LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 29 maart 2020, 5e zondag veertigdagentijd

Lezingen
Ezechiël 37, 12-14
Psalm 130
Romeinen 8, 8-11
Johannes 11, 1-45

Inleiding
Ik hoop dat u vrijdag de beelden van onze paus heeft gezien in Rome: geheel alleen op het lege Sint Pietersplein in de stromende regen gaf hij de zegen met het Sacrament: Christus gaf zijn zegen aan de stad en de wereld. In zijn overweging gaf de paus aan dat we op een keerpunt staan in het leven van de mensheid en hij vergeleek de mensheid met de leerlingen die in de boot zitten, door de storm geteisterd. Ook wij zitten in die boot. Het is onze taak om op deze boot de rust te bewaren en te tonen hoe wij in vertrouwen deze crisis kunnen doormaken. Het is al het derde weekeind dat we niet met elkaar de eucharistie kunnen vieren of samen kunnen komen voor gebed en ontmoeting. Het leven op de pastorieën valt stil. Huisbezoek is beperkt tot noodzakelijke situaties. Koren kunnen niet samen zingen. In deze woestijntijd vinden we andere manieren om te overleven. De bronnen van ons geloof blijken nu krachtig te zijn. Een van die bronnen zijn de woorden van Jezus. Vandaag lezen we het evangelie volgens Johannes waarin verteld wordt hoe Jezus in gesprek gaat met de zussen Marta en Maria nu hun broer gestorven is.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In deze periode waarin het openbare leven min of meer stil is gevallen en onze dagelijkse wereld wordt verkleind, letten we op andere signalen en tekens. We kunnen met meer aandacht deze tekst beluisteren en lezen. 'Leven' en 'geloven' zijn de twee sleutelwoorden. Daaromheen is het gehele verhaal opgebouwd. Wat is leven? Wat betekent geloven?

Jezus voert een gesprek met de zussen over leven en geloven. Het inzicht dat zij door Jezus opdoen is dat het leven niet voorbij is en dat hun leven niet onmogelijk geworden is. Een andere bron wordt bij hen aangeboord. Geloof is niet het aanhangen van een theorie of het onderschrijven van een hypothese, maar het besef van de aanwezigheid van Gods kracht in hun bestaan. Kunnen ook wij dat inzicht voor óns leven verwerven? Net als Marta en Maria hebben wij dat gesprek nodig. Dat gebeurt in liturgie en pastorale ontmoetingen. Als we zelf de bijbel lezen, kunnen we ook in gesprek gaan. Zo kunnen we in deze periode van zelfisolatie zelf dit gesprek voeren. De vraag die we ons nu kunnen stellen is of dit leven in quarantaine nog wel leven is. Ons gelovige antwoord is een volmondig “ja”! Het leven wordt ons niet zomaar afgenomen door omstandigheden, hoe zwaar en somber deze ook kunnen zijn. Veel mensen vinden dit moeilijk en dat snap ik heel goed. De moeilijkheden kunnen groot zijn. Maar ons leven is niet hetzelfde als de omstandigheden. De bronnen die ons geloof aanreikt, kunnen ons helpen deze tijd door te komen. Ze helpen ons met andere ogen naar de situatie te kijken. Ook Marta en Maria bevinden zich in een vastgelopen situatie. Hun broer is gestorven. In de cultuur van die tijd lijken deze twee vrouwen overgeleverd aan de willekeur van mensen om hen heen. Leven lijkt overleven te worden. Geluk lijkt niet meer voor hen weggelegd. In die omstandigheden komt Jezus naar hen toe. Komt Hij niet te laat? In het verwijt van beide vrouwen klinkt dit verwijt extra pijnlijk: “Heer als u hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.”

Het is een herkenbaar verwijt: komt God niet te laat? Had God niet eerder kunnen ingrijpen? Had Hij niet deze crisis kunnen voorkomen? Het is de voortdurende verleiding om God verantwoordelijk te maken voor onze ellende. Op verschillende manieren proberen mensen telkens weer de gebeurtenissen van deze tijd, het coronavirus, de vluchtelingencrisis, de armoede in de wereld te koppelen aan God. "Hij zal er een bedoeling mee hebben" wordt dan gezegd. Ik heb daar moeite mee: net als Job erken ik dat deze vraag te groot voor mij is. Het is niet de boodschap van het evangelie. Jezus doorbreekt de koppeling van ellende en schuld. Het verhaal van de blindgeborene van vorige week heeft ons de ogen geopend: we moeten tegenslagen en ellende niet als een straf van God zien.

Jezus tilt het gesprek naar een ander niveau door te verwijzen naar God, die is. Het besef dat God er is, geeft leven. Dat besef is leven. Jezus zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven.” Hij zegt dat God verrijzenis en leven is. Geloven in Jezus betekent vertrouwen op God, die er altijd is. Deze boodschap kunnen we goed gebruiken in een periode die op een ballingschap lijkt. In de tekst van de profeet Ezechiël, de eerste lezing vandaag, lezen we dat het einde van de ballingschap wordt aangekondigd. Deze belofte geeft hoop. Ook al zien we het einde van die ballingschap nog niet. Het belang van die belofte is niet alleen een vrome gedachte voor de toekomst. De belofte verandert de ballingschap nu al, nu we er nog midden in zitten. De belofte verandert onze tijd nu. Dat gebeurt ook bij de zussen en Lazarus. Marta spreekt haar geloof uit dat haar broer zal verrijzen op de jongste dag. Maar dan grijpt Jezus in en zegt: "Ik ben de verrijzenis!" Hij trekt de toekomst naar vandaag. Dit betekent dat ons leven vandaag, hier en nu, verandert door de belofte van het leven bij God.

Als we beseffen dat er aan deze moeilijke periode een einde zal komen, kijken we met andere ogen. De belofte van de goede toekomst maakt ons sterker dan de moeilijkheden van vandaag. We zijn geen slachtoffer van de omstandigheden, maar we zijn vervuld van leven, vervuld van het leven dat God zelf is. Hij woont in ons, hij spreekt in ons en hij voedt ons van dag tot dag. Soms voelt het opgesloten zijn alsof we zelf met Lazarus in het graf zitten. Maar Jezus roept: bevrijd je ziel en je hart, maak jezelf los en geef jezelf de ruimte. Deze roep horen we ook in zelfisolatie. Leven en geloven betekent een hart hebben dat ruim genoeg is om de wereld in mee te nemen. Door gebed voor concrete mensen om ons heen, voor mensen ver weg, voor de paus op het Sint Pietersplein, wordt onze wereld groter. Geloven en leven is niet afhankelijk van de grootte van ons huis, maar van de ruimte van ons hart. Op weg naar Pasen zal ons hart groeien en blijven kloppen van liefde. Dat wens is ik u toe, dat wens ik de zorgverleners en de politiek verantwoordelijken toe, dat wens ik de paus toe en de bisschoppen en alle leiders van onze zusterkerken in Den Haag en elders. Amen