LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 16 februari 2020 – 6e zondag door het jaar

Lezingen
Sirach 15,15-20
Psalm 119
1 Korinthiërs 2, 6-10
Mattheüs 5, 17-37

Welkom
In het vervolg van de lezing van de Bergrede verzekert Jezus zijn toehoorders dat Hij trouw blijft aan de oude wetten van het Jodendom. En toch begint er iets nieuws met de Bergrede. Jezus verandert wel degelijk zijn houding ten opzichte van de wet. Hij maakt van de wet een instrument ten behoeve van de mens. Het is de weg waarlangs de mens geluk vindt. De wet staat niet op zichzelf: maar het doel is het geluk van de mens. Jezus sluit hier aan bij de oude traditie van Jezus Sirach in de eerste lezing, die stelt dat de mens zich niet moet verschuilen achter de wet: de mens maakt zelf de keuze. We kunnen niet bij God de oorzaak van het kwaad leggen. Het is de mens die keuzes maakt. Dat brengt ons bij de vraag: welke keuze maken wij? Dit deel van de Bergrede doet ons denken aan concrete beslissingen waar wij nu in ons persoonlijke leven mee bezig zijn: laten we die ook neerleggen bij God en God om inspiratie vragen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Vandaag is er in de Grote Kerk een middag waarbij kerken zich presenteren aan de stad. Allerlei projecten worden onder de aandacht gebracht. Ook wordt teruggekeken naar het kerkasiel, maar ook worden projecten voor jongeren, rond de Bijbel, kerk en buurt, duurzaamheid en theologische vorming onder de aandacht gebracht, van 12.00 tot 15.00 uur. Van harte aanbevolen! Aan de oorsprong van al deze projecten staan christenen die een specifieke keuze hebben gemaakt om hun geloven handen en voeten te geven. Ze hebben zich verdiept om het evangelie uit te dragen en maken een keuze voor hun dagelijks leven als christen. Evenzo ligt er bij het kerkasiel, waar we als katholieke kerk van Den Haag ook aan geparticipeerd hebben, een keuze aan het fundament: mensen doen een beroep op de kerk! De Armeense familie Tamrazyan deed een beroep op de kerk van Den Haag. Wat was ons antwoord? Het werd een groot project van gastvrijheid: een liturgie van 96 dagen en nachten, met bijna continu predikanten en pastores en 12.000 kerkgangers. En er volgde een politiek compromis met haken en ogen, maar voor een grote groep mensen een oplossing.

Volgens Jezus Sirach kan een mens zich nooit simpelweg verschuilen achter de wet. De mens is meer dan de wet, de mens heeft een vrije wil en is op die manier door God op zijn weg gezet. Het uiterlijk navolgen van de wet is niet voldoende: een keuze met je hart vraagt Jezus. Dat maakt hij in zijn strenge benadering van vandaag duidelijk. Vanuit die keuze is ook Paulus op pad gegaan en heeft hij gemeenten gesticht of versterkt. Hij is niet blijven afwachten en heeft het geloof niet als een private mededeling afgedaan. Hij wist zich geroepen om de geheimen van God te verkondigen. Lastig is wat hij bedoelt met de geheimen van God. Waarom maakt God het de mens lastig door zich in geheimen te openbaren? Het geheim van Gods openbaring is gelegen in het geweten van de mens. Het is geen geheim in de zin van onbekend Maar het gaat om het mysterie van de mens die zich geroepen weet. Hoe komt het dat de een met het geloof aan de slag gaat en de ander het geloof links laat liggen? Ook ik kom mensen tegen die zich bij geloven niets kunnen voorstellen en zich geen vragen stellen naar het hoe en het waarom van dit leven. Het hier en nu is hun voldoende. Het mysterie van het leven ontgaat hen volledig.

In de Bergrede opent Jezus een perspectief van de mens op de gerechtigheid. Daar ligt de werkelijke betekenis van de mens: gerechtigheid bedrijven. Dat is niet een resultaat van de wet, maar het resultaat van het antwoord van de mens op de wet. De mens die antwoord geeft, de mens die een keuze maakt, de mens die voor de gerechtigheid leeft is teken van het Koninkrijk. Dat Koninkrijk wordt zichtbaar in de kerk, het wordt tastbaar in de gemeente. Daarom kan het evangelie niet zonder kerk, maar dan staat niet het institutionele voorop, maar de kerk als gemeenschap van mensen die keuzes hebben gemaakt en een netwerk opbouwen, waar het evangelie concreet zichtbaar wordt.

Tijdens het kerkasiel ben ik verscheidene malen voorgegaan in gebed, net als anderen in het pastoraal team. Ook daar werd ervaren dat de aanwezigheid van Christus in die lange uren van de dagen en nachten, de voortdurende liturgie, helend was voor de mensen om wie het kerkasiel was begonnen, maar het was evenzeer helend voor de aanwezigen, predikanten, priesters, pastores, en ook kerkgangers en vrijwilligers. Daar gaat het bij Jezus om: de helende kracht van de wet van God, niet de wet als zodanig, maar de mensen die keuzes maken vanuit de wet, ontvangen die helende kracht. Durf je het aan, neem de stap, ga het avontuur aan. Amen

Verkondiging 9 februari 2020 – 5e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 58, 7-10
Psalm 112
1 Korintiërs 2, 1-5
Mattheüs 5, 13-16

Welkom
Vandaag lezen we de bekende tekst uit de Bergrede over het zout der aarde en het licht der wereld, een gevaarlijke tekst omdat we hierdoor zouden kunnen denken dat Jezus ons op een voetstuk zet en ons tot uitverkorenen maakt in een wereld van onwetenden. In een wereld die verloren is, zouden wij ons gelukkig kunnen prijzen omdat wij tenminste wel de betekenis van onze werkelijkheid en ons leven kennen. Dat is niet de boodschap van deze woorden: ze vormen een opdracht. We kunnen immers niet zonder deze wereld. We staan er niet buiten of boven. Zonder de wereld hebben zout en licht geen betekenis en zijn ze zinloos. Hoe moeten we deze woorden over zout en licht dan wel verstaan? Wat doen we met de kleur die we brengen en met de smaak die we toevoegen aan de wereld? Wat houdt dat eigenlijk in? Als we niet meteen het antwoord weten, is dat misschien niet zo erg. Als we echter de vraag niet meer stellen, dan lopen we onze roeping mis.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Duisternis is voor ons nauwelijks nog een reële ervaring. Er is altijd wel licht om ons heen, straatverlichting, licht in de huizen, licht op je bureau, licht van de auto; anders heb je altijd nog je telefoon bij je om licht te maken en de weg te vinden of om anderen de weg te wijzen. Een enkele keer valt de stroom uit en dan is het wereldnieuws en dan valt de wereld stil. Dan beseffen we: zonder licht weet de mens de weg niet. Maar er is nog meer: licht geeft kleur: pas als de zon gaat schijnen zien we de kleuren in de natuur, de kleuren in de steden, de kleuren op de gezichten van mensen. Dan kunnen we details en nuances onderscheiden die voor een juist oordeel en een juiste beslissing noodzakelijk zijn. Licht bepaalt ook het ritme van de natuur, de lengte van de dagen en nachten, de seizoenen en de groei van de natuur. Het ritme van het licht bepaalt ons leven. Hoewel we steeds meer kunstmatig licht hebben, kunnen we zonder het ritme van de zon niet bestaan.

De afgelopen week heb ik met een aantal collega’s een bijeenkomst bijgewoond rond de vorming van priesterkandidaten in onze Katholieke Kerk. Wat hebben zij nodig om later hun licht te laten schijnen over de geloofsgemeenschap waar ze aangesteld worden? Het is een vraag die alle gelovigen betreft. Het priesterschap is een van de vormen om je licht te laten schijnen in de kerk en in de wereld. Maar wat kan een priester en een diaken en een pastoraal werker met zijn licht als de kerk zelf verduisterd is? Ons werd duidelijk hoezeer priesterstudenten geroepen zijn de wereld waarin zij gaan werken, te kennen en deze te omarmen. De plek waar zij Jezus ontmoeten is ook de wereld en de samenleving van vandaag. Maar dat bewustzijn geldt ons allen: door ons licht kunnen we anderen laten zien dat Christus aanwezig is. De vraag is niet alleen “komen er voldoende roepingen”, maar ook: “is er voldoende licht in onze kerk en zijn alle gelovigen zich voldoende bewust van dit licht, zodat in dat licht de roepingen zichtbaar worden, alle roepingen tot vrijwilliger, tot religieus leven tot diaken en priester?” Er is zoveel te doen. De wereld is niet door God verlaten, maar het ontbreekt haar aan het juiste licht om Christus te herkennen.

Dus terug naar het licht. De woorden van Jezus zijn niet aan individuen gericht. Hij zegt niet: “jij bent het licht der wereld”. Het is aan een collectief gericht: “jullie zijn het licht der wereld.” Het is aan de menigte gericht die naar de Bergrede luistert. Voor ons betekent dit dat we samen als kerk dit licht uitdragen. Onderdeel van het licht is dat je samen dit licht draagt en toont. Als je je afzondert en denkt dat jij zelf het licht bent, bedrieg je jezelf en de ander. Dan verwijs je slechts naar jezelf, terwijl het de bedoeling is dat het licht Christus en zijn boodschap van liefde, vergeving en tederheid onder de aandacht brengt.

Dit licht is tegelijk fragiel en uitdagend. Het licht dat God ontsteekt is fragiel, omdat het gemakkelijk gedoofd kan worden: een kaarsje maakt dit duidelijk. Wie een kaars ontsteekt om voor iemand te bidden, brengt licht in de duisternis van verdriet en eenzaamheid. Het kan simpelweg worden uitgeblazen door scepsis, door negativisme, door gebrek aan zingeving. Maar wie het licht doorgeeft, ziet het groeien en ziet de wereld veranderen, omdat mensen hoop ontlenen en weer licht in zichzelf ontdekken.

Het licht is ook een uitdaging omdat het gemakkelijker is om het licht voor jezelf te houden. Het is niet gemakkelijk de juiste gelegenheden en woorden te vinden om het licht uit te dragen. We prijzen onszelf gelukkig met dit licht, maar als anderen dit niet zien, heeft het geen zin. Op de kandelaar met dit licht! Laat het maar zien: dit licht is de inspiratiebron voor al ons spreken, handelen, bidden en denken. Alle keuzes, klein en groot, maken wij in het teken van dit licht van het evangelie. Licht zijn is geen roeping en geen keuze. Het is een gegeven met ons doopsel en vormsel. Als wij onszelf christenen noemen, is het geen vraag meer of we licht zijn. Dit licht wordt ons geschonken als opdracht en uitdaging. In de sacramenten die we ontvangen, ligt dat licht van Christus besloten. We geloven dat de mens, als beeld van God, gevoed door het licht van God, dit licht van de scheppende en liefdevolle God uit kan dragen. Moge de heilige Geest van de lieve God ons inspireren om dit licht te tonen aan de wereld. Amen

Verkondiging 2 februari 2020 – opdracht van de Heer in de tempel

Lezingen
Maleachi 3, 1-4
Psalm 24
Hebreeën 2, 14-18
Lucas 2, 22-40

Welkom
Welkom op deze dag van het licht. We zijn getuigen op deze veertigste dag na Kerstmis dat er opnieuw getuigen opstaan die het licht in Jezus herkennen. Na de herders en de wijzen, bezingen Simeon en Anna dit Kind. De ontmoeting speelt zich af op de drempel van het Godshuis, de tempel van Jeruzalem, de plek van het verbond. In tegenstelling tot wat Lucas ons vertelt was het helemaal geen algemeen gebruik dat ouders met hun pasgeboren kinderen naar de tempel gingen voor hun reiniging. Er was wel een reinigingsritueel in Leviticus voor moeders. Dit verhaal krijgt van Lucas de dimensie van de opdracht van Jezus als profeet, als wegbereider van de profetische gerechtigheid. Hij zal de weg banen voor het Koninkrijk. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Terecht legt de liturgie van vandaag nadruk op de betekenis van deze ontmoeting voor het Kind zelf. Wij zijn net als Simeon en Anna getuigen van de komst van Christus: nu kunnen we echt de kerststal opbergen, omdat wij zelf getuigen zijn van het nieuwe tijdperk. Wij hebben die figuren van engelen, herders en wijzen niet meer nodig: het tafereel is in ons hart gegrift. Moge dat licht ons hart en ons spreken vervullen, opdat we met Simeon en Anna zingen van het licht dat over ons is opgegaan.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Is er voor Europa een nieuw tijdperk aangebroken? De afgelopen jaren lieten een worsteling zien om dit nieuwe tijdperk aan te laten breken. Nu is het dan zo ver, voor sommigen de vervulling van een diep verlangen, voor anderen een teken dat we op de weg terug zijn. De mensheid staat regelmatig voor grote beslissingen, maar wie kan overzien welke gevolgen dergelijke beslissingen hebben? Wat zal de toekomst brengen? Zal het een succes zijn, of zal de teleurstelling weer groeien en de scepsis bezit nemen van mensenharten? Onze aandacht gaat vandaag niet uit naar de politieke kant van genomen beslissingen, dat is niet aan ons, maar het gaat hier om de betekenis van de woorden van Simeon en Anna die een nieuw tijdperk van licht aankondigen.

Voor alle duidelijkheid: in Lucas wordt alleen Simeon geciteerd. Anna lijkt een meer passieve rol te spelen. Toch is hier sprake van een profetenpaar dat samen de oude verwachting van het Joodse volk verwoordt, zij treden samen op. We zien op ons Maria-altaar dat zij samen Jezus ontvangen. We hebben daarom het hele verhaal gelezen en zijn niet gestopt bij vers 32. Anna herinnert aan de moeder van de profeet Samuël die de weg baant naar een nieuw tijdperk voor Israël: het koningschap van David en de tempel van Salomo in Jeruzalem: symbolen van eenheid die bedoeld zijn om de grenzen van Israël te overstijgen, Maar de tijd was er toen nog niet rijp voor! Het nieuwe tijdperk, dat de twee profeten Simeon en Anna verkondigen, is de overwinning van het particuliere denken: het licht dat in Christus verscheen is niet alleen voor ons, maar voor alle volkeren en voor alle mensen. Het licht bewaren voor jezelf, het licht opsluiten in de eigen ruimte van je uitverkorenheid, doet het geweld aan. Maar hier schuilt juist de voortdurende verleiding voor de mensheid: grenzen stellen aan het licht, het licht claimen als privé bezit en exclusief voorrecht. Of dat nu de vorm heeft van het beschermen van je materiële bezit, of vormen van nationalisme of van eigendunk: het particularisme heeft vele vormen, zowel op individueel en persoonlijk vlak, zowel op het niveau van groepen en naties en volken als op het niveau van confessies en religies en andere groepen. Het nieuwe tijdperk dat wordt verkondigd, wil daar een eind aan maken.

Licht is moeilijk te definiëren: is het straling, zijn het deeltjes? Licht beweegt en heeft een snelheid. Licht verandert de wereld: het opgaan van de zon geeft kleur en toont ons het gelaat van onze medemensen. Als het licht van de zon over ons is opgegaan, is het moeilijk om ons leven nog te verduisteren. We merken het aan ons kerkgebouw: als de zon naar binnen schijnt, zien we het kleurenspel dat niet alleen de rijkdom van het gebouw laat zien, maar evenzeer de variatie aan mensen, hun verscheidenheid aan herkomst, en toekomst, hun verscheidenheid aan kwaliteiten en verhalen. Het licht gaat op over allen, zonder een oordeel. Jezus zegt dat later: het licht gaat op over alle mensen, goeden en slechten. Het licht is niet voorbehouden aan uitverkorenen, maar Gods licht is nabij aan alle mensen in dit leven.

Het licht is ook symbool van het innerlijk licht, onze binnenkant waarmee onze visie op onszelf, onze wereld en de toekomst verlicht wordt. Het is het licht van het inzicht dat ons helpt keuzes te maken. Volgens dat licht zijn keuzes om het particularisme te overwinnen juister dan het terugtrekken achter grenzen. Dat innerlijk licht spoort ons aan een uitgestoken hand te zijn die afstanden overbrugt en die mensen verbindt. Dat dit lastige uitdagingen zijn, hoef ik niet uit te leggen: kunnen we de ander wel begrijpen en aanvaarden?

Het anders zijn van de ander bevraagt onze eigenheid. Hoe moeilijk dat is, zien we aan internationale verhoudingen zoals in Europa en in het Heilig Land, maar evenzeer op het persoonlijke vlak waar het soms moeilijk is om vrienden in nood te hulp te komen of hun problemen op te lossen. In zulke situaties is gebed een fundament. Gebed begint dan niet met woorden, maar met het beschouwen van het licht, contemplatie en bezinning, stilte. Zoals John Henry Newman in zijn gebed: Lead kindly light. Hij erkent dat het Gods Licht is dat hem de weg wijst en hem inspireert tot de lastige en moedige beslissingen die hij heeft moeten nemen. Het heeft hem moeite gekost om zich daaraan toe te vertrouwen, maar het heeft hem een nieuw tijdperk gebracht in zijn leven. Zo kan het nieuwe tijdperk dat Simeon en Anna aankondigen ook daadwerkelijk voor onszelf een nieuw tijdperk betekenen als we dit Licht herkennen. Moge dat Licht ons wijsheid schenken om de juiste beslissingen te nemen en te zien hoe het nieuwe tijdperk van Jezus ons leven verlicht. Amen

Gebed van John Henry Newman (1801-1890)

Lead, Kindly Light

Lead, Kindly Light, amidst th'encircling gloom,
Lead Thou me on!
The night is dark, and I am far from home,
Lead Thou me on!
Keep Thou my feet; I do not ask to see
The distant scene; one step enough for me.

I was not ever thus, nor prayed that Thou
Shouldst lead me on;
I loved to choose and see my path; but now
Lead Thou me on!
I loved the garish day, and, spite of fears,
Pride ruled my will. Remember not past years!

So long Thy power hath blest me, sure it still
Will lead me on.
O'er moor and fen, o'er crag and torrent, till
The night is gone,
And with the morn those angel faces smile,
Which I have loved long since, and lost awhile!

Meantime, along the narrow rugged path,
Thyself hast trod,
Lead, Saviour, lead me home in childlike faith,
Home to my God.
To rest forever after earthly strife
In the calm light of everlasting life.

Nederlandse vertaling (vertaling in Youcat, gebedenboek)

Leid me, U mild licht!
Leid me, als ik omringd word door duisternis.
Duister is de nacht, en ik ben ver weg van thuis.
Leid me en bescherm mijn voet.
Ik wil helemaal niet zien wat nu nog veraf is.
Voor mij is iedere volgende stap voldoende.

Zo heb ik niet altijd kunnen bidden:
Leid me!
Ik dacht dat ik mijn weg alleen kon gaan.
Ik hield van de rooskleurig voorgestelde, ijdele dag,
mijn hart was ingenomen door trots.
Ach, Heer, vergeet het,
maar leid me nu naar uw weg.

U was altijd bij mij met uw zegen.
En ik ben ervan overtuigd dat U me verder zal leiden –
door modder en moeras, over rotsen
en door snelstromend water,
tot mijn duisternis voorbij is en op de morgen
de glimlach van uw engel mij ontvangt, die me zo lief is
en die ik onderweg kwijt was geraakt.
Amen