LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Homilie afscheidsviering 26 september 2021

Broeders en zusters, vrienden van de Heer,

U weet hoezeer ik de paus inspirerend, bemoedigend en navolgenswaard vind. Nu hij vorige week heeft gezegd dat een preek niet langer dan tien minuten mag duren, is dat toch een uitdaging. Ik weet niet of ik dat vandaag red. Er is over veertien jaar Den Haag, Jacobus en Maria Sterre der Zee zoveel te zeggen!

Als kind had ik een moestuintje. Naast de kassen van onze vader was er een stukje grond dat ik probeerde te bewerken. Anja kan zich dat vast nog wel herinneren. Aardbeien, sperziebonen, tuinbonen, doperwten, wortelen, prei en uien. Wat de kwaliteit van de groenten was, weet ik niet meer. Ze werden in ieder geval niet bespoten. We hadden ook een groot veld met konijnen, maar wat daarmee gebeurde, laat ik nu maar onbesproken. Ik kan me goed herinneren dat we jaarlijks de zaden voor de komkommers thuisbezorgd kregen. Ze kwamen van Rijk Zwaan – ja Livia, die kende ik dus al voor jij geboren was – en ze waren het fundament voor een heel jaar van werken en leven. Ik ben dus opgevoed met eerbied en dankbaarheid voor de groeikracht van zaad. Komkommers bestaan voor 95 % uit water, maar je kunt er toch een bestaan mee opbouwen.

Ligt daar de oorsprong van mijn roeping? De dialoog tussen God en de mens is een mysterieus gebeuren. Hoe komt het dat de één Gods stem verstaat en tussen alle gebeurtenissen in het leven sporen van Gods aanwezigheid ervaart, terwijl voor de ander het leven simpelweg een aaneenschakeling van gebeurtenissen is? In onze moestuin, maar ook in de kassen van mijn vader zag ik de groeikracht van planten, geholpen door de vaardigheid van de tuinder. En dat fascineerde mij. Waar komt die groeikracht toch vandaan? Anders gezegd, wat is de bron van die schoonheid?

Die ontdekkingstocht naar de oorsprong van die schoonheid heeft me op vele bijzondere wegen gebracht. Spannende wegen, naar de grote stad Amsterdam, het verre Frankrijk, maar nog meer naar de mens die drager is van die schoonheid. Schoonheid op zich kan namelijk wel bestaan, maar zonder iemand die deze schoonheid herkent, aanvaardt en omarmt, heeft zij geen betekenis. Schoonheid is relationeel, zou mgr van Luyn zeggen, de bisschop die mij veertien jaar geleden naar Den Haag gezonden heeft.

Schoonheid is vergankelijk, zult u zeggen. Ik wil dat nuanceren. Wie de zeventiende-eeuwse natures mortes bekijkt, ziet inderdaad tussen de prachtige bloemen en verleidelijke zeevruchten ook de vergankelijkheid op de loer liggen: het rottende fruit of de afgepelde citroen. Maar ook die draagt schoonheid in zich. Dat heb ik moeten leren zien. Mijn goede vriend Majid in Frankijk leerde mij met een geestelijk oog naar die schilderijen kijken, die ik daarvoor wel mooi, maar oppervlakkig vond. Ik leerde de schoonheid zien, zelfs in de vergankelijkheid. Dat geldt die schilderijen, dat geldt de mens: kunnen we die schoonheid zien? In alle fasen van het leven?

De mens is als kind van God in deze wereld de hoogste drager van die schoonheid die voor mij haar oorsprong vindt in God. Maar die schoonheid kan verscholen zijn: wie twijfelt niet meer dan eens aan de eigen schoonheid? Wie kent niet de ervaring van tekort en twijfel? Zondigheid noemt de traditie dit. Niet in morele zin, maar in existentiële zin: het tekort en de beperking van ons menselijk bestaan. Nu is de boodschap dat we daarvan bevrijd zijn. De vreugde van het evangelie is dat de mens tot barmhartigheid, tederheid en zelfs liefde in staat is.

Pastoraat betekent vaak ook de confrontatie met de lelijkheid van het bestaan: een kind dat overreden wordt, een echtpaar dat de onderlinge liefde volkomen is kwijtgeraakt, de dakloze die met de nek wordt aangekeken, de vijandigheid jegens vluchtelingen, het gekrakeel tussen politici die de balans tussen landsbelang en partijbelang uit het oog verloren hebben, de profiteurs die de wereld als een speeltuin zien en ongebreideld genieten zonder zich rekenschap te geven van solidariteit en duurzaamheid. Soms lijkt de schoonheid het af te leggen tegen zoveel lelijkheid. Dan komt het erop aan getuige te blijven van de groeikracht en de schoonheid van Gods Woord.

Sero te amavi, veel te laat had ik u lief, schoonheid”, riep Augustinus in zijn Confessiones aan het einde van zijn leven. Gelukkig heeft mijn moeder niet zo veel hoeven te bidden voor mijn bekering als Sint Monica en ben ik dankbaar voor mijn katholieke opvoeding. Ik zie dat veel mensen een lange zoektocht moeten gaan voor zij de schoonheid ontdekken. Er is veel in het leven dat die weg blokkeert. Het kost mensen vaak moeite om deze als bron van geluk aan te boren. De Samaritaanse vrouw bij de put van Jacob zet ons op het spoor van die schoonheid: de lelijkheid in haar eigen bestaan heeft die schoonheid verhuld. Het heeft haar vervreemd van zichzelf en haar roeping. Jezus wijst haar op de kracht van Geest en Waarheid: daar ligt het fundament van het ware geloof. Daar ligt ook de schoonheid van háár leven. Met die twee woorden relativeert Jezus veel van onze historische ballast. Dat geldt de kerkelijke traditie, maar ook ons eigen leven. Jezus nodigt je uit om naar de kern van schoonheid van je eigen leven toe te gaan. Weg met die ballast!

Kunnen we zelf een mens van Geest en Waarheid zijn? Dat is de ontdekking van Zacheüs, en zo kom ik bij het evangelie van vandaag, het feest van kerkwijding. Zacheüs wordt op een nieuw levensspoor gezet door de ontmoeting met Jezus: bij jou wil ik te gast zijn. Dat is pastoraat ten top: de priester die tegen de mens die hij ontmoet, zegt: de Eeuwige wil bij jou te gast zijn. De boodschap op dit feest van kerkwijding is dat God in ons te gast wil zijn.

Ik dank God voor de vele wegwijzers die ik in de parochie mocht ontmoeten, in de begintijd met de broeders van Sint Jan, met de vele vrijwilligers, met de collega’s, met de mensen die een beroep op me deden. De inspirerende wegwijzers in de andere kerken, die vrienden geworden zijn, van wie ik gelukkig geen afscheid hoef te nemen. De tochtgenoten van de andere religies en levensbeschouwingen die mijn wereld verruimen en nieuwe dimensies van schoonheid laten zien. Ik ben ook dankbaar voor de vele wegwijzers die me helpen om in het politieke en maatschappelijke leven een weg te vinden, die me steeds uitdagen om mijn gedachten op papier te zetten. Jullie brengen weer nieuwe zaadjes bij mij tot leven. Ook daar zijn sterke en hechte vriendschappen gegroeid. Fijn dat jullie gekomen zijn!

Ik heb zelf geprobeerd om een wegwijzer naar Gods schoonheid te zijn. Er ligt een mooi werkgebied voor me, waar Gods schoonheid zich ongetwijfeld weer zal openbaren. Ook al gaan we nieuwe wegen, wat we van elkaar hebben ontvangen de laatste jaren, zal niet verdwijnen, maar in ons blijven opborrelen als bron van Levend Water.

Met excuses aan Paus Franciscus. Vandaag lukt het me echt niet in tien minuten. Maar de mensen uit Zoetermeer hoeven niet te vrezen: ik maak er geen gewoonte van. Dus weest dankbaar: “Zingt voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest” zegt Paulus in zijn brief aan de Kolossenzen.
Godlof!
Amen