LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15 november 2020, 33e zondag door het jaar

Lezingen
Spreuken 31, 10-13.19-20.30-31
Psalm 128
1 Thessalonicenzen 5, 1-6
Mattheüs 25, 14-30

Welkom
Op deze zondag voor de armen nodigt de paus ons uit om onze handen uit te strekken en deze te gebruiken om een gebaar van gerechtigheid en liefdadigheid te maken. Zoals u weet brengt het einde van het kerkelijk jaar ons dichter bij een oordeel dat over ons leven wordt uitgesproken. Vandaag de parabel van de talenten. Het evangelie wil ons moed inspreken; het aanstaande oordeel hoeft ons niet te verlammen. Het wil ons juist in beweging brengen en ons hart openen om de wereld te zien met de ogen van Christus. De aanblik van armoede en ellende in de wereld maakt ons niet wanhopig, maar daagt ons uit om onze handen uit te strekken naar de ander, letterlijk door iemand te hulp te snellen, maar ook in ons hart, in ons gebed, in onze vrijgevigheid, in het overmaken van geld. Laten we ons bezinnen op de vraag of wij daadwerkelijk de wereld in de ogen durven zien, of we onze onverschilligheid achter ons kunnen laten en ons laten raken door wat er in de wereld gebeurt.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Kijk naar je handen: wanneer hebben deze voor het laatst iemand een hand gegeven? Het gebeurt me nog vaak in een pastorale ontmoeting dat de ander een hand wil geven. Meestal herinneren we ons al snel dat we hierin terughoudend moeten zijn. We trekken dan snel onze hand terug. Dan wordt het een begroeting met een elleboog, maar het heeft mijn voorkeur om met de hand op het hart de ander te begroeten. Het risico van de pandemie is dat onze handen werkeloos zijn geraakt. We trekken ons terug in ons leven, we gaan in zelfquarantaine, we werken thuis en mijden groepen, we kunnen geen groepen gasten meer ontvangen en zelf nauwelijks nog op bezoek gaan. Met digitale verjaarsfeestjes kunnen we ons isolement compenseren, maar een stevige handdruk met een felicitatie is zeldzaam geworden. Gelukkig zijn er vele andere handen die zich wel hebben uitgestrekt. De handen van artsen en verpleegkundigen, de handen van hulpverleners, maar ook de handen van degenen die handhaven en degenen die de maatregelen schrijven en aan ons presenteren, de onvermoeibare handen van de gebarentolken. Wat is iemand waard als hij of zij de handen niet laat wapperen?

“Strek je handen uit naar de arme” is het motto van de Werelddag voor de armen 2020. Paus Franciscus heeft deze dag vier jaar geleden in het leven geroepen. De tekst is ontleend aan de Wijsheid van Jezus Sirach die de gelovige er voortdurend aan herinnert dat geloof in God en liefde voor de naaste bij elkaar horen als de bekende twee zijden van dezelfde medaille. Deze wijsheid spoort ons aan om in de aanblik van rampen je niet op te winden en niet te protesteren, maar je vast te houden aan God zelf en vandaaruit in actie te komen. Wees geduldig en je zult manieren vinden om problemen aan te pakken en een antwoord te geven op rampspoed. Bekijk jouw eigen wereld om je heen en ontdek de mogelijkheden om de handen uit te strekken naar hen die het moeilijk hebben.

De christen steekt zijn handen uit de mouwen om aan de wereld te bouwen, om mensen te verbinden. Het probleem van de derde persoon in de parabel vandaag is zijn angst. Hij wil geen risico nemen en stopt als het ware zijn handen in zijn zakken. Hij begraaft zijn talent. Hij begraaft eigenlijk zichzelf. Het woord ‘talent’ verwijst naar een geldbedrag dat aan de drie wordt toevertrouwd als blijk van vertrouwen dat de Heer van het verhaal stelt in de drie werknemers. Ik hoef u niet uit te leggen dat het geen verhaal is dat gaat over investeren en geld verdienen. Het talent waarom het hier gaat, is het vermogen om je handen te laten wapperen. Het is het vermogen om je handen uit te strekken naar de ander. Het forse bedrag dat ter beschikking gesteld wordt, verwijst naar de rijke mogelijkheden die God geeft aan de mensheid om de handen uit de mouwen te steken. Veel heeft de mensheid van God ontvangen en groot is dus ook de verantwoordelijkheid van de mens om daar mee aan de slag te gaan en niet werkeloos aan de kant te staan.

De twee eerste personen van de parabel gaan aan de slag in het besef dat deze door God gegeven talenten welzeker vruchten zullen dragen. Zij brengen in praktijk wat de derde figuur alleen in theorie gelooft: God oogst waar Hij niet heeft gezaaid. In plaats van dit als een aansporing en een bemoediging te zien, waarmee onze uitgestrekte handen vruchten zullen dragen, zelfs als wij dat zelf niet voor mogelijk houden, laat hij zich verlammen door angst. Hij stopt zijn handen weg en verliest zichzelf in angst en onverschilligheid voor de problemen van de ander.

Die houding zij verre van ons. We beseffen dat armoede in onze wereld een onoplosbaar probleem lijkt te zijn: “Armen zullen jullie altijd in jullie midden hebben” luiden de profetische woorden van Christus. Maar we beseffen dat Christus zich in hen steeds weer opnieuw aan ons openbaart. Op die manier raken onze uitgestrekte handen aan Christus zelf. Zo is onze dienstbaarheid niet een zware verantwoordelijkheid die ons mismoedig maakt of somber stemt, maar ons juist de vreugde van het evangelie brengt. Daar ligt de kern van onze naastenliefde. Deze opent ons voor de aanwezigheid van Christus. Mogen onze handen zich voortdurend uitstrekken naar de ander en mogen we zo raken aan Christus die ons zo zijn liefde openbaart. Amen