LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 1 maart 2020, 1e zondag 40 dagentijd

Lezingen
Genesis 2, 7-9.3, 1-7
Psalm 51
Romeinen 5, 12-19
Mattheüs 4, 1-11

Welkom
Welkom bij deze eerste stap in de richting van Pasen. De stap die we vandaag zetten brengt ons naar de woestijn. Waarom zoekt Jezus de woestijn op? Gedreven door de Geest, wordt gezegd. Hij gaat in de voetsporen van de profeet. De woestijn is de plek waar we God kunnen leren kennen, zoals Mozes en Elia. Anders dan Israël van het Oude Testament zijn wij geen woestijnbewoners, maar we zien om ons heen voldoende woestijn. We hoeven dus niet van hier weg te trekken om de woestijn in te gaan. Die is er al. Kunnen we in die woestijn de juiste bronnen aanboren? Die ontdekkingstocht mogen we gaan. Laten we die dan ook met elkaar gaan als parochie, als geloofsgemeenschap.

Homilie
Broeders en zusters,
De duivel wil Jezus angst inboezemen. De duivel confronteert Jezus met problemen: honger, machteloosheid, overmoed. De duivel spreekt Jezus aan om maatregelen te nemen die hem zekerheid en macht en veiligheid bieden. De duivel is slim en gebruikt allerlei middelen om Jezus op een dwaalspoor te brengen. Maar Jezus weet het onderscheid tussen ware veiligheid en valse veiligheid. Hij beseft dat wat de duivel Hem voorspiegelt op niets gebaseerd is. Jezus wendt zich af van die valse veiligheid en richt zich op zijn Vader die Hem de ware weg van het Godsvertrouwen wijst. In de woestijn waar Jezus verkeert, worden de kaders van zijn geloven opnieuw uitgedacht. Daar wordt het fundament van het evangelie gelegd. Dat is zijn Goede Boodschap.

Het is een troostend verhaal omdat het ons vertelt dat God heel goed weet welke verleidingen en angsten wij als mensen kunnen ervaren, hoe onzeker we ons kunnen voelen. Ons wordt momenteel angst ingeboezemd door de dreigingen van een ziekte, die over ons uitgestort worden. Iedereen praat erover en van uur tot uur komt er nieuwe informatie. De ziekte is serieus, zoals we iedere ziekte serieus moeten nemen. We gaan zorgvuldig om met ons lichaam dat ons door God geschonken is. we hebben eerbied voor dit Godsgeschenk. Maar laten we onze energie niet te veel verliezen door deze stortvloed van zorgen. Zoals pastoor Luijckx uit Loon op Zand vertelde, die vrijdag geïnterviewd werd omdat zijn parochiaan ziek is: we houden vertrouwen en zijn geen angstige vogeltjes. Dat is een mooi uitgangspunt voor ons als gelovige mensen.

De angst die we om ons heen horen en zien, weerspiegelt een fundamentelere onzekerheid die mensen kan bevangen. De vraag die de veertigdagentijd ons stelt is: hoe sterk is ons eigen vertrouwen? Waardoor wordt dat vertrouwen bedreigd en waarin vinden we onze rust en zekerheid? Door de verhalen die mensen onzeker maken, beseffen we dat hun vertrouwen als dun ijs is, waar zij bij de eerste tegenslagen meteen doorheen zakken. De veertigdagentijd is een periode om te ervaren dat ons fundament steviger is en dat we dat fundament verder kunnen versterken door wat de veertigdagentijd ons aanreikt aan vasten, gebed en naastenliefde. Dat vertrouwen beweegt zich tussen het evenwicht van het besef dat we allen kwetsbaar zijn. We zijn sterfelijk, we zijn hier maar tijdelijk. We hebben dat uitdrukkelijk onder ogen durven zien met de as die we op ons hoofd kregen afgelopen woensdag: bedenk, dat je stof bent en tot stof zult wederkeren. Die boodschap boezemt ons geen angst in, omdat we weten dat de kern van ons zijn, van ons leven, niet daarin gelegen is maar in de Geest die God heeft uitgestort.

Paulus verwijst daarnaar in de Romeinenbrief. Hij verwijst naar de val van de eerste mens die gevolgen heeft voor alle andere mensen. Dat kan symbool zijn voor de gevolgen van angst en hoe die mensen mee kan slepen. Misschien dat de gedachte aan erfzonde mensen niet echt meer inspireert, maar ik wil u wel zeggen dat ik de gevolgen van die erfzonde vaak tegen kom in mijn ontmoetingen en gesprekken met mensen. Ik zie het in het onvermogen om de weg van goedheid en vertrouwen te bewandelen. Al zijn de intenties nog zo goed: keuzes worden vaker bepaald door ons eigen belang dan door het belang van anderen.

De angst die over ons wordt uitgestort, zou ons kunnen doen vergeten dat we een opdracht voor de wereld hebben. De situatie in een land als Bangladesh, waar ons vastenactieproject is, is veel schrijnender dan het virus dat rondwaart. Dagelijks sterven mensen en vooral kinderen, door honger en armoede en geweld. Daar ligt een prioriteit voor de mensheid. Laten we dat voor ogen houden. Laten we ons aan het begin van deze veertigdagentijd afwenden van de stemmen die ons bezorgd maken over onze veiligheid en laten we de stem van de naaste niet vergeten, de mens die in echte nood verkeert. Mogen we in gebed en vrijgevigheid met hen verbonden blijven. Amen

Verkondiging 26 februari 2020, Aswoensdag

Lezingen
Joël 2, 12-18
Psalm 51
2 Korinthiërs 5, 20-21; 6, 1-2
Mattheüs 6, 1-6.16-18

Welkom
Welkom bij het begin van de veertigdagentijd. Sommigen komen misschien vers uit het Carnaval, anderen hebben de afgelopen dagen gewoon doorgewerkt. We betreden hier de ruimte van ons innerlijk: onze gedachten, onze verlangens, onze onzekerheid, onze vragen. In dat innerlijk ontmoeten we onszelf, en ontmoeten we God die tot spreekt en ons leven geeft. Door die ontdekkingstocht vinden we een nieuwe balans in onze relatie met de naaste. Een nieuw evenwicht dat ons opent voor de gave van het leven, voor Pasen, voor licht, voor vrede in een wereld die ongetwijfeld turbulent blijft, onzeker door het corona virus, maar evenzeer door berichten van oorlog en armoede. Hoe blijven we staande? Dat gaan we de komende weken weer oefenen. Ook dit jaar zullen we mensen in de katholieke kerk opnemen. Van harte welkom.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Sportscholen zijn booming business: de mensen trainen zich een ongeluk voor een goede conditie. Ze sparen kosten nog moeite om in goede gezondheid te blijven. Ze wisselen hun ervaringen uit, zowel ter plekke als op sociale media, adviezen die vaak gepaard gaan met eetadviezen. Dieet en oefeningen gaan hand in hand. Het laat goed zien dat de moderne mens een evenwicht zoekt tussen geest en lichaam: een goede lichamelijke conditie helpt immers de geest. Het evenwicht dat de veertigdaagse vasten zoekt, ligt in diezelfde lijn, maar voegt er een aantal dimensies aan toe.Bij deze periode hoort dat er afspraken gemaakt worden met jezelf: minder eten en drinken, meer aandacht als mantelzorger voor degenen die aan jouw zorg zijn toevertrouwd of voor de mensen die op je pad gekomen zijn, een andere verdeling van je goederen en een grotere vrijgevigheid, of het nu ons vastenactie project is in Bangladesh, of andere projecten, misschien wel gerelateerd aan het corona virus. Deze oefeningen en afspraken zijn instrumenten om een nieuw evenwicht te vinden en op te bouwen. Er zijn vriendengroepen die afspraken maken en ook in gezinnen wordt een manier gevonden om gezamenlijk de vasten inhoud te geven: het is dus ook een sociaal gegeven. Zo helpen we elkaar en zo inspireren we elkaar.

Een van de dimensies die ons veertigdaags vasten en bezinnen toevoegt aan het geestelijk fitnessen, is de compassie. Dat klinkt mooi, maar waar vindt die compassie zijn oorsprong? Waardoor wordt die gevoed? Het lijkt een natuurlijke houding van de mens om vol mededogen te zijn en toch zien we dat te weinig in de wereld. Of laat ik het voorzichtig zeggen: er is veel compassie in de wereld, maar vaak in het verborgene, in de beslotenheid, in de coulissen van de mensheid en de geschiedenis. Het is niet de compassie die de toon zet, terwijl we er zo naar verlangen, terwijl er in het verborgene veel compassie betoond wordt. De compassie die we zoeken en die we proberen vorm te geven, vindt zijn oorsprong in de passie van Christus zelf. We bewegen ons in de richting van Goede Vrijdag. Dat betekent de confrontatie met het kruis. Eén suggestie kan ik u alvast meegeven voor deze periode: plaats een kruis ergens in uw huis, uw kamer of bij uw werktafel of eettafel of keukentafel, een kruis dat u dagelijks herinnert aan het onvermijdelijke perspectief van deze weken: het sterven van Jezus. In dat kruis wordt zichtbaar dat God nabij heeft willen zijn aan de mens en in het bijzonder aan de mens die zelf gekruisigd wordt: in ziekte, in verdriet, in mislukte liefde, in de rampen van het leven, of in teleurgestelde vriendschap, in oorlog, bosbranden, moord en geweld. Het overkomt ons allen. God kent ons verdriet en is ons in het sterven van Christus nabij: in de passie van Christus toont de Vader zijn compassie met ons. Die compassie komt voort uit zijn liefde. Als wij diezelfde compassie willen betonen voor de wereld, komt het erop aan om diezelfde wereld te beminnen. Dat is nog een extra dimensie die ons geloof toevoegt. Pas als we de wereld beminnen zijn we in staat die te veranderen en te verbeteren. In die liefde ligt het commitment. Die liefde wordt concreet in mensen. Dat is een tweede concrete suggestie: plaats naast het kruis een foto of een afbeelding van mensen die in de huidige tijd gekruisigd worden en van wie het lijden u ontroert of beroert.

Alle afspraken die we met onszelf en met elkaar maken voor deze periode van de veertigdagentijd kunnen samengevat worden in deze twee richtingen: onze blik op het kruis van Christus, en onze blik op de gekruisigde mens van vandaag. Gaan zij ons echt ter harte en doet die compassie ons stil vallen en bescheiden maken en ons gewone leven relativeren? Helpt dat om onze beslommeringen en onze welvaart even tussen haken te zetten? Hoe belangrijk zijn die dan nog? In onze geestelijke fitness worden we gevoed door het woord van Christus: God die in het verborgene ziet zal het vergelden. Moge Hij ons op die weg vergezellen. Ik wens ons allen een rijke, voedzame, gepassioneerde tijd. Amen

Verkondiging 23 februari 2020 – 7e zondag door het jaar

Lezingen
Leviticus 19,1-2.17-18
Psalm 103
1 Korinthiërs 3, 16-23
Mattheüs 5, 38-48

Welkom
In dit carnavalsweekeinde houden we het hier in Den Haag serieus, zoals altijd. De teksten geven er alle aanleiding toe: “weest heilig zoals God heilig is.” Dit is een moreel onmogelijke opdracht. God heeft ons als mensen geschapen en dat kunnen we niet ongedaan maken. Onze menselijkheid willen we niet ontkennen, die kunnen we ook niet ontkennen. De vraag is of God dat van ons vraagt, aangezien Hij zelf in Christus mens geworden is. De kernboodschap is niet een morele prestatie die we moeten leveren, waardoor we boven ons zelf uit moeten stijgen en dan natuurlijk gefrustreerd raken, omdat we dat hoge ideaal niet halen. “Weest heilig zoals God heilig is”: wordt vervuld van Gods Geest, van zijn enthousiasme, zijn openheid, zijn ontvankelijkheid. Kijk met nieuwe ogen naar de wereld waarin we leven. Telkens opnieuw kan de viering van de eucharistie ons openen voor alles wat ons gegeven is en ons laten zien hoe God ons steeds weer tegemoet komt in onze wereld, in de mensen om ons heen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Op de drempel van de vasten, kunnen we nadenken over de concrete betekenis van deze periode van bezinning dit jaar. De oproep uit de Bergrede reikt verder dan de houding ten opzichte van de medemens en de wereld waarin we leven. Zal de vasten zo’n periode kunnen zijn die we markeren door Aswoensdag en door afspraken die we met onszelf maken? De fundamentele vraag die Paulus stelt is: waar horen we bij? De komende vasten is een oefening om die vraag te stellen: waar hoor ik bij? Er zijn voldoende zaken en mensen waar we bij willen horen. Allerlei mensen en zaken waar we aan gehecht zijn, die belangrijk zijn voor ons mens-zijn, voor onze identiteit. Het zijn vriendschappen, gebruiken en gewoonten, maar ook allerlei materiële zaken die ons leven prettig en aangenaam maken, maar horen die werkelijk bij ons? Bepalen die wie wij zijn? Wat en wie dan wel?

Het heiligdom waar Paulus van spreekt is niet een gebouw. Het heiligdom is daar waar God en mens elkaar ontmoeten, het is een plek waar mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Ik hoef u niet uit te leggen hoe moeilijk daadwerkelijk ontmoeten is. We hebben snel een oordeel en een mening klaar, nog voor het eerste woord gezegd is. Wanneer mensen elkaar ontmoeten, wordt er na enkele blikken en inleidende woorden binnen enkele momenten op nogal primaire wijze een oordeel over de ander geveld. Dat is een vrij natuurlijke reactie van de mens. Allerlei onberedeneerde overwegingen en primaire gevoelens spelen daarbij een rol. De rest van de ontmoeting is bedoeld om deze eerste indruk hetzij te bevestigen, hetzij te corrigeren. Het kan zelfs zijn dat een ontmoeting ons radicaal kan veranderen, een ontmoeting kan zelfs pijnlijk zijn als die ons eigen falen of onze eigen gebrekkigheid openbaart. De houding die Jezus ons in zijn Bergrede aanraadt is een nogal radicale aanmoediging om over onze categorieën van vijandschap en ‘voor wat hoort wat’ heen te stappen en echt vrij te zijn in onze belangeloze bejegening van anderen.

Jezus sluit aan bij de Oude Wet van Mozes, maar legt het diepere fundament bloot van deze eerbiedwaardige onderwijzingen: het netwerk van God en mensen dat in de schepping is neergelegd. Deze aanwijzingen zijn een veilige leermeester, ook als je jezelf daarmee te kort doet en wellicht spullen zou kwijtraken of leningen niet terug zou krijgen. Jezus zou zeggen: “nou en, je hebt er wel een broeder of zuster bij en weegt die winst niet op tegen het materiële verlies?” Paulus spreekt van de geloofsgemeenschap als een heiligdom. Dat betekent dat de ontmoeting van de ene mens met de ander altijd plaats vindt in de ruimte van Gods Geest. Die ruimte maakt heilig, vervult van leven en vreugde. Dat gaat in tegen gevoelens van wantrouwen, scepsis, negativisme, wraak en haat. Die gevoelens verhinderen de mens om mens te zijn. In deze ruimte van de viering met elkaar waarin we Gods Geest aanwezig weten, helpt die Geest om met nieuwe ogen naar elkaar, de wereld en de mensen die er leven, te kijken. Dat kan de mens nieuw maken en op een ander spoor in het leven zetten. Des te meer helpt de ontmoeting in de eucharistie om elkaar te ontvangen als gave Gods. Zoals we Brood en Wijn aan God aanbieden met de vraag om deze te heiligen en te vervullen van Gods Geest bieden we evenzeer onszelf aan en onze geloofsgemeenschap om die weer opnieuw te vervullen van de heilige Geest.

Zo is heel de veertigdaagse vasten een beweging naar God toe om opnieuw zijn zegen en zijn leven te ontvangen. Naarmate Pasen nadert, zal het intenser worden zoals wanneer Goede Vrijdag met zijn duistere eenzaamheid nadert, maar we kennen het perspectief, dat we uiteindelijk de mens zullen ontmoeten zoals hij is: we zien die mens in de verrezen Heer op wie de dood en de duisternis geen vat meer heeft. In de komende vastenperiode hebben we de kans om onszelf en de ander opnieuw te leren kennen, zowel in onze eigen geloofsgemeenschap, als in de kring van onze vrienden en familieleden, maar bijvoorbeeld ook de mensen van ons vastenproject in Bangladesh. We kunnen ons ook in hun leven verdiepen: allerlei mooie kansen om de heilige ruimte te betreden van Gods aanwezigheid. Ik wens ons allen een mooie reis. Amen