LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 18 oktober 2020, 29e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 45, 1.4-6
Psalm 96
1 Thessalonicenzen 1, 1-5b
Mattheüs 22, 15-21

Welkom
Fijn dat u er bent, dat we de kerkgemeenschap en de eredienst niet loslaten. We mogen hier de ontmoeting met God vieren. Dat is de levensbron van de kerk, ja zelfs van de wereld, al is de wereld zich daar niet altijd van bewust. Het is aan ons te laten zien dat we niet zonder de liturgie kunnen leven en dat die vreugde geeft.

In het twistgesprek van vandaag komt de belasting aan de orde. De vraag van de Farizeeën herinnert ons aan de vraag naar de mens zelf. Aan wie moet die trouw beloven? En vervolgens wordt er een tegenstelling tussen God en mens gemaakt. Waar zien we de afbeelding vaan God? Is die tegenstelling wel reëel? Op de munt staat de afbeelding van de keizer. Het gaat Jezus om de mens, die de afbeelding draagt van de eeuwige, de Schepper. Hebben we eerbied en aandacht voor deze afbeelding? Die weg wil Jezus ons wijzen, ook vandaag. Houden we dat vertrouwen vast en verkondigen we dat in de wereld om ons heen?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Belastingen houden de gemoederen al eeuwen bezig, al sinds er een georganiseerde overheid is. We hebben er op zijn best een haat-liefde verhouding mee. Niemand betaalt graag belasting, maar we weten dat dit voor het onderhoud van onze samenleving met alle sociale opdrachten nodig is. Er schuilt ook loyaliteit jegens de overheid in. Daar wordt Jezus vandaag op aangesproken: waar ligt je loyaliteit? Jegens God of jegens de keizer?

Bij het huidige drama dat we in Nederland meemaken rond de belastingdienst is het eigenlijk ook de vraag of men het beeld van de mens nog wel voor ogen heeft of eerder het systeem beschermt, te veel vanuit het protocol en te weinig uit de werkelijkheid denkt. Wil men de situatie beheersen door van vooronderstellingen uit te gaan of kijkt men naar de concrete mensen die het betreft? Ik heb me te er weinig in verdiept om een evenwichtig oordeel te kunnen vellen. Maar het heeft er alle schijn van dat er een systeemfout is, die wanhoop teweeggebracht heeft. Maar achter een systeemfout zitten altijd mensen die keuzes maken en daarom verantwoordelijkheid dragen.

De loyaliteit jegens God die Jezus verkondigt en voorleeft, is een uitzonderlijke loyaliteit. Voortdurend probeert Jezus die naar een hoger niveau te tillen. Hij wordt hierin nog al eens teleurgesteld door zijn leerlingen, door de menigte en zeker door de Farizeeën en schriftgeleerden. Wij, gelovigen van vandaag worden zelf ook uitgenodigd om onze loyaliteit jegens God te onderzoeken. In de loop van zijn leven schenkt Jezus ons woorden om deze loyaliteit te versterken en te verdiepen. Het woord van vandaag is “beeltenis van God”. “Welke mens is het beeld van God?” Moet een mens niet eerst goed zijn, om beeld van God te zijn? Wanneer mensen fouten maken of ronduit misdadiger zijn, verliezen ze dan niet dat beeld van God? Wanneer mensen geweldplegers zijn en anderen willens en wetens kwetsen en beschadigen, maken zij zich dan niet los van God?

Het beeld van God is bij ons ingeprent en het doopsel is daarvan daadwerkelijk het teken. Het is geen kwestie van ethiek, geen beloning voor goed gedrag, maar het wordt ons met het bestaan als identiteit geschonken. Het is aan ons om daaruit te leven of om daar afstand van de te nemen. De keuze is aan ons. God zal echter nooit afstand van ons nemen. Het volgende woord is “aanwezigheid”: doordat Gods beeld ons is ingeprent als een onuitwisbaar merkteken, zijn wij dragers van Gods aanwezigheid. Wat doen we met deze aanwezigheid? Verduisteren we die of maken we zijn aanwezigheid zichtbaarder? Daar is ons gedrag van belang, maar ook hoe wij onszelf verstaan en of wij als gemeenschap ook die aanwezigheid uitdragen en zichtbaar maken. In ons praten en handelen in Coronatijd kunnen we over de maatregelen discussiëren of we kunnen putten uit de bronnen van geloof, Woord en Sacramenten, en gastvrijheid en naastenliefde betonen. De verontwaardiging van Nelleke Noordervliet uit Trouw zaterdagmorgen is me uit het hart gegrepen: in plaats van ons druk te maken over wat ons wordt afgenomen (en hoe erg is dat in vergelijking met veel ander leed in de wereld?) is het beter om inventief te zijn en te laten zien hoe wij als kerken en christenen leven uit de Bron die Christus is. Die aanwezigheid van God in ons leven, kan niet worden weggenomen door regels die ons van buiten worden opgelegd.

Een derde woord dat Jezus meegeeft en dat we deze week nog bij een huwelijksviering hebben gebruikt: is de schat in de akker. Een mens kan veel ontvangen en verwerven in zijn/haar leven. In die veelheid is het lastig om keuzes te maken. De moderne mens wil graag alles en laat zich niet graag beperken. De loyaliteit jegens God maakt echter dat alles wat we hebben en alles wat we zijn, in het licht wordt gezien van de Schepping: wie de schat in de akker heeft gevonden en alles opzij heeft gezet om die te verwerven ziet heel zijn leven in een ander licht. Dat laten we ons niet afnemen.

Het vierde en laatste woord – maar er zijn er vele – is natuurlijk het centrale woord van het Johannes evangelie: de liefde waarmee ik u heb liefgehad. Niet zomaar de liefde van de wereld, niet zomaar de liefde als emotie en het alledaags geluk. Maar die liefde waarmee we ons eigen leven kunnen schenken aan de ander. Niet de liefde waarmee we onszelf bevestigd willen zien, maar liefde als bron van schepping. In de vraag van onze omgeving, waar onze loyaliteit ligt, spreken we uit dat onze loyaliteit jegens God die in ons woont, juist de loyaliteit jegens de armen en de kwetsbaren, de naasten bevestigt. Mogen wij ons daarvan voortdurend bewust zijn. Amen