LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 7 februari 2021, 5e zondag door het jaar

Lezingen
Job 7, 1-4, 6-7
Psalm 147
1 Korinthe 9, 16-19,22-23
Marcus 1, 29-39

Welkom
Welkom bij de zondagsviering om de opstanding van de Heer te vieren. We zijn vandaag getuige van een andere opstanding: de schoonmoeder van Petrus wordt door Jezus bij de hand genomen en opgewekt. Zij staat op van haar ziekbed om Jezus te bedienen. Zij ontdekt haar levensroeping en dat is nieuw leven. We zijn hier om onze levensroeping te vernieuwen en de koorts te laten verdrijven door de Heer, die tot ons spreekt en ons voedt. Laten wegnemen wat ons in de weg staat om de Heer te ontmoeten. Bidden wij om ontferming en vergeving.

Homilie
20210207 genezing schoonmoeder petrusBroeders en zusters, vrienden van de Heer,
“Uw rechterhand houdt me vast”, zingt psalm 139. Het is het dramatische lied van een mens die zich verlaten voelt en in de steek gelaten, achtergelaten in de duisternis. Al zingend en biddend groeit er echter een ander besef: ook al is hij in duisternis: Gods rechterhand houdt hem vast. Zelf het duister is licht wanneer je op die rechterhand van God vertrouwt.

De afbeelding van vandaag concentreert ons op het detail van het verhaal dat typisch voor Marcus is: Jezus neemt de schoonmoeder bij de hand. Hij wekt haar op. We zien dat de vrouw nog niet geheel genezen is: het rood op haar rechterhand en de rode kleur van haar gezicht verwijzen naar de koorts die haar in de greep hield. Jezus zit op een troon met een voetbank. Dit plaatje is net als dat van vorige week afkomstig uit het duizend jaar oude evangeliarium van een klooster van contemplatieve zusters, adellijke zusters. Het stond in de buurt van Keulen.

De nauwkeurige lezer zal opmerken dat de afbeelding niet conform de lezing is. Daar is geen troon. Er staat slechts dat Jezus de zieke vrouw bij de hand neemt en haar opwekt. In tegenstelling tot Lucas en Mattheüs die dit verhaal ook vertellen, is bij Marcus het handgebaar het genezende moment. In de enscenering laat de afbeelding het getuigenis zien van de betekenis van het verhaal voor de schrijver. Als Jezus de kracht heeft om de koorts, die teken is van het kwaad en van de goddeloosheid, te verdrijven door haar bij de hand te nemen, dan openbaart dat handelen dat Hij de Christus is: de Heer van hemel en aarde. Hij is Gods licht, LUX, dat de duisternis uit de ziel van de mensen verdrijft. We staan hier aan het begin van het Marcus evangelie dat in sneltreinvaart van start gaat en in korte gebeurtenissen verhaalt hoe Jezus de wereld verandert: de boze geesten worden verdreven en hij herstelt de relatie tussen God en mensen, een relatie die voortdurend onder druk staat.

Bij Job is die druk het meest herkenbaar: ondanks zijn grote geloof, ondanks zijn diepe rechtvaardigheid, twijfelt Job na zijn tegenslag aan alles. De zin van het leven ontgaat hem. Het duurt hem allemaal te lang en wie doorleest in het hele verhaal raakt vermoeid van de argumenten die zijn vrienden hem aanreiken: “God is nu eenmaal een wrede en wrakende God, leg je er maar bij neer en erken dat je fout zit.” Het zijn argumenten die Job niet overtuigen. Hij wil zijn relatie met God niet opgeven. Voor hem is God rechtvaardig en barmhartig. Het kwaad dat hem overkomt is niet te rijmen met de goede en scheppende God die hij van zijn jeugd af heeft gekend. Hoe kan God van een vriend ineens een vijand worden? Het leven kan hem vijandig gezind zijn, zo lijkt het wel, maar God kan toch niet ineens tegenover mij gaan staan?

Aan het einde openbaart God zich opnieuw aan Job als bron van leven en liefde die alles omvat en die zich ook over het lijden ontfermt. Het lijden dat de mensheid treft, hoeft hem niet te doen twijfelen aan Gods liefde. Integendeel, ons gelovig vertrouwen biedt een uitweg. Lijden en ziekte, alle tegenslagen die we meemaken, vernauwen ons beeld. Alsof onze hele werkelijkheid uit corona bestaat, we kunnen over niets anders meer praten. Omdat allerlei vergaderingen niet doorgaan, heb ik meer tijd voor gesprekken en ik merk, dat mensen het heerlijk vinden om over hun geloof te praten, ook wanneer dit met fundamentele vragen gepaard gaat. Het is vaak dat zonder erover te praten, het geloof dof wordt als ongepoetst zilver. Het staat verborgen in de kast, onopgemerkt, verwaarloosd en dus onderschat en bijna vergeten. Is dat hetgeen de koorts van de schoonmoeder heeft veroorzaakt? Dat zij onvoldoende beseft welke levensbronnen zij kan aanboren? Opgedroogd en uitgeblust is zij op bed gaan liggen, ziek van onrust om het met de woorden van Job te zeggen. We mogen van de liturgie de woorden van Job bij de schoonmoeder in de mond leggen. Alsof die woorden haar gebed zijn, op het moment dat Jezus komt en naar haar luistert.

Het tafereel waarbij Jezus op zijn troon gezeten is en hij de vrouw bij haar duidelijk zieke en zwakke linkerhand neemt, zien we in de opgeheven rechterhand haar verlangen naar genezing. En net als vorige week: let op het voetenspel. Ze zet haar voet al op de verhoging waar de voeten van Jezus op rusten. Zij is al in beweging naar Jezus toe, zoals de bezetene van vorige week. De overige zieken staan aan de kant, te wachten op hun genezing. De middelste richt zijn ogen niet op Jezus maar op ons, om ons uit te nodigen bij hen te komen staan in de afwachting van het heil en geluk dat Jezus ons te bieden heeft. In deze eucharistie reikt Jezus ons zijn voedsel, het is zijn rechterhand die ons opricht en ons geneest. Niet de pandemie heeft het laatste woord over ons leven, maar Christus, het Licht der wereld. Amen