LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 13 juni 2021, elfde zondag door het jaar

Lezingen
Ezechiël 17, 22-24
Psalm 92
2 Korinthe 5, 6-10
Marcus 4, 26-34

Welkom
Welkom bij deze eucharistieviering waarin we de groeikracht van Gods Woord in ons eigen leven vieren. Tegen de verdrukking in, tegen de tijdgeest in, tegen kritische en soms vervelende opmerkingen van anderen in bewaren we onze hoop op de boodschap dat het Koninkrijk van vrede gezaaid is en zichtbaar wordt. Kleine tekens van goedheid kunnen het verschil maken. Niet macht is onze methode, maar vrede. Dit betekent geen machteloosheid, maar het is overgave aan Gods liefde en het steeds weer delen van die liefde met mensen om ons heen.

Vandaag vieren we in de Paschaliskerk het feest van Liduina: een klein twijgje in Gods tuin dat nog steeds groeit en bloeit. Niet dat veel mensen haar nog kennen, maar wat zij beleefd heeft, is nog steeds actueel voor mensen. Mensen dragen hun lijden vaak in stilte, in het verborgene. Ons antwoord op dat lijden is geloofsgemeenschap zijn, elkaar niet alleen laten, elkaar dragen, naar elkaar luisteren. Het kleine twijgje van die aandacht, zal kunnen uitgroeien tot een nieuwe levensbron! Laten we net als Liduina hier in de eucharistie onze levenskracht vinden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Veel scholieren hebben de uitslag van hun eindexamen binnen. Vlaggen gaan uit. Plannen worden gemaakt voor de zomer en voor ná de zomer: plannen om een baan te zoeken, plannen om verder te studeren, plannen voor een gap year, zoals onze kroonprinses dat heeft genoemd. Ouders en grootouders zijn trots en ze zien nu de oogst van jarenlang investeren, stimuleren, bijsturen en vooral ook van vertrouwvol afwachten. Opvoeden heeft veel te maken met geduld hebben. Veel ouders beseffen dat een kind niet hun product is, niet het verlengstuk van hun eigen verlangens en dromen. Ook al is een kind een twijgje van je leven, dit kind zal uitgroeien in een eigen tempo en in een eigen richting. In dat opgroeiende kind komen nieuwe en ongekende mogelijkheden tevoorschijn. Maar dat vraagt geduld en vertrouwen dat de vruchten zullen komen. Het kunnen onverwachte vruchten zijn.

Zo kijkt God naar mensen. Hij ziet ons als zijn kinderen. Wij zijn wel zijn schepselen, maar geen slaafse navolgers van zijn wetten en voorschriften. Wij zijn als bomen die groeien met de groeikracht die God geeft. Wij hebben groeikracht en groeiruimte nodig. We zijn geen kopieën van elkaar: ieder heeft een eigen roeping en opdracht. Jezus zegt: ik noem jullie geen slaven, maar vrienden. Die vriendschap geeft ons ruimte: een evangelische vriendschap vol groeikracht en ruimte. We beseffen als gelovige mensen dat we door God geplant zijn, dat we onze oorsprong vinden in de hoge ceder die symbool is van God zelf. Die vriendschap wordt al bij Mozes genoemd: Mozes spreekt met God zoals vrienden met elkaar spreken. We kunnen nagaan of ons gebed gekenmerkt wordt door die vriendschap.

Onze tijd en samenleving zijn gericht op snel en meetbaar resultaat. Vriendschap is een privéaangelegenheid en niet iets voor de publieke wereld. In politiek en bedrijven en ook in de kerk wordt mensen gevraagd verantwoording af te leggen. Vriendschap is dan ver te zoeken. Dat is een hard proces waarbij vaak een hard oordeel geveld wordt: het had beter gekund en beter gemoeten. Het is vaak ook een machtsstrijd: degene die verantwoording vraagt en opeist kan zijn/haar macht doen gelden over de ander. De evangelische vraag is of die benadering de juiste vruchten oplevert. De beelden die Ezechiël en Christus ons aanreiken, getuigen van een andere levenshouding. Een houding van geduld en van dienstbaarheid. Niet passiviteit of simpelweg afwachten. Onze kracht is een andere. Het is de kracht van het geduld.

De boer vertrouwt op de groeikracht van de aarde en beseft dat water nodig is om gewassen te doen ontkiemen en op te laten komen. Hij vervult zijn arbeid in het besef dat niet hij zelf de bron is van die groeikracht. Zijn arbeid en inzet zijn nodig, maar zijn niet de bron van alles. Het is de Eeuwige, die de groeikracht geeft. Wij zijn niet zelf de bron, maar God is de bron. Daar waar mensen zichzelf als de bron beschouwen, gaan zij over de ander heersen, gaan zij macht uitoefenen over de ander. Maar die macht beschadigt, corrumpeert en tast menselijke relaties aan. Zo mag onze relatie tussen elkaar als broeders en zusters niet zijn. Of je nu pastor bent of parochiaan, bisschop, paus, religieus, een nieuwe of levenslange katholi

ek: niemand staat boven de ander. Het evangelie is onze bron en we leren allen van die bron. Ook al heeft ieder een rol in de kerk, het zijn geen verhoudingen van macht of zouden dat niet moeten zijn.

Zoals ouders beseffen dat opvoeden een grote verantwoordelijkheid is, maar dat zij ook veel van hun kinderen ontvangen, zo kunnen wij veel van elkaar ontvangen als we daadwerkelijk luisteren naar elkaar. Ouders kunnen onder de indruk zijn van de keuzes die hun kinderen maken en van de soms onvermoede talenten die ze kunnen ontwikkelen. Zo mogen ook wij met bewondering kijken naar keuzes die menen maken en vertrouwen dat dit een bijdrage betekent voor het Koninkrijk dat komen gaat. Zal ook God onder de indruk kunnen zijn van hetgeen wij doen met de gaven van de heilige Geest? Moge die groeikracht en die groeiruimte in ons zijn. Amen.

Verkondiging Sacramentsdag, 6 juni 2021

Lezingen
Exodus 24, 3-8
Psalm 116
Hebreeën 9, 11-15
Marcus 14, 12-16.22-26

Welkom
Afstand en nabijheid zijn cruciale begrippen op Sacramentsdag. De Heer is afwezig en toch komt Hij zo dicht nabij dat Hij deel wordt van ons leven. Zijn Woord en zijn Lichaam en Bloed worden door ons opgenomen, opdat we zijn weg kunnen bewandelen en kunnen leven naar zijn Geest. Zijn wij zelf ook herkenbaar als tekenen van Gods nabijheid? Is ons leven en handelen, ons spreken en bidden vervuld van de boodschap dat God van alle mensen houdt? Of raken zij juist van God vervreemd? De viering van de Eucharistie brengt God dichter bij de mensen, maar is ook een appèl aan onze keuzes en onze toewijding aan elkaar. Moge dit voedsel dat ons geschonken wordt, ons inspireren op die weg van toewijding, zowel aan God, als aan de naaste als aan onze eigen roeping.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In de afgelopen maanden van Corona zijn we inventief geweest in het overbruggen van fysieke afstand: geen handen geven, anderhalve meter afstand houden, beperkt bezoekers ontvangen. Mensen lijden aan de fysieke afstand die we hebben moeten ervaren. “Huidhonger” werd dit lijden genoemd, soms met dramatische gevolgen. We hebben alternatieven gezocht in het geven van een box of een elleboog, of wat ik liever doe: mijn hand op mijn hart leggen bij een begroeting. Gelukkig konden we elkaar ontmoeten via teams of zoom en konden zo colleges docent en studenten bij de digitale les houden. Maar die manier van vergaderen en lesgeven is vermoeiender. Het kan niet in de plaats komen van persoonlijke ontmoetingen. De communie kon doorgaan via het scherm, en is nu misschien wel aandachtiger en rustiger en misschien wel waardiger. Het automatisme is doorbroken en dat kan eigenlijk niet echt kwaad. Hier brachten afstand en protocol nieuwe aandacht.

De vraag is hoe we elkaar ondanks de afstand toch nabij kunnen komen. Dat is ook een vraag die het evangelie ons aanreikt in onze relatie met Christus. Het is het mysterie van de viering van Sacramentsdag: hoe dichtbij is de verrezen Heer bij ons? De afstand vanwege de dood, het graf met de steen ervoor, het duister van Goede Vrijdagmiddag. De leegte die de mensheid gestort heeft in de verlatenheid van onze wereld. Is de wereld echt aan zichzelf overgeleverd? Heeft God de wereld verlaten en kan de mens slechts rekenen op zichzelf? ”Ach Heer, laat ons toch niet alleen”, is het gebed van de kerk na Goede Vrijdag.

Sacramentsdag is het geschenk van God om in die verlatenheid aanwezig te zijn. Deze aanwezigheid is niet een doekje voor het bloeden, in de zin van een goedkoop “Alles komt wel goed”. Zijn aanwezigheid is een genezende aanwezigheid, maar heft ons lijden niet zomaar op. De eucharistie begint immers met een paasmaal, met de verwijzing naar een lam dat geslacht wordt, een offerdier. Het staat uitdrukkelijk door Marcus beschreven dat de aanleiding van het Laatste Avondmaal van Jezus met zijn leerlingen het Joodse Paasmaal is: de herinnering aan de bevrijding uit slavernij. Wat de leerlingen van die maaltijd is bijgebleven, is voor ons het fundament van iedere eucharistie en van onze Sacramentsdag. “Dit is mijn lichaam, dat wordt gebroken; dit mijn bloed dat wordt vergoten. Ik zal het opnieuw drinken in het Koninkrijk dat door God gevestigd wordt.” Wij geloven dat dit Koninkrijk door Christus’ opstandig is gevestigd en dat wij de burgers van dat Koninkrijk zijn. Dat impliceert dus een hoopvolle boodschap: wij zijn bestemd om te leven. Wij zijn zo kostbaar in Gods ogen, dat Hij ons wil bevrijden van lijden en dood en tot het ware leven wil brengen.

Nog steeds worden levens gebroken, nog steeds wordt bloed vergoten, nog steeds wordt de schepping geweld aangedaan. De vrede valt steeds weer in scherven kapot door machtsmisbruik op grote schaal wanneer de machtigen van deze aarde hun ambten en functies en posities misbruiken voor eigen gewin, maar ook op kleine schaal in situaties tussen mensen waar onrust is, onderdrukking en misbruik: gezinnen, scholen, bedrijven, sportverenigingen, kerkgemeenschappen, noem maar op.

Heeft Christus deze wereld dan niet veranderd? Heeft Hij het lijden dan niet weggenomen? Nee, maar Hij stelt ons in staat om ondanks het lijden de mens lief te hebben. Zoals God zijn lijdende Zoon bemind heeft tot in de dood en Hem zo weer het leven heeft geschonken, zijn ook wij in staat om de lijdende mens te beminnen en op die manier leven te geven.

Een parochiaan vertelde mij haar ervaring bij het afscheid van haar zieke man, die vanuit deze kerk ook begraven is. “Ondanks het lijden, ondanks de aftakeling, ondanks de veeleisende zorg, bleef ik hem liefhebben, ook al was hij niet meer de grote, sterke erudiete man die ik getrouwd had, en ook toen alle buitenkant als het ware was afgepeld. De liefde werd alleen maar groter. Het heeft ons nog inniger met elkaar verbonden, zelfs in de dood.”

De eucharistie die we vieren en die we vereren, mag niet los gezien worden van de lijdende Christus, niet los van de lijdende mens in deze wereld. Als God zijn gelaat heeft getoond aan het kruis, toont Hij ook zijn levenwekkende aanwezigheid in de mens die getroffen wordt door het lijden. Let wel: niet het lijden komt van God, maar het leven dat ondanks lijden mogelijk is. Dat is het perspectief van Sacramentsdag: de afstand tot de naaste die door het lijden kan worden veroorzaakt, wordt overbrugd door de liefde van Christus. Laten wij boodschappers zijn van die liefde en laten wij elkaar zo nabij blijven. Amen.

Verkondiging zondag H. Drie-eenheid, 30 mei 2021

Lezingen
Deuteronomium 4, 32-34.39-40
Psalm 33
Romeinen 8, 14-17
Mattheüs 28, 16-20

Welkom
Welkom bij deze zondag na Pinksteren waarbij we kunnen nadenken over wat God ons in het Paasmysterie duidelijk heeft gemaakt. Christus heeft ons een nieuw begrip van God gebracht. Hij heeft ons in een nieuwe relatie met zijn Vader geplaatst: Abba, het liefdevolle woord voor de Vader dat Paulus ons aanreikt namens Jezus zelf, omarmt ons met liefde, met leven, met vergeving. Geen slaafsheid, geen passiviteit, maar creativiteit en verantwoordelijkheid. De tijd na Pinksteren is de tijd van de kerk: we nemen onze verantwoordelijkheid voor de wereld, voor de schepping en voor de samenleving. We willen zorg dragen voor kwetsbaren en armen, bijvoorbeeld door een bijdrage te leveren aan vaccinaties voor ontwikkelingslanden (heeft u al gedoneerd aan giro 555?). We beseffen dat het geloof in de drie-ene God ons samenbindt en ons uitzendt. Dat is het fundament van ons kerk-zijn. Laten we opnieuw die Geest ontvangen die ons samenbindt en ons in beweging houdt.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In zijn laatste encycliek spreekt paus Franciscus over sociale vriendschap. Hij roept de mensheid op te bouwen aan een universele solidariteit die enerzijds alle grenzen overschrijdt en die anderzijds de verscheidenheid van de mensheid in alle volken en culturen intact laat. Hij brengt deze optimistische visie naar voren in een wereld waar donkere wolken zich samenpakken boven de mensen. In een wereld waar angst en wantrouwen de toon zetten, mede vanwege de pandemie en politieke kleingeestigheid, biedt de paus een uitweg. Hij acht het mogelijk dat de mens een andere keuze maakt: een keuze voor een open wereld, voor een samenleving van solidariteit en onderlinge verantwoordelijkheid. Het is een mooie en inspirerende, maar ook veeleisende visie. We kunnen ons de vraag stellen of die realistisch is. Als we de kranten lezen en het geweld zien en de valse verhalen en de verzonnen waarheden, is de fraterniteit die de paus bepleit, ver te zoeken. Ik denk dat onze paus dit heel goed beseft en daarom juist een visie op tafel legt die uitdaagt, die inspireert en die de mensheid vooruit kan helpen. In een webinar over deze encycliek bracht een Duitse theologe naar voren dat de paus zich met deze encycliek richt tot politiek verantwoordelijken, tot regeringsleiders en bewindspersonen! Een heel krachtige keuze. Ze verwacht dat er snel een encycliek komt die de pauselijke gedachten over fraterniteit vertaalt naar het grondvlak, naar gelovigen in parochies en geloofsgemeenschappen, naar alle mensen van goede wil.

Religie en geloof spelen in de encycliek maar een beperkte rol. Wel wordt de parabel van de barmhartige Samaritaan gebruikt als een vergelijking die mensen in hun verantwoordeljkheid plaatst. Maar de paus start niet vanuit een gelovig en theologisch kader. Juist omdat hij dit politieke publiek wil aanspreken, dat zich niet altijd laat leiden door gelovige overtuigingen (als ze die hebben, laten zij die vaak thuis). Een verstandige keuze dus. Toch heeft de pontificale visie op fraterniteit alles te maken met zijn Godsbeeld, met ons Godsbeeld. Dat er één God is die in relatie met mensen leeft, is een moreel fundament van ons geloof. De ene Vader maakt ons tot broeders en zusters van elkaar, een universele familie; of we dat nu willen of niet, ook al hebben we fundamentele familieruzies in onze wereld. We kunnen anderen niet buitensluiten van deze fraterniteit, omdat zij ons niet bevallen. De zin ‘Ik geloof in één God, de almachtige Vader’ is dus niet vrijblijvend, maar doet ons in dezelfde adem beseffen dat we met elkaar verbonden zijn, wereldwijd. Er is niet een God voor ons en voor de ander: neen, er is één God!

Wij spreken ons geloof uit in zijn Zoon Jezus Christus die gestorven en verrezen is. Jezus heeft onze relatie met de Vader hersteld. In zijn verrijzenis zijn wij allen opnieuw aanvaard en in het doopsel in de naam van Christus hebben we de belofte van leven ontvangen. Christus nodigt ons uit om in relatie met Abba-Vader te staan en dus het Leven te ontvangen. Het vieren van de Eucharistie, het ontvangen van het Eucharistisch Brood, bepaalt ons engagement om te bouwen aan de universele solidariteit en fraterniteit, om te beginnen in de kring van ons eigen leven en onze verantwoordelijkheden.

De Geest die we belijden iedere zondag weer, maakt onze geloofsgemeenschap tot een volkskerk waar de vlammen van Pinksteren niet zijn uitgedoofd. In ieder van ons brandt dat vuur dat ons krachtige getuigen maakt om anderen op te nemen in onze relatie met God. De Geest wil ons tot spreken brengen en tot actie manen om de wereld te verbinden en te helen. Een sacramentele opdracht!

Ons geloof in de drie-ene God doet ons niet stil staan, maar maakt ons tot ontvangende mensen die liefde en leven ontvangen in overvloed, opdat we daarvan uitdelen en anderen in die gemeenschap met de ene God opnemen. We zijn gericht met Chrsitus zelf op de voleinding der wereld: meer dan het einde der tijden gaat het om de voltooiing van de mensheid, de eenheid en de universaliteit van Gods liefde voor de hele mensheid. Daarvan zijn wij de boodschappers. Daartoe roept de drie-ene God ons op. Ik wens ons allen veel inspiratie. Amen