LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Korte verkondiging Witte Donderdag, 1 april 2021

Lezingen:
Exodus 12, 1-8.11-14
Psalm 116
1 Korinthe 11, 23-26
Johannes 13, 1-15

Welkom
In dit avonduur komen we samen omdat we ons uitgenodigd weten. Wie nodigt ons uit? Wat weten we van de gastheer? De leerlingen die al een paar jaar met Hem meetrekken, worden nog steeds verrast door zijn woorden en gebaren. Steeds weer opnieuw weet Hij diepere betekenis te geven aan de oude tradities en woorden van het Eerste Testament. Hij vervult ze met een geest van kracht en leven, alsof God zelf aanwezig is. Nu ook aan tafel krijgt het woord gastvrijheid een scherpe inhoud: de onrust hangt in de lucht. Jeruzalem is zich aan het voorbereiden op het Paasfeest. Dat betekent spanning met de Romeinse overheden, spanning met de hogepriesters die de Romeinen te vriend willen houden. Er is spanning bij het volk dat vrijheid verlangt en ongehinderd het geloof wil belijden. In een wereld die zwaar is van onrust en opstandigheid, stelt Jezus een klein gebaar: hij reikt Brood en Wijn aan: teken van zijn eeuwige trouw aan mensen. Hij wast de voeten van zijn leerlingen als gebaar van dienstbaarheid. Hij gaat op de knieën en neemt een slavenwerk op zich terwijl hij niet eens zeker is van de trouw van deze groep wankelmoedige leerlingen. Morgen zal Hij opnieuw slavenwerk verrichten in zijn dood aan het kruis. Laten we vanavond het Brood en de Wijn uit zijn handen ontvangen en ons verbond met Hem vernieuwen.

Homilie
Vandaag geen voetwassing: u kent me en weet hoe symbolisch ik dit gebaar vind voor mijn pastorale werk. De nabijheid van het pastoraat, het toegelaten worden als pastor in de binnenkant van de ziel van een mens is te vergelijken met de voetwassing. Of ik nu in contact ben met een parochiaan of een bijna parochiaan, of een niet parochiaan: een enorme rijkdom gaat schuil in die binnenkant van een mens. Dat kan een rijkdom zijn die soms verwart en onrustig maakt, een rijkdom die niet altijd in evenwicht is. Een mens moet die rijkdom zien te ordenen. De autonomie is voor ons een groot goed, maar die binnenkant maakt soms dat iemand anders handelt dan hij/zij zelf wil. Er zijn invloeden op denken, voelen en handelen die iemand niet altijd van zichzelf begrijpt. Een pastoraal gesprek of begeleiding wil verzoening brengen en dankbaarheid voor de door God geschonken krachten. Die intimiteit van het pastoraat vindt zijn uitdrukking in de voetwassing: zo dichtbij word je als pastor toegelaten.

Die erkenning van die innerlijke rijkdom en de dankbaarheid geven kracht en zetten een mens op het spoor van een roeping. Met de voetwassing dringt Jezus diep door in het innerlijk van zijn leerlingen die verward zijn en minder zeker van zichzelf dan Jezus lijkt te zijn. Petrus verwoordt die onrust: het gebaar brengt hem uit evenwicht. Waarom zou Jezus nu zijn vertrouwen uitspreken op deze manier? Is er geen andere manier? In de ogen van Petrus stelt Jezus zich aan. Op die manier zet Petrus Jezus buiten en aanvaardt hij niet dat God zelf in Jezus bezig is. Want wie Jezus buiten zet, zet God buiten. Wie zijn schouders ophaalt bij dit gebaar van gastvrijheid, beseft niet hoe mensen elkaar en dus God nodig hebben.

Ieder mens heeft een voetwassing nodig: een reiniging waardoor nieuw evenwicht komt en iemand sterker zijn weg kan vervolgen. Gereinigde voeten hebben betekent: een beter evenwicht hebben. Het geeft meer vrijheid om de eigen weg te gaan en de weg te ontdekken die God bereid heeft. Er is geen tegenstelling tussen de wil van God en de roeping van de mens, maar in de roeping van God is ontplooiing mogelijk en verwerkelijking. Ook als de mens op onverwachte paden wordt gezet, kunnen er nieuwe mogelijkheden komen.

De leerlingen weten amper wat hun boven het hoofd hangt. Beter gezegd: wat Jezus boven het hoofd hangt. Al heeft hij het al drie keer aangekondigd, de leerlingen zien het nu nog niet aankomen. Juist daarom vertelt Johannes in plaats van de instelling van de eucharistie dit verhaal van de voetwassing. Hierin wordt het verbond tussen God en mens definitief bevestigd. God en mens zijn niet meer van elkaar te scheiden. Dit eeuwige verbond, dit levenslange commitment kan ons sterk maken in de aanblik van het lijden. Al is het lijden onmetelijk groot: de liefde is uiteindelijk groter. Met die overtuiging gaan we de komende dagen van duisternis in. Amen