LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging Paaszondag 17 april 2022

Lezingen
Handelingen 10, 34a.37-43
Psalm 118
Kolossenzen 3, 1-4
Johannes 20, 1-9

Welkom met Pasen
Christus is verrezen. Alleluia! Hij is waarlijk opgestaan. Alleluia! Op deze zonnige Paasmorgen komt het nieuwe licht ons tegemoet. Het licht heeft een boodschap. Het is mogelijk dat het duister wordt verdreven en er een nieuwe toekomst wordt geschonken. Dit licht is teken van een groter licht. Christus is dat licht. Hij leek ten onder te zijn gegaan, maar Hij is uit het duister gehaald door de Vader die het Licht zelf heeft gemaakt. Daardoor mogen wij geloven en vertrouwen dat deze God ook onze wereld en ons leven uit het duister zal halen en naar zijn Licht zal brengen. Wij mogen ons leven dus verstaan als geborgen in zijn Liefde. Dan mogen wij instrumenten zijn om die boodschap ook te verkondigen. Dan mogen we instrumenten zijn van Gods kracht en getuigen van zijn Licht.

Homilie
Christus is verrezen! Alleluia
Waar kan de mens wonen? Er is woningnood in Nederland: ouderen die kleiner willen wonen, vinden geen geschikt appartement. Studenten blijven langer bij hun ouders wonen, terwijl ze er eigenlijk aan toe zijn hun vleugels uit te slaan. Vluchtelingen die komen uit Oekraïne, Afghanistan, Irak, Syrië of Lybië, leggen extra druk op de woningmarkt. Door de prijs van woningen wordt het onderscheid tussen rijk en arm alleen maar groter. Is er wel voldoende ruimte voor de mensen die in ons land willen wonen en hier gelukkig willen zijn?

De vraag waar de mens kan wonen is ook een geestelijke en religieuze vraag. De reeks lezingen van de Paaswake vannacht vertelt dat God voor mensen een huis bouwt. De schepping begint met een tuin en in die tuin wordt de mens geplaatst. De mens weet die tuin echter niet op waarde te schatten en gaat ermee aan de haal en wil zich deze tuin toe-eigenen. Hij sluit God, de Ander, uit van zijn bestaan. Daar gaat het mis: de mens raakt vereenzaamd en voelt zich naakt en kwetsbaar. Vanaf dat moment wordt de mens een zoekende. “Waar ben ik nu echt thuis?“

Ieder mens zal zich die vraag vroeg of laat stellen: “Waar ben ik thuis? Bij wie ben ik thuis? Waar ben ik veilig, waar kan ik worden wie ik geroepen ben te zijn?” Want U weet: de mens is alleen zichzelf als hij/zij zich ontwikkelt en ontplooit. God heeft de mens niet geschapen als stilstaand water, maar als een pelgrim die zijn/haar bestemming zoekt en met Gods hulp ook vindt. De vraag is een spannende vraag voor onze hele kerkgemeenschap. Is de kerk te vergelijken met stilstaand water? Of is de kerk ook onderweg naar en nieuwe toekomst? Niemand weet hoe die toekomst eruit ziet. Duidelijk is wel dat het verleden voorbij is en niet terug komt. Maar de toekomst ligt open.

We mogen uit ons geloof en uit de weg die de leerlingen na Pasen zijn gegaan, moed putten. Ook zij beseften dat het verleden met Jezus in hun midden voorbij was, maar met zijn nieuwe aanwezigheid als de levende Christus kwam er een nieuwe aanwezigheid tevoorschijn. In de gemeenschap die zijn woord leest en zijn sacramenten viert, woont de levende Christus. Maar op die duistere vrijdag leek het met Jezus alsof zijn pelgrimstocht door de wereld geëindigd was in het graf. Het graf zou voortaan zijn woning zijn. Zelfs daar ontstond ineens verwarring over. De wanhoop van de eerste leerlingen horen we in de roep van Maria Magdalena. Zij zoekt het lichaam van Jezus en zij weet niet waar dat gebleven is. “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Het is de stem van eerste Christenen die nadenken over het Paasmysterie. Het lege graf roept op de eerste plaats vragen op. Is dan zelfs het graf geen veilige plek voor Hem? Het is al akelig dat Hij moest sterven, mag Hij dan zelfs geen grafrust kennen?

Door de boodschap van dit lege graf en de doeken die Petrus en Johannes aantreffen, beseffen zij dat er iets anders gebeurd is. Jezus’ leven is te sterk om opgesloten te zijn in het duister van het graf. De Liefde van de Vader is te groot om mensen die van zijn Liefde leven, verloren te laten gaan. Gods Liefde is de woning geworden voor Jezus, voor altijd. Zoals Hij heeft gezegd op die laatste avond van zijn leven: als wij vanuit zijn Liefde blijven leven, zal die weg ook onze weg zijn en zullen we zelf ook bij God onze woning vinden.

Pasen betekent dat er een nieuwe woning voor de mens opgericht wordt. Het kwetsbare aardse huis is niet onze definitieve woning. Het is te kwetsbaar en te tijdelijk. Maar wanneer dit huis wordt gebouwd op de liefde van Christus, dan zal het blijven. We bouwen deze woning niet op de zekerheden van deze wereld die zo verlangt naar het oude normaal. Dat oude normaal komt niet terug: een nieuw leven wordt ons getoond in de verrezen Christus. Zijn Liefde is onze woning. Bij hem zijn we thuis. Dat is ons fundament. Deze nieuwe woning voor Christus helpt ons om met nog meer moed en vertrouwen te bouwen aan dit huis dat ons hier in deze wereld gegeven is. Dat is niet alleen gebouwd op onze inzet, maar mede op de Liefde die God ons gegeven heeft en die Hij getoond heeft in Jezus Christus. Die liefde vergaat nimmer. Als dat fundament blijft, zal ook onze inzet voor de wereld vruchten dragen. Moge dat paasgeloof ons sterken. Mogen wij daarin onze woning vinden, in die woning van Licht. Daarvan zijn wij de getuigen.

In die zin wens ik u allen Zalig Pasen!

Amen