LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 10 juli 2022, vijftiende zondag door het jaar

Lezingen
Deuteronomium 30, 10-14
Psalm 69
Kolossenzen 1, 15-20
Lucas 10, 25-37

Welkom aan u allen
Wie ontmoeten we op onze wegen? Zijn het mensen die we opnemen in ons leven, of laten we hen links liggen? Beschouwen we ontmoetingen als kansen tot nieuwe relaties en vriendschappen, of een lastige verstoring van onze routine? Op zijn wegen ontmoet Jezus mensen die hem vragen stellen. Ieder vraag mag gesteld worden, maar als een rechtgeaarde Rabbi beantwoordt Jezus vragen vaak met een verhaal. Hij geeft niet een definitie of een dogma, maar laat de dilemma’s zien waar een gelovig mens voor kan komen te staan. Jezus opent ons voor elkaar.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer.
Om barmhartigheid te doen, moet je eerst barmhartigheid kunnen zien. De parabel van vandaag is een les in kijken en zien. De hoofdfiguren van de parabel kijken en zien iemand langs de weg liggen. Dat uitgangspunt is voor alle drie hetzelfde. Maar belangrijker is de vraag: hóe kijken ze? De vraag is niet alleen: Wát zien ze ? Maar ook: wat betekent dit voor hen? Hoe beoordelen ze dit? We denken wel gemakkelijk dat zien tot handelen leidt, maar de evangelische wijsheid van vandaag laat zien, dat handelen allerminst vanzelfsprekend is, ook niet als het om barmhartigheid gaat.

Wij zien in onze tijd ongelooflijk veel beelden voorbij komen op onze beeldschermen. Onze mobiele beeldschermen staan voortdurend aan en eisen onze aandacht op. We zoeken zelf onze berichten op nieuwssites en op sociale media. Maar we krijgen ook informatie en beelden voorgeschoteld waarvan de algoritmen vinden dat we die moeten zien. We zijn veel minder vrij in wat we te zien krijgen, dan we ons realiseren. We zijn veel vaker een gewillig object van onze apparaten dan een autonoom subject. En op het beeldscherm thuis kunnen we van het ene kanaal naar het andere zappen, als het ons niet meer bevalt of wanneer we ons ongemakkelijk voelen. De verleiding om alleen te zien wat we willen zien, is erg groot.

Wat de priester en de leviet doen in onze termen is eigenlijk wegzappen van een probleem dat zij ongemakkelijk vinden en hun dagelijkse routine en hun wereldbeeld verstoort. Lastig zijn die problemen onderweg: je kunt er maar beter met een boog omheen lopen. Dan zijn ze er niet. Zij kijken, maar zien niet. De Samaritaan kijkt en ziet. Hij raakt bewogen. In die bewogenheid ligt nu precies voor Mozes en Deuteronomium de kern van de Wet des Heren. In Deuteronomium is er geen tegenstelling tussen de Wet des Heren en dat wat leeft in het hart van de mens. De Wet is voor Mozes geen belemmering van menselijke ontwikkeling en vrijheid, integendeel die ligt in de mens verankerd. De wet geeft de mens juist de nodige hulpmiddelen en wegwijzers om nog meer mens te worden. Dat de Wet door God gegeven wordt in de woestijn, maakt deze functie nog duidelijker. Juist in de woestijn zorgt de Wet van God dat we niet afgestompt raken, dat we ons doel niet uit het oog verliezen en koers houden.

De moderne mens denkt vaak dat hij geen wet nodig heeft, omdat hij vanzelf wel aanvoelt wat goed is. Dat is niet alleen een schromelijke overschatting van het natuurlijk gewetensvol aanvoelen van de mens, maar ook een gebrek aan wat de Wet van God beoogt. Als we zien waar de mens toe in staat is en welke misdaden de mens voor zichzelf weet te rechtvaardigen, moeten we ons zorgen maken over dit zogenaamd natuurlijk aanvoelen van de mens. Of het nu gaat om oorlog voeren of om corruptie of om een moordaanslag op een oud premier zoals in Japan. Er is meer nodig om op het goede pad te blijven.

Enerzijds heeft de mens een gemeenschap nodig, een waardengemeenschap, waar samen nagedacht wordt over wat goed is en wat niet goed is. De kerk en de parochie zijn zo’n waardengemeenschap waar we dit wekelijks vieren in woord en sacrament. We delen het meest kostbare Brood dat je kunt bedenken, namelijk het Brood uit de Hemel, de aanwezigheid van Christus zelf, met ieder die hier komt die van goede wil is. We delen dit omdat we het Leven dat we van God gekregen hebben en deze aarde, deze schepping van God hebben ontvangen om te delen. Dat delen geeft ook leven, en belooft eeuwig leven. Dat delen is de kern van de Wet van God. Deze Wet helpt ons de mens te zien met wie we de wereld en het leven delen.

Anderzijds wil de Wet van God ons leren hoe we ontroerd en geroerd kunnen raken. Dat is wat God beoogt: Hij wil ons laten kijken met barmhartigheid. Of het nu gaat om opstandige boeren, of wanhopige vluchtelingen, en andere mensen die ons leven en onze wereld verstoren: kunnen we hen met Gods barmhartigheid bekijken? Of zappen we weg en trekken we met een boog om hen heen? Gods Wet houdt ons op koers. De richting van ons leven is de naaste. En met de naaste op ons netvlies en in ons hart, zullen we God leren kennen als bron van barmhartigheid. Hij is de bron waaruit we leven en handelen, Dan kunnen we alle moeilijkheden overwinnen. Moge Gods Geest ons moedig maken om onze ogen te openen en met Gods Wet in ons hart naar de wereld te kijken. Amen.