LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 31 maart 2024, Paaszondag

Lezingen
Handelingen 10, 34a.37-43
Psalm 118
Kolossenzen 3, 1-4
Johannes 20, 1-9

Woord van welkom Pasen
Christus is verrezen. Alleluja! Hij is waarlijk opgestaan. Alleluja!
Welkom op Paasmorgen. Het licht is doorgebroken. De duisternis die ons hart leek te regeren heeft plaats gemaakt voor het licht van de hoop. Vandaag zien we het teken dat aan de leerlingen is gegeven en waarop zij voortaan hun leven en hun geloof bouwen: het lege graf en de doeken die zijn achtergebleven. Het graf is niet de plek waar de mens zijn bestemming vindt. De mens is bedoeld om te leven in de vrede van God. Jezus is ons daarin voorgegaan. De doeken zijn een tastbaar bewijs dat Jezus’ lichaam niet gestolen is, maar dat Hij een ander bestaan heeft gekregen van de Vader. Wat betekent dat voor ons? Wat zegt het dat wij ‘Paasmensen’ zijn? Kunnen wij ook in ons dagelijks leven opstaan? Laat dit feest vijftig dagen van vreugde zijn om ons te vervullen van de overtuiging dat God de wereld en de mensheid niet verlaten heeft, maar ons een weg ten leven wijst.
Laten we staan om te bidden en besprenkeld te worden met het doopwater.

Homilie
Christus is verrezen! Alleluja
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Ik heb het altijd een fascinerend detail gevonden: de doeken die nog in het graf liggen. De zwachtels van zijn lichaam liggen op een hoopje, en de zweetdoek van zijn gezicht is ergens apart opgerold. Het heeft in de geschiedenis altijd tot de verbeelding gesproken van christenen. De lijkwade van Turijn is een bijzonder voorbeeld van de relieken die indirect verwijzen naar de opstanding van Christus. Over de echtheid kan ik geen uitspraak doen, maar ze dragen een boodschap van liefde die pijn en haat overwint.

Op sommige plekken in het evangelie wordt verwezen naar de kleding van Jezus. Op de eerste plaats natuurlijk kennen we de doeken waarin Jezus is neergelegd toen Hij was geboren: het herkenningsteken voor de herders: “U zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” Jezus onderscheidde zich van Johannes die ruwe profetenkleding droeg. Die had Jezus niet. Ook droeg hij geen overdreven kleding zoals de Schriftgeleerden en Farizeeën. Jezus waarschuwt voor die buitensporige overdaad: wacht u voor de degenen die graag in lange gewaden lopen. Op de berg van de gedaanteverandering wordt de kleding van Jezus’ stralend van een hemels licht dat zijn identiteit onthult. We kennen ook het verhaal van de vrouw die de zoom van zijn kleed vasthoudt: die aanraking geneest haar. Maar als Jezus aan het kruis hangt wordt al zijn kleding afgenomen en onder de soldaten verdeeld. Er mag niets tastbaars van Hem overblijven; alle sporen moeten worden uitgewist.

De doeken in het graf bevestigen vandaag het verhaal van de opstanding. De doeken zijn door Jozef van Arimathea en Nicodemus met liefde gebruikt om Jezus te ruste te leggen. Het zijn doeken van barmhartigheid. Begraven is in de Bijbelse traditie één van de werken van barmhartigheid. Je kunt dus zeggen dat Jezus is begraven in de barmhartigheid van die twee leerlingen. Wat zeggen de doeken over Jezus’ aanwezigheid? Zij herinneren aan de barmhartigheid van de twee leerlingen en verwijzen daarmee ook naar de barmhartigheid van Jezus zelf. De aanblik van die doeken doet de leerlingen beseffen dat zij een erfenis hebben gekregen, een nalatenschap. Niet in materiële zin, maar in de vorm van een levensopdracht. Kunnen wij ook die doeken van barmhartigheid hanteren en gebruiken? Kunnen we ook anderen met die barmhartigheid omhullen?

Als we nadenken over deze doeken die het laatste gewaad waren van de gestorven Jezus, dan denken we ook aan het gewaad waarin Jezus gekleed was toen Hij leefde. Zijn gewaad was gerechtigheid en barmhartigheid. Hij werd als het ware omhuld door wat ook de profeten vóór Hem kenmerkte: een leven vervuld van Gods opdracht. Meer nog: Jezus droeg Gods gewaad als Zoon van God. Hij was het gelaat van de Eeuwige, Hij sprak scheppende en helende woorden van de Vader zelf.

Wij staan bij het graf en we zien met Petrus, Johannes en Maria Magdalena hoe leeg het graf is en hoe de doeken herinneren aan Jezus’ aanwezigheid. Het duurt nog wel vijftig dagen voordat dit echt bij de leerlingen doordringt en dat ze dit begrijpen. Ook voor ons kan het een tijdje duren voordat de draagwijdte van de paasboodschap voor onszelf doordringt. We kunnen twijfelen en van ons stuk gebracht worden door wat in ons leven of in de wereld gebeurt. Maar dan richten we onze blik op de doeken in het lege graf en horen de engelen zeggen: Hij is niet hier. Hij leeft. Hij gaat u voor naar Galilea.

Leven als Paasmensen betekent dat we altijd wegen ten leven zien. We graven ons niet in in de loopgraven van onze stellingen en meningen en opvattingen, maar scheppen juist ruimte om de ander te ontmoeten, de ander te herontdekken en de ander opnieuw een kans te geven. Daar begint het leven van Pasen. De Vader die de onmetelijke bron is van Leven heeft zijn Zoon in dat leven doen delen. Zo wil Hij ook ons in dat leven doen delen. Ooit zullen wij dat leven binnengaan. En nu al mogen we elkaar in dat leven laten delen, een leven van hoop en liefde.
In die zin wens ik u allen Zalig Pasen! Amen