LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 23 februari 2020 – 7e zondag door het jaar

Lezingen
Leviticus 19,1-2.17-18
Psalm 103
1 Korinthiërs 3, 16-23
Mattheüs 5, 38-48

Welkom
In dit carnavalsweekeinde houden we het hier in Den Haag serieus, zoals altijd. De teksten geven er alle aanleiding toe: “weest heilig zoals God heilig is.” Dit is een moreel onmogelijke opdracht. God heeft ons als mensen geschapen en dat kunnen we niet ongedaan maken. Onze menselijkheid willen we niet ontkennen, die kunnen we ook niet ontkennen. De vraag is of God dat van ons vraagt, aangezien Hij zelf in Christus mens geworden is. De kernboodschap is niet een morele prestatie die we moeten leveren, waardoor we boven ons zelf uit moeten stijgen en dan natuurlijk gefrustreerd raken, omdat we dat hoge ideaal niet halen. “Weest heilig zoals God heilig is”: wordt vervuld van Gods Geest, van zijn enthousiasme, zijn openheid, zijn ontvankelijkheid. Kijk met nieuwe ogen naar de wereld waarin we leven. Telkens opnieuw kan de viering van de eucharistie ons openen voor alles wat ons gegeven is en ons laten zien hoe God ons steeds weer tegemoet komt in onze wereld, in de mensen om ons heen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Op de drempel van de vasten, kunnen we nadenken over de concrete betekenis van deze periode van bezinning dit jaar. De oproep uit de Bergrede reikt verder dan de houding ten opzichte van de medemens en de wereld waarin we leven. Zal de vasten zo’n periode kunnen zijn die we markeren door Aswoensdag en door afspraken die we met onszelf maken? De fundamentele vraag die Paulus stelt is: waar horen we bij? De komende vasten is een oefening om die vraag te stellen: waar hoor ik bij? Er zijn voldoende zaken en mensen waar we bij willen horen. Allerlei mensen en zaken waar we aan gehecht zijn, die belangrijk zijn voor ons mens-zijn, voor onze identiteit. Het zijn vriendschappen, gebruiken en gewoonten, maar ook allerlei materiële zaken die ons leven prettig en aangenaam maken, maar horen die werkelijk bij ons? Bepalen die wie wij zijn? Wat en wie dan wel?

Het heiligdom waar Paulus van spreekt is niet een gebouw. Het heiligdom is daar waar God en mens elkaar ontmoeten, het is een plek waar mensen elkaar daadwerkelijk ontmoeten. Ik hoef u niet uit te leggen hoe moeilijk daadwerkelijk ontmoeten is. We hebben snel een oordeel en een mening klaar, nog voor het eerste woord gezegd is. Wanneer mensen elkaar ontmoeten, wordt er na enkele blikken en inleidende woorden binnen enkele momenten op nogal primaire wijze een oordeel over de ander geveld. Dat is een vrij natuurlijke reactie van de mens. Allerlei onberedeneerde overwegingen en primaire gevoelens spelen daarbij een rol. De rest van de ontmoeting is bedoeld om deze eerste indruk hetzij te bevestigen, hetzij te corrigeren. Het kan zelfs zijn dat een ontmoeting ons radicaal kan veranderen, een ontmoeting kan zelfs pijnlijk zijn als die ons eigen falen of onze eigen gebrekkigheid openbaart. De houding die Jezus ons in zijn Bergrede aanraadt is een nogal radicale aanmoediging om over onze categorieën van vijandschap en ‘voor wat hoort wat’ heen te stappen en echt vrij te zijn in onze belangeloze bejegening van anderen.

Jezus sluit aan bij de Oude Wet van Mozes, maar legt het diepere fundament bloot van deze eerbiedwaardige onderwijzingen: het netwerk van God en mensen dat in de schepping is neergelegd. Deze aanwijzingen zijn een veilige leermeester, ook als je jezelf daarmee te kort doet en wellicht spullen zou kwijtraken of leningen niet terug zou krijgen. Jezus zou zeggen: “nou en, je hebt er wel een broeder of zuster bij en weegt die winst niet op tegen het materiële verlies?” Paulus spreekt van de geloofsgemeenschap als een heiligdom. Dat betekent dat de ontmoeting van de ene mens met de ander altijd plaats vindt in de ruimte van Gods Geest. Die ruimte maakt heilig, vervult van leven en vreugde. Dat gaat in tegen gevoelens van wantrouwen, scepsis, negativisme, wraak en haat. Die gevoelens verhinderen de mens om mens te zijn. In deze ruimte van de viering met elkaar waarin we Gods Geest aanwezig weten, helpt die Geest om met nieuwe ogen naar elkaar, de wereld en de mensen die er leven, te kijken. Dat kan de mens nieuw maken en op een ander spoor in het leven zetten. Des te meer helpt de ontmoeting in de eucharistie om elkaar te ontvangen als gave Gods. Zoals we Brood en Wijn aan God aanbieden met de vraag om deze te heiligen en te vervullen van Gods Geest bieden we evenzeer onszelf aan en onze geloofsgemeenschap om die weer opnieuw te vervullen van de heilige Geest.

Zo is heel de veertigdaagse vasten een beweging naar God toe om opnieuw zijn zegen en zijn leven te ontvangen. Naarmate Pasen nadert, zal het intenser worden zoals wanneer Goede Vrijdag met zijn duistere eenzaamheid nadert, maar we kennen het perspectief, dat we uiteindelijk de mens zullen ontmoeten zoals hij is: we zien die mens in de verrezen Heer op wie de dood en de duisternis geen vat meer heeft. In de komende vastenperiode hebben we de kans om onszelf en de ander opnieuw te leren kennen, zowel in onze eigen geloofsgemeenschap, als in de kring van onze vrienden en familieleden, maar bijvoorbeeld ook de mensen van ons vastenproject in Bangladesh. We kunnen ons ook in hun leven verdiepen: allerlei mooie kansen om de heilige ruimte te betreden van Gods aanwezigheid. Ik wens ons allen een mooie reis. Amen