LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15 maart 2020, 3e zondag veertigdagentijd

Lezingen
Exodus 17, 3-7
Psalm 95
Romeinen 5, 1-2.5-8
Johannes 4, 5-42

Inleiding
Vandaag is er ondanks de afwezigheid van een zondagsviering toch een verkondiging. Zoals Lode van Hecke, de nieuwe bisschop van Gent, schrijft: het kan een periode van meer gebed en Bijbellezing zijn. Het is een tijd van nieuwe kansen. Christenen zien altijd dat een bepaalde crisis ook ruimte geeft voor andere keuzes. Gebruik de tijd die we anders aan kerkbezoek zouden besteden aan Bijbellezing en aan gebed, maar houd ook onze vastenproject in het oog! We kunnen dit een vruchtbare tijd laten zijn.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wanneer mensen gaan hamsteren, is het vertrouwen weg. Mensen doen dat uit angst en onzekerheid. Zij voelen zich afhankelijk van hetgeen ze in de winkel halen. Geen leven is mogelijk zonder allemaal producten in huis te halen. De crisis rond de huidige gezondheidssituatie noopt de overheid en ook de bisschoppen tot rigoureuze maatregelen. Daar is weer veel discussie over. Is het teveel? Is het uit angst? Of moet er juist niet veel meer gebeuren? Andere landen gaan op slot. Moeten ook wij niet zover gaan? Het is weinig vruchtbaar om in die discussie aan te schuiven en weer een nieuwe mening toe te voegen. Wij kiezen een andere benadering. Bisschop van Hecke van Gent in België schrijft in zijn pastorale boodschap: we openen de schrift om met nieuwe aandacht het evangelie te lezen. Dan kunnen we de kansen ontdekken die deze crisis ook biedt.

De evangelielezing van vandaag wijst vooruit naar de doop. Deze brengt ons de vraag: wat is de bron van je leven? Waar haal je je vreugde, je kracht en je inspiratie uit? Die halen we niet in de winkel. Het doopsel is de sleutel. Onze doop is niet een gebeurtenis van een aantal jaren geleden: de doop roept ons voortdurend op om een levenshouding aan te nemen die ons verbindt met de bron van het leven zelf, God. Die bron wordt gevoed door de drievoudige oefening van de veertigdagentijd; gebed, naastenliefde en soberheid.

De Samaritaanse vrouw krijgt de vraag voorgelegd van Jezus: “Wat is je bron?” Hij vraagt haar om water en ze is verbaasd over die vraag. Ze hebben toch niets met elkaar te maken? Maar de verbazing leidt tot een gesprek over het fundament van het leven. Hoe vaak praten wij daar met elkaarover? Ook hier leidt een crisis en spanning tussen twee bevolkingsgroepen tot een geestelijk gesprek. Jezus en de Samaritaanse laten zich niet opsluiten door de gegroeide tegenstelling, maar spreken vanuit hun eigen leven tot en met elkaar. De spiegel die Jezus de Samaritaanse voorhoudt door de te verwijzen naar de mannen die ze gehad heeft, zegt ook iets over haar geloof. De mannen verwijzen niet zozeer naar haar status volgens de burgerlijke stand, maar symbolisch naar haar geloof: wie is haar God? Al bij de profeten in het Oude Testament wordt afgoderij van Israël vergeleken met overspel. Vele afgoden spelen een rol in het leven van de Samaritaanse, zoals dat ook bij gelovige mensen kan gebeuren. We kunnen ons afhankelijk voelen van zaken die feitelijk onbelangrijk zijn. Het zijn afgoden die ons meer afhankelijk maken dan nodig is, een verkeerde afhankelijkheid, een dodelijke afhankelijkheid in evangelische zin.

Natuurlijk is de liturgie ons dierbaar en missen we onze vieringen met zang en symboliek. Toch zegt de Heer vandaag in dit gesprek met de Samaritaanse dat we Hem in Geest en Waarheid kunnen aanbidden. Dat is onafhankelijk van een plek en rituelen. De eucharistie brengt ons in deze ruimte van Geest en Waarheid: de ruimte waar God spreekt en zichzelf aan ons schenkt: een ruimte waar God en mens in harmonie en vrede met elkaar verbonden zijn. In het gewone alledaagse leven is die eenheid nauwelijks te beleven en te vinden: de onrust en de onzekerheid van deze tijd en deze wereld, verstoren die harmonie.

We kijken met de ogen van Jezus naar de wereld van vandaag, naar de vluchtelingencrisis, naar de eenzaamheid van ouderen, naar de verborgen armoede in de rijke westerse wereld. De lijst is nog veel langer en u zult er zelf nog voorbeelden aan toe kunnen voegen. Al deze problemen vervreemden de mens van zichzelf: de mens zou bijna gaan denken dat er geen ander perspectief is dan oorlog en geweld. We moeten het voor lief nemen dat de wereld zo is.

Jezus heeft een andere spijs die de wereld niet altijd kent: de overgave aan de wil van de Vader. Dat betekent niet dat we willoos en passief alles laten gebeuren, maar dat betekent dat we onze beslissingen en onze talenten laten gebruiken door de Heer, voor zijn voorzienigheid. Het kader dat Jezus ons biedt is niet deze werkelijkheid, onze tijd en onze wereld; dat kader is het Koninkrijk. Dat schept ruimte omdat daar onze toekomst ligt. In dat Koninkrijk is voedsel te vinden dat ons gaande houdt en ons vrij maakt van de onrust van deze wereld. We blijven geëngageerd en willen helpen waar we kunnen, maar ons fundament wordt door God gegeven en niet door prestaties of successen in de wereld. Als wij werkelijk God als onze tochtgenoot in het leven beschouwen, dan hoeven we geen toevlucht te nemen tot hamsterpraktijken en zullen noodmaatregelen ons geloof niet verhinderen. Amen