LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15e zondag door het jaar, 14 juli 2019

Lezingen
Deuteronomium 30, 10-14
Psalm 69
Kolossenzen 1, 15-20
Lucas 10, 25-37

Welkom
Welkom op deze zondag die een halte plaats is op onze reis. Wat brengt onze levensreis: of beter bij wie brengt onze levensreis ons? Welke ontmoetingen veranderen ons leven? Wie levert een onuitwisbare indruk op ons hart en onze geest? Jezus roept ons op om alle mogelijkheden open te houden en niet aan mensen en situaties voorbij te lopen. Je loopt het risico cruciale ontmoetingen mis te lopen die je leven kunnen vernieuwen. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan dat alom bekend is, is een kritische vraag aan ons leven. Vragen we God ons te openen voor wie onze naaste is.

Homilie
De zomerperiode nodigt mensen uit om te genieten van het goede der aarde. De natuur is vriendelijker, er is meer licht, we hebben ook meer tijd. Deze periode betekent een uitnodiging om een paar weken anders in het leven te staan en oog te hebben voor andere mensen en zaken. Het is een periode die ons los wil maken van de gebruikelijke routine en verantwoordelijkheden. De aandacht die we hebben voor de wereld is in de ogen van Christus niet zomaar vrijheid en ontspanning. Het is met nieuwe ogen kijken naar onze wereld. Het lukt de priester en de leviet van de parabel van Jezus echter niet om met de ogen van hun hart te kijken. Zij realiseren zich niet de bevrijdende kracht van de wet van God. Zij blijven vast zitten in hun wetmatigheden. Er zijn twee wetten die het verhaal lijken te regeren totdat de Samaritaan ten tonele verschijnt.

Er is het recht van de sterkste: de arme sloeber die overvallen wordt, is onvoorzichtig geweest. Het gebied van de woestijn tussen Jeruzalem en Jericho was bekend vanwege het grote aantal overvallers dat er rondhing, belust op buit van kwetsbare reizigers. Het is een bochtige weg die vanaf de grote hoogte van de stad Jeruzalem leidt tot de diepe vallei, diep onder zeeniveau, van de stad Jericho en de Dode Zee. Deze afgang wordt inderdaad een neergang. De zwakke, eenzame man is slachtoffer van anderen die sterker zijn dan hij. Nog steeds zijn er in onze samenleving lieden die de rechtvaardigheid denken te kunnen manipuleren door macht en geld, door hooggeplaatste vriendjes. Het zijn mensen die menen hun straffen te ontlopen of anderen te kunnen intimideren. In onze moderne samenleving proberen we de wet van het recht van de sterkste te ontkrachten door een rechtssysteem en door een sociaal vangnet. Dat kan echter alleen door mensen gedragen worden die zich verantwoordelijk weten. De priester en de leviet menen dat het niet hun verantwoordelijkheid is en dat hun hoge roeping hen vrijstelt om in te grijpen. Daardoor geven ze feitelijk toe aan het recht van de sterkste.

De andere wet waartegen Jezus zijn parabel vertelt is het legalisme, het wetticisme. Het is de theorie die zegt dat de geschreven wet altijd nagevolgd moet worden. De priester en de leviet weten dat zij moeten voldoen aan zuiverheidsregels. Zij kunnen pas dienst doen in de tempel indien zij rein zijn. Zij zien de man liggen die misschien wel dood is: een dode is onrein en een aanraking met hem zou hen verhinderen dienst te doen in de tempel. Immers Gods-dienst vraagt toch om zuiverheid? Er is echter een hogere wet waar Mozes al van vertelt in zijn boek Deuteronomium. Het gehele boek staat in het teken van de vernieuwing van de relatie tussen God en zijn volk, tussen God en de mensen: dat verbond wordt in mensenharten geschreven. De kern is de wet die door God bij mensen als het ware ingefluisterd wordt en die boven alle menselijke wetten staat. Die wet hebben de priester en leviet het zwijgen opgelegd.

De Samaritaan belichaamt de wet van God. Dat is des te verwonderlijker omdat in de verhalen die aan deze parabel voorafgaan Jezus en zijn leerlingen door de Samaritanen negatief bejegend zijn. Weet u het nog: de Samaritanen wilden Jezus toch niet ontvangen? De apostelen riepen Jezus toch op om vuur over de Samaritanen te laten neerdalen? En nu vertelt Jezus deze parabel, waar een Samaritaan de wet van God belichaamt!

De wetmatigheid van de Samaritaan is die van Christus zelf. Christus zelf is de belichaming van de Wet van God. Het voorbeeld van de Samaritaan maakt duidelijk wie Jezus is. Paulus maakt dat duidelijk in zijn discussie met de Kolossenzen. Een moderne discussie: wie is Christus? In Hem wordt de wet van God duidelijk, dat is geen uiterlijke wet, maar het is het wezen van het mens zijn. Uiteindelijk wordt de Samaritaan meer mens door zijn ontmoeting met de man in de goot: die is immers zijn naaste. De Samaritaan die in actie komt – let op de vele werkwoorden in het verhaal – heeft zijn agenda aangepast omdat zijn hart door medelijden bewogen was. Dat is een avontuur omdat het zijn route en zijn levensweg verandert. Dat is de Christus die in actie is gekomen om de mensheid te redden. Durven wij in zijn voetsporen te treden? De wet die in ons hart is gegrift moeten we steeds herontdekken en niet het zwijgen opleggen door wat de wereld met haar routine van wetmatigheden steeds van ons vraagt. Misschien leidt deze periode van bezinning wel tot nieuwe keuzes en nieuwe wegen. Laten we Christus in deze bezinning voor ogen houden. Amen.

Verkondiging 13e zondag door het jaar, 30 juni 2019

Lezingen
1 Koningen 19, 16b.19-21
Psalm 16
Galaten 5, 1,13-18
Lucas 9, 51-62

Welkom
De zomertijd komt er aan. We zoeken verkoeling, maar ook verkoeling voor onze Geest. We zoeken ook momenten van bezinning. We horen vandaag hoe beslissingen genomen worden die grote gevolgen hebben, ook voor anderen: de profeet Elia kiest een opvolger en Jezus neemt zijn leerlingen mee op de weg naar Jeruzalem. U weet wat dat betekent en waar dat eindigt. Het besluit wordt genomen door mensen die Hem wel willen volgen, maar er met hun hart nog niet helemaal bij zijn. We willen zelf ook antwoord geven op de vraag van Jezus: “volg Mij’. Op welke manier geven we aan die roeping gestalte? Laten we het stil maken in ons hart en ons openstellen voor Gods aanwezigheid opdat we ruimte kunnen maken voor onze naaste.

Homilie
Veel pelgrims die in de Jacobuskerk een zegen komen halen, bekennen dat zij weinig meer naar de kerk gaan, maar ze hebben wel een richting in hun leven voor ogen. Die richting wordt bepaald door hun beslissing om een pelgrimage te gaan maken. In de Jacobus zijn dat meestal mensen die naar Santiago de Compostella gaan. Maar er zijn talloze andere bedevaartplaatsen: Maria van Eijk en Duinen is de meest nabije pelgrimsplaats, maar Jeruzalem en Rome spreken meer tot de verbeelding en we kennen de Mariaplaatsen Lourdes, Fatima en Banneux. Volgende week kunnen we naar Brielle. Maar er zijn er nog zoveel meer plaatsen, bekend en onbekend. De richting van de pelgrimage helpt pelgrims om een richting in hun leven te vinden, een richting om weer ruimte voor God te maken in het dagelijkse leven. God staat niet naast ons leven, maar bevindt zich in het hart van ons bestaan. Ik ben daarom altijd weer blij om deze pelgrims te ontmoeten, omdat ze ons allemaal herinneren dat stilstand in ons leven niet bij het evangelie past. Ook in het evangelie betekent standstand achteruitgang.

De hele kerk is op pelgrimage. Het is een thema van de Wereldraad van Kerken, maar het is ook een kernpunt van onze katholieke geloofspraktijk. Je zou ieder bezoek aan een kerk als een minipelgrimage kunnen beschouwen, geen routine omdat het er nu eenmaal bij hoort, maar een geestelijke ontmoeting. Je kunt je wekelijkse kerkbezoek ook in die richting vormgeven. Het knielen voor het tabernakel als je binnen komt, het ontsteken van een kaars bij je favoriete heilige of bij de Moeder Gods en een moment van stilte en gebed, het opschrijven van een intentie voor iemand die je dierbaar is of juist voor iemand die je helemaal niet kent en ook het maken van een kruisteken met wijwater zijn kleine hulpmiddelen om van een routine bezoek aan de kerk een minipelgrimage te maken.

De twee hoofdpersonen van vandaag in de eerste lezing en in de evangelielezing kiezen ook een richting in hun leven. Beiden kiezen een richting en dat heeft ook implicaties voor anderen, hun leerlingen, die met hun leraar meetrekken. In de eerste lezing kiest Elia de richting om een opvolger te kiezen. Hij kiest Elisa uit en de mantel die Elisa krijgt toegeworpen is symbool van de opdracht die Elia wil doorgeven aan zijn opvolger. Het is geen vanzelfsprekendheid: Elisa zit als ieder mens ook vast aan zijn relaties en zekerheden: wie kan die gemakkelijk loslaten? Maar er zijn keuzemomenten. Voor Elisa is dit er een en hij herkent het en in zijn handelingen maakt hij duidelijk dat er geen weg terug is: de ossen die het fundament van zijn werk zijn worden geslacht en geofferd. Het komt erop aan om die momenten te herkennen en aan te grijpen. Dat doet Elisa. Dat verandert zijn leven en zijn richting. Dit geeft ons de boodschap om ons geloof ook door te geven aan opvolgers.

Jezus kiest de weg naar Jeruzalem en hij neemt zijn leerlingen mee. Niet iedereen is enthousiast: de Samaritanen willen hem niet ontvangen. Die tegenwerking brengt Jezus niet af van zijn voornemen en van zijn roeping. Hij laat zich ook niet afleiden om zijn tegenstanders de les te lezen. Dat kan verleidelijk zijn: we gaan in de verdediging als anderen kritiek op ons hebben. Jezus laat de Samaritanen voor wat ze zijn en laat zich niet van de wijs brengen. Zo is het ook voor ons: we laten ons niet van de wijs brengen wanneer mensen ons willen afhouden van het doel van onze levenspelgrimage. Het doel Jeruzalem staat natuurlijk voor meer dan alleen een mooie stad met een indrukwekkende tempel. De stad staat voor het visioen dat de mens zijn bestemming heeft gevonden en in vrede leeft met de mensheid, met de schepping en met God. Laten ook wij dat levensdoel niet vergeten en laten we elkaar meenemen op deze weg, zoals Jezus zijn leerlingen meenam, nemen wij elkaar mee. Amen.

Verkondiging Sacramentsdag, 23 juni 2019

Lezingen
Genesis 14, 18-20
Psalm 101
1 Korinthe 11, 23-26
Lucas 9, 11b-17

Welkom
Welkom op Sacramentsdag. Vandaag gedenken we dat Christus ons niet verlaten heeft en een concreet teken van zijn nabijheid geschonken heeft, zo dichtbij dat het in ons tot leven komt. De vruchten van Brood en Wijn die in naam van Christus geheiligd worden, komen tot volle wasdom in mensen die, gevoed door Christus’ Woord en Sacrament de weg van het evangelie gaan. We laten ons vandaag raken in ons hart door het voedsel dat ons geschonken wordt en ons allemaal voedt en we denken na over wat we ons leven ontwaren. Gods schenkt zijn gaven overvloedig. Het is aan ons om zijn hand daarin te herkennen. Straks vieren we in deze kerk de verjaardag van de keuze van paus Franciscus als bisschop van Rome. We bidden voor hem. Laten we voor al die keren dat we de barmhartigheid vergaten God om vergeving vragen.

Homilie
Het kan soms gebeuren dat je ergens aanwezig bent, maar dat je er met je gedachten niet bij bent. Dat kan bij een preek gebeuren, maar ook bij een gesprek met iemand; je gedachten dwalen af, je herinnert je ineens iets totaal anders en voor je het weet, ben je helemaal vergeten waar de spreker het over heeft. Het kan ook gebeuren wanneer je niet helemaal gezond bent, of wanneer je niet lekker in je vel zit, dat je je niet kunt concentreren. Ook dan ben je niet echt aanwezig. Zo kan ons leven ook op afstand raken van God zelf, doordat ons geloof tot routine wordt. We gebruiken woorden en maken gebaren die inmiddels afgesleten zijn. We kunnen teleurgesteld zijn in de mensen van de kerk, we kunnen door gebeurtenissen in de kerk gekwetst zijn. Doet ons geloven er nog toe? Heeft het nog zin om de praktijk van ons geloof hoog te houden? Herbronnen is dan het antwoord.

De mensen die zich rondom Jezus verzameld hebben, bevinden zich ook op een eenzame plaats. Dat is niet zomaar omdat ze buiten de stad wilden picknicken, maar een eenzame plaats is symbool van de eenzame plaats waar zij zich bevinden: op afstand van Jeruzalem, op afstand van de tempel, op afstand van hun geloof.

Wij kunnen ons met hen identificeren als we naar onze samenleving kijken; een eenzame plaats of anders gezegd: een plaats waar velen eenzaam zijn. Soms verhullen we dat met allerlei amusement, maar als het gaat om de kern van het leven, lijkt onze samenleving nogal uitgedroogd. Jezus verzamelt de mensen en de overvloed van Gods genade wordt zichtbaar waar zij zich organiseren in groepjes, in kleine gemeenschappen waar mensen tot hun recht kunnen komen. Daar worden afstanden overbrugd en grenzen overstegen. Dat is ook de bedoeling van de eucharistie: om de mensheid te voeden. Jezus deelt zijn brood met anderen, hetzij in grotere groepen, zoals vandaag, hetzij tijdens een huisbezoek bij mensen, zoals Zacheüs en Simon en ook de Emmaüsgangers. Natuurlijk gaan we zorgvuldig om met de gaven van de eucharistie en verwachten we dat mensen goed weten wat ze ontvangen wanneer ze de communie ontvangen. Maar de opdracht van de eucharistie is om mensen te verbinden met elkaar en met God zelf. Daarin vinden we vrede.

De eerste lezing van vandaag herinnert daar aan. Abram die Melchisedek ontvangt staat nog maar aan het begin van zijn religieuze leven. Hij draagt nog zijn oorspronkelijke naam. Het geschenk van brood en wijn aan Abram volgt op een heftige oorlog. Het is een strijd om te overleven. Ook dat is een eenzame plaats. Abram staan alleen met zijn kwetsbare geloof in één God te midden van volken die dat betwisten. God bemoedigt hem in de figuur van de rechtvaardige koning. God is die rechtvaardige koning, God houdt bovendien Abram de roeping voor om zelf ook een rechtvaardige koning te zijn.

Tot die rechtvaardigheid worden wij op Sacramentsdag geroepen: om zelf ook voedsel te zijn voor anderen en hen met volle aandacht nabij te zijn. Zoals Christus ons nabij is in het Sacrament, zo mogen wij ook aanwezig en nabij zijn bij elkaar en anderen die we in deze wereld ontmoeten. Laten we met hart en ziel daar aanwezig zijn waar het in onze wereld nodig is. Amen.