LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 3 januari 2020, Openbaring des Heren

Lezingen
Jesaja 60, 1-6
Psalm 72
Efeziërs 3, 2-3a.5-6
Mattheüs 2, 1-12

Welkom aan u allen,
Snel na Kerstmis volgt dit jaar Driekoningen, ofwel de Openbaring des Heren: het moment dat het Kind aan de volkeren bekend wordt gemaakt. Na de Joodse herders is het de beurt aan de vreemde en verre volkeren om het Kind te aanbidden. Niemand wordt uitgezonderd van de boodschap van Licht. Laten wij niet alleen naar het kind kijken, maar ook omkijken en zien wie nog meer naar het Kind is komen kijken. We ontdekken dan een bonte groep aan christenen. Ook christenen uit vele verschillende landen hebben zich hier gevestigd. Laten we blij zijn met die grote verscheidenheid aan mensen die op weg gegaan zijn om dit Kind te leren kennen en laten we als katholieken blijven spreken over dit Kind dat ons leven in beweging heeft gebracht.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het feest van Driekoningen ofwel Epifanie, ‘Godsverschijning’, is een feest van reizen, beweging. Vroeger vonden wij het als kinderen prachtig om de wijzen van de kerststal letterlijk uit het Oosten te laten komen en ze dagelijks een stukje verder te zetten in de huiskamer om ze uiteindelijk op deze dag in de stal van Bethlehem te laten aankomen. Het kerstfeest kon dus niet compleet zijn zonder deze wijzen met hun iconische kameel, beladen met geschenken. Daarmee waarderen we het ook dat voor de Oosterse christenen deze feestdag het eigenlijke Kerstfeest is. In de orthodoxe wereld ligt het accent op de openbaring van het Christuskind aan alle volkeren.

Dat de wijzen uit het Oosten komen, symbolisch uit de drie bekende werelddelen, alle verschillende groepen van de mensheid vertegenwoordigend, verwijst naar de eenheid van de mensheid die uit Gods hand komt; een eenheid die alle diversiteit en onderscheidingen overstijgt. Herodes komt niet in beweging: hij wil zijn troon niet in de steek laten. Hij zit vast in de gedachte dat zijn macht en de stabiliteit gebaat zijn bij een hoge vaste troon in een machtig paleis. De wijzen die op weg gaan en die door het licht van de ster geleid worden en die met grote vreugde op reis gaan, ontdekken, dat het ware koningschap te vinden is in dit Kind, dat uitnodigend mensen ontvangt die bereid zijn om in beweging te komen. Het is niet te vinden bij Herodes en de angstige stad Jeruzalem.

Het reizen zit de gelovige in het bloed. Dat leren we natuurlijk al van Israël dat gevlucht is uit Egypte en op reis gaat naar het beloofde land. Een tocht die veertig jaar duurt. Een woestijntocht waarbij het geloof wordt gevormd, het volk tot eenheid wordt gesmeed, waar het gemopper uiteindelijk overstemd wordt door Gods liefdevolle leiding. Waar Mozes uiteindelijk het volk brengt waar het moet zijn om een nieuw bestaan op te bouwen.

Christus zelf geeft ook een voorbeeld van beweging. Hij trekt rond om de mensen het evangelie te verkondigen. Eerst in Galilea en soms tot over de grenzen van het land en uiteindelijk komt hij in Jeruzalem. Telkens wordt opnieuw duidelijk bij ontmoetingen op zijn tocht naar Jeruzalem dat Hij God als Vader openbaart, die leven geeft, die ons leert te vergeven. Dat is een God die naar mensen toe komt en die hen met een roeping uitnodigt om actief het leven in te gaan en dus zelf ook in beweging te komen. Die beweging van Christus is al op gang gekomen bij zijn geboorte: zijn geboorte betekent het komen van God naar de mens. Dat komen vanuit de eeuwigheid naar onze tijdelijkheid betekent het overbruggen van grenzen die onoverbrugbaar lijken: want hoe kunnen Gods wereld van het eeuwige Licht en onze wereld van tijdelijkheid samen gaan? Het duidt aan dat God er alles aan gelegen is om bij de mensen te zijn, om af te dalen naar ons leven, al is het in de verst weg gelegen periferie: de kribbe van Bethlehem betekent dat God de uithoeken van de mensheid heeft uitverkoren om te vervullen van het Licht.

Wat is ons antwoord op die beweging van God naar ons toe? De wijzen zijn op zijn Licht afgekomen en zijn daardoor herboren. Zij zijn herboren als kinderen van God. Zij waren mensen van de wereld, mensen die met beide benen in de maatschappij staan. Toch zijn zij opnieuw geboren als kinderen van God. Dat vermogen heeft dit Kind volgens het Johannes evangelie: het laat ook ons opnieuw geboren worden als kinderen van God. Ieder kerstfeest is een herinnering aan die beweging die we zelf doormaken: om Kind van God te worden ontvangen we steeds opnieuw zijn licht en zijn vrede.

Een beweging van het evangelie is dus niet bedoeld om verre steden en landen te bezoeken. Dat is toerisme. Maar het gaat om de beweging die onszelf verandert. Dat is een kracht die ons verder brengt, een kracht die gevoed wordt door het Woord van God zelf. Als wij blijven lezen in de oude verhalen van het Evangelie groeien wij als gelovige mensen, blijven we geestelijk in beweging. We kunnen op onze beurt ook anderen voeden en anderen doen groeien in geloof. De wijzen zijn niet alleen maar voor zichzelf op pad gegaan. Zij zijn teruggekeerd naar waar zij vandaan kwamen en hebben van dit Kind verteld. Zij hebben anderen deelgenoot gemaakt van de boodschap van God die naar mensen toekomt en die mensen in beweging brengt. Mogen wij in hun voetsporen gaan om van dit Kind te blijven vertellen. Amen.