LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 november 2019, 32e zondag door het jaar

Lezingen
1 Makkabeeën 7, 1-2,9-14
Psalm 17
2 Thessalonicenzen 2, 16-3, 5
Lucas 20, 27-38

Welkom
Het drama van de Makkabeeën vertelt ons van de kracht van ons geloof. Die wordt in de aanblik van de dood alleen maar groter. Hun verhaal vertelt niet alleen van hun heroïsche opstelling in de verdrukking, maar het vertelt evenzeer hoe hun geloof hun beslissingen in hun dagelijks leven beïnvloedde. Hun leven stond op het spel en dat is heel dramatisch, maar het stelt ons de vraag hoe wij onze beslissingen nemen. Ook als het niet om zulke dramatische situaties gaat, staat de kwaliteit van ons leven op ons spel. Ons geloof wil ons bewust maken van de relaties waarvan we leven. Daar ligt immers de bron van ons bestaan. Die ligt niet in onszelf, maar in wat de ander ons geeft. En daarin herkennen we voorts de hand van de Ander, God zelf die ons het leven schenkt van dag tot dag. Zijn we ons daarvan bewust? Is dat het fundament van ons leven?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
Gisteren werd er tijdens een studiedag nagedacht over de gevolgen van het verschijnen van robots en kunstmatige intelligentie in ons menselijk bestaan. Hoe vrij zijn we als allerlei handelingen en beslissingen aan computers worden overgelaten? Zelfrijdende auto's, internetsites die onze interesses weten, woningen die ons leefpatroon kennen en alvast verwarming en licht voor ons bedienen, koelkasten die de nodige boodschappen bestellen bij de supermarkt en deze laten bezorgen. Sommige mensen zien hier de praktische voordelen van, maar anderen vinden het een beangstigend idee dat we deze beslissingen allemaal uit handen geven. Waar blijft onze vrije wil? De mens heeft toch een vrije wil en moeten we die niet overeind houden? Sinds Augustinus houdt deze vraag ons al bezig: de beslissingen die we nemen, zijn die echt van ons? Worden die niet allemaal door God van te voren bepaald? Hij weet in zijn almacht toch wat wij zullen doen en beslissen? Onze keuzes lijken daarmee al gemaakt in Gods voorzienigheid.

In onze katholieke traditie houden we de ruimte hoog voor de beslissingen die door de mens genomen worden. Ieder antwoord dat de mens geeft op de roepstem van God, is een vrij antwoord uit liefde. In God is geen dwang of angst. Ook Erasmus hield vast aan die kern van de christelijke boodschap. Hij had een optimistische mensvisie en achtte het mogelijk dat de mens voor het goede zou kiezen. Dat werd niet door Gods voorzienigheid uit handen genomen.

In de eerste lezing horen we waar die vrijheid onder druk komt te staan. De Makkabeeën verdedigen hun geloof en laten zich niet uit angst voor de dood dwingen om hun geloofsovertuiging op te geven. Het gaat al lang niet meer om het eten van varkensvlees, maar om de vrijheid en dus om het bestaan zelf als gelovig mens. We kunnen dat gerust naar onze tijd vertalen, ook al is het althans hier en nu minder dramatisch dan in die laatste eeuwen voordat Christus op aarde verscheen.

Ook nu is het de vraag of we de ruimte hebben in onze samenleving om een keuze te maken voor het evangelie. Dan gaat het niet om het eten van varkensvlees, of voor ons de vrijheid om op vrijdag vis te eten, of om op onze vastendagen woensdag en vrijdag maar helemaal vegetarisch of anderszins sober te eten. Het gaat erom of we het aandurven ons leven te bouwen op het fundament van vertrouwen in de ander. Het gaat erom of we het risico van de liefde durven lopen.

De robotisering en automatisering van de samenleving willen de kwaliteit van ons bestaan verbeteren: veiliger, comfortabeler, zekerder, completer, zorgelozer. Maar de evangelische alarmbellen gaan hier rinkelen omdat een essentieel onderdeel gaat ontbreken. We kunnen ouderen en dementerenden omgeven met robotzorg die nog empathisch doet ook. En op het eerste gezicht is dat een mooie oplossing voor ons zorgprobleem: meer handen aan het bed, ook al zijn het elektronische handen; effectieve en adequate handen, maar toch, niet menselijk.

In het gezin dat bij de Makkabeeën uitgemoord wordt, is een wezenlijk aspect de relatie van de broers met elkaar en met hun moeder die moet toezien hoe al haar zoons om het leven gebracht worden. Die onderlinge relatie, die is geworteld in de relatie met God, geeft de moed en kracht om te kunnen geloven in het eeuwige leven. Die relaties zijn het fundament onder wat wij als het ware leven, het volle leven en dus het eeuwige leven beschouwen. Het is niet de vrije wil alleen die de mens tot mens maakt, het is ook de mens in zijn relaties, die hem of haar tot mens maakt. De mens is onderdeel van een gemeenschap die zorg draagt, die ondersteunt, die ook corrigeert en terecht wijst. De mens wordt door de gemeenschap op het spoor van de menswaardigheid gehouden.

Christus voegt daar uitdrukkelijk aan toe dat de relatie met God al die relaties omvat. Al onze individuele relaties gaan daarin op. Als we nadenken over de toekomst van onze samenleving kunnen we putten uit ons geloof. Dat verbindt ons met elkaar, verbindt ons met de mensen voor ons en na ons. Dat geloof verbindt ons met de Eeuwige. In de ruimte kunnen we gerust gebruik maken van technologie en kunstmatige intelligentie, al waken we ervoor dat die onze relaties bepalen. Daar blijven we zelf verantwoordelijk voor. Moge de Geest ons waakzaam houden om dat te bewaren en daarvoor op te komen. Amen

Verkondiging 3 november 2019, 31e zondag door het jaar

Lezingen
Wijsheid 11, 23-12,2
Psalm 145
2 Thessalonicenzen 1, 11-2,2
Lucas 19, 1-10

Welkom
Op deze zondag ontmoeten we de kleine Zacheüs die zich klein weet, maar zich groot maakt: groot in zonde, klein in gestalte. Desalniettemin blijkt de vergeving van God onmetelijk groot te zijn. Wij zijn hier gekomen om ook Jezus te zien. We klimmen als het ware in de boom van de kerk. We worden op onze beurt gevoed door wat we te zien krijgen. Het Brood van de eucharistie vervult ons van de kracht van Christus, die vergeeft en leven geeft.

In deze donkere periode, die in de kalender het verste van Pasen af staat, vieren we in de afgelopen dagen van Allerheiligen en Allerzielen het Paasfeest, wanneer we onze heiligen en al onze doden gedenken. En vandaag is het Pasen voor Zacheüs omdat hij een nieuw leven ontvangt in de ontmoeting met Jezus. Moge onze ontmoeting met Christus in de eucharistie ook steeds een nieuwe impuls betekenen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
Wie klom er als kind niet ooit in een boom? Stoer en spannend om hoog buiten het bereik van je ouders te zijn en de wereld vanuit een hoger perspectief te zien. Hoe je straks weer naar beneden komt, vraag je je niet af. Dat komt later wel: eerst genieten van het uitzicht. Je voelt je de koning te rijk omdat je iets doet wat anderen niet durven. We kennen de motieven van Zacheüs niet, om zo impulsief dit kinderlijke gedrag te tonen en in een boom te klimmen. Het hoofd van de belastingdienst laat zich helemaal gaan. Waar is zijn gevoel voor zijn maatschappelijke positie? Moet hij niet juist zijn positie eerbiedwaardig houden om respect op te wekken? Hij heeft al een slechte reputatie en dit boomklimmen zal hem niet verder helpen. Zacheüs wil Jezus zien! Hij is klein van gestalte en de mensenmassa is groot. Gelet op zijn reputatie zal er voor hem geen ruimte gemaakt worden. Hij klimt in de vijgenboom, de boom van de schaamte. De vraag is of Zacheüs zelf wel gezien wilde worden.

Dat is er de vraag die we onszelf kunnen stellen: willen we gezien worden? Wie gezien wordt, loopt risico. Wie gezien wordt, krijgt de maat aangemeten. Wie gezien wordt, loopt het risico van het oordeel, of je nu ambtenaar van de belastingdienst bent, of burgemeester of wethouder.

Christus ziet Zacheüs. Het moment van de waarheid. We weten waar het op uit loopt: vreugde, vergeving, verzoening en genoegdoening! Een nieuw leven begint. Het verhaal van Zacheüs is een Paasverhaal. Uiteindelijk doet Zacheüs zijn naam eer aan: hij wordt Zakkai, de onschuldige, de rechtvaardige, de tsaddik, zoals ook Jozef genoemd wordt. Volgens de traditie wordt hij later door de apostelen tot eerste gemeenteleider, bisschop van Ceasarea benoemd.

Wie van ons wil gezien worden? Onze wereld is onbarmhartig en rekent wreed af wanneer er fouten gemaakt worden. Ik vind het tegenstrijdig dat een christelijk begrip als ‘zonde’ door velen, en zeker ook door veel katholieken als moralistisch wordt afgedaan. “Ach, wie begaat nu toch zonde? We maken allemaal wel eens fouten.” Daarmee lijkt de kous af te zijn. Aan de andere kant wordt er in onze tolerante samenleving enorm gemopperd - en nog veel erger - op profiteurs, zakkenvullers, bedriegers en opportunisten. Wie op sociale media gaat kijken, kan nog een uitgebreid vocabulaire leren, waarbij het woord ‘zonde’ wel heel lieflijk klinkt.

De zonde is in evangelische verhalen nooit ver weg, niet uit het leven van Zacheüs, en niet uit het leven van onze samenleving, of uit het leven van onszelf. De benedictijn Thomas Quartier omschrijft in zijn recente boek Liefdesgeboden zonde als de gemiste kans, het gefnuikte ideaal. De zonde is het onvermogen je helemaal aan een ander toe te vertrouwen; je bouwt veiligheidsmechanismen in om buiten het bereik van het oordeel van anderen te blijven. Dat is zonde van je leven en van je liefde. Christus doorbrak het veiligheidsmechanisme van Zacheüs om onzichtbaar blijven in de boom, buiten het bereik van de mensen.

Voor Zacheüs blijkt dat zijn praktijk van afpersing, corruptie, hebzucht en blindheid voor de noden van anderen hem afhouden van zijn eigen menselijkheid. Dat is zijn zonde: de mogelijkheid tot mens-zijn is hem ontnomen door zijn keuzes, omdat hij zich had afgesloten van de ander, en dus ook van de Ander die God heet, maar God ziet hem, in de blik van Christus kijkt God hem aan. De eucharistie in deze kerk is als het ware de boom die we zijn ingeklommen om Jezus te zien en voor we Hem zien, heeft Hij ons al gezien. Het initiatief wordt omgedraaid: wij willen God zien, maar Hij heeft ons al veel eerder gezien. Dat zien door God herinnert ons aan een leven voorbij de zonde. Want laten we eerlijk zijn en ook ons eigen leven bezien, waar we de mogelijkheden van ons eigen leven hebben laten liggen, of opzij hebben gedaan in de keuzes die we gemaakt hebben. Was er echt geen andere weg?

De blik van God is echter, zoals het boek Wijsheid ons zegt in de eerste lezing, een barmhartige blik die ons herstelt en vrede geeft en die ons weer op het spoor zet van de mogelijkheden van ons leven. Deze blik herstelt in ons het vertrouwen dat we de zonde van ons leven zullen overwinnen en weer alle mogelijkheden zullen zien die God ons schenkt. Zijn blikt schenkt ons vergeving, zijn blik schenkt ons leven. Amen

Verkondiging 1 november 2018, hoogfeest van Allerheiligen

Lezingen
Openbaring 7, 1-4.9-14
Psalm 24
1 Johannes 3, 1-3
Mattheüs 5, 1-12a

Het overweldigende van het visioen uit de Apocalyps is de grote menigte die zich verzameld heeft rondom de troon van God. Het feest van Allerheiligen is niet simpelweg het eren van de selecte groep die het tot de eer van de altaren gebracht heeft. Ieder jaar zijn er enkele gelovigen die bekend gemaakt worden door de paus omdat zij publiekelijk vereerd kunnen worden. Het lijkt een soort beloning voor goed gedrag. Zij worden voorgehouden als voorbeelden en dan willen we hen navolgen.

Toch is het fundament een ander: In Christus heeft God ons als zijn kinderen aangenomen. Het fundament van de heiligheid die we vandaag vieren is het kindschap van God. We zijn geroepen om leerlingen te zijn van het evangelie. In de brief van Johannes die we net gelezen hebben, blijkt dat God ons dat al geschonken heeft. De heiligheid die we vieren is dus niet een onbereikbaar ideaal dat alleen door uitzonderlijke mensen bereikt wordt. Heiligheid is niet het resultaat van goed gedrag. Het is een geschenk van God. Durven we te leven van wat God schenkt? Heiligen bewaren vertrouwen in Gods voorzienigheid ondanks tegenslagen en moeilijkheden en zelfs innerlijke duisternis, zoals Moeder Teresa van Calcutta getuigt in navolging van de grote mystici zoals Johannes van het Kruis.

Het feest van vandaag en de gedachtenis van onze overledenen morgen brengen ons in de grote ruimte van de kerk die op deze aarde en in de wereld van God mensen verzamelt. We geloven dat God ruimte maakt voor allen. En alle mensen van goede wil zullen ooit in die ruimte verblijven. Met dat vertrouwen gaan we de weg van het Koninkrijk en de Zaligsprekingen zijn voor ons een leidraad. Zullen we God ooit zien? Als we Hem in deze wereld herkennen in de uitgestotenen en de kwetsbaren, als we Christus zien aan hun zijde, zal Hij ons herkennen en ons opnemen in zijn vreugde. Dan zullen we God zien. Mogen wij in dat vertrouwen onze levensweg vervolgen. Amen