LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging Sacramentsdag, 6 juni 2021

Lezingen
Exodus 24, 3-8
Psalm 116
Hebreeën 9, 11-15
Marcus 14, 12-16.22-26

Welkom
Afstand en nabijheid zijn cruciale begrippen op Sacramentsdag. De Heer is afwezig en toch komt Hij zo dicht nabij dat Hij deel wordt van ons leven. Zijn Woord en zijn Lichaam en Bloed worden door ons opgenomen, opdat we zijn weg kunnen bewandelen en kunnen leven naar zijn Geest. Zijn wij zelf ook herkenbaar als tekenen van Gods nabijheid? Is ons leven en handelen, ons spreken en bidden vervuld van de boodschap dat God van alle mensen houdt? Of raken zij juist van God vervreemd? De viering van de Eucharistie brengt God dichter bij de mensen, maar is ook een appèl aan onze keuzes en onze toewijding aan elkaar. Moge dit voedsel dat ons geschonken wordt, ons inspireren op die weg van toewijding, zowel aan God, als aan de naaste als aan onze eigen roeping.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In de afgelopen maanden van Corona zijn we inventief geweest in het overbruggen van fysieke afstand: geen handen geven, anderhalve meter afstand houden, beperkt bezoekers ontvangen. Mensen lijden aan de fysieke afstand die we hebben moeten ervaren. “Huidhonger” werd dit lijden genoemd, soms met dramatische gevolgen. We hebben alternatieven gezocht in het geven van een box of een elleboog, of wat ik liever doe: mijn hand op mijn hart leggen bij een begroeting. Gelukkig konden we elkaar ontmoeten via teams of zoom en konden zo colleges docent en studenten bij de digitale les houden. Maar die manier van vergaderen en lesgeven is vermoeiender. Het kan niet in de plaats komen van persoonlijke ontmoetingen. De communie kon doorgaan via het scherm, en is nu misschien wel aandachtiger en rustiger en misschien wel waardiger. Het automatisme is doorbroken en dat kan eigenlijk niet echt kwaad. Hier brachten afstand en protocol nieuwe aandacht.

De vraag is hoe we elkaar ondanks de afstand toch nabij kunnen komen. Dat is ook een vraag die het evangelie ons aanreikt in onze relatie met Christus. Het is het mysterie van de viering van Sacramentsdag: hoe dichtbij is de verrezen Heer bij ons? De afstand vanwege de dood, het graf met de steen ervoor, het duister van Goede Vrijdagmiddag. De leegte die de mensheid gestort heeft in de verlatenheid van onze wereld. Is de wereld echt aan zichzelf overgeleverd? Heeft God de wereld verlaten en kan de mens slechts rekenen op zichzelf? ”Ach Heer, laat ons toch niet alleen”, is het gebed van de kerk na Goede Vrijdag.

Sacramentsdag is het geschenk van God om in die verlatenheid aanwezig te zijn. Deze aanwezigheid is niet een doekje voor het bloeden, in de zin van een goedkoop “Alles komt wel goed”. Zijn aanwezigheid is een genezende aanwezigheid, maar heft ons lijden niet zomaar op. De eucharistie begint immers met een paasmaal, met de verwijzing naar een lam dat geslacht wordt, een offerdier. Het staat uitdrukkelijk door Marcus beschreven dat de aanleiding van het Laatste Avondmaal van Jezus met zijn leerlingen het Joodse Paasmaal is: de herinnering aan de bevrijding uit slavernij. Wat de leerlingen van die maaltijd is bijgebleven, is voor ons het fundament van iedere eucharistie en van onze Sacramentsdag. “Dit is mijn lichaam, dat wordt gebroken; dit mijn bloed dat wordt vergoten. Ik zal het opnieuw drinken in het Koninkrijk dat door God gevestigd wordt.” Wij geloven dat dit Koninkrijk door Christus’ opstandig is gevestigd en dat wij de burgers van dat Koninkrijk zijn. Dat impliceert dus een hoopvolle boodschap: wij zijn bestemd om te leven. Wij zijn zo kostbaar in Gods ogen, dat Hij ons wil bevrijden van lijden en dood en tot het ware leven wil brengen.

Nog steeds worden levens gebroken, nog steeds wordt bloed vergoten, nog steeds wordt de schepping geweld aangedaan. De vrede valt steeds weer in scherven kapot door machtsmisbruik op grote schaal wanneer de machtigen van deze aarde hun ambten en functies en posities misbruiken voor eigen gewin, maar ook op kleine schaal in situaties tussen mensen waar onrust is, onderdrukking en misbruik: gezinnen, scholen, bedrijven, sportverenigingen, kerkgemeenschappen, noem maar op.

Heeft Christus deze wereld dan niet veranderd? Heeft Hij het lijden dan niet weggenomen? Nee, maar Hij stelt ons in staat om ondanks het lijden de mens lief te hebben. Zoals God zijn lijdende Zoon bemind heeft tot in de dood en Hem zo weer het leven heeft geschonken, zijn ook wij in staat om de lijdende mens te beminnen en op die manier leven te geven.

Een parochiaan vertelde mij haar ervaring bij het afscheid van haar zieke man, die vanuit deze kerk ook begraven is. “Ondanks het lijden, ondanks de aftakeling, ondanks de veeleisende zorg, bleef ik hem liefhebben, ook al was hij niet meer de grote, sterke erudiete man die ik getrouwd had, en ook toen alle buitenkant als het ware was afgepeld. De liefde werd alleen maar groter. Het heeft ons nog inniger met elkaar verbonden, zelfs in de dood.”

De eucharistie die we vieren en die we vereren, mag niet los gezien worden van de lijdende Christus, niet los van de lijdende mens in deze wereld. Als God zijn gelaat heeft getoond aan het kruis, toont Hij ook zijn levenwekkende aanwezigheid in de mens die getroffen wordt door het lijden. Let wel: niet het lijden komt van God, maar het leven dat ondanks lijden mogelijk is. Dat is het perspectief van Sacramentsdag: de afstand tot de naaste die door het lijden kan worden veroorzaakt, wordt overbrugd door de liefde van Christus. Laten wij boodschappers zijn van die liefde en laten wij elkaar zo nabij blijven. Amen.