LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 12 januari 2020, doop van de Heer, eerste zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 42, 1-4.6-7
Psalm 29
Handelingen 10, 34-38
Mattheüs 3, 13-17

Welkom
Deze zondag, waarop we de overgang markeren naar de gewone liturgische tijd, gedenken we het doopsel van Christus en daarmee ons eigen doopsel. Het fundament van onze kerk als een gemeenschap van gedoopten, zegt dat aan de kerk een spirituele ervaring ten grondslag ligt. Deze dag is een kans om die spirituele ervaring weer op te poetsen en weer opnieuw uit te spreken. In de doop horen we de stem van de Eeuwige die Hem roept en die Hem de liefde openbaart. Dat is de kern van de doop: we ontvangen de liefde van God zelf. Mogen we ook vandaag die kracht opnieuw ervaren.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Veel verenigingen en clubs kennen een ballotage om als lid toegelaten te worden. Een kandidaat dient zich te presenteren en een aantal leden moet de aanvraag beoordelen. Sommige groepen gaan zelfs zover dat een kandidaat-lid moet worden voorgedragen door leden voordat een toelatingsprocedure kan starten. Verenigingen houden op die manier de vinger aan de pols en kunnen de kwaliteit van hun vereniging op peil houden. Soms geldt de regel: hoe strenger de ballotage, hoe belangrijker de groep zich vindt.

Wat vandaag gebeurt aan de oever van de Jordaan is van een andere orde. Dat Jezus zich presenteert te midden van de vele anderen die naar Johannes zijn gekomen, verwondert Johannes. Het verwart hem zelfs: Johannes acht zich niet in de positie om dit ritueel aan Jezus te voltrekken. Hij vindt zichzelf kleiner dan Jezus. Hij denkt in categorieën van hiërarchie. Hij wil een rangorde aanbrengen tussen mensen: sommigen zijn groter en anderen kleiner. Het doopsel is een Joods ritueel om mensen te reinigen en een nieuwe kans te geven de juiste weg te kiezen in hun leven. Over het doopsel van Jezus is veel nagedacht, want waarom zou Jezus dit ondergaan? Het is zeker niet vanzelfsprekend. Van welke zonde zou Jezus gereinigd moeten worden? Het gaat inderdaad niet om reiniging maar om openbaring. De afdaling in het water volgt op de afdaling uit de hemel. Met Kerstmis hebben we gevierd dat de Zoon van God in de wereld is gekomen. Gods woord is zichtbaar geworden en tot spreken gekomen in Christus. Dat is een beweging naar ons toe. Een beweging die de Bijbel ziet als afdaling: vanuit de hemel naar de aarde. Die beweging gaat vandaag verder in de afdaling in het water en is een aankondiging van de afdaling in de dood, na het kruis. De doop van Jezus is dus een aankondiging van die verdere afdaling in de dood. Deze gaat gepaard met de woorden die uit de hemel klinken: “Dit is mijn Zoon de welbeminde”. Deze woorden zijn een citaat uit Jesaja: Jezus is de dienaar die door de profeet aangekondigd wordt. De doop is dus ook een openbaring van de identiteit van Jezus als dienaar van de Heer. En zoals de profeet ook aankondigt: die dienstbaarheid zal Hem het leven kosten. Dat wordt voortdurend door Mattheüs onderstreept: in Jezus wordt de profetie van het Oude Testament waarheid.

Het doopsel van Jezus is ook een openbaring van onszelf. Wij hebben het doopsel ontvangen en staan daarmee in de voetsporen van de Dienaar des Heren. We laten de categorieën van hoog-laag achter ons. We treden door onze doop toe tot een gemeenschap van gedoopten, waar allen geraakt zijn door het Woord van God: “Je bent mijn zoon, dochter, je bent mijn dienaar die ik bemin.” De vraag naar het doopsel wordt nogal eens verengd tot het lidmaatschap van een kerkelijke vereniging. Dat heeft twee kanten: je moet dan als het ware aan een ballotage voldoen. Je moet voldoende kerkbijdrage betalen, je moet je aan de geloofsleer houden en gehoorzaam zijn. Petrus heeft in zijn toespraak over Jezus een heel andere visie. De doop van Jezus is de zalving en bevestiging van zijn opdracht om een boodschap van vrede te brengen. Deze boodschap gaat gepaard met woorden en daden van leven. Wij zijn een volk van gedoopten waar alle verschillen in taken en functies gefundeerd zijn in het doopsel. Als we het sacrament van de doop serieus nemen – en dat doen we eigenlijk telkens wanneer we bij het betreden van de kerk een kruisteken met doopwater maken – dan kiezen we er opnieuw voor om een dienaar/dienares van de Heer te zijn en een blijde boodschap van vrede te hebben. Dragen wij die boodschap uit? Als gemeenschap? Als individuele gelovige, in ons vrijwilligerswerk zowel binnen de parochiegemeenschap als in de samenleving? Want ons leven houdt natuurlijk niet op bij de kerkmuren.

Het doopsel van Jezus openbaart ons Gods liefde: van daaruit leven we, van daaruit spreken we, van daaruit handelen we. We zijn geraakt door God die ons door zijn liefde aan zich verbonden heeft in de doop. Het is geen vorm van ballotage om onze kerk tot een exclusieve vereniging te maken. Het is juist een deur die geopend wordt om de mensen contact te geven tot de liefde van God. Laten wij zelf als gedoopten instrumenten zijn om die Liefde te verspreiden. Amen