LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Korte verkondiging derde zondag na Pasen

Het verhaal van de Emmaüsgangers vormt de kern van het evangelie: een gesprek met Christus en dan de herkenning in het gebroken brood. In onze omstandigheden van vandaag lijkt het alsof de ontmoeting met Christus ernstig belemmerd wordt. Anderzijds wordt er meer in de Bijbel gelezen en wordt erover nagedacht. In deze kleine kapel wordt de eucharistie dagelijks gevierd als symbool van de trouwe aanwezigheid van Christus, als teken dat Hij met ons onderweg is, zoals bij de Emmaüsgangers. We delen onze verhalen, en we voeden ons als troost met de maaltijd waarin Christus zich toont in het leven gevende Brood.

Homilie
De weg na Pasen kan twee kanten uitgaan. Je kunt de weg kiezen naar Galilea. Het is de weg van herbronnen, de hervertelling van de verhalen van Jezus, de herinnering aan zijn woorden en gebaren, weer de kracht voelen van zijn nabijheid. Het is de weg die de leerlingen in het Mattheüs evangelie als advies krijgen: zij gaan daar als het ware het levensverhaal van Jezus herlezen in het licht van de gebeurtenissen van Pasen. Ze ontdekken daar dat de woorden van Jezus en de gebaren en tekens die Hij gesteld heeft, toen al vervuld waren van de belofte van Pasen. Het onbegrijpelijke teken van het lege graf wordt verstaanbaar door wat daar in Galilea gebeurd is.

Je kunt ook de weg inslaan die naar Emmaüs leidt. Dat is de weg van de teleurstelling, de uitzichtloosheid, de vlucht terug naar de routine en het gewone dagelijkse leven, doen alsof er met Pasen niets gebeurd is. De twee leerlingen wenden zich af van Jeruzalem. Dat is de stad die ons herinnert aan de hemelse stad Jeruzalem, waar God alles in alles is, geen geografische stad, maar het Koninkrijk zelf van gerechtigheid en barmhartigheid. De Emmaüsgangers wenden zich af van die belofte. Het is verleidelijk om somber en negatief te zijn, verleidelijk om de slachtofferrol te kiezen. De wereld is tegen ons: onze leider is gedood, geëxecuteerd, weggewerkt. Onze hoop op een ander leven is de grond in geboord. We hebben ons vergist.

De eucharistie die we iedere dag, iedere zondag weer vieren, is de weg die via Emmaüs naar Galilea leidt en die ons uiteindelijk weer naar Jeruzalem voert. Lucas nodigt de leerlingen uit om in Jeruzalem te blijven tot zij met de kracht van God zelf gevoed en gesterkt worden. Ook dat hoeven we niet perse als een geografische aanduiding op te vatten: alsof we slechts in de stad Jeruzalem de heilige Geest kunnen ontvangen. Dat is in tijden van lockdown lastig, als je nu net niet in Jeruzalem bent.

In Jeruzalem wordt ons duidelijk dat de verrijzenis ons raakt tot in onze eigen identiteit. God is uitgegaan naar deze wereld en heeft haar bij de hand genomen, zoals je op de iconen van de verrijzenis ziet hoe Christus in de onderwereld de eerste mens Adam bij de hand neemt en wegvoert uit de duisternis naar het licht. In de verrijzenis van Christus is een nieuwe wereld zichtbaar geworden. De mens is namelijk geroepen uit zichzelf te treden en zich te verbinden met de ander en in die relatie leven te vinden. Iedere relatie draagt de openheid naar de eeuwigheid in zich. Iedereen die een relatie durft aan te gaan, ontdekt hier ware rijkdom, weidsheid, ja zelfs zijn identiteit en leven. Kan de mens dat uit zichzelf? In de verrijzenis verstaan we de boodschap dat het God is die ons dit mogelijk maakt, door zijn Zoon, de Mensenzoon, op te nemen in zijn werkelijkheid. Dat geeft ons hoop en perspectief voor ons eigen leven.

De mens die in een relatie leeft, ontdekt de dimensie van het geschenk. Wie je bent, is het geschenk van de ander en van de Ander Zelf. De Vader heeft zijn leven geschonken aan zijn Zoon die dit opnieuw ontvangen heeft met Pasen. Nu wij Pasen vieren, vijftig dagen lang, ontvangen ook wij dit leven en worden wij met elkaar verbonden aan die eeuwigheid, die in de verrezen Christus zichtbaar geworden is.

In deze coronacrisis moeten mensen andere strategieën ontwikkelen, thuis onderwijs, zoom vergaderingen, live streamvieringen, maar ook andere contacten met dierbare ouderen, digitaal contact zoeken. Ook dat is de weg terug naar Jeruzalem, een weg naar nieuw leven, een nieuwe menselijkheid Houden we dat vast? Dat zal lang niet iedereen lukken, maar de mens van Pasen die weet dat hij/zij het leven slechts kan vinden door te ontvangen, zal die nieuwe weg kunnen inslaan. Het is niet de crisis die ons leven verandert, maar de keuze die we maken in de Geest van de verrezen Christus. Amen.

Korte verkondiging tweede zondag na Pasen

De eerste paasweek is vol van verhalen van ontmoetingen. In deze ontmoetingen is de verrezen Heer aanwezig. In de ogen van anderen zien we de aanwezigheid van de Schepper. Momenteel zijn ontmoetingen risico-momenten: we kunnen elkaar besmetten. Ontmoetingen op 1,5 meter: zijn dat nog ontmoetingen te noemen? De kern van een ontmoeting wordt ons getoond vandaag in het verhaal van de apostel Thomas: zijn ontmoeting gaat niet voorbij aan de wonden van de gekruisigde. Hij herkent Jezus niet aan zijn woord ‘vrede’, maar hij herkent hem pas wanneer hij ziet waar die vrede doorheen is gegaan, wat die vrede te verduren heeft gehad. Pas als hij ziet dat Jezus die vrede heeft moeten bevechten, is de verrezen Heer geloofwaardig. Zo maakt op ons een mens grote indruk die de vrede in zijn/haar leven na een zware strijd gevonden heeft.

Homilie
Thomas herkent Jezus aan zijn wonden. Wat er niet had moeten zijn, het lijden, de dood, is tot herkenningsteken geworden. Meer dan een manier om de echtheid van Jezus te verifiëren, zegt dit verhaal alles over wie de mens is. Mysterieus blijft waarom Johannes het nodig vindt om hier de bijnaam van Thomas te noemen: Didymus. De tweeling. Wie is dan zijn tweelingbroer?

Op de eerste plaats zijn wij dat zelf, omdat ook wij na Pasen voortdurend blijven bewegen tussen geloof en ongeloof. We hebben het eeuwenoude getuigenis gehoord, gebaseerd op een oud verslag van ooggetuigen. Dit verslag van de eerste leerlingen, de vrouwen, is bevestigd door wat de kerkgemeenschap sindsdien heeft gebouwd op dit getuigenis. Ook wij willen zeker weten dat de verhalen gebaseerd zijn op de realiteit van de gekruisigde: we kunnen niet aan die vraag voorbij gaan. Dat komt ook omdat wij nog steeds, na Pasen, geconfronteerd worden met lijden, zoveel lijden, dat blijkbaar in de loop van de geschiedenis maar niet minder wordt. De voortschrijdende kennis en technologie kunnen blijkbaar het lijden niet aan. Net als Thomas worden wij voortdurend geconfronteerd met de wonden van de mensheid. Pasen maakt ons desalniettemin niet moedeloos, maar geeft ons de hoop dat we antwoord kunnen geven op dat lijden; een antwoord van menslievendheid, trouw en naastenliefde.

Op de tweede plaats is Thomas de tweelingbroer van Jezus zelf. De Rabbi die zoveel geleerd heeft over de scheppende kracht van Gods woord, dat Hem in de mond gelegd is. Dat Woord heeft in het leven van Jezus mensen nieuw leven gegeven, heeft hen opgericht. Hun wonden heeft Jezus opgenomen, meegenomen op het kruis. Thomas wil zich niet van die wonden verwijderen. Voor hem is dit dragen van de wonden van de mensheid het herkenningsteken van de Messias. Navolging van deze Messias betekent evenzeer de wonden van anderen niet uit de weg gaan. Het aanraken van de wonden van Jezus geeft uitdrukking aan het verlangen om Jezus na te volgen, ook in de confrontatie met het lijden van de mensheid. Thomas wil zijn broeder zijn, en zo mogen wij ook het verlangen dragen om Christus’ broeder, Christus’ zuster te zijn.

De gebrokenheid van Jezus herstelt de eenheid. Het gebroken brood is teken van leven en eenheid. Het gebroken brood brengt ons samen. Er is leven voorbij de gebrokenheid, er is liefde voorbij het lijden. Het lijden wordt in dit brood geconsacreerd. Het wordt niet goed gepraat of gerechtvaardigd of gebagatelliseerd, het gebroken brood is geen zoetgevooisd: “ach het komt allemaal goed.” Het geconsacreerde brood dat gebroken wordt, vertelt dat God een mens niet verlaat wanneer hij/zij gebroken wordt, sterker, het mens zijn wordt opnieuw geschonken in Pasen. Wie littekens draagt van zijn/haar lijden, wordt herschapen tot een nieuwe mens, Het is de liefde die hem/haar een nieuw bestaan schenkt. Het doopsel dat we ontvangen hebben is daar het teken van. Het is de trouw van God in het lijden die ons maakt tot een nieuwe mens, de nieuwe Adam die de oorsprong weer zichtbaar maakt, bevochten op het lijden en de dood. Amen.

Korte verkondiging Paasochtend

We hebben de laatste dagen ieder op eigen wijze doorgemaakt. Hier in de kerk heeft een deel van het pastoraal team het triduüm gevierd en dit is uitgezonden op YouTube. Ikzelf was in de Antonius van Padua met de zusters. Het waren op die manier voor mij inspirerende dagen met tijd om dieper te duiken in de Schriftuurlijke symboliek van de afgelopen dagen. Nu is het paaslicht opgegaan. De wereld lijkt niet veranderd. En toch is de wereld veranderd, omdat wij haar met een nieuwe blik bezien. Het is een blik van het verlangen naar de vervulling van de belofte. Het is een belofte van leven. Dat leven leek vernietigd door het geweld aan het kruis. De mens leek opgesloten in het graf, verborgen achter de steen, die stevig vergrendeld werd. Maar het graf is leeg. De bestemming van deze mens is niet het graf, maar de ruimte van de liefde. In diezelfde ruimte begeven wij ons in dit paasfeest.

Homilie
Deze ochtend zijn het twee zoekende mensen die voor ons de weg banen. Petrus en Johannes hebben een gerucht gehoord en willen dit onderzoeken. Zij hebben ieder een eigen tempo zoals ieder mens een eigen tempo van geloven heeft. De een is snel en reageert spontaan, de ander heeft meer tijd nodig en aarzelt. De eerste is Johannes die later vergeleken wordt met een adelaar: grote vergezichten, maar met oog voor detail. Hij ontwaart de symbolische betekenis van de gebeurtenissen en weet ze te plaatsen in het perspectief van de grote heilsgeschiedenis. Hij vliegt als het ware door de Bijbelse traditie heen en neemt je mee door de grote verhalen die terugkomen in het verhaal van Jezus. En je kunt daaraan je eigen verhaal koppelen. Het verhaal van je leven en het verhaal van jouw geloven met zijn eigen tempo.

Johannes is de snellere van de twee, maar ook de mysticus: hij is niet tevreden met een eerste feitelijke uitleg. Hij zoekt geen verklaringen in toeval of samenloop van omstandigheden. Hij ziet betekenis in ieder detail. De werkelijkheid bestaat voor hem niet op zichzelf maar is geladen met betekenis. Deze ochtend is zwanger van nieuw leven: de zon, de warmte die sterker wordt, de kracht van de bloeiende natuur vertellen van nieuw leven. Niemand had dat vrijdag gezien, maar deze ochtend gaat er een nieuw licht op. Niet alleen de tuin lijkt veranderd, maar ook de beide leerlingen van het eerste uur lijken veranderd. Al hollend naar het graf gaat hun hart sneller kloppen: “Dit bestaat toch niet? Is dit wat Hij al had aangekondigd?”

De ander, Petrus, is minder snel. Meestal is hij impulsief en reageert direct vanuit zijn hart: “dat nooit, Heer, niet naar Jeruzalem“ en “ik zal mijn leven voor u geven!” Teleurgesteld in zichzelf en omdat hij zich schaamt voor zijn te snelle woorden, is zijn tempo nu minder vlot dan dat van zijn jongere vriend en medeleerling. Toch voelt ook hij de zware woorden van Jezus: “op jou zal ik mijn kerk bouwen.” Als het verhaal van het evangelie van Christus dan toch een vervolg krijgt, wat zal deze rol dan inhouden? Aangekomen bij het graf krijgt hij nu van Johannes de kans om zijn verloochening, zijn zwakheid, zijn wankelmoedigheid goed te maken. Wat hoopt Petrus aan te treffen in het graf: de vervulling van zijn eigen verlangen? Eigenlijk niet: wat hij ziet, overstijgt zijn kennen en weten. Het overstijgt zijn begrip. Jezus heeft eigenlijk nooit in zijn denkraam gepast. Dat was de worsteling van Petrus: voortdurend worstelde hij met Christus. En dus was het een worsteling met God, zoals al vanouds door Jacob/Israël met God geworsteld is. Het is een worsteling op leven en dood. Wat is mijn leven? Waarom is dit leven mij toevertrouwd? Wat mag en kan ik met dit leven doen?

Beide leerlingen zijn verward door de confrontatie met het lege graf: zij hadden de schriften nog niet begrepen. Dat is een wonderlijke zin uit het evangelie: hij zag en geloofde en toch begrepen zij niet wat er geschreven stond. Geloven is dus niet begrijpen. Laten ook wij dus niet denken dat we het mysterie van Pasen begrijpen. Si comprehendis, non est Deus, Als je het begrijpt, is het God niet, waarschuwde Augustinus al. Pasen is niet het feest van begrijpen, maar het feest van het opengebroken graf. Het is het bericht van leven dat de dood overwint. Het is de verkondiging van toekomst waar geen mens nog toekomst ziet. Het vertelt van een Liefde, die mensen optilt en de ruimte geeft om werkelijk op een nieuwe manier mens te zijn. Dat is onze opdracht van Pasen: steeds weer nieuwe wegen van leven zoeken! Zalig Pasen. Amen.