LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 19 januari 2020 – 2e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 49, 3.5-6
Psalm 40
1 Korinthiërs 1, 1-3
Johannes 1, 29-34

Welkom
Vandaag begint de gebedsweek voor de eenheid. In veel kerken komen deze week christenen bij elkaar om zich samen te richten tot God. Zo ook in onze parochie: deze zondag in Scheveningen, maandag in de Martha kerk en woensdag in de Jacobuskerk. We zoeken als christenen en kerken in God onze eenheid. Want als het van de mens afhangt, wordt het moeilijk om eenheid tot stand te brengen. We hebben een sterk staaltje van verdeeldheid gezien binnen de grenzen van het Vaticaan: geen voorbeeld van constructieve discussie gericht op eenheid. Voorheen heette deze gebedsweek de week voor de eenheid van de christenen. De eenheid van de christenen staat echter niet op zichzelf: deze dient de eenheid van de wereld en van heel de mensheid. Al zouden de kerken allemaal een zijn, dan is de wereld nog niet klaar. Het doel, zoals we dat vandaag ook horen van de profeet Jesaja is de eenheid van alle mensen. Dat herinnert ons aan het doel waarom we christenen zijn: om mensen te verbinden. De eenheid met de ene God betekent ook de eenheid van de mensheid, juist omdat er maar één God is. Er is nog een lange weg te gaan. Ook in onze eigen kerk. We openen ons voor de stem van Johannes de Doper: zie, het Lam Gods. Moge deze viering ons zicht geven op Christus als Lam Gods. Mogen onze verschillen van mening, ook die tussen de kerken, opgaan in de eenheid van deze boodschap van Johannes de Doper.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Vandaag biedt het evangelie ons een uitnodiging om stil te staan, een uitnodiging tot meditatie. Het evangelie staat vol met het woord ‘zien’. Het geeft een fundamentele houding aan voor christenen om met de wereld en de werkelijkheid om te gaan. Het evangelie is een oefening in het zien. De leerlingen worden regelmatig uitgenodigd om te zien en dan achter onze werkelijkheid Gods werkelijkheid te zien verschijnen. Dat vraagt een bijzondere houding van ontvangen. Echt zien is meer dan kijken. Het betekent beschouwen, contempleren, zo dat we met een open mind zonder vooringenomenheid de werkelijkheid ontvangen in ons hart en in onze geest. Het vraagt meditatie en bezinning. Het is geen rationele benadering, waar we door analyse en strategieën een visie ontwikkelen. Dan proberen we de werkelijkheid te grijpen en te be-grijpen. Vervolgens proberen we de verworven kennis en theorieën aan anderen over te brengen en hen te overtuigen. Dat werkt op allerlei terreinen heel goed, maar wanneer het gaat om een levensbeschouwing, om geloof, dan is het anders. Dat gaat om zien met ogen van geloof.

Johannes de Doper ziet Jezus. Hij ziet Hem naar zich toe komen in de woestijn in de Jordaan om gedoopt te worden. Hij herkent hem te midden van de menigte van mensen die zich willen laten reinigen door het doopsel. Johannes ziet de heilige Geest als een duif verschijnen. Achter de feiten en de gebeurtenissen ziet Johannes de diepere betekenis van Jezus. Hij nodigt anderen uit om met dezelfde blik naar Jezus te kijken. Ongetwijfeld klinkt in zijn achterhoofd de profetie van Jesaja waar we in de eerste lezing een deel van gehoord hebben: de dienaar die alle volken in eenheid samen brengt. Dat is het ultieme doel van de heilsgeschiedenis: de eenheid is de opdracht van God, geen verdeeldheid, geen onenigheid, maar vrede en verzoening. Dat zien van Jezus leidt bij Johannes tot het getuigenis: dit is de Zoon van God. We horen in dit evangelie Johannes niet met Jezus spreken, in tegenstelling tot het Mattheüs evangelie. Johannes ziet en wijst. Hij brengt daardoor anderen bij Jezus. Hij is de bruggenbouwer en opent de ogen van de mensen om Jezus te ontdekken.

Johannes nodigt de mensen uit om in Jezus het uitzonderlijke te zien. Hij wijst van het begin af aan op het levensoffer dat Jezus gaat brengen. De benaming Lam van God was toen minder vanzelfsprekend dan nu, omdat wij die uit de liturgie kennen. Johannes verbindt hierin twee beelden met elkaar: het offerdier dat aan God geofferd wordt als teken van het verbond. Iedere dag werden er in de tempel lammeren geofferd ten teken dat de gelovigen alles voor God over hadden. Het Lam dat de zonden wegneemt is echter ook de zondebok die wordt weggezonden, buitengeworpen, afgewezen. Jezus wordt aan het einde van zijn leven ook weggeworpen, uitgestoten.

Zie wij het uitzonderlijke in ons eigen leven? In deze gebedsweek voor de eenheid zijn het de kerken van Malta die ons teksten aanreiken om over ons geloof na te denken. Het kernwoord dat ze meegeven is “buitengewoon”. De kerken van Malta – al is Malta erg katholiek, er is toch ook een oecumenische samenwerking – nemen als uitgangspunt de ontmoeting van Paulus na zijn schipbreuk met de mensen van het eiland Malta. De Handelingen van de Apostelen vertellen het hele verhaal: Paulus is gevangen genomen en wordt naar Rome gebracht vanwege zijn beroep op de keizer. In een storm vergaat het schip en men strandt op Malta. In die chaos, zowel tijdens de storm op zee, als bij de stranding op het eiland, getuigt Paulus van rust en houdt hij de mensen bij elkaar. Op het eiland worden ze buitengewoon vriendelijk ontvangen, schrijft Paulus. Na de beangstigende situatie van de schipbreuk is er de vreugde van de gastvrijheid. Paulus is onder de indruk: hij ziet de mensen en hij ziet hoe zich ze inspannen voor de gestrande groep van soldaten en gevangenen: een buitengewoon teken van naastenliefde, terwijl de mensen Christus niet kennen.

Dat kunnen we als opdracht zien voor ons als christenen – of we nu katholiek zijn, protestant, orthodox, evangelisch – dat we de mensen wijzen op dat wat buitengewoon is in het leven, in onze wereld. Kunnen we dat voor ons eigen leven zeggen, wat er zo buitengewoon aan onze levensweg is? Wat kunnen we beschouwen als een buitengewone gave die God ons schenkt? Moge het zien van ons leven met gelovige ogen, ons brengen tot getuigenis, opdat we met anderen delen hoe we zien dat God ons tot eenheid brengt. Amen