LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Uitvaart Antoon Gaemers – 29 april 2020

Welkom
U allen heet ik welkom bij dit afscheid van onze geliefde Antoon Gaemers, ook u allen die via de livestream verbonden bent, in het bijzonder Marijke en mevrouw Gaemers. Ik hoop dat u langs deze weg troost en kracht ondervindt. We hebben de mantel van Antoon als teken van zijn lidmaatschap van de Ridderorde de afgelopen dagen over de kist gelegd. Deze mantel met het rode Jeruzalemkruis staat voor de drie pijlers: caritas, spiritualiteit en broederschap. Dit is ook een samenvatting van het leven van Antoon. Intens met de kerkgemeenschap verbonden, vanuit het besef dat de mens geroepen is om te zorgen voor de ander, zich in te zetten voor de samenleving. Laten we nu de Heer bidden om ontferming in het vertrouwen dat God hem vrede schenkt. Vandaag wordt ook in het Heilig Graf te Jeruzalem een eucharistie gevierd voor Antoon. Dat geeft een bijzondere band met het graf van de verrezen Christus.

Gebed: Barmhartige Vader, Het leven van Antonius Henricus Petrus Maria Gaemers bevelen wij bij u aan. Wij zijn dankbaar voor zijn leven en voor het vele goede dat hij betekend heeft voor mensen om hem heen. Wij zijn bedroefd omdat hij gestorven is. Hij heeft hard gestreden om zijn ziekte te overwinnen. Wij bidden u om troost en kracht voor zijn familie, om troost en kracht voor ons allen. Wees ons nabij nu in dit uur en in de tijd die komen gaat. Dat bidden we u in de naam van Christus die met u leeft in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.

Homilie
Antoon is uit de tijd getreden. Deze uitdrukking maakt duidelijk dat een gestorven mens de overgang heeft gemaakt, van onze wereld naar de wereld van de Eeuwige. Dat zal voor Antoon wennen zijn, omdat hij zo gehecht was aan de tijd. Een van de eerste keren dat ik hem ontmoette en hij mij uitnodigde voor een bijeenkomst en ik niet wist of ik daar tijd voor had, zei Antoon, gevat als hij was: “Dat komt goed uit, want ik verkoop tijd !”

Het is enorm verdrietig dat hem niet meer tijd van leven gegeven is. De ziekte die hem geveld heeft, heeft een getalenteerd, deskundig, liefdevol en hartelijk mens weggenomen. Hij was het fundament onder het leven van zijn vrouw, heeft liefde en zorg aan zijn gezin besteed, maar zijn dierbaren hebben hem ook moeten delen met zijn vele andere liefdes: de klokken en horloges, het Noordeinde, de ridderorde, Chateau Bleu. Het lijstje is niet compleet. Zijn hoofd en hart zaten nog vol met ideeën en projecten. Dat was ook zijn leven: hij kon niet stil zitten en niet stoppen met denken. Niet alles was bereikbaar, maar hij was niet erg gevoelig voor de opmerking ”Dat gaat niet lukken!” Hij vond alternatieven en andere wegen en andere mensen om een nieuwe vorm voor zijn idealen te vinden. Voor mij heeft hij de weg gebaand in de stad en in de Ridderorde van het Heilig Graf. Hij was een type katholiek dat de menselijkheid van onze kerk en ons geloof onderstreept. Zijn geloof inspireerde hem om, ondanks zijn zakelijkheid, te blijven geloven in de goedheid van de mens.

Hij herinnerde in zijn betrokkenheid met de parochie ook aan de keuzes die we moeten maken om als kerk in deze stad zichtbaar en actief te blijven. Hij was het niet altijd eens met keuzes die gemaakt werden. In zijn tijd als kerkbestuurder vond hij dat de pastoor goed moest beseffen welke schapen hij tot zijn kudde moest rekenen: voor hem behoorde eigenlijk de hele stad tot de parochie. Hij dacht altijd een dimensie groter en hij keek verder dan het gebruikelijke en normale. Hij wilde zoveel mogelijk mensen laten delen in zijn enthousiasme. Voor hem was de parochie een groot huis dat gastvrij en hartelijk broederschap kan bieden. Zijn religiositeit was daarmee zeer menselijk, geworteld in onze aardse werkelijkheid.

In zijn reflectie op de tijd trekt de Prediker de conclusie dat de mens al zijn bezigheden in Gods hand moet leggen. Dat geeft vertrouwen. Wanneer zaken niet naar wens gaan, zal God andere en nieuwe mogelijkheden openen. Maar hoe is God dan aanwezig in ons leven? Ik geloof niet dat God heel direct ingrijpt in onze wereld van de tijd. Hij is immers de Eeuwige. Toch is Hij op ons leven betrokken, wij gaan Hem ter harte. Hoe precies, blijft ondoorgrondelijk. God heeft ons daartoe wel een weg gewezen: het evangelie van Jezus Christus dat ons verbindt met elkaar.

De laatste woorden van Jezus die we beluisterd hebben uit het evangelie volgens Johannes maken deze weg duidelijk. De liefde is niet een emotie of een gevoel, maar is de identiteit van de mens die beseft dat hij uit de liefde van God geboren is en tot die liefde weer terugkeert. Dat besef doet de mens uitstijgen boven zichzelf en helpt hem om vruchten te dragen die blijvend zijn. Antoon heeft veel van die vruchten voortgebracht. Het is aan ons om dat werk voort te zetten. Dat doen we op eigen wijze, maar wel indachtig het fundament dat Antoon gelegd heeft.

In de Ridderorde is het lege Graf teken van de overtuiging dat de mens meer is dan zijn aardse bestaan. We zijn enorm verdrietig en we zullen Antoons aanwezigheid, zijn stem, zijn grootste gebaren en zijn hartelijkheid nog heel vaak missen. Maar het Paasfeest dat we deze weken vieren, troost ons: Antoons leven is geborgen in het huis van de Vader. We moeten afscheid nemen, maar we beseffen dat Gods wereld van licht en leven voor hem geopend is. Mogen wij getroost worden door deze gelovige overtuiging en ook elkaar daarmee troosten. We bidden dat de trooster, Gods Geest, ons daarbij zal bemoedigen en inspireren. Amen

Korte verkondiging derde zondag na Pasen

Het verhaal van de Emmaüsgangers vormt de kern van het evangelie: een gesprek met Christus en dan de herkenning in het gebroken brood. In onze omstandigheden van vandaag lijkt het alsof de ontmoeting met Christus ernstig belemmerd wordt. Anderzijds wordt er meer in de Bijbel gelezen en wordt erover nagedacht. In deze kleine kapel wordt de eucharistie dagelijks gevierd als symbool van de trouwe aanwezigheid van Christus, als teken dat Hij met ons onderweg is, zoals bij de Emmaüsgangers. We delen onze verhalen, en we voeden ons als troost met de maaltijd waarin Christus zich toont in het leven gevende Brood.

Homilie
De weg na Pasen kan twee kanten uitgaan. Je kunt de weg kiezen naar Galilea. Het is de weg van herbronnen, de hervertelling van de verhalen van Jezus, de herinnering aan zijn woorden en gebaren, weer de kracht voelen van zijn nabijheid. Het is de weg die de leerlingen in het Mattheüs evangelie als advies krijgen: zij gaan daar als het ware het levensverhaal van Jezus herlezen in het licht van de gebeurtenissen van Pasen. Ze ontdekken daar dat de woorden van Jezus en de gebaren en tekens die Hij gesteld heeft, toen al vervuld waren van de belofte van Pasen. Het onbegrijpelijke teken van het lege graf wordt verstaanbaar door wat daar in Galilea gebeurd is.

Je kunt ook de weg inslaan die naar Emmaüs leidt. Dat is de weg van de teleurstelling, de uitzichtloosheid, de vlucht terug naar de routine en het gewone dagelijkse leven, doen alsof er met Pasen niets gebeurd is. De twee leerlingen wenden zich af van Jeruzalem. Dat is de stad die ons herinnert aan de hemelse stad Jeruzalem, waar God alles in alles is, geen geografische stad, maar het Koninkrijk zelf van gerechtigheid en barmhartigheid. De Emmaüsgangers wenden zich af van die belofte. Het is verleidelijk om somber en negatief te zijn, verleidelijk om de slachtofferrol te kiezen. De wereld is tegen ons: onze leider is gedood, geëxecuteerd, weggewerkt. Onze hoop op een ander leven is de grond in geboord. We hebben ons vergist.

De eucharistie die we iedere dag, iedere zondag weer vieren, is de weg die via Emmaüs naar Galilea leidt en die ons uiteindelijk weer naar Jeruzalem voert. Lucas nodigt de leerlingen uit om in Jeruzalem te blijven tot zij met de kracht van God zelf gevoed en gesterkt worden. Ook dat hoeven we niet perse als een geografische aanduiding op te vatten: alsof we slechts in de stad Jeruzalem de heilige Geest kunnen ontvangen. Dat is in tijden van lockdown lastig, als je nu net niet in Jeruzalem bent.

In Jeruzalem wordt ons duidelijk dat de verrijzenis ons raakt tot in onze eigen identiteit. God is uitgegaan naar deze wereld en heeft haar bij de hand genomen, zoals je op de iconen van de verrijzenis ziet hoe Christus in de onderwereld de eerste mens Adam bij de hand neemt en wegvoert uit de duisternis naar het licht. In de verrijzenis van Christus is een nieuwe wereld zichtbaar geworden. De mens is namelijk geroepen uit zichzelf te treden en zich te verbinden met de ander en in die relatie leven te vinden. Iedere relatie draagt de openheid naar de eeuwigheid in zich. Iedereen die een relatie durft aan te gaan, ontdekt hier ware rijkdom, weidsheid, ja zelfs zijn identiteit en leven. Kan de mens dat uit zichzelf? In de verrijzenis verstaan we de boodschap dat het God is die ons dit mogelijk maakt, door zijn Zoon, de Mensenzoon, op te nemen in zijn werkelijkheid. Dat geeft ons hoop en perspectief voor ons eigen leven.

De mens die in een relatie leeft, ontdekt de dimensie van het geschenk. Wie je bent, is het geschenk van de ander en van de Ander Zelf. De Vader heeft zijn leven geschonken aan zijn Zoon die dit opnieuw ontvangen heeft met Pasen. Nu wij Pasen vieren, vijftig dagen lang, ontvangen ook wij dit leven en worden wij met elkaar verbonden aan die eeuwigheid, die in de verrezen Christus zichtbaar geworden is.

In deze coronacrisis moeten mensen andere strategieën ontwikkelen, thuis onderwijs, zoom vergaderingen, live streamvieringen, maar ook andere contacten met dierbare ouderen, digitaal contact zoeken. Ook dat is de weg terug naar Jeruzalem, een weg naar nieuw leven, een nieuwe menselijkheid Houden we dat vast? Dat zal lang niet iedereen lukken, maar de mens van Pasen die weet dat hij/zij het leven slechts kan vinden door te ontvangen, zal die nieuwe weg kunnen inslaan. Het is niet de crisis die ons leven verandert, maar de keuze die we maken in de Geest van de verrezen Christus. Amen.

Korte verkondiging tweede zondag na Pasen

De eerste paasweek is vol van verhalen van ontmoetingen. In deze ontmoetingen is de verrezen Heer aanwezig. In de ogen van anderen zien we de aanwezigheid van de Schepper. Momenteel zijn ontmoetingen risico-momenten: we kunnen elkaar besmetten. Ontmoetingen op 1,5 meter: zijn dat nog ontmoetingen te noemen? De kern van een ontmoeting wordt ons getoond vandaag in het verhaal van de apostel Thomas: zijn ontmoeting gaat niet voorbij aan de wonden van de gekruisigde. Hij herkent Jezus niet aan zijn woord ‘vrede’, maar hij herkent hem pas wanneer hij ziet waar die vrede doorheen is gegaan, wat die vrede te verduren heeft gehad. Pas als hij ziet dat Jezus die vrede heeft moeten bevechten, is de verrezen Heer geloofwaardig. Zo maakt op ons een mens grote indruk die de vrede in zijn/haar leven na een zware strijd gevonden heeft.

Homilie
Thomas herkent Jezus aan zijn wonden. Wat er niet had moeten zijn, het lijden, de dood, is tot herkenningsteken geworden. Meer dan een manier om de echtheid van Jezus te verifiëren, zegt dit verhaal alles over wie de mens is. Mysterieus blijft waarom Johannes het nodig vindt om hier de bijnaam van Thomas te noemen: Didymus. De tweeling. Wie is dan zijn tweelingbroer?

Op de eerste plaats zijn wij dat zelf, omdat ook wij na Pasen voortdurend blijven bewegen tussen geloof en ongeloof. We hebben het eeuwenoude getuigenis gehoord, gebaseerd op een oud verslag van ooggetuigen. Dit verslag van de eerste leerlingen, de vrouwen, is bevestigd door wat de kerkgemeenschap sindsdien heeft gebouwd op dit getuigenis. Ook wij willen zeker weten dat de verhalen gebaseerd zijn op de realiteit van de gekruisigde: we kunnen niet aan die vraag voorbij gaan. Dat komt ook omdat wij nog steeds, na Pasen, geconfronteerd worden met lijden, zoveel lijden, dat blijkbaar in de loop van de geschiedenis maar niet minder wordt. De voortschrijdende kennis en technologie kunnen blijkbaar het lijden niet aan. Net als Thomas worden wij voortdurend geconfronteerd met de wonden van de mensheid. Pasen maakt ons desalniettemin niet moedeloos, maar geeft ons de hoop dat we antwoord kunnen geven op dat lijden; een antwoord van menslievendheid, trouw en naastenliefde.

Op de tweede plaats is Thomas de tweelingbroer van Jezus zelf. De Rabbi die zoveel geleerd heeft over de scheppende kracht van Gods woord, dat Hem in de mond gelegd is. Dat Woord heeft in het leven van Jezus mensen nieuw leven gegeven, heeft hen opgericht. Hun wonden heeft Jezus opgenomen, meegenomen op het kruis. Thomas wil zich niet van die wonden verwijderen. Voor hem is dit dragen van de wonden van de mensheid het herkenningsteken van de Messias. Navolging van deze Messias betekent evenzeer de wonden van anderen niet uit de weg gaan. Het aanraken van de wonden van Jezus geeft uitdrukking aan het verlangen om Jezus na te volgen, ook in de confrontatie met het lijden van de mensheid. Thomas wil zijn broeder zijn, en zo mogen wij ook het verlangen dragen om Christus’ broeder, Christus’ zuster te zijn.

De gebrokenheid van Jezus herstelt de eenheid. Het gebroken brood is teken van leven en eenheid. Het gebroken brood brengt ons samen. Er is leven voorbij de gebrokenheid, er is liefde voorbij het lijden. Het lijden wordt in dit brood geconsacreerd. Het wordt niet goed gepraat of gerechtvaardigd of gebagatelliseerd, het gebroken brood is geen zoetgevooisd: “ach het komt allemaal goed.” Het geconsacreerde brood dat gebroken wordt, vertelt dat God een mens niet verlaat wanneer hij/zij gebroken wordt, sterker, het mens zijn wordt opnieuw geschonken in Pasen. Wie littekens draagt van zijn/haar lijden, wordt herschapen tot een nieuwe mens, Het is de liefde die hem/haar een nieuw bestaan schenkt. Het doopsel dat we ontvangen hebben is daar het teken van. Het is de trouw van God in het lijden die ons maakt tot een nieuwe mens, de nieuwe Adam die de oorsprong weer zichtbaar maakt, bevochten op het lijden en de dood. Amen.