LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 2 november 2020, Allerzielen

Welkom
Een wonderlijke Allerzielen vieren we dit jaar. We mogen maar met een kleine groep samen zijn. Ook het vieren en gedenken thuis is beperkt. Het voelt soms verlaten en eenzaam. We kunnen niet zomaar bezoek thuis ontvangen. In deze duistere periode ontsteken we kaarsen. Ook buiten onze katholieke kring bestaat dit jaar een enorm groot verlangen om de doden te gedenken. Zelfs buiten de katholieke en protestante kring worden kaarsjes gebrand. Licht ontroert mensen, ook al weet men niet altijd dat dit licht staat voor leven, voor God die het licht geschapen heeft, het eeuwige licht dat alle mensen verlicht.

De kwetsbaarheid van het leven is voor veel mensen concreet en tastbaar geworden. Soms was ook de periode voor het overlijden door Coronamaatregelen pijnlijk en verdrietig door beperking van bezoek en nabijheid. Wij zijn hier samen om de eucharistie te vieren. We mogen het Brood van Leven ontvangen. Dit helpt ons de hoop te bewaren op een gezamenlijke toekomst in Gods vrede. Eenheid, vrede, licht en leven zijn kernwoorden van het evangelie. Laten we gaan staan om in stilte onze dierbaren en alle doden te gedenken.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Allerzielen betekent voor veel mensen terugkijken. Herinneringen kunnen troostend zijn. Ze kunnen helpen om een moeilijke periode van pijn en zorg, die veel van mantelzorgers en andere zorgverleners gevraagd heeft, een beetje te vergeten. Als we de mooie dagen in herinnering roepen en als we beseffen wat een partner, broer of zus, vriend of vriendin, of kind voor ons betekent, dan wordt ons hart weer licht en kunnen we weer glimlachen om het goede dat we gedeeld hebben. Herinneringen met elkaar delen, ook op deze dagen rond Allerzielen, verbindt ons met elkaar als familie en vrienden. We worden een gemeenschap van liefde en verbondenheid. We pakken op die manier de oude christelijke traditie op met verhalen die mensen die gestorven zijn, weer present stellen. Verhalen over mensen helpen ons de grens van tijd en ruimte te overwinnen en verbonden te zijn met hen die ons zijn voorgegaan.

Het begrip van eeuwigheid gaat ons verstand en onze ervaring te boven en toch reiken we aan die eeuwigheid als we herinneringen ophalen. Herinneringen zijn geen objecten buiten ons, maar we dragen die met ons mee in onszelf. Het gaat bij onze herinneringen aan onze dierbaren ook om wie wij zelf zijn. Het gaat om onze identiteit: zij hebben ons veel gegeven waardoor wij zijn geworden wie wij zijn. Dat geldt zeker voor echtgenoten en echtgenotes, maar ook voor ouders en kinderen, of je broer en zus.

Gisteren hebben we de Familia Dei herdacht op het feest van Allerheiligen. Dat zijn de heiligen die ons zijn voorgegaan en die ons omringen en die ons herinneren aan onze eigen opdracht om heilig te worden. Vandaag is het de Familia Dei van onze dierbaren die we bij God aanbevelen. Maar belangijker dan het terugkijken naar hun leven en verdrietig worden om wat we niet meer kunnen delen, en getroost worden door mooie herinneringen, wil ons geloof perspectief geven op een toekomst.

De weg die onze dierbaren zijn gegaan is een weg die we allen gaan. Dit perspectief schetst Paulus in zijn brief aan de Romeinen. Het ergste wat de mens kan overkomen is dat hij/zij afgescheiden wordt. “Wie zal ons scheiden van de Liefde van Christus?” Als onze dierbaren overlijden, dan wordt ons de liefde afgenomen, zo voelt dat. Paulus schrijft dat Christus heeft gezegd dat de liefde niet vergaat en dat de liefde een huis van eeuwigheid is. Voor hem is dat het fundament voor de overtuiging dat we eens in diezelfde Liefde verenigd zullen zijn.

Dat is ook de boodschap van Jezus aan het adres van Marta en Maria die wanhopig zijn door het sterven van hun broer, hun geliefde Lazarus. “Het leven nu is voorbij!” zegt Marta. Nee, zegt Jezus, het leven is meer dan de alledaagse realiteit van wat wij zien en ervaren. De verrijzenis is de levende verbinding met Christus. Wij delen die verbinding door de verhalen van zijn leven, door de viering van de eucharistie met het ontvangen van het levende Brood.

Wij verbinden de verhalen van onze geliefden met het verhaal van Jezus Christus. Wij horen van Hem dat onze liefdevolle verbondenheid niet voorbij gaat maar juist door God, de liefde zelf, voltooid zal worden. Dat geeft toekomstperspectief; daardoor mogen we vooruit kijken met het gelovig besef dat we ooit weer verenigd zullen zijn. Hoe dat zal zijn weten we niet, welke beelden we daarbij kunnen gebruiken weten we niet. Maar het geloof in de verrijzenis vertelt ons dat de mensheid in God verenigd zal zijn, ook onze dierbaren. Moge dat geloof ons bemoedigen. Amen.

Ik wil tot slot enkele woorden met u delen. Het is een gedicht geschreven door iemand die dit jaar gestorven is, en vanuit onze parochie begraven.

Als ik doodga
als ik doodga, laat dat dan langzaam gaan
laat het God zijn, die mij sterven doet
laat mijn sterven een ontwaken zijn
een dag die aanbreekt als ik gaan moet
langzaam opgaan in Gods overvloed.

(uit: Bacchus Rietveld (Peter van Schilfgaarde 1936-2020), Glimlachjes en andere weemoedigheden. Wolters Kluwer, 2019)