LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 21 april 2024, vierde zondag van Pasen

Lezingen
Handelingen 4, 8-12
Psalm 118
1 Johannes 3, 1-2
Johannes 10, 11-18

Woord van welkom
Welkom op deze vierde zondag van Pasen. De zondag van de Goede Herder herinnert ons aan onze roeping en opdracht om herder te zijn voor elkaar en voor de mensen om ons heen. Kunnen we van onze samenleving nog een kudde maken, een gemeenschap waar het veilig is om te zijn? Terwijl de berichten van onveiligheid en grensoverschrijdend gedrag toenemen, is het voorbeeld van de Herder die juist tegenstellingen en vijandschap weet te overwinnen, een troostend beeld. Kennelijk hoeven we geen genoegen te nemen met de verdeeldheid en is er hoop op een andere wereld. Deze eucharistie waarin we het Woord van Jezus horen en zijn Brood delen, houdt die hoop levend. Dat is al een eerste stap om aan onze roeping inhoud te geven: om deze gemeenschap trouw te blijven.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie is nu belangrijker: de herder of de kudde? Zonder herder geen kudde, want dan gaan alle schapen hun eigen weg en lopen zij verloren rond. De herder brengt de kudde bij elkaar en verzamelt de schapen in de schaapskooi. Hij wijst de weg en maakt ook duidelijk dat de kudde groter is dan wat men in de schaapskooi aantreft. De herder waarschuwt de kudde ook voor zelfgenoegzaamheid en exclusiviteit. De schapen van de kudde moeten niet gaan denken dat zij de enigen zijn die er toe doen. Ook anderen kunnen van belang zijn, voor de herder en dus ook voor de kudde. Is de kudde bereid om andere schapen op te nemen in de kudde?

Zonder kudde heeft de herder ook geen functie. De kracht van het beeld dat Jezus schetst van de Goede Herder is dat er ook een Goede Kudde wordt geschapen. De herder functioneert niet op zichzelf maar groeit ook in zijn rol wanneer de kudde groeit en versterkt en laat zien hoezeer het werk van de herder en vooral ook het léven van de herder vruchten draagt bij de kudde. Als de kudde daadwerkelijk tot een gemeenschap uitgroeit die onderling ook pastorale zorg aan elkaar besteedt, dan weet de Herder zichzelf ook gedragen en gevoed door de kudde. Dat draagt ook bij aan het geluk van de herder.

We vieren vandaag roepingenzondag en u beseft dat de kerk natuurlijk vandaag nadenkt over de vraag of er voldoende Goede Herders zullen zijn voor de kudde van de kerk. We vragen om aandacht voor het centrum voor priester- en diakenopleiding van ons bisdom Vronesteyn in Voorburg. Het is geen nieuws wanneer ik u vertel dat we nog wel wat mensen kunnen gebruiken. Maar dat betekent dat ook de roeping om kudde te zijn onder de loep mag worden genomen. We houden niet erg van het woord kudde en dat snap en herken ik. Het woord roept het beeld op van passiviteit en een gebrek aan eigen wil en creativiteit.

Wat doet nu de relatie tussen de herder en de kudde met de kudde? Het leiderschap van Jezus wordt gekenmerkt door het stellen van vragen: wat zoek je? wat verlang je? Bovendien wijst Hij op de eigen kracht van mensen: je geloof heeft je gered! Blijkbaar wordt de kudde geactiveerd en worden de leden van de kudde gewezen op hun eigen talenten. Om het in moderne termen te zeggen, ontleend aan het katholiek sociaal denken: de herder plaatst de leden van de kudde in de kracht van hun menselijke waardigheid. Dit betekent dat je in de ruimte van de kudde veilig bent, jezelf mag zijn en zorg draagt voor elkaar. De kudde is allerminst een grijze massa waarin ieder mens opgaat en de eigen kleur verliest. Integendeel: ieder heeft zijn of haar eigen verhaal, ieder heeft een eigen weg, met eigen talenten en mogelijkheden. Iedereen mag zich ontwikkelen volgens de eigen roeping. De herder helpt de mensen in de kudde om die eigen roeping te ontdekken en gestalte te geven.

Het fundament van de relatie tussen herder en kudde kunnen we zien in de intimiteit die er bestaat tussen herder en kudde: het woord ‘kennen’ wordt gebruikt. De herder kent de schapen in de kudde en de schapen kennen de herder. Kennen is meer dan weten hoe hij heet en hoe hij eruit ziet. Kennen in Bijbelse zin gaat veel verder en is ook kennen van het innerlijk. Het is dus een vertrouwensrelatie. We vertrouwen ons leven toe aan de herder, met alle zorgen die daarmee gepaard gaan. Zorgen om dierbaren om ons heen, zorgen om kinderen en kleinkinderen, zorgen om ouders en grootouders, maar ook zorgen om de wereld en de vrede in de wereld, om de natuur en de schepping. Nog een stap verder: de Herder neemt ons mee in zijn relatie met de Vader zelf. De Goede Herder is gezonden vanwege de Schepper die alles gemaakt heeft en die zorg draagt voor zijn schepping en de mensheid. De mens doet er toe in de ogen van de Vader en dat maakt de Herder duidelijk aan de mensen. Door de band met de Herder weten de mensen in de kudde zich gevoed door de Vader zelf en krijgen zij deel aan de scheppende en leven gevende Geest van de Vader. Wie in de kudde leeft, wie deel uitmaakt van de gemeenschap die zich laat leiden door de Herder, deelt in de Liefde zelf van de Vader en wordt vervuld van zijn heilige Geest. Dus onze deelname aan de kerkgemeenschap is allerminst routine van een kerkelijke praktijk, maar betekent dat we staan in de aanwezigheid van de Geest van de Vader die ons voedt met het Woord en het Brood van de Herder.

Laat ons beseffen hoe kostbaar het is om inhoud te geven aan de roeping om deel uit te maken van een levende kudde die zelf ook het leven van de Vader doorgeeft aan elkaar en de wereld. Dat is onze roeping en onze opdracht. Amen