LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 15 december 2019, derde zondag van de Advent

Lezingen
Jesaja 35, 1-6a.10
Psalm 146
Jacobus 5, 7-10
Mattheüs 11, 1-11

Welkom, goedemorgen
Licht gloort op de krans: het donkerpaars is lichter geworden. De boodschap van hoop van Jesaja wijst ons de weg, niet de verontrustende berichten van de wereld. Als we ons leven daar van afhankelijk maken, is er weinig perspectief: verdeeldheid, eigenbelang, gebrek aan leiderschap met visie. De onrust die we van Johannes de Doper horen vandaag in het evangelie, is herkenbaar voor ons. Helpen de berichten die we horen de wereld nu wel echt vooruit? De teksten van Jesaja bieden meer hoop: maar kunnen we het vertrouwen in deze teksten bewaren? Zijn zij geen illusie? Het is onze taak als kerk om het licht van ons geloof en onze hoop te koesteren. We geloven dat de mens in staat is tot de wonderen die Jezus vertelt. Dat is zijn boodschap aan Johannes de Doper en aan ons allen. Laten we ons richten op het licht van de adventskrans die ons de weg wijst in een duistere wereld. We geven onze hoop niet op. Hij zal komen om de wereld te bevrijden en wij mogen zijn boodschappers zijn.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
De vraag van Johannes de Doper verraadt zijn teleurstelling. Hij had bepaalde verwachtingen van de Messias. Johannes is een woestijnbewoner en vond in de woestijn de ruimte om zuiverder in het leven te staan. Hij nodigde de mensen uit die weg met hem te delen. Jezus gaat een andere weg: hij trekt naar de mensen toe. Hij bezoekt hun steden en dorpen. Hij wacht niet totdat de mensen naar Hem toe komen in de woestijn om zich daar te bekeren; nee hij gaat naar hen toe en zendt bovendien zijn leerlingen uit om naar de mensen toe te gaan. Is dat wel de bedoeling? vraagt Johannes zich in de gevangenis af. Het lijkt alsof hij vertwijfeld de balans opmaakt van zijn leven en van zijn vertrouwen op Jezus van Nazareth: heeft hij wel op het juiste paard gewed? Vaker wordt in het evangelie het verschil tussen Johannes de Doper en Jezus gethematiseerd. Johannes is de asceet en Jezus de gulzigaard. Johannes is de strenge profeet en Jezus de allemansvriend. Het risico met twee verschillende identificatiefiguren is dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: de een wordt afgewezen en de ander is favoriet.

Datzelfde gebeurt in het denken over de weg van een christen: moet de christen zich uit de wereld terugtrekken en met afgrijzen en misprijzen neerkijken op de ontwikkelingen van de moderne tijd en vanuit kloosters en heiligdommen de moderne mens oproepen tot bekering? Of is de christen juist geroepen om tussen de mensen te staan en hun leven te delen? Loopt die dan niet het risico zich te laten meeslepen door de moderne tijd en kritiekloos met de tijd mee te gaan? Is die populariteit niet de valkuil die het einde betekent voor het evangelie en de kerk? Beide extremen hebben hun aantrekkingskracht en het is verleidelijk om een extreem duidelijk standpunt in te nemen. Maar beide posities hebben elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. In onze christelijke traditie komen we beide posities tegen en we beseffen dat beide kanten van de Kerk nodig zijn: de profetische kant van Johannes en de pastorale kant van Jezus zelf.

De wereld kan lijken op een woestijn, ook al weten we die mooi op te poetsen. Met verbazing hebben we kunnen kijken naar een banaan die tegen een muur wordt geplakt en kan worden opgegeten. Het geeft de vergankelijkheid en leegheid aan van materiële goederen en geld. Al onze bezittingen zijn verhullingen om de woestijn van het leven te verhullen. Het ziet er mooi uit: goud en glitter en trompetgeschal, maar de boodschap is nihil. Zoals een student in Leuven onder de indruk was van de sfeervolle kerstversiering in de Vlaamse studentenstad: “Mooi dat de mensen nu al Kerstmis vieren”. Maar ik vraag me af wat men nu eigenlijk viert. Is het geen manier om de woestijn van de wereld te verhullen? Hebben we hier niet een Johannes de Doper nodig die de leegheid van dit alles onthult?

Deze week was er in de bijeenkomst van de Haagse Gemeenschap van Kerken een gesprek over de daklozen in de stad: het zijn er vele honderden. Zelfs de voor geregistreerde dak- en thuislozen komt de stad 150 plaatsen tekort. En dan hebben we het niet eens over de honderden ongedocumenteerden. Als we de omstandigheden in de dag- en nacht opvang bekijken, worden we er niet vrolijker van. Onze oecumenische projecten van Straatpastoraat en Aandachtcentrum lopen over van bezoekers en roepen om hulp. Aan de andere kant zijn er in diezelfde wereld vele signalen van menslievendheid en onbaatzuchtigheid die hoop geven. Het is verleidelijk om alleen de woestijn te zien, maar waarom hebben we dan drie kaarsen ontstoken? Geloven we dan niet dat het licht sterker is dan het duister, denken we dan niet dat ook in onszelf dat licht sterker kan zijn dan het duister?

Jezus is na zijn doop door Johannes in de woestijn, die ándere woestijn ingetrokken: de woestijn van de mensen, de verhulde woestijn. Hij is gekomen om er de plekken van leven, de bronnen van water en voedsel aan te wijzen. Die opdracht dragen wij door het doopsel met ons mee: wij zijn mensen die als teken van de liefdevolle boodschap van het evangelie in de door goud en glitter verhulde woestijn werkelijke bronnen van leven kunnen aanwijzen. Het is de weg van het Kind, de weg waardoor de ene mens aan de ander wordt verbonden, de weg van het licht dat telkens weer ontstoken wordt. Dat is onze weg in de richting van de geboorte van de nieuwe wereld die in het Kind zichtbaar wordt. Amen