LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 4 oktober 2020, 27e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 5, 1-7
Psalm 80
Filippenzen 4, 6-9
Mattheüs 21, 33-43

Welkom
Op deze dag van Franciscus denken we aan Assisi en over de verhalen van deze Poverello die op onverwachte wijze de kerk vernieuwd heeft en een nieuwe evangelische beweging is gestart, die niet meer weg te denken is uit kerk en samenleving. Door de keuze van zijn naam heeft paus Franciscus dit erfgoed weer in het hart van de kerk geplaatst. Er is nogal wat verzet tegen de hervormingen van de paus, er moet zelfs een kardinaal voor wijken, maar dat maakt duidelijk dat evangelisch leven minder gemakkelijk is dan wij dat beseffen. Ook voor ons zelf is het niet eenvoudig.

Vandaag zendt Franciscus een nieuwe boodschap de wereld in, waarvan ik ten tijde van het maken van deze verkondiging slechts wat flarden meegekregen had. Het thema is broederschap/zusterschap: hoe ver gaat onze saamhorigheid, onze solidariteit en onze verantwoordelijkheid voor de ander? We zijn hier samen om te delen in de overvloedige barmhartigheid van God die ons voedt met Woord en Sacrament. Als wij broeders en zusters zijn van allen die lijden, zijn wij dan ook net zo barmhartig voor hen als God hier voor ons is?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie durft een wijngaard te beginnen? Zelfs in onze streken lijkt het mogelijk goede wijn te maken van druiven die door de Nederlandse zon gerijpt worden. De zusters Norbertinessen van Oosterhout haalden zelfs het NOS journaal met hun wijn, die zij ondanks Corona toch verkocht kregen. Een wijngaard aanleggen en wijnstokken planten vraagt vertrouwen in de toekomst: het duurt even voordat er een opbrengst is. De zusters hebben vertrouwen in de toekomst. In tegenstelling tot de grote somberheid die zich van ons meester kan maken, getuigen deze zusters van de vreugde van het evangelie. De wijngaardenier van het evangelie gaat nog een stap verder. Hij vertrouwt zijn wijngaard toe aan pachters en verlaat het land in het vertrouwen dat de pachters goed voor de wijngaard zorgen. Geen verstandig besluit, zo blijkt uit het vervolg: bij de profeet Jesaja wordt de wijngaard verwaarloosd en valt ten prooi aan de wildernis. In het evangelie nemen de pachters het heft in handen en zetten de wijngaardenier buiten spel. Ze willen de opbrengst niet aan hem afdragen, aan hem die de werkelijke bron van het leven is.

Als de wijngaardenier in de ogen van Jezus de Vader zelf is, de Schepper van hemel en aarde, de Schepper van de mens, dan blijkt daaruit dat de Vader een groot vertrouwen heeft in de mens. Die krijgt steeds nieuwe kansen: telkens komen nieuwe boodschappers die de opdracht tot gerechtigheid in herinnering roepen. Maar uiteindelijk: wie het verprutst plaatst zich buiten Gods Licht en Genade en Vrede. De reactie van de wijngaardenier in het evangelie is eigenlijk onevangelisch onbarmhartig jegens de boosaardige pachters. Geen vergeving voor degenen die de wijngaard van Gods schepping geweld aandoen! Een harde les!

De zorg die paus Franciscus in zijn nieuwe encycliek met ons wil delen is dat hij de wereld uit elkaar ziet vallen. Gisteren heeft hij zijn eerste reis buiten Rome gemaakt sinds de Corona-crisis. Zoals zijn eerste reis als paus naar Lampedusa in 2013 symbolisch was voor de manier waarop hij zijn ambt wil opvatten, zo is ook deze reis naar Assisi symbolisch bedoeld. Niet voor niets draagt hij de programmatische naam Franciscus: een heroriëntatie van de kerk, een heroriëntatie voor de samenleving. De broederschap die het thema is van de encycliek – uitdrukkelijk bedoeld in een Vaticaans commentaar als inclusiviteit die broeders én zusters omvat – is ontleend aan de aanbevelingen van de H. Franciscus die in de dertiende eeuw zijn broederschap opbouwde naar het voorbeeld van Jezus met zijn apostelen. Het was bedoeld als herbouw, restauratie van de kerk. Franciscus van Assisi vroeg en kreeg de zegen van de toenmalige paus Innocentius III – een kerkjurist zeg ik er met enige trots bij – die de tekenen van de tijd verstond.

De broederschap is zo sterk als de zwakste keten: wie de keten verbreekt, draagt een grote verantwoordelijkheid. Als kerk vormen we een grote keten van broeders en zusters die door de tijd heen en wereldwijd de boodschap van het evangelie aan elkaar doorgeven. Dan doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor de wereld, de wijngaard waar we in leven. Die wereld is niet ons eigendom, niet ons bezit, maar we zijn slechts pachters, beheerders van deze wijngaard. Dat besef moeten we nog leren. Gelukkig zet de mensheid stappen vooruit en beseffen we dat oude praktijken van bijvoorbeeld slavernij en uitbuiting en kolonialisme de broeder- en zusterschap geweld aan doen. En niemand wil oorlog en landen zoeken eerst diplomatieke oplossingen. Toch blijft geweld volop aanwezig en worden spanningen tussen landen uitgevochten. Geweld is soms dichterbij dan we denken.

Onze gemeenschappelijke opdracht ontlenen wij hier aan het doopsel. Dit doopsel is teken van de universaliteit van de boodschap van Gods liefde. Het doel van het doopsel is niet om ons af te zonderen van de rest van de wereld, maar is het teken van onze verantwoordelijkheid voor heel de wijngaard die de wereld is. Het doopsel maakt ons tot pachters die de opdracht krijgen om de wijngaard als een gastvrije tuin in te richten. Krijgen we deze boodschap nog wel verkocht? De paus gelooft er stellig in dat de boodschap van het evangelie een leidraad voor de samenleving is. De zusters Norbertinessen getuigen van moed om wijn te gaan verbouwen en te verbouwen. Dat mag ons inspireren om met het evangelie de wereld in te trekken en onze broeders en zusters op te zoeken en samen met hen de wijngaard tot bloei te brengen. Amen

Verkondiging Kerkwijding en Gedachtenis aan de H. Jacobus, 27 september 2020

Lezingen
Jesaja 56, 1. 6-7
Psalm 83
1 Petrus 2, 4-9
Lucas 19, 1-10

Welkom
Welkom op dit hoogfeest van kerkwijding, onwerkelijk, met een bijna lege kerk die toch uitverkocht is! De gedachte dat je zelfs in de kerk niet veilig bent voor het Coronavirus is voor velen onverdraaglijk. Het is daarom nog steeds voor veel parochianen moeilijk om de weg naar de kerk terug te vinden, maar wij zijn hier samen om in dit huis van licht Gods licht te ervaren en woorden mee te nemen die ons helpen de richting in ons leven vast te houden. Ik zie dat mensen ook in hun geloof heel creatief zijn om deze donkere tijd door te komen. We willen graag uw verhalen verzamelen. U ziet al een flyer bij uw boekje liggen. Straks meer daarover. We vullen nu dit Huis met licht, gebed en naastenliefde want dit huis is symbool voor de wereld waarin we leven, opdat zij ook vervuld raakt van diezelfde naastenliefde en ware vrede. Moge God zijn aanwezigheid doen ervaren en ons de weg wijzen. Daartoe bidden we eerst om vergeving en verzoening.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie in de mist de weg op moet, dient heel voorzichtig te zijn. Je weet dat iemand zo maar uit de mist kan opduiken. Je moet dan snel reageren. Voorzichtigheid is geboden: je weet niet wat er komen gaat. Het maakt onzeker en je kunt maar beter de mist ontwijken en wachten tot de zon schijnt. We zijn het ontwend om in de mist te reizen: in de zomer schijnt de zon en is de hemel helder. Toch is in deze periode de mist over ons en onze samenleving gekomen. Het is lastig om in deze omstandigheden de koers vast te houden. Ongekende omstandigheden vragen om ongekende maatregelen. Dat geldt voor de overheid, maar evenzeer voor de kerk. Allerlei beslissingen rond de toegankelijkheid van de kerk, het ontvangen van de communie, wel of geen kerkzang, geen huisbezoek aan kwetsbare parochianen. Vanzelfsprekendheden worden ons ontnomen. We kunnen dat niet goed hebben, want normaal gesproken kunnen we alles berekenen. We maken ramingen en verwachtingen voor de toekomst. We houden niet van verrassingen. Dat is allemaal doorbroken en een illusie gebleken. Verwachtingen moeten worden bijgesteld en informatie inzake de toekomst wordt met grote voorzichtigheid en disclaimers uitgesproken. Eerlijk gezegd weten we niet hoe de wereld van morgen eruit ziet. Dat zou ons niet echt moeten verontrusten. We zijn verankerd in de hemel zegt Paulus en als de wereld op drift raakt, houden we vast aan dat anker dat ons ooit thuis zal brengen. Met dat anker van geloof kunnen we koers houden in de mist. We hebben digitale hulpmiddelen voor meditaties, vieringen, catechese en vergaderingen gevonden om het parochiële leven toch doorgang te laten vinden. Wat zijn onze eigen ijkpunten in de mist? Hoe kunnen we naar binnen keren en onze bronnen aanboren, om te voorkomen dat de mist die de wereld lijkt te regeren, ons van het geloofspad afhoudt?

Kerkwijding 2020
De afbeelding is uit het Pericopenboek van Hendrik II, Codex Latinus Monacensis, 1007/12, München. uit:
W.Vogl, Meisterwerke der Christlichen Kunst, Regensburg, Pustet, 2018

Op deze dag van kerkwijding is Zacheüs ons ijkpunt in de mist. Op de afbeelding zien we hoe Zacheüs zich verborgen houdt: voor hem zou mist prettig zijn: hij wordt niet gezien. Hij klimt in de moerbeivijgenboom, de boom van de schaamte, om wel te zien, maar niet gezien te worden. Voor hem is zijn geloof een wolk van mist geworden: hij heeft compromissen gesloten met de bezettende Romeinse macht. Hij heeft ervan geprofiteerd. Hij heeft zijn geweten het zwijgen opgelegd met allerlei mistige argumenten. Hij is het zicht op het gelaat van de Eeuwige verloren. Zijn uitgestrekte hand (in beide afbeeldingen) geeft zijn verlangen aan om bevrijd te worden uit de mist en de koers weer te vinden. Christus zegent hem twee maal als antwoord op zijn uitgestoken hand. Jezus nodigt zichzelf uit in het huis van Zacheüs. Dat huis is symbool van zijn leven, zijn hart en zijn geloof: een kale boel. Maar het huis wordt geheiligd door de aanwezigheid van Christus en de apostelen en door de bekering van Zacheüs die uit de mist tevoorschijn komt als een kind van Abraham, zoals Jezus hem aanspreekt.

Het huis wordt getransformeerd tot kerk: de tafel is het altaar geworden. Christus draagt het evangelie in zijn handen. Op de tafel liggen brood, vis en wijn, de symbolen van de eucharistische gaven. Zacheüs wordt in zijn eigen huis uitgenodigd om disgenoot te zijn van de geloofsgemeenschap, zichtbaar in Christus en zijn drie leerlingen. Christus nodigt zich uit om in je huis aanwezig te zijn. Beseffen we zijn nabijheid? Dat geeft troost omdat je op die manier de kerk en de eucharistie altijd met je meedraagt. De pijler van de liturgie, de samenkomst in de geloofsgemeenschap wordt in evenwicht gebracht met de pijler van je eigen hart en je eigen huis. In de mist van deze tijd wordt je op jezelf teruggeworpen en word je uitgedaagd om zelf de bronnen van je geloof ter hand te nemen. Door het voorbeeld van Zacheüs wordt ons eigen huis ook getransformeerd tot kerk en altaar.

In deze kerkwijding danken we God voor ons kerkgebouw, dit huis van dankzegging, eucharistie. Maar we danken God evenzeer omdat wij zelf de levende stenen van dat huis zijn, een huis waarin Christus ons voedt. We nodigen u uit om uw bronnen van geestelijke voedsel met elkaar te delen. Hoe heeft u in deze periode van mist koers gehouden op het evangelie? Ik denk dat er veel meer rijkdom te vinden is dan we zelf denken. Zo houden we elkaar op koers in de mist van deze tijd. Het is de uitnodiging van Christus die ons richting blijft geven om onze geloofsgemeenschap en het kerkgebouw niet op te geven. We worden immers gevoed door onze eigen bronnen. Laten we elkaar op die weg blijven bemoedigen. Dan ervaren we de krachtige nabijheid van Gods Geest die in Christus is. Amen

Verkondiging vijfentwintigste zondag door het jaar, 20 september 2020

Lezingen
Jesaja 55, 6-9
Psalm 145
Filippenzen 1, 20c-24.27a
Mattheüs 20, 1-16a

Welkom
Welkom op deze vredeszondag. We ontsteken een kaars: de verschillende kleuren symboliseren de verscheidenheid aan mensen in onze samenleving. Zij dragen het ene licht dat ons herinnert aan God en aan onze opdracht om samen dat licht te dragen en uit te dragen. Wij zijn allen werker in die ene wijngaard en onze beloning is dat we het licht van Gods vrede zien en herkennen. We bezinnen ons op de vraag of wij werkelijk vertrouwen hebben in Gods gave van vrede.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
“Vrede verbindt verschil” is het motto van de vredesweek 2020. In de evangelielezing van vanmorgen wordt de vrede verstoord, omdat de arbeiders het verschil in het aantal werkuren vertaald willen zien in een verschil in uitbetaling. Ons rechtvaardigheidsgevoel is in strijd met de beslissing van de landeigenaar om iedereen hetzelfde uit te betalen. Zo stimuleer je toch dat mensen voortaan pas het elfde uur komen opdraven? Dat is inderdaad onze menselijke economische reactie, juist het teken dat het Koninkrijk nog niet is aangebroken.

Wij worstelen met verschillen: er zijn economische verschillen, tussen degenen met hoge salarissen en die met een kleine uitkering of pensioen, verschillen tussen de extreem rijken en de armen, mensen met schulden, mensen die maar amper rond kunnen komen. Er zijn religieuze verschillen. We hebben in de Jacobuskerk afgelopen dinsdag in de Prinsjesdagviering die verscheidenheid kunnen meemaken. Anders dan op veel plaatsen het geval is, werd die verscheidenheid tussen religies en levensbeschouwingen juist getoond als rijkdom en kracht, als een rijkdom aan inspiratie. Verscheidenheid is dan niet bedreigend. Ik kan u verzekeren; tussen de mensen die dit hebben voorbereid, bestaat inmiddels werkelijk een vriendschappelijke band. Dat gaat niet vanzelf; dat vraagt tijd en aandacht. Het vraag dialoog, luisteren en een eerlijk gesprek.

Er zijn culturele verschillen in Nederland, de verschillen in herkomst: mensen komen overal vandaan. Nederland is Nederland niet meer en dat is soms vervreemdend. De grenzen van de overbrugbare verschillen lijken soms bereikt. Dan zijn de grenzen van de vrede tussen burgers bereikt en kan men verschillen niet meer verdragen. We zien dit gebeuren in de demonstraties als uiting van irritatie.

De boodschap van de vredesweek is dus minder vanzelfsprekend dan je zou denken. Hoever gaat onze verdraagzaamheid van het anders zijn van de ander? Natuurlijk kunnen we niet alles goed vinden: gedrag moet beantwoorden aan standaarden van rechtvaardigheid en gerechtigheid. Die worden ons door Schrift en Traditie ook aangereikt en daarmee komen dan ook morele oordelen om de hoek kijken: niet alles kan goed gevonden worden. In de termen van de profeten van het Oude Testament wordt dat omschreven als afgoderij. De heidenen die er andere waarden op na houden, worden scherp afgewezen. Het Oude Testament lijkt dus veel minder verdraagzaam dan het Nieuwe Testament. Maar ook bij Jesaja wordt de wereld van de heidenen niet beschouwd als een verloren gebied. Een mens is nu eenmaal geen stilstaand water. Een mensenleven is dynamisch: er gebeurt van alles, ook een ontwikkeling ten goede in het leven is mogelijk. De terugkeer naar God is altijd mogelijk. Want God is nabij.

Dat is de brug naar het Nieuwe Testament in de prediking van Jezus: Gods Koninkrijk is nabij. Het is bereikbaar voor iedereen. Bovendien is dat Koninkrijk groter dan wij denken: het is de onbegrijpelijke rechtvaardigheid van de landeigenaar die guller is dan wij ons kunnen voorstellen, dan wij kunnen accepteren. Er is meer ruimte in dat Koninkrijk dan onze menselijke en kerkelijke criteria toelaten. Ook al kunnen wij die criteria niet zomaar op onze werkelijkheid en onze samenleving toepassen, kunnen we dit ideaal, dit perspectief vasthouden? Uiteindelijk zijn we naar zo’n wereld onderweg. Dit is het doel van de eenvoudige kaars van deze vredesweek: in ons houdt God dat vlammetje van die wereld levend.

Durven wij het aan om dat vlammetje te koesteren? Durven wij het aan om de samenleving te herinneren aan het Koninkrijk dat ons geschonken zal worden en waar andere criteria van rechtvaardigheid worden gebruikt dan de gebruikelijke van economie en politiek? De vredesweek nodigt ons uit om een voorschot te nemen op dat Koninkrijk en getuigenis af te leggen van de houding van de landeigenaar, hoe moeilijk dat ook is. Amen