LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 7 maart 2021, derde zondag van de veertigdagentijd

Lezingen
Exodus 20, 1-17
Psalm 19
1 Korinthe 1, 22-25
Johannes 2, 13-25

Welkom
Welkom bij deze derde etappe van de veertigdagentijd. Van de woestijn en het bergland komen we nu in de tempel: de ruimte waarin Gods woord klinkt als de bron van leven. Niet alleen de tempel is belangrijk, ook de weg daarheen: de weg naar Pasen kan vergeleken worden met een pelgrimage naar het Godshuis. Wat vinden we daar? Zijn het de woorden van God, zoals de tien geboden van het Eerste Testament? Of zijn het woorden en gebaren van commercie, is God handelswaar geworden? Hoe leven we met God: zijn we met hem aan het onderhandelen? Is ons gebed gekleurd door onze verlangens, door wat we van Hem willen verkrijgen? Of is ons gebed ruimte om te luisteren, ruimte voor ontmoeting? We zien ons hart als een open tempel waar we voor God ruimte maken.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wellicht heeft u gisteren beelden gezien uit de woestijn van Irak, de verlaten plek van Ur. De paus heeft daar gebeden met vertegenwoordigers van andere religies, waarvan sommige wortels hebben uit de tijd van ver vóór Mozes en het Jodendom: stromingen met exotische namen zoals het Mandeïsme, het Jezidisme, de Zoroasters, Kakai en de Baha’i. De laatste groep is ook in Nederland georganiseerd. Oude wijsheden zijn verzameld zonder meteen in de vraag naar de waarheid te stappen. Daar waren ook christelijke groepen en verschillende katholieke tradities samen gekomen. Een uithoek in de wereld, maar een centrale plek van geloof.

De ontmoeting in Ur zegt ons dat een gelovige altijd bereid moet zijn de stem van God te verstaan en in beweging te komen. Omdat Abraham deze plek verlaten heeft en de ruimte heeft gezocht om het verbond met God opnieuw aan te gaan, heeft de weg van geloof zich verder ontwikkeld tot in onze dagen. Het voorbeeld van Abraham heeft de paus geïnspireerd om naar Ur te gaan en daar weer te putten uit de bronnen van geloof van Abraham. Kunnen we vandaar weer bouwen aan een nieuwe beweging van geloof die de mensheid vooruit helpt?

Het is een groot contrast tussen de oude stenen, de ruïne van de ziggoerat, enerzijds, het heilige gebouw dat ooit met groot geloof is opgebouwd en anderzijds de levende mensen van verschillende religies die samen bidden en nadenken over wat hen samen bindt. De oude stenen vormen een huis en wat is er in dat huis? Een huis biedt bescherming en veiligheid. Een huis brengt samen, maar houdt de dreiging buiten. Het goede wordt bijeen gebracht en het kwade blijft buiten, op afstand. Ieder religieus gebouw heeft die functie. De tempel van Jeruzalem is het symbool waar al het goede mag zijn en waar mensen verzameld worden die het goede van God willen ontvangen. De tempel brengt samen en verbindt. Het is de zetel van Gods Naam. Het is een lege tempel waar slechts enkele voorwerpen stonden tot eer van God, maar de plek van God was ruimte, openheid. De grote teleurstelling van allen die de tempel veroverden: er was niet veel te vinden.

Maar de tempel waar Jezus vandaag op zijn weg naar Pasen aankomt, is verontreinigd. Waar raakt Jezus zo onthutst over? Wat is het dat deze woede in hem opwekt? Wie het evangelie van Johannes kent, weet dat deze passage nog maar aan het begin van het evangelie staat. Vlak daarvoor was het verhaal van de bruiloft te Kana. Dat verhaal eindigt met de mededeling dat Jezus afdaalt naar Kafarnaüm. Nu gaat Hij op naar Jeruzalem. De opgang wordt een afgang: de tempel is een teleurstelling. Wat een openbarende plek moet zijn, is een Godsverhullende plek geworden. Daar is God niet te vinden.

Er dient een nieuwe tempel te komen. Niet opgebouwd met stenen, maar de mens zelf. De mens dient het beeld van God te dragen. Die mens hoeft het niet op akkoordjes te gooien met God en hoeft niet te handelen en onderhandelen met God, zoals de wisselaars in de tempel bezig zijn. Naar hen kunnen wij met afkeuring kijken, maar laten we onze eigen omgang met God onderzoeken: handelen wij ook niet met God? Eisen wij geen beloning en resultaat van ons gebed? Hebben we van ons eigen gebedsleven soms ook zo’n volle tempel gemaakt, waar van alles in wordt opgeslagen maar de ruimte voor God soms te klein is geworden? Waar is de stilte en de luistervaardigheid, een ontvankelijke houding waarin we alles wat we meemaken uit Gods hand ontvangen? Is Gods aanwezigheid in ons leven afhankelijk van al die handel? Of is die aanwezigheid een geschenk dat uit genade, gratis en om niet wordt gegeven? Een aanwezigheid die ons heiligt.

De paus roept de religieuze leiders op de ogen te richten op de sterren. Wanneer ons gebed gericht is op de openheid van de hemel, dan kunnen de ijdelheden die ons klein maken en ons laag bij de grond houden, niet overwinnen. De wolken van haat en onverdraagzaamheid nemen het zicht weg op die open hemel die ons allen overkoepelt. Die hemel inspireerde Abraham om te vertrouwen op Gods belofte van een onmetelijk nageslacht. Kunnen wij ook op die open hemel vertrouwen en bidden in de richting van de sterren? Amen