LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging zondag Drie-eenheid, 6 juni 2020

Lezingen
Exodus 34, 4b-6.8-9
Daniël 3
2 Korinthe 13, 11-13
Johannes 3, 16-18

Van harte welkom
Na tien weken is er eindelijk weer een publieke viering in de kerk mogelijk. Deze zondag betekent een hervatting van het zondagse ritme van de ontmoeting met elkaar en met Christus. De hele paascyclus inclusief Pinksteren is aan het publieke leven van de kerk voorbij gegaan. Ondertussen is er veel gebeurd. Mensen zijn ziek geworden en gestorven, kinderen moesten thuis blijven en de horeca was gesloten. Zorgverleners in ziekenhuizen en verpleeghuizen hebben onder grote druk gestaan om patiënten nabij te zijn.

We hebben als parochie ook niet stil gezeten en we hebben geprobeerd allerlei activiteiten te ontplooien en contacten te onderhouden met elkaar. Het hervatten van de liturgie moet voorzichtig gebeuren en we houden gelijke tred met wat in de samenleving gebeurt. Op deze feestdag van de Drie-eenheid keren we direct naar de kern van ons geloof: God die zich bekend maakt als een God die wil dat we gelukkig zijn en liefde kennen. Laten we ons in deze eucharistie openstellen voor zijn aanwezigheid. Laten we beginnen met een moment van stilte om te gedenken hoe we deze plek gemist hebben en bij God alles te brengen wat we zelf de laatste maanden hebben meegemaakt. We denken daarbij ook aan allen die gestorven zijn en aan hen die het zwaar gehad hebben en nog steeds onder de crisis lijden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De ontmoeting van Mozes met de Heer in de eerste lezing, Deuteronomium, gebeurt op een moment van verwarring. Weggetrokken uit de slavernij van Egypte, bevindt het volk zich nu midden in de woestijn. Eigenlijk heeft het geen idee waar het naar toe moet: terug naar Egypte is geen optie, maar waar dat beloofde land nu ligt? Men heeft geen idee. De periode die het volk Israël nu doormaakt, is een periode van grote verwarring. God openbaart zich in deze situatie echter niet als de simpele oplossing voor de problemen van het volk. Men zal zelf de keuzes moeten maken om de juiste richting in te slaan.

Ook deze periode waar we ons langzaam van los maken, is een periode van verwarring, waarin we goed weten waar we vandaan komen, maar niet goed weten hoe de toekomst eruit zal zien. Het zal nogal wat energie kosten om de boel weer op te pakken en bij elkaar te brengen, om de verloren schapen van de kerk en de zoekende en vragende mensen van de samenleving weer een boodschap van geluk en vrede te brengen.

De afgelopen weken zochten we naar manieren om het contact te onderhouden en dat is maar ten dele gelukt. Ik heb veel inspiratie opgedaan door woorden en beelden van paus Franciscus die gelukkig weer voor het raam van zijn werkkamer verschijnt op zondagochtend. Zijn Urbi et orbi was zeer indrukwekkend en riep de aanwezigheid van de hele wereldkerk op terwijl het plein compleet leeg en verregend was. Dat is sacramentele aanwezigheid: in de leegte ervaren we de aanwezigheid van de liefde van God. Dit geldt ook voor de eucharistie. Mensen kunnen zeggen dat dit een leeg gebaar is en dat dit brood toch niet de wereld kan voeden of veranderen. Toch vieren we dat Degene die afwezig lijkt in de wereld, toch aanwezig is. Zoals het brood aanwezig is en door het gebed uitgesproken in de gemeenschap van de kerk vervuld wordt van de heilige Geest, zo worden wij allen door de Vader gevoed.

In de afwezigheid van de zichtbare kerk de afgelopen weken, die verzacht is door het gebed dat in onze kerken doorging, en door de digitale momenten van contact, is er ruimte voor een nieuwe aanwezigheid van God: meer discreet, meer kwetsbaar, soms verscholen achter beschermende kleding en hoestschermen, maar zoals in de woestijn van Mozes God zich opnieuw openbaart om het volk duidelijk te maken dat er een nieuwe weg mogelijk is, mogen wij ons aan dat visioen optrekken en in dit bescheiden samenzijn, opnieuw de stem van God de Vader verstaan die zegt: juist in deze wereld van verlatenheid heb ik mijn Zoon gezonden. Hij is ons voor gegaan en nu zijn wij geroepen om Hem zichtbaar present te stellen in deze wereld. De korte lezing van Paulus’ brief aan de Korintiërs maakt de basis duidelijk: weest eensgezind, bewaart de vrede. Dat is het fundament waarop de kerkgemeenschap gebouwd is. “Samen kunnen we deze crisis aan.” We hebben het de Minister President vaak horen zeggen. Wij als kerk weten heel goed wat dat ‘samen’ betekent: het is gedragen en vervuld door de Geest van de scheppende God die het gezicht heeft van Christus.

De vrucht van de Drie-eenheid is liefde: in je eentje kun je niet liefhebben. De Vader en de Zoon brengen de Geest van liefde voort. Ook wij zijn geroepen om in ons samen kerk zijn liefde voor te brengen; liefde voor God, liefde voor elkaar en voor de naaste, voor de vreemdeling en de onbekende. Nu we op Drie-eenheidszondag de publieke liturgie hervatten en volgende week op Sacramentsdag weer de communie kunnen ontvangen is dit betekenisvol en symbolisch: we beginnen bij God en de tweede stap is de vereniging in de communie. Laten we als kerkgemeenschap vol goede moed en met vertrouwen de weg inslaan. Amen.

Korte verkondiging Pinksteren

Het feest van Pinksteren is het feest van de nieuwe schepping. In deze periode denken wij na hoe we langzaam weer terug gaan naar gewonere tijden: meer publieke vieringen, meer samenkomsten, fysieke ontmoetingen. Het beeld van het dal van dorre beenderen die weer tot leven komen nadat de profeet Ezechiël de Geest van God heeft aangeroepen (Ez 37), heeft na deze periode van zelfisolatie en intelligente lockdown nieuwe betekenis gekregen. De dorre beenderen van Ezechiël zijn de ouderen die alleen zijn, de kinderen die van regulier onderwijs verstoken waren, de mensen van wie de werkzaamheden stilgelegd of onderbroken werden, het zijn de mensen die snakken naar sociaal contact en hulpverlening. De boodschap van vandaag is dat de Geest bezit van ons neemt en nieuwe wegen wijst, anders dan we misschien gedacht hadden.

Homilie
De kerk moet zich op een aantal punten opnieuw uitvinden: kernwoord is ‘geloofsgemeenschap’. Sinds het concilie is het kernwoord van de kerk: een geloofsgemeenschap opgebouwd door het vieren van de sacramenten, door het gemeenschappelijk uitspreken van ons geloof en vertrouwen, de concrete, zichtbare verbondenheid met elkaar en de herders van de geloofsgemeenschap. Deze drie verbindingen met de kerkgemeenschap krijgen nieuwe invulling door digitale vieringen, online catechese en pastorale filmpjes van herders. Het is allemaal niet vanzelfsprekend meer en we worden uitgedaagd om zelf de keuzes te maken en inhoud te geven aan thuisgeloven. Dat is de basis die we nodig hebben om de gemeenschap met de kerk te herstellen. Ook in die veranderde omstandigheden bidden we: ‘kom, Adem van God, spreek tot mij, geef mij licht, vervul mijn hart.’ We waren bijna vergeten hoe die adem chaos veranderen kan in vrede en harmonie. We waren bijna vergeten hoe we na rampen van oorlog en natuur in staat zijn om elkaar de hand te reiken, om met daadkracht opnieuw aan de samenleving te bouwen. Dat was na de oorlog zo, na de watersnoodramp in 1953. Telkens was de gedachte: en nu gaan we het anders doen, maar steeds opnieuw worden we aan onze kwetsbaarheid herinnerd.

De wereld is immers niet ons product, maar is ons geschonken, toevertrouwd uit liefde. Veel is maakbaar en het resultaat van menselijk vernuft en prestatie, maar toch moeten we daarin ook onze grenzen erkennen. Telkens als we ons de wereld toe-eigenen en denken dat wij de meesters van de wereld zijn, zakken we door de bodem van onze hoogmoed. Kijk eens met andere ogen naar de wereld: zie de schone blauwe lucht. Werk in een tempo dat een tandje lager is. Laat je huis en je gezin meer je thuisbasis zijn. Het zijn andere accenten die we kunnen leggen, accentverschuivingen die een wereld van verschil kunnen maken. Naast thuiswerken is ‘thuisgeloven’ voor ons een opdracht en een mogelijkheid: een huiskerk vormen, ‘van huis uit katholiek zijn’. Maak een plek in je huis om een plek in je hart te maken, ontsteek in je eigen kamer een kaars en open de Bijbel, pak de rozenkrans en sta eens stil bij de mensen die je het meest dierbaar zijn. We hebben zoveel mogelijkheden om ons hart open te maken voor het geschenk van de Geest.

Laat de komende weken van voorzichtige toegankelijkheid van de liturgie een soort bedevaart zijn. We bereiden ons voor op herstel van de gewone gang van zaken. Dat gaat met kleine voorzichtige stappen. We willen anderen niet in gevaar brengen. Dat het een bedevaart is, betekent dat we ons op die weg los maken van sombere en negatieve gedachten. Dat we meer gericht zijn op ons reisdoel en niet op de belemmeringen. Het doel is de verbinding met de naaste en de vereniging met God. Pinksteren begint nu al in de Bovenzaal van je eigen kamer, in je eigen hart dat ademt van de Geest. Als we in ons leven die basis leggen, zullen we de vruchten van de Geest kunnen ontvangen. Amen

Korte verkondiging zevende zondag van Pasen

Op deze zondag van gebed om de heilige Geest, zien we uit naar een hervatting van de liturgie in de kerk. Allerlei restricties vanaf 1 juni, maar de kerk kan weer gebruikt worden waar ze voor bedoeld is: liturgie is het werk van gehele volk, zoals de Geest bedoeld is voor het hele volk. Het gebed om de Geest dat de Kerk deze negen dagen bezig houdt, doet ons beseffen dat heel de kerkgemeenschap vervuld kan raken van de Geest van Gods barmhartigheid. Dat is de droom van de profeten. Is dat een utopie? Waarschijnlijk wel, maar toch verlangen we daarnaar. We streven ernaar opdat zoveel mogelijk mensen hun rol zien en hun roeping verstaan: een mens te zijn vervuld van Gods Geest.

Homilie
De sabbatsreis die in de Handelingen wordt genoemd, kunnen we enerzijds beschouwen als een technische aanduiding: het is de maximale afstand die een Jood op sabbat mocht afleggen. Inspanning en werk zijn niet toegestaan op sabbat. De mens moet zich daarin beperkingen opleggen om te delen in de rust van God die een integraal onderdeel uitmaakt van het scheppingsproces. De aarde is in zeven dagen geschapen, inclusief deze rustdag. Zo hoort ook deze periode van negen dagen na Hemelvaart bij de Paastijd. Ook al is Jezus volgens de verhalen opgenomen in de wolk van Gods aanwezigheid, we vieren nog steeds de kracht van Gods leven. Christus heeft de dood overwonnen. Daardoor is ook ons leven uiteindelijk van God.

De sabbatsreis verwijst naar de rust die God genoten heeft bij de schepping en verwijst naar de rust die wij in ons leven kunnen inbouwen. Ook die rust is scheppend, een bron van nieuw kracht en levensenergie. Die wordt ons nu door deze crisis extra afgedwongen, maar we weten daar dus ook ons voordeel uit te halen. De sabbatsreis is ook een symbolische reis. In het verhaal van de Handelingen leidt die door het dal tussen de Olijfberg en Jeruzalem. Wie het landschap kent, weet dat je dan door het dal van de Kidron-beek moet en dat is een diep dal. De weg van de leerlingen tussen Hemelvaart naar Pinksteren is het afdalen in een dal en vervolgens een opklimmen naar de berg van de bovenzaal waar zij in gebed wachten op wat komen gaat.

De sabbatsreis tekent de hele weg van de leerlingen met Jezus: het dieptepunt van Goede Vrijdag en de ontmoeting van Pasen met de verrezen Heer, het dieptepunt van de duisternis bij Christus’ levenseinde en het nieuwe licht van Pasen. Maar de sabbatsreis laat ook de geschiedenis van de mensheid zien: telkens zijn het de duistere perioden die ons onzeker maken. Of het nu oorlog is of ziekte of haat en discriminatie of kindermisbruik en machtsmisbruik: telkens steekt de duisternis de kop op en moeten we ons als mensen en als gelovigen hervinden en weer opnieuw de berg naar Jeruzalem beklimmen. Is het dan een vicieuze cirkel? En soort Sisyphus kwelling? De sabbatsreis leidt wel degelijk naar een nieuwe toekomst. Sabbat is de rustdag, de vrede en de harmonie tussen God en de mens, de harmonie van de mens met zijn/haar bestaan. Dat is wel degelijk het perspectief van Pasen: dat perspectief inspireert ons omdat we weten dat dit de richting is, onder handbereik.

In zijn bemoedigend gebed, spreekt Jezus dat Hij en de Vader één zijn en dat dit de reden is dat Jezus naar de mens gekomen is, opdat de mens zal delen in die eenheid. Uiteindelijk is dat het mens-zijn: vervuld zijn van de Geest van Jezus die ons verbindt met de bron van het leven, met de Vader zelf die ons geschapen heeft. De rust van de sabbat is een deel van onze identiteit: dan is er ruimte voor God om in ons leven te zijn. Dat kan niet zonder de naaste, dat weten we door Jezus heel goed; ons geloof is geen abstracte filosofie die vrijblijvend is. Het is het fundament van waaruit we leven, het is de sabbat van Jeruzalem. Wij die onderweg zijn op onze sabbatsreis kunnen die opklimming maken naar de bovenzaal van Pinksteren. Mogen we kracht ontlenen aan dat gebed en aan dat perspectief. Amen.