LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 16 januari 2022, tweede zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 62, 1-5
Psalm 96
1 Korinthiërs 12, 4-11
Johannes 2, 1-11

Welkom aan u allen,
Bruiloften zijn zeldzaam geworden in coronatijd. Niet meer dan vijftig mensen. Feesten zijn aan restricties onderhevig. Dat staat in contrast met een Bijbelse bruiloft: een bruiloft gaat daar gepaard met overvloed. Als er bij bruiloften beperkingen of tekorten zijn zoals in Kana, staat het bruidspaar en de hele familie voor gek. Hoe kun je nu een feest organiseren zonder goede voorbereiding? Het is alsof je de gasten niet genoeg waardeert. De bruiloft is al vanaf de tijd van de profeten een symbool geworden van de relatie tussen God en zijn volk: ook hier is een oneindige overvloed van liefde en trouw. Maar het is ook een geschiedenis van overspel en bedrog. Heel vaak heeft het volk God verlaten, vergeten of verwaarloosd. Maar ook laat het volk te vaak toe dat er slechte berichten over onze God worden verteld. We zijn hier gekomen om bruiloft te vieren. Ervaren we die overvloed? Beseffen we dat God een verbond van liefde met ons heeft gesloten? Of je nu thuis de eucharistie volgt of hier in de kerk bent, Gods aanwezigheid in woord en sacrament geeft ons een nieuwe identiteit zoals Jesaja ons verkondigt: “mijn welbehagen.” Ook als we ons eenzaam voelen of verlaten, mogen we beseffen dat God ons betekenis voor ons leven geeft.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Familieruzies komen in de beste kringen voor. De oorzaak is soms een klein misverstand dat steeds groter wordt. Soms zijn het diepe problemen tussen mensen die elkaar niet verstaan. Het kunnen pijnlijke geschiedenissen zijn die op familiebijeenkomsten op nare wijze aan de oppervlakte komen. Vanachter de muren van teleurstelling en verdriet komen mensen niet meer in contact met elkaar. U kent ongetwijfeld in uw eigen kring dergelijke voorbeelden. Het raakt aan de fundamenten van iemands leven. Ook tussen gelovigen komen ruzies voor: kerken splitsen zich af en beginnen voor zichzelf. Voor ons katholieken is dat eigenlijk ondenkbaar. Als je de eenheid opgeeft en je losmaakt van de geloofsgemeenschap, dan droogt het geloof op als een plantje dat verdort. Al kunnen er tussen groepen en parochies grote verschillen bestaan, toch houden we de eenheid overeind. Dat je met een kleine zuivere geloofsgemeenschap los van de anderen verder kunt gaan, achten we een illusie. Juist de wereldwijde kerk waar alle mensen een plek vinden en zich thuis mogen voelen is een teken van Gods koninkrijk. De kerk is niet bedoeld als een clubje van uitverkoren zielen. Juist de diversiteit levert de kerk de discussie en de kracht op om samen na te denken en uit te wisselen en ons geloof te verdiepen. Dat levert natuurlijk meteen een opdracht op aan ons adres: wat is onze bijdrage aan een hartelijke, gastvrije gemeenschap in onze parochie? U zit dan hopelijk niet alleen naar de pastores te kijken: het handelen en spreken van ons allen moet daarop gericht zijn.

Een pijnlijke scheiding wordt vandaag aan de orde gesteld. Vandaag is immers de dag van het Jodendom. De dag voor het begin van de gebedsweek voor de eenheid is in Nederland gewijd aan de relatie met het Jodendom. Sinds het Vaticaans concilie heeft de katholieke kerk gewild dat de relaties met het Joodse volk hersteld zouden worden. Schuldbewust van de pijnlijke geschiedenis, beseffen we dat de Joodse wortels ons helpen om Jezus en zijn eerste leerlingen beter te begrijpen. Zij waren allen in de Joodse traditie opgegroeid. Het christendom is daar fundamenteel door gekenmerkt. Het Jodendom en het christendom zijn uit elkaar gegaan en uit elkaar gegroeid. We hebben dat Joodse fundament en die Joodse wortels lang vergeten en zelfs verdonkeremaand. Dat heeft een enorm pijnlijke en geschiedenis veroorzaakt. Paus Johannes Paulus II heeft dat in het jaar 2000 onder woorden gebracht. Dat zijn gelukkige stappen vooruit om ondanks verschillen in verwoording van geloof, verschil in godsbeelden, verschil in eredienst, de gemeenschappelijke bronnen te koesteren. Net als in Kana is de relatie tussen Jodendom en christendom droog komen te staan. Er wordt niet meer uit die onderlinge relatie geput. Jodendom en christendom leven van de overtuiging dat God een verbond met mensen is aangegaan en dat wij de verkondigers zijn van dat verbond. Vaker zijn we bezig met de vraag wie wel en wie niet in dat verbond staan. Het verhaal van Kana vertelt evenwel van Gods overvloed, oneindige liefde en trouw. Wie zij wij om daar grenzen aan te stellen? Is God niet de enige de daar een oordeel zou kunnen hebben? Onze opdracht is om de wijn van het verbond uit te delen en uit schenken en niet voor ons zelf te houden. Laten we de rijkdom van ons geloof als fundament van ons bestaan niet onderschatten en de vreugde delen als waren we op een bruiloft, een overvloedige bruiloft. Moge die vreugde zichtbaar zijn en ook door mensen om ons heen ervaren kunnen worden. Amen.