LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 20 december 2020, vierde zondag van de advent

Lezingen
2 Samuël 7, 1-5.8b-11.16
Psalm 89
Romeinen 16, 25-27
Lucas 1, 26-38

Welkom
De laatste zondag van de advent vertelt ons van de roeping van Maria. Zij wordt het thuis van God zelf. De vierde kaars die ontstoken wordt is voor haar en het Kind dat groeit in haar schoot.

Er wordt veel van ons gevraagd in deze advents- en kerstperiode. Geen uitbundige voorbereidingen en prachtige concerten en feestelijke ontmoetingen en kerstborrels. Nee, we lijken meer op het ‘heilig huisgezin’ zelf: in onszelf gekeerd, met slechts twee of drie gasten. En toch dragen we heel de wereld met ons mee in ons hart en in ons gebed.

Maria die ons voorgaat brengt straks haar Kind ter wereld, maar zij is evenzeer de moeder van de hele mensheid, van ons allen en wanneer zij haar ja-woord uitspreekt, gaat zij ons voor op de weg van geloof. Zeggen wij het haar na? Ontvangen wij het woord van leven voor onszelf? Geloven we dat de boodschap van de engel ook aan ons gericht is? Laten we de ruimte van de advent beschouwen om zelf een thuis voor Gods Woord te zijn.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Waarschijnlijk bidt u dagelijks, net als ik, het “Wees gegroet, Maria”. Voor heel veel katholieken is dit gebed misschien wel vertrouwder dan het Onze Vader. Ik merk bij pastorale gesprekken en bijvoorbeeld bij uitvaarten dat dit gebed krachtiger wordt meegebeden door de aanwezigen. In deze kersttijd klinkt het Ave Maria ook steevast in meer seculiere situaties. Geen kerst zonder Ave Maria.

Gisteren bij een doopsel kreeg het “Wees gegroet” een bijzondere betekenis omdat de moeder uitdrukkelijk haar kind als een geschenk van Maria beschouwt. Samen met haar man stond zij diep ontroerd met haar kind aan de voet van het Maria altaar: “Gezegend is de vrucht van uw schoot, Jezus.” Zij voelde zich gezegend door de vrucht van haar eigen schoot, haar dochter. Ik herinner me een uitvaart afgelopen jaar waarbij de weduwe tijdens het gezongen Ave Maria bij de kist ging staan, omdat zij bij het overlijden van haar man voortdurend het “Wees gegroet” had gebeden. Een indrukwekkende manier om afscheid te nemen met de woorden van de engel Gabriël. Op zulke momenten merk ik dat het ‘Wees gegroet’ veel mensen zeer vertrouwd is gebleven. Een krachtig gebed dat bij mensen diep verworteld is. Gelukkig is aan de vertaling niet gesleuteld.

“Wees gegroet, Maria, vol van genade.” De groet van de engel “Je hebt genade gevonden bij God” verwijst naar de volheid van de gaven van God. Genade is een klassiek woord waar theologen hun hoofd over kunnen breken. Het verwijst naar vreugde, het verwijst naar Shalom, vrede. De engel ziet hoe Maria leeft in een harmonie die haar door haar geloof is ingegeven. Deze harmonie komt niet van de omstandigheden: de tijd waarin Maria opgroeit is een moeilijke en harde tijd van armoede, van de Romeinse bezetting. Het Galilea van Maria’s tijd is een achtergebleven gebied dat nauwelijks een blik waardig wordt geacht door de elite in Jeruzalem. Daarom herkennen vele vrouwen in onze tijd zich in Maria wanneer zij in moeilijke omstandigheden hun kinderen moeten groot brengen. En dan klinkt: ‘De Heer is met je”: Maria mag erop rekenen dat God naast haar staat, haar kent, haar zorgen en haar vragen. Maria zal dit uitzingen in haar Magnificat: God staat aan de kant van hen die meestal worden vergeten, van hen die worden onderdrukt. De rijken en machtigen hebben hun loon al ontvangen.

Die elite krijgt er trouwens in de eerste lezing ook van langs: wanneer dit verhaal uit het boek Samuël wordt opgeschreven, staat de tempel van Salomo al tientallen jaren te prijken en te gloriëren. De tempel is het centrum van de stad Jeruzalem en van het land Israël, maar is daarbij natuurlijk ook een symbool van de koninklijke macht. De boodschap van Nathan is dat deze tempel niets voorstelt als Gods Woord niet in de mensharten zelf zijn intrek heeft gevonden. De mens is het huis van God. De kerk, de tempel herinnert ons aan die inwoning van Gods Woord in ons leven. Maria wordt door de engel ‘de gezegende’ genoemd omdat bij haar Gods Woord daadwerkelijk mens wordt. Haar ja-woord baant de weg voor God om bij de mens te wonen. We vergeten het vaak en zeker in deze corona-tijd waarin we soms over niets anders dan Corona kunnen praten. We vergeten soms dat andere woorden dan corona of covid meer waarde hebben en meer troost en kracht kunnen bieden. Indien we deze weken van lockdown nu eens meer zouden praten over de vrede die we ervaren en die we doorgeven aan elkaar. Als we met elkaar meer zouden praten over de manier waarop we elkaar zouden kunnen zegenen, dan zouden we ons misschien wat minder gevangen of opgesloten voelen.

Gods Woord heeft zijn intrek genomen in de schoot van de jonge vrouw, Maria. Gods woord wil in ons allen wonen. Laten we de komende dagen letten op de balans van de woorden die in ons wonen. Welke woorden wonen in ons? Zijn het woorden van de engel of van de Schrift? We kunnen de rozenkrans ter hand nemen om ons weer opnieuw te laten voeden door de woorden van de engel en de woorden van Gods vrede. Daarom zeg ik tegen u vandaag: ‘wees gegroet, wees vol van God genade, wees gezegend’, op weg naar de ontmoeting met het Kerstkind, ook al gebeurt dat op kerstavond thuis. Laten we de boodschap na de engel koesteren als een boodschap aan ons allen, aan heel de mensheid. ‘Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan alle mensen van goede wil!’ Amen