LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 juli 2023, dertiende zondag door het jaar

Lezingen
2 Koningen 4, 8-11.14-16a
Psalm 89
Romeinen 6, 3-4.8-11
Mattheüs 10, 37-42

Welkom
Gastvrijheid is het thema vandaag. Maar in Bijbelse zin is er meer aan de hand dan je gastenkamer in gereedheid brengen en je koelkast vullen voor de gasten. Gastvrijheid in Bijbelse zin is het leven de kans geven om onvermoede nieuwe mogelijkheden te zien. Je gast zou zo maar ineens een profeet kunnen zijn, een profeet die een boodschap van nieuw leven met zich meedraagt. We horen dat bij de profeet Elia, we horen dat ook in andere verhalen zoals over Abraham en Sara.

In het evangelie vergelijkt Jezus gastvrijheid met gerechtigheid. De gast biedt ons de kans gerechtigheid te beoefenen. Die gerechtigheid draagt de wereld; zelfs een kleine daad als het geven van een beker koud water kan het verschil maken. Onderschat nooit kleine daden van barmhartigheid. Vandaag kunnen we bij een thema als gastvrijheid niet om de dag van gisteren heen: Keti Koti. U heeft het ongetwijfeld meegekregen. Op talrijke plaatsen werd het einde van de slavernij herdacht, ook in Amsterdam. U heeft de ontroering en emotie gezien bij de mensen toen de Koning vergiffenis vroeg, namens de regering en namens zijn eigen familie. Ook dat is gastvrijheid: weten hoe belangrijk gebeurtenissen en woorden zijn voor je gasten, voor je medeburgers, voor je broeders en zusters. In deze viering maken we van ons hart een gastvrij hart, dat ruimer wordt wanneer meer mensen er een plek vinden. Laten we ruimte maken in ons hart, onze geest en onze ziel.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wat is nu een glas water? Het is goedkoop, het is gemakkelijk. Het kost geen moeite. Iedereen kan wel een glas water missen. Niets bijzonders. Maar besef wel: niet het glas water is de essentie van wat Jezus ons vandaag zegt, maar het gaat Hem erom dat iemand ziet dat de ander een glas water nodig heeft. Het is de relatie tussen mensen, de gerichtheid op de ander, de alertheid. Zien we en beseffen we voldoende wat de ander nodig heeft? We kennen allemaal de voorbeelden van mensen die steeds over zichzelf praten, die berichten van anderen naar zichzelf vertalen en reageren in de zin van: dat heb ik zelf ook meegemaakt. Zij zijn dan niet meer te stoppen en steken van wal, zonder de ander nog te horen of te zien. We beseffen dat we zelf ook dat risico lopen en soms de fout ingaan: dat we verhalen van anderen spiegelen aan ons eigen verhaal en onze eigen ervaringen. En dat we dan oh zo graag ons eigen verhaal willen vertellen. Het is een natuurlijke reactie, maar daarmee leggen we de ander het zwijgen op, zetten we de ander op het tweede plan.

Dat gaat ook zo met onze geschiedenis: die wordt geschreven door de machtigen, door degenen die gewonnen hebben. Anderen zwijgen en worden als het ware uit de geschiedenis weggeschreven, vergeten en veronachtzaamd. Telkens moet geschiedenis herschreven worden. Dat gebeurt nu met de herdenking in heel ons land rond Keti Koti, de ketenen zijn verbroken. Nieuwe verhalen worden verteld, feiten worden boven water gehaald, namen van mensen die toen als vee verhandeld werden, worden opnieuw genoemd. We kijken onze samenleving rond en we zien dat dit ook het verhaal is van mensen die naast ons wonen, mensen uit onze kerk, uit onze straat. Gisteren ben ik in twee herdenkingen mee voorgegaan: in de oecumenische viering van Den Haag in de Evangelische Broedergemeente, een Surinaamse kerk, en in de katholieke parochie van Den Haag met onze bisschop. Het waren ontroerende, kleurrijke en verbindende vieringen onder inspiratie van woorden van de apostel Paulus die spreekt dat we in Christus de vrijheid hebben gevonden die we niet mogen opgeven en waarin we ook anderen kunnen doen delen. Die opdracht hebben we in onze geschiedenis niet altijd waargemaakt. Misschien heeft u naar de beelden van de dienst van de Raad van Kerken gekeken vanuit de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De moeite waard om terug te kijken. Als u dacht dat de oecumene is ingeslapen: hier ziet u wat er nog steeds mogelijk is in de oecumenische samenwerking van de kerken.

Onze blik kan enorm vernauwd zijn: we zien de ander lang niet altijd staan. Zoals de koning gisteren zei: Amsterdam beschouwde zich in de zeventiende en achttiende eeuw als een stad van vrijheid, waar ieder de ruimte moest genieten om te leven naar eigen opvattingen, overtuigingen. Men zag niet de achterstelling van minderheden en men zag nog minder de realiteit van de slavernij in de overzeese gebiedsdelen. Dat was een andere wereld, daar golden andere criteria. Alles was door de wet geregeld en gereguleerd, dus er kon niets mis zijn met wat we als onze ideale samenleving beschouwden. We waren trots op onze Gouden Eeuw. Dat mag nog steeds, maar die geschiedenis moet worden aangevuld, gecorrigeerd: het verhaal van de slaafgemaakten mag niet vergeten worden. Steeds opnieuw moeten we de grote begrippen van Christus waarmaken in ons leven. Een glas water kan het verschil uitmaken tussen gerechtigheid en ongerechtigheid. Nogmaals het gaat niet om het glas water, maar het gaat erom te zien wat de ander nodig heeft. De herdenkingen van Keti Koti de afgelopen jaren hebben bij veel mensen de ogen en de harten geopend voor wat anderen in onze samenleving nodig hebben. Spreken over het duistere verleden is zo’n onderwerp. Laten we die open houding die er een is van een gastvrij hart, koesteren en steeds weer verdiepen. Amen