LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 november 2021, Allerzielen

Lezingen
Jesaja 25, 6a.7-9
Psalm 126
Lucas 23, 44 -24, 6a

Welkom
Welkom op onze begraafplaats van Petrus’ Banden, voor velen van u een vertrouwde plek. Sommigen vinden hier rust en troost: een plek om de graven te verzorgen, om tot bezinning te komen. Deze tuin van het leven is ook een plek van ontmoeting: lotgenoten, vrienden en familieleden, medewerkers van de begraafplaats, bekende en onbekende gezichten. Allerzielen brengt ons hier samen: een gemeenschap van mensen die zich zelfs over de grens van de dood met elkaar verbonden weten. Er is een band die niet vergaat, ook al doet het pijn als we elkaar niet kunnen zien, spreken en aanraken. Toch is er een bron die dieper gaat dan dit alles. Die willen we hier raken, die bron willen we hier met elkaar openen. Laten we hier luisteren naar ons hart, luisteren naar de stilte, luisteren naar het gebed, luisteren naar je eigen hart.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Als iemand voor altijd de ogen sluit, voelen we ons ontredderd. De ogen kijken ons niet meer aan. Ze zijn leeg en dof geworden. Soms sluiten we de oogleden ter bevestiging van de constatering dat onze vader of moeder, onze partner, ons kind gestorven is.

Ogen zijn in het leven als vensters die ons met elkaar verbinden. Ogen worden spiegels van de ziel genoemd. Zij geven toegang tot elkaars innerlijk. Als je elkaar goed kent, kun je aan de ogen van de ander herkennen hoe hij/zij zich op dat moment voelt en misschien zelfs wat er in hem of haar omgaat. We staan vandaag op Allerzielen stil bij onze relatie met hen die gestorven zijn. We willen opnieuw voor hen bidden terwijl we geloven dat zij bij God zijn. We vragen we ons misschien af: waar zijn zij nu? Wat zien zij nu? Zien zij God? Wat kunnen we ons daarbij voorstellen? De beide lezingen van vandaag reiken ons het beeld aan van een sluier die weggenomen wordt, een gordijn dat verscheurd wordt. Het duister moet het afleggen tegen het licht. Dat is een hoopvolle boodschap. Al zijn hun ogen gesloten: een nieuw licht is voor hen opgegaan. Kan ons dat troosten?

Te vaak wordt ons leven beheerst door duisternis. De duisternis van het verdriet, het afscheid, de stilte en de eenzaamheid? De onzekerheid: hoe moet mijn leven nu verder? Dit is de afgelopen jaren versterkt door de gevolgen van de pandemie: beperkt bezoek aan elkaar, beperkt bezoek aan verpleeghuizen en ziekenhuizen, beperkte deelname aan uitvaarten. Het zijn omstandigheden die het rouwen nog moeilijker en eenzamer maken.

Daarom zijn de teksten zo hoopvol vandaag: de blik wordt gericht op een oneindig samenzijn met elkaar. Het vertrouwen dat er voor hen die gestorven zijn, een nieuw licht is opgegaan, kan ons helpen met andere ogen naar ons leven en onze wereld te kijken. Ons geloof helpt ons immers om op een andere manier onze ogen te gebruiken. Onze ogen zien niet alleen maar de materiële werkelijkheid, maar ze zien ook de betekenis van die werkelijkheid. Zoals wij elkaar aankijken en beseffen welke relatie we met elkaar hebben, zo kijken we ook met zulke ogen naar de werkelijkheid. Met de profetie van Jesaja kijken we anders naar de volken in de wereld: zij zijn geen strijdende volken en naties maar broeders en zusters die een gemeenschappelijke bron in de liefde van God herkennen. Die maakt ons allen broeders en zusters. Fratelli Tutti zegt Paus Franciscus.

Die visie maakt een einde aan onverschilligheid jegens elkaar; het maakt een einde aan kortzichtigheid en gerichtheid op zichzelf. Dat heeft ook alles te maken met het besef van eeuwigheid. Dat is het perspectief dat alle mensen verbindt. Daarom boezemt een graf ons geen angst in, maar is het een poort om naar die eeuwigheid te gaan. De opstanding van Jezus vertelt ons dat een graf geen teken is van dood, maar van doorgang naar het leven. Niet het graf is onze bestemming, maar het leven bij God.

Laten we onze ogen de kost geven. We willen met gelovige ogen naar het leven kijken. We kijken zelfs met gelovige ogen naar de dood. We laten ons geen angst meer inboezemen. We weten ons door de evangelist Lucas uitgenodigd om zelf als boodschappers van het leven de wereld in te gaan. We mogen hier troost met elkaar ervaren, hier in de viering, in het samenzijn met elkaar, in het delen van herinneringen, in het bidden en stil zijn, in het samen ontsteken van kaarsen. Dat doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen die ons dierbaar zijn. Durven we het aan om met diezelfde boodschap van Lucas de wereld in te gaan? Durven we te zeggen: Hij is niet hier, Hij leeft!

We laten ons niet zomaar leiden door wat we naar menselijke maatstaf mogelijk achten. Hebben we in ons leven niet vaker ervaren dat de liefde ons tot grote, onverwachte dingen in staat stelt? Dat die liefde licht brengt waar duisternis was, dat die liefde vergeving brengt, waar we moeite hadden met elkaar? Dat is de weg die we kunnen gaan. Laten we het goede en wonderlijke van het leven bewaren en koesteren. We mogen daar de boodschap aan ontlenen. Als we met gelovige ogen de wereld ingaan, zullen we het licht kunnen zien dat God voor ons bestemd heeft. Dan kunnen we getroost worden en elkaar troosten. Moge dat onze weg zijn. Amen.