteren jegens anderen. Daar wordt dan weer fel op gereageerd op een manier die misschien wel net zo gewelddadig is, door mensen meteen en volledig te cancelen. Zo’n veroordelende houding nemen anderen dan weer over zonder echt zelf na te denken of alle informatie wel klopt.

De menswaardigheid en de menselijkheid staan onder druk. Mensen worden gereduceerd tot kanonnenvlees, tot ongewenste individuen, tot lustobjecten. Het lijkt wel alsof we niet anders naar mensen kunnen kijken. Het is als de giftige slangen waar Jezus in zijn nachtelijk gesprek met Nicodemus naar verwijst. Hij herinnert aan het oude verhaal van de woestijn waar giftige slangen het volk bedreigen. In de woestijn voelt de mens zich kwetsbaar. Hoe kun je je verdedigen tegen zo’n bedreiging die als het ware uit het niets op je af komt? In de woestijn kun je nergens meer schuilen. Maar wees eerlijk: we kennen onszelf goed genoeg om te beseffen dat er giftige slangen in onszelf leven, die stem geven aan de boosheid en angst in ons eigen hart. Die slangen kunnen ons eigen hart en leven infecteren en maken dat ook wijzelf in ons denken en spreken met hardheid en negativiteit de samenleving bezien en mensen boordelen. Het medicijn van Mozes was om de slang hoog op een stok te plaatsen en de daardoor te ontmaskeren. Datzelfde medicijn zal op Goede Vrijdag door Christus zelf toegepast worden. Zijn boodschap van het kruis is: kijk waar het geweld in de wereld en de boosheid in het hart van de mensheid toe zullen leiden: tot de dood van een rechtvaardige, tot de eliminatie van de gerechtigheid. Dit is wat gebeurt als de mens geen andere wegen inslaat.

De spanningen rond Jezus nemen toe. Er zijn Schriftgeleerden zoals Nicodemus die snappen dat de weg van Jezus een weg ten leven is, nieuw leven waarbij de mens zich kan afwenden van hardheid en geweld, waarbij de mens het eigen hart onderzoekt en speurt naar de hoeken en gaten waar de giftige slangen van boosheid zich ophouden en zich verstopt hebben. Er zijn desalniettemin ook Schriftgeleerden die vasthouden aan hun oordeel en hun veroordeling van alles en iedereen die niet precies doet wat de moraal voorschrijft. Die afwijzende en veroordelende houding is niet de houding van Jezus die juist mensen geneest opdat ze een nieuw weg kiezen. Natuurlijk moeten mensen hun geweten onderzoeken en van verkeerde wegen terugkomen, maar heeft het zin om mensen buiten de orde te plaatsen en hen compleet af te wijzen? Wij zijn onderweg naar Pasen. Deze periode is voor ons als een woestijn waar leegte en dorheid de toon zetten. Maar we maken daar ruimte voor een andere boodschap. Van ons wordt gevraagd als leerlingen van Jezus te reageren op wat in de wereld aan de orde is, op wat in onze samenleving gebeurt. Reageren we net als de giftige slangen die harde taal van veroordeling spreken? Op die manier schenden we het heiligdom van de Heer, omdat de mens als kind van God het heiligdom van de Geest is. Wij zijn onderweg naar Pasen en komen op die weg langs het Kruis van Christus. Dat kruis is een waarschuwing om ons niet op de weg van haat en veroordeling mee te laten slepen. We zullen een nieuw leven ontvangen met Pasen. Laten we ons daarop richten, dat is ons kompas, dat is de bron van hoop. Met die boodschap mogen we elkaar bemoedigen op weg naar Pasen. Amen

Verkondiging 3 maart 2024 – derde zondag veertigdagentijd

Lezingen
Exodus 20, 1-17
Psalm 19
1 Korinthe 1, 22-25
Johannes 2, 13-25

Welkom
Op weg naar Pasen brengt de liturgie ons vandaag naar de tempel in Jeruzalem. In de tijd van Jezus was dat een machtig bouwwerk waar de herinneringen aan de bevrijdende geschiedenis van God met zijn volk levend worden gehouden. Wat in de Tien Geboden van de eerste lezing in woorden is uitgedrukt, wordt in de tempel zichtbaar. Geloof in God staat voor bevrijding, trouw en leven van liefde. Daaruit volgen de Tien Geboden als richtingwijzers in een harde, gewelddadige wereld. De tempel is de ruimte waar dat als het ware ingeoefend wordt: mensen trekken er naar toe en als volk bevestigen zij het verbond tussen henzelf en God. Zij brengen offers, dat wil zeggen, hun leven plaatsen zij in het licht van dat verbond.

Zo komen wij hier in onze tempel om uit te spreken dat ook wij ons leven willen begrijpen als Gods instrument van vrede en gerechtigheid. Geloven wij eigenlijk nog in die vrede? Het is Gods vrede waarop wij ons leven bouwen. Laten we dit uur de ruimte maken om die vrede te ontvangen in de eucharistie om daar ons leven op te bouwen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De woede die zich van Jezus vandaag meester maakt in de tempel, is een wonderlijke uitbarsting van boosheid die haaks lijkt te staan op het gebruikelijke beeld van de zachtmoedige verkondiger en wonderdoener die vrede verkondigt. In het evangelie van Johannes volgt deze scene in de tempel meteen op de bruiloft van Kana. Daarmee wordt de toon gezet van de verkondiging van Jezus die nu een aanvang neemt volgens Johannes. In de andere drie evangeliën gaat de tempelreiniging vooraf aan het daadwerkelijke sterven van Jezus aan het kruis. Hier is het een openingsscene van Jezus’ leven. We kunnen ons afvragen wanneer Jezus dit nu precies gedaan heeft. Is het wel echt op deze manier gebeurd? Het evangelie gaat echter niet over de juiste historische datering, maar om de vraag naar de betekenis van dit gebeuren.

Voor Johannes is het hele leven van Jezus een weg naar Goede Vrijdag en Pasen. Wij als leerlingen begeleiden Hem op die weg en beseffen dat ook ons eigen leven een voortdurende weg naar datzelfde Pasen is. Nu in deze veertigdagentijd beleven we dit door van week tot week en misschien wel elke dag een moment van bezinning te hebben over de richting van ons leven. De kern van de boodschap van deze zondag is dat de mens geroepen is zelf een bouwwerk van gerechtigheid te zijn. De eerste lezing van de Tien Geboden herinnert ons aan de bevrijding uit de slavernij. Het volk vindt zijn weg en slaat de richting van het beloofde land in. In die woestijn beseft men dat vrijheid ook een opdracht is, een opdracht om elkaar te bevrijden. De dubbele richting van de geboden, wordt door Jezus samengevat in zijn dubbelgebod van de liefde: heb God lief en de naaste als jezelf. Vrijheid is niet een persoonlijke ruimte om te doen waar je zin in hebt, maar het is de ruimte van liefde voor de naaste en de ruimte om aan gerechtigheid te bouwen.

In de Tien Geboden horen we de stem van God zelf. Volgens de traditie zijn deze woorden door God zelf gegrift in de stenen tafelen. Dat betekent dat God deze geboden in ons eigen hart heeft geschreven. Het zijn fundamentele regels die heel de mensheid bijeenhouden. Op die manier vormen deze woorden een bouwwerk van de menselijke samenleving. Maar ook in het klein, de kring van je gezin, van je huishouden of van je vrienden, bouwen we op deze Tien Geboden van openheid, eerlijkheid en eerbied voor elkaar. Deze Tien Geboden als hart van Gods onderwijzing worden in iedere synagoge bewaard in de Ark. Telkens wanneer deze Ark geopend wordt, komt Gods aanwezigheid over de gelovigen. Men gaat staan en wordt stil en men begroet God in zijn Woord. De tempel in Jeruzalem is het zichtbare bouwwerk van waar die woorden van God voor staan. De geschiedenis van de bouw van de tempel bevat een belangrijke waarschuwing die ook voor ons, die zo van onze kerkgebouwen houden, van belang is. Hoe mooi het gebouw ook is, het centrale teken in de kerk is het kruis. Zoals Paulus schrijft in zijn zijn brief aan de Korinthiërs: we verkondigen niets meer en niets minder dan het kruis.

Ik zag dat ook terug bij de beelden van de begrafenis van Aleksei Navalny afgelopen vrijdag in Moskou. Ik vond dat zeer indrukwekkend. Navalny heeft het geloof omarmd de laatste jaren. Hij werd ook als christen begraven. Voor mij spraken de beelden van een enorme spanning. Een grote politiemacht was op de been. Duizenden mensen hadden zich verzameld bij de kerk waar het kruis duidelijk zichtbaar was. Bij de processie naar de begraafplaats baande het kruis de weg door de menigte. De priester was in het wit gekleed, een verwijzing naar Pasen. De roep van het volk klonk voor mij als de stem van Pasen die aankondigt dat deze periode van duisternis en onderdrukking tot een einde zal komen. Goede Vrijdag is nog niet ten einde, maar Pasen gloort in het geloof van hen die het Kruis gezien hebben en gevolgd zijn.

In deze veertigdagen tijd gaan wij op weg naar het kruis. Dat kruis zien we op talloze manieren in onze samenleving: mensen die lijden, mensen in oorlog, mensen die lijden aan zinloosheid, de natuur die schade lijdt. In zijn tempelreiniging protesteert Jezus tegen de machten die van de mens maken tot een handelaar, iemand die het op een akkoordje gooit met de donkere machten. Voor Jezus is de mens geroepen om te leven uit Gods gerechtigheid en deze niet te manipuleren. Wij wanhopen niet. Wij worden in deze kerk gevoed door Gods Tien Geboden en door Gods Brood van leven. Wij getuigen van de roeping van de mens tot Gerechtigheid. Ondanks de duisternis zien we de ochtend van Pasen al komen. Het kruis van Christus getuigt daarvan. Wij bewaren deze hoop als bron van geluk en vrede. Amen.

Verkondiging 18 februari 2024 – eerste zondag veertigdagentijd

Lezingen
Genesis 9, 8-15
Psalm 25
1 Petrus 3, 18-22
Marcus 1, 12-15

Welkom
Nu, aan het begin van onze tocht door de woestijn naar Pasen, hebben we nog voldoende kans om dit een rijke tijd te laten zijn. Een tijd waarin niet het negatieve en het angstige de toon zetten, maar de hoop op bevrijding, het perspectief op opstanding en nieuw leven. Het besef dat God ons geschapen heeft om ooit te leven in het licht van zijn aangezicht, in zijn eeuwigheid, kan ons het vertrouwen geven dat God deze wereld niet heeft vergeten, dat Hij ons niet heeft vergeten.

Laat deze eucharistie een moment zijn waarop we zijn voedende aanwezigheid ervaren. Maken we ruimte in ons hart voor een zelfonderzoek over de stand van zaken van ons eigen leven vandaag.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het lijkt wel een paradijselijk tafereel in dit stukje van het begin van het evangelie van Marcus: Jezus verblijft tussen de wilde dieren en de engelen. De evangelist Marcus vertelt geen details. Hij zegt wel dat de satan Jezus op de proef stelt, maar anders dan Lucas en Mattheüs blijft hij discreet over de manier waarop dat gebeurt. De gevangenneming van Johannes de Doper zet Jezus op het spoor om in diens voetsporen te gaan en de verkondiging van het Rijk Gods op zich te nemen. Ook dit wordt zonder veel omhaal van woorden of dramatiek verteld. Het wordt in korte bewoordingen gezegd, maar het is een heel groot verhaal dat in die vier korte verzen wordt verteld. Verzen die boekdelen spreken.

Wat de drie verhalen vandaag verbindt, is de doop. Niet gek want we leven allen toe naar de vernieuwing van onze doopbeloften. Al in het Oude Testament wordt vooruitgewezen naar de doop. Het verhaal van Noach is een soort doopverhaal: hij wordt immers gered uit het water van de dood. Het water heeft hem niet verzwolgen, want zijn vertrouwen op God heeft hem aangezet om een ark te bouwen, een schip dat hem droeg. Een schip dat hem, zijn gezin en zelfs alle dieren van de aarde heeft gedragen. Die ark heeft hem gered, zoals ook later Mozes uit het water gered werd. De redding uit het duistere water heeft Noach geopend voor het besef dat God een verbond met hem heeft gesloten, een verbond dat er blijkt te bestaan tussen God en mensen. Voortaan mag de mens het aandurven om vanuit dat verbond te leven. Dat betekent dat de mens de hoop mag koesteren dat de wereld niet ten onder gaat, maar uiteindelijk een weg ten leven zal vinden. Terwijl de individuele mens een thuis zal vinden in Gods eeuwigheid, zal de mensheid zich ontwikkelen in de richting van het Koninkrijk. Met de kracht van het doopsel dat Jezus van Johannes heeft ontvangen, is Jezus zijn levensweg begonnen. Hij is zijn verkondiging begonnen, onverschrokken en vertrouwend op de nabijheid van zijn Vader.

Petrus verkondigt de essentie van de doop. De doop is niet een socialisatie ritueel: je hoort bij de mensengemeenschap van de kerk. Het is ook niet een soort reiniging zoals het dat bij Johannes de Doper was. Het is de verbinding met God zelf. Beter gezegd: God heeft zichzelf met ons verbonden. Dat vieren we in de doop, en voor ons is de doop die bezegeling van wat de Vader tot zijn Zoon bij diens doop gezegd heeft: dit is mijn geliefde zoon. Beseffen we dat die woorden ook tot ons gesproken zijn bij onze doop: je bent mijn geliefd kind. In die liefde heeft God zich met ons verbonden.

De doop is ook de gave van een geweten dat zich spiegelt aan Gods goedheid en zijn onderwijzingen. Het maakt ons van een wezen dat op zichzelf leeft en voor zichzelf leeft, een individualist, tot een persoon die vrijheid geniet om te kiezen in het leven. Een persoon die deze vrijheid gebruikt in het licht van het dubbelgebod van de liefde dat Christus ons onderwezen heeft. Vrijheid is een kernwaarde van onze samenleving. De manier waarop wij als christenen dit verstaan is heel specifiek: wij zien het als een vrijheid die in relatie staat tot de naaste en onze verantwoordelijkheid voor de samenleving en voor het welzijn van anderen.

Nu wij ons bezinnen op onze eigen doop, die we met Pasen gaan vernieuwen, is de vraag: is ons doopsel een fundament van ons dagelijks leven, is het doopsel voor onszelf een bron van hoop en kracht? Ik besef heel goed dat onze situatie in de wereld alles behalve rooskleurig is. Ik hoef het allemaal niet op te sommen. Onze houding daarbij is niet wanhoop, noch cynisme, noch terugtrekken in een eigen zogenaamd veilig bolwerk. Onze houding is een houding van de nabijheid van het koninkrijk. Kunnen we in ons denken, spreken en handelen getuigen van onze overtuiging dat het Rijk Gods niet ver weg is, dat Gods liefde onze wereld niet verlaten heeft? Dat is de houding van het doopsel, dat is de houding van Noach die ontdekt dat God een verbond met hem heeft gesloten. Het is het besef van Petrus waarmee hij de gemeente bemoedigt en een fundament geeft. Op dat fundament zijn wij hier samengekomen. Dat fundament vieren we in de eucharistie waarin het verbond bezegeld wordt in het lijden en sterven van Jezus. Dat gaan wij nu vieren. Amen