LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 5 maart 2014, Aswoensdag

Lezingen
Joël 2, 12-18
Psalm 51
2 Korinthiërs 5, 20-21; 6, 1-2
Mattheüs 6, 1-6.16-18

Welkom
Welkom bij het begin van de veertigdagentijd. Het lijkt een tijd van nee zeggen: nee tegen sommige uitnodigingen, nee tegen bepaalde boodschappen, nee tegen bepaalde verleidingen. Maar het is een tijd van ja zeggen tegen God, tegen de naaste, ja tegen de zuiverheid van ons eigen hart. Deze veertigdagentijd confronteert ons met de paradox van het menselijke bestaan: de mens is beeld van God en bezit talenten en mogelijkheden die vrijwel onbegrensd lijken en toch is hij een voorbijgaand wezen: stof ben je en tot stof zul je wederkeren. De mens verlangt naar het goede en naar vrede en toch staat de wereld van de Oekraïne tot Afrika bol van geweld en spanningen. Mensen en regeringen willen hun macht en invloedsfeer bewaren. Alle energie die daarin gestoken wordt, leidt de mens af van het ware doel van het leven: een wereld en een samenleving bouwen waar barmhartigheid en vrede het fundament vormen.

Deze veertigdagentijd is dus een ja zeggen tegen onze roeping van Godswege. God vraagt ons om ons leven door het evangelie te laten bepalen. Hij vraagt ons vandaag een weg naar binnen te gaan: een weg van het hart, waar we God ontmoeten. Deze weg naar binnen gaat gepaard met de drieslag gebed, vasten en aalmoezen: bezinning, soberheid en vrijgevigheid zijn de richtingwijzers en hulpmiddelen voor deze weg.

Sommigen zullen dit jaar een bijzonder paasfeest beleven, omdat zij in de paasnacht gedoopt en gevormd zullen worden. We hebben nog nooit zo’n grote groep gehad. Van harte welkom.

Karin, Frits, jullie hebben je al langer in het christelijk geloof verdiept. Nu is het moment aangebroken om daadwerkelijk de stap naar de kerk te zetten. We heten jullie welkom en we bidden dat door het doopsel met Pasen Christus jullie altijd op jullie pad zal begeleiden.

Ravi en Ritesh, jullie volgen jullie moeder die twee jaar geleden gedoopt is. Het is jullie eigen keuze om je in de kerk met Christus te verbinden.

Peter, Arjen, Laura, Kimberley en Sacha, jullie hebben via jullie partner of familieleden de kerk als manier van verdieping gevonden. Jullie zullen met de anderen gedoopt worden en zo toetreden tot de katholieke kerk.

Karen, je zult het vormsel ontvangen en op die manier tot de katholieke kerk overgaan. Je kwam vanuit een andere kerk, maar hier heb je de katholieke liturgie gevonden om je relatie met God te verrijken.

Michael, jij bereidt je voor op het vormsel. Je bent katholiek gedoopt en je wilt nu graag ook het vormsel ontvangen om met je vrouw het geloof nog beter te beleven.

Samen zijn jullie al vanaf november de groep geloofsleerlingen en nu formeel als catechumenen. Vanaf nu zal de kerkgemeenschap voor jullie bidden terwijl jullie je verder voorbereiden op het doopsel en het vormsel en de heilige communie. Ook voor ons allen is het inspirerend dat zoveel mensen deze keuze willen maken.

We spreken intens met elkaar over geloof en leven, over de katholieke tradities en over jullie eigen levensweg. Jullie ervaren dat God met jullie gaat en op die manier zijn jullie een inspiratiebron voor onze hele geloofsgemeenschap.

Vanavond worden jullie gezalfd als doopleerling en geloofsleerling en zo op een bijzondere wijze met de kerk verbonden. Christus zal jullie op jullie verdere weg begeleiden.

zalving geloofsleerlingen

Homilie
Onlangs heb ik tijdens mijn verblijf in Suriname de synagoge van Paramaribo bezocht. Wonderlijk is dat de vloer van het gehele gebouw met een laag zand bedekt is. Ook de vloer van de preekstoel, de Bima, en de trappen naar de ark, waar de Torahrollen bewaard worden, zijn bedekt met een laagje savannezand. Het lijkt dus of je de woestijn betreedt wanneer je de synagoge ingaat. Het is ook één van de betekenissen die aan dit gebruik gegeven wordt. Iedere week wordt het voor de sabbath keurig glad gemaakt om de bezoekers te ontvangen.

Ook in andere Caribische landen ligt er in de synagogen een laagje zand. De Joden die samen komen in de synagoge beseffen dat hun oorsprong ligt in de veertig jaar die zij in de woestijn verbleven, toen zij onder leiding van Mozes hun verbond met God leerden kennen, dat een verbond van leven bleek te zijn, een verbond dat leidde naar het Beloofde Land.

Het is een passende gedachte om daarmee een kerkgebouw te betreden in de veertigdagentijd: we betreden als het ware in geestelijke zin de woestijn. Dat is voor een christen geen angstige gedachte of een zware periode: we gaan immers in de voetstappen van Jezus zelf die na zijn doop de woestijn in trok om God beter te leren kennen en de kracht van zijn roeping nog beter te verstaan. Ook wij willen het doel van ons leven beter verstaan en weten waartoe God ons geroepen heeft. Het is dus een mooie en vreugdevolle tijd om meer tijd te nemen voor gebed en bezinning en onze zorgen om uiterlijkheden even los te laten. Het gaat de komende weken om onze ziel en hoe wij met God en de naaste verbonden zijn.

Jezus houdt ons in de teksten van de Bergrede de weg naar binnen voor, de weg naar het verborgene van je hart, niet een weg om jezelf te verstoppen, maar een weg naar jezelf, naar je innerlijk. Laat je uiterlijk maar even voor wat het is; dat is niet wie je bent, daar hoef je je geen zorgen om te maken. Als mensen die kant van jou de mooiste vinden, kennen ze je nog niet goed genoeg.

In ons hart, in ons geweten, in ons denken kunnen we de weg van een waardevoller leven gaan, waarlangs we bepaalde waarden nieuwe inhoud geven: stilte, vrijgevigheid en soberheid als fundamentele waarden onder ons leven die ons handelen en onze dagindeling kunnen bepalen, waarden die ons vastigheid en stevigheid geven om niet met alle winden van de modes en trends mee te waaien: een vernieuwde en vindingrijke weerbaarheid tegen alle bewegingen die ons kunnen meesleuren.

Dit is de waarde van de stilte om even afstand te nemen tot al het gepraat en alle meningen en drukte: stil vallen, je adem horen. In de stilte spreekt Gods stem. Zijn zwijgen is immers spreken. Ieder zal even stil vallen en kijken naar het licht van de zon of kijken naar een afbeelding, stilte om te luisteren.

De waarde van de vrijgevigheid: laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet, zonder berekening, zonder voorwaarden, zomaar omdat er iemand is die je iets vraagt. Oefen eens deze weken van de vasten in die manier van vrijgevig zijn. Misschien ontvang je dan ook meer. De waarde van de soberheid scheelt een hoop tijd: wat je allemaal links kunt laten liggen, waar je allemaal geen tijd aan hoeft te besteden: een stapje terug, eenvoud.

De vasten kan ons rijk maken, ook door onze bezinning op de donderdagen. Groeien in kennis van God en van de naaste en daarmee ook van onszelf. Dat is de weg die voor ons ligt. We zijn maar voorbijgaande mensen en toch heeft God zich aan ons verbonden.

Wie zo de woestijn betreedt, zal de rijkdom van die woestijn ontdekken en leren zien hoeveel er aan ons gegeven wordt en hoe ons een weg gewezen wordt. Ik wens u veel inspiratie en in het bijzonder onze geloofsleerlingen een inspirerende tocht naar hun doopsel of vormsel.

Amen

Verkondiging 2 maart 2014, 8e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 49, 14-15
Psalm 62
1 Korinthiërs 4, 1-5
Mattheüs 6, 24-34

Welkom
In de lezing van de Bergrede die we vervolgen stelt Jezus een kritische vraag: laten we ons in onze zorgen voor het leven niet meeslepen door wat de wereld van ons verwacht: groei in rijkdom en inkomen, toename op allerlei terreinen? Is dat wat we willen? Gaat de essentie van het leven dan niet aan ons voorbij? Jezus richt ons op de gerechtigheid die van God komt. Het lijden van vandaag is groot, kijk maar naar de Oekraïne en centraal Afrika. Dat is niet zomaar oplosbaar. De belangen zijn groot.

In de eucharistie willen we ons opnieuw openstellen voor wat God aan ons geeft en beseffen dat daarin voldoende is om te leven en gelukkig te zijn. Hier is de weg van vrede en geluk. Voor die keren dat we dat niet beseften en tegen Gods plannen ingingen, belijden we onze schuld.

Homilie
De kerk leeft in het Licht van het koninkrijk dat Jezus verkondigd heeft. Het kan soms gebeuren dat we dit uit het oog verliezen. Dan denken we dat de kerk het koninkrijk is. We kijken dan niet verder dan de kerk. We kunnen ook het risico lopen ons terug te trekken binnen onze kerkelijke geloofsgemeenschap, zonder nog bezig te zijn met de noden van onze samenleving. We maken ons bezorgd om het overleven van de kerk, terwijl Jezus ons bemoedigt en ons wil openen voor de gave van zijn heilige Geest.

Is het wereldvreemd om zo onbezorgd te leven als Jezus ons adviseert in de Bergrede: geen zorgen om geld en goed? Wie kan zich dit in tijden van economische tegenwind veroorloven? Ook parochies en het bisdom moeten alle zeilen bijzetten om gezond te blijven in pastoraal en financieel opzicht. Het gaat niet vanzelf.

Het gaat in de Bergrede echter niet om zorgeloosheid, maar om oriëntatie, om richting. De wereld zoekt garanties en zekerheden en daar waar grenzen zijn wordt bezuinigd. Dit kan voor de overheid en de samenleving gelden, soms met drastische humanitaire gevolgen, maar het koninkrijk dat Christus verkondigt heeft een andere focus. De richting die Jezus ons voorhoudt is die van de mens die beseft dat hij/zij leeft van de overvloedige liefde van God en dat hij/zij daar altijd van kan uitdelen. Een christen deelt niet uit van anderen, maar wil altijd geven van zichzelf. Het gaat om zelfgave.

Paulus maakt duidelijk in zijn brief aan de Korinthiërs dat de opdracht die we van Christus ontvingen ons allen geldt. We zijn allen helpers van Christus. Wij dragen de boodschap van Christus met ons mee. Dat vraagt ook zelfreflectie: wat heeft de boodschap van Christus met onszelf gedaan? Waarom vinden we het waard om die boodschap rond te bazuinen in woord en daad? Waarom zouden daden die voortkomen uit het evangelie daden van Liefde moeten zijn en van gerechtigheid?

De primaire, natuurlijke focus van de mens is niet altruïstisch, de mens is niet automatisch op de ander gericht. De mens moet open gemaakt worden, de mens moet uit zijn cocon van zijn/haar eigen veilige leven gehaald worden. Daartoe spreekt Jezus deze Bergrede tot de menigte, de wereld en niet alleen tot zijn leerlingen. De noden in de wereld, van de Oekraïne tot aan de vluchtelingen problematiek in ons eigen land, geven ons geen rust. Terecht niet. Maar beseffen we ook inzake de stad waar we leven en de mensen die we ontmoeten voldoende dat het evangelie vreugde en goedheid kan bieden? Dat we als kerkgemeenschap een bijdrage leveren aan een menswaardiger samenleving? We hebben niet het monopolie daarop, maar wel een eigen geluid.

Het eigene van het evangelie is dat de christen zich nooit achter anderen verschuilt, niet naar een ander verwijst die iets zou moeten oplossen of regelen. Een christen maakt zijn/haar eigen leven tot inzet van de boodschap. Dat ging bij Jezus zover dat Hij zijn leven gaf voor zijn vrienden, voor het koninkrijk, voor de mensheid. Wij vieren in deze eucharistie dat deze levensgave ook ons bevrijdt en dat zou ons voldoende zekerheid en vertrouwen moeten geven dat wanneer wij wat van onszelf geven in naam van Christus, dit vruchten zal dragen.

In de komende vastenperiode kunnen we oefenen in die zelfgave, kunnen we concrete doelen stellen voor onszelf om af te zien en in te zien, om los te laten en te ontdekken. De tijd is voorbij dat de pastoor voorschrijft hoe iedereen moet vasten, maar dat maakt de uitdaging voor ieder van ons niet minder. Integendeel je kunt nu laten zien wat het voor jezelf betekent. We laten ons niet bepalen door wat de wereld van ons vraagt, we gebruiken andere criteria van waarde en menswaardigheid dan in een materialistisch wereldbeeld. We laten dit bepalen door het evangelie van Christus en we mogen dit uitdragen. We zitten niet stil, we komen in beweging, we volgen het pad dat Christus ons gebaand heeft. Mogen wij als kerk deze weg met vreugde en vruchten gaan.

Amen

Verkondiging 9 februari 2014, vijfde zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 58, 7-10
Psalm 24
1 Korinthiërs 2, 1-5
Mattheüs 5, 13-16

Welkom
Vorige week hebben we de kaarsen gezegend en hebben we een lichtprocessie gehouden. Vandaag roept Jezus ons op dat licht op de kandelaar te zetten opdat de wereld het kan zien. Dat licht herinnert de wereld aan Gods goedheid en aan zijn scheppingskracht. Dat kunnen we vandaag goed gebruiken op deze sombere dag. Het licht wijst ons een goede weg en kan ook alle andere somberheid uit ons leven verdrijven.

Durven wij het aan dat licht aan de wereld te tonen of houden we het liever voor onszelf? Niet iedereen zal het direct herkennen en niet iedereen zal het direct aanvaarden. Wij zijn getuigen van dit licht dat in de wereld gekomen is en iedere mens kan verlichten, om te beginnen onszelf. Daarom zijn we hier: om dit licht weer te ontvangen en te versterken. Voor al die keren dat we dat niet deden en niet trouw waren ons doopsel, bidden we om vergeving en daartoe bidden we om zegen over dit water.

Homilie
Het eerste goud is binnen. De schaatsers hebben hun best gedaan en gelijk op de eerste dag het podium gevuld voor de 5000 m. Schaatsen is een specialiteit van Nederland en dat is ook nu weer gebleken bij de spelen van Sotsji. Op die kwaliteiten wordt hoog ingezet en de verwachtingen zijn hoog. Mensen hopen op nog meer medailles.

Tussen de vele atleten zijn er smaakmakers die niet alleen door hun sportieve prestaties, maar ook door hun karakter en hun sportieve opstelling het verschil maken. De spelen zijn in mijn ogen bedoeld als een oefenschool voor mensen die het beste van zichzelf inzetten en dat niet alleen voor zichzelf, maar evenzeer voor het grotere geheel, voor het eigen land, maar ook voor het gehele toernooi opdat het een spektakel van onderlinge waardering is. Dat zijn de hoogste kwaliteiten waar echter geen gouden medailles voor bestaan, zoals in de klassieke tijd de Spelen bedoeld waren om politieke controverses even te laten rusten. Op die manier kunnen sporters politici een lesje leren: zo kan het ook: je probeert het beste uit jezelf te halen, maar uiteindelijk gaat dat - ondanks de medailleverdeling – niet ten koste van de anderen, want de Spelen vormen ook het gemeenschappelijke doel van allen die daarbij betrokken zijn. Maar ik geef toe dat dit ideaal beeld verre van gedeeld wordt.

Jezus spreekt de leerlingen ook aan op hun kwaliteiten: “jullie zijn het zout der aarde.” Jullie zijn de smaakmakers van de samenleving. Jullie hebben de opdracht om smaak en pit aan de wereld te geven waar je leeft.

Deze pretentie van de Bergrede is hoog: het lijkt alsof Jezus zegt dat de kwaliteit van de wereld af hangt van zijn leerlingen en dat zij, als zij deze bijdrage aan de samenleving niet waarmaken, waardeloos worden. Smakeloos zout wordt weggegooid en vertrapt. Deze hoge pretentie maakt ons ongemakkelijk. Wat hebben christenen immers door de eeuwen heen met die opdracht gedaan? Wat doen christenen in onze tijd met die opdracht?

Christenen dienen zich niet te verschuilen achter anderen en de fouten van anderen te gebruiken om zelf geen keuze te maken of hun geloof niet serieus te nemen. Christus spreekt ieder van ons aan op onze mogelijkheden om zout te zijn en van het leven dat soms grijs of moeizaam kan zijn, een smaakvol gebeuren te maken.

Jezus legt de lat hoog en door de eeuwen heen hebben de kerk en de christenen daar mee geworsteld. Zij voelen de opdracht van Jezus, maar weten niet direct hoe zij die gestalte kunnen geven in een wereld die soms vijandig is en soms op grote afstand van dit evangelie staat. In het evangelie is er sprake van een nieuw leven dat door de leerlingen gekozen wordt. De christenen hebben de wereld iets te bieden vanuit dat nieuwe leven. De fundamentele vraag is of christenen volgend of leidend zijn. Dienen zij zich aan te sluiten bij de tijd waarin zij leven of dienen zij juist iets toe te voegen aan die tijd en die wereld?

Paulus spoort de christenen aan om het nieuwe van het geloof uit te dragen en zelf van daaruit te leven. Hij maakt voorts duidelijk dat een christen zich ook niet kan verschuilen achter zijn zwakheid. Hij kan niet zeggen: ik ben tot niets in staat. Hij/zij draagt immers de boodschap van het evangelie zelf met zich mee en het risico van een bange en aarzelende christen is dat het evangelie niet meer ter sprake komt. Dan wordt er over van alles gesproken: de tekorten van de kerken, de fouten van de pastores, de zwakheid van de gelovigen, maar het evangelie komt dan niet meer ter sprake, terwijl juist daar de kracht van ons geloven ligt. Dat is het licht dat op de kandelaar geplaatst moet worden.

Net als bij de Olympische spelen kan het in de kerk gebeuren dat mensen de oorspronkelijke bedoeling en betekenis van de kerk uit het oog verliezen. Zij is de kandelaar van het licht van Christus dat de wereld een nieuwe richting kan geven en mensen kan herinneren aan hun opdracht tot onderlinge barmhartigheid en naastenliefde. Laten wij in ons eigen leven en spreken en handelen steeds dat licht voor ogen hebben en op de kandelaar van ons eigen leven zetten, opdat wij voor de wereld smaakmakers kunnen zijn.

Amen