LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 3 juli 2022, veertiende zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 66, 10-14c
Psalm 66
Galaten 6, 14-18
Lucas 10, 1-12.17-20

Welkom aan u allen!
We zijn apostelen voor alle volkeren. Het aantal van tweeënzeventig leerlingen die vandaag door Jezus worden uitgezonden, hangt samen met het aantal volkeren dat in Genesis genoemd wordt. Hier maakt Lucas duidelijk dat de boodschap van Jezus niet een elite boodschap is, bestemd voor een kleine groep uitverkorenen, maar een boodschap die de wereld kan veranderen. Geloven de leerlingen daarin? Dat wordt niet gevraagd. Hun wordt gevraagd om bij de mensen te komen, in hun huizen, aan hun tafel: een echte ontmoeting. In die ontmoeting groeit het rijk van God, dat, zoals Jesaja schrijft, zelfs dorre beenderen tot leven kan brengen. Wij zijn de dragers van de boodschap van dat nieuwe leven. In deze eucharistie worden we zelf weer opnieuw vervuld van dat nieuwe leven om het met nieuwe kracht voor te leven en uit te dragen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het is voorlopig nog geen oogstmaand: daar moet eerst nog een zomer overheen gaan. Zon en regen, warmte en water zijn nodig om de oogst overvloedig te doen zijn. Maar er zijn ook mensen nodig om het land te bewerken en straks de oogst binnen te halen. Boeren weten als geen ander hoe het samenspel is tussen de afhankelijkheid van de natuur en het klimaat enerzijds en anderzijds dat hard werken en tomeloze inzet nodig zijn om de aanstaande oogst binnen te halen. Niets gaat vanzelf in deze wereld, maar we zijn ook erg afhankelijk van factoren die we niet kunnen beïnvloeden. Het geloof in de oogst is in onze tijd erg onzeker geworden. Zelfs de natuur is minder stabiel en de veranderingen die we meemaken, zijn ongekend. Terwijl in het verleden de wisseling van de seizoenen een vast ritme gaf, lijken er andere tijden te zijn aangebroken, waar natuurrampen en weersextremen het leven onzeker maken. Nog steeds wordt er veel gediscussieerd en zijn er mensen die alle veranderingen ontkennen. Maar ik denk dat dit een ontkenning van de feiten is.

Veel mensen houden niet van veranderingen en willen liever dat hun leven doorgaat zoals het altijd is geweest. Bij anderen groeit het besef dat de veranderingen die we meemaken, onherroepelijk zullen leiden tot een andere manier van leven. De rijkdom en de welvaart die de meesten van ons in het Westen genieten – hoewel zeker niet allen, onderschat de armoede ook in ons eigen land niet – zullen waarschijnlijk niet bestendig zijn. Hebben we het vermogen om ons aan te passen? Wat zal de oogst zijn van de veranderingen die we nu meemaken? Dat de veranderingen mensen onrustig en onzeker maken, is wel heel duidelijk. We zien spanningen in de wereld door oorlogen, natuurrampen en ziekten. Die spanningen brengen een oogst van onrust en polarisatie. We zien dat in de wereld, op grote schaal, maar natuurlijk ook in ons eigen land, waar we wanhoop en agressie zien.

In die onzekere wereld worden we uitgezonden om de verkondigers van het rijk Gods te zijn. Dat dit geen eenvoudige taak is, weet Jezus heel goed. Hij spreekt van wolven die we op onze wegen ontmoeten en over duivelse krachten die het uiteindelijk, ondanks hun indrukwekkend voorkomen, moeten afleggen tegen de boodschap van de liefde. Op de eerste plaats is het van belang dat de leerlingen die uitgezonden worden, wij dus, kunnen onderscheiden waar deze wolven en deze duivelse machten zich bevinden. Het vraagt om onderscheidingsvermogen en het vraagt vervolgens om moed om deze krachten aan te wijzen en te ontmaskeren. Er zijn donkere krachten aan het werk die een oogst van verdeeldheid en hardheid en agressie zullen brengen. Als wij onze stem niet verheffen en niet een ander geluid laten horen, zullen die duistere krachten met de oogst aan de haal gaan. Dat is geen oogst die ons gelukkig maakt en onze wereld verder helpt. Integendeel. Het beeld van de oogst maakt duidelijk dat we een grote verantwoordelijkheid hebben. Als het God is die zaait, is het aan ons, leerlingen van zijn Zoon, om werkers van de oogst te zijn. Er zijn weinig arbeiders om te oogsten, zegt Jezus. Dan gaat het niet zozeer om het aantal, maar om het vermogen tot onderscheid en om de moed de duistere krachten aan te wijzen. Het gaat om de kwaliteit van de arbeiders. Die kwaliteit zit, volgens Paulus in zijn brief aan de Galaten, in vrede en barmhartigheid. Dat is het evangelische zaad dat wordt uitgezaaid in de mens en in de wereld. Dat is het zaad van de nieuwe schepping.

Als we nadenken hoe wij arbeiders kunnen zijn die de oogst van God binnen kunnen halen, is de eerste vraag: geloven we in die oogst? Hebben we het vertrouwen dat dit goede zaad van Gods liefde een oogst zal opleveren die de wereld kan veranderen? Hebben we de overtuiging dat de duistere machten het uiteindelijk moeten afleggen tegen de vrede en barmhartigheid van God?

De ervaringen van de leerlingen die naar Jezus terugkeren, hebben hen zelf verbaasd. Zij zijn met openheid de wegen opgegaan, maar de kracht van hun boodschap heeft hun verwachtingen overtroffen. Het laat zien dat Gods Woord meer effect kan hebben dan we zelf vermoeden. Dat mag ons zelfvertrouwen geven: we hoeven niet te wachten tot ons geloof groot en krachtig genoeg is om zeker van onze zaak te zijn. We hoeven niet veel bagage te hebben. Gods Woord is voldoende; vrede en barmhartigheid zullen het verschil maken. Dan zullen we het rijk Gods kunnen zien groeien. Het groeit in mensen, in relaties en het zal een oogst geven die overvloedig is. Amen.