LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 3 november 2019, 31e zondag door het jaar

Lezingen
Wijsheid 11, 23-12,2
Psalm 145
2 Thessalonicenzen 1, 11-2,2
Lucas 19, 1-10

Welkom
Op deze zondag ontmoeten we de kleine Zacheüs die zich klein weet, maar zich groot maakt: groot in zonde, klein in gestalte. Desalniettemin blijkt de vergeving van God onmetelijk groot te zijn. Wij zijn hier gekomen om ook Jezus te zien. We klimmen als het ware in de boom van de kerk. We worden op onze beurt gevoed door wat we te zien krijgen. Het Brood van de eucharistie vervult ons van de kracht van Christus, die vergeeft en leven geeft.

In deze donkere periode, die in de kalender het verste van Pasen af staat, vieren we in de afgelopen dagen van Allerheiligen en Allerzielen het Paasfeest, wanneer we onze heiligen en al onze doden gedenken. En vandaag is het Pasen voor Zacheüs omdat hij een nieuw leven ontvangt in de ontmoeting met Jezus. Moge onze ontmoeting met Christus in de eucharistie ook steeds een nieuwe impuls betekenen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
Wie klom er als kind niet ooit in een boom? Stoer en spannend om hoog buiten het bereik van je ouders te zijn en de wereld vanuit een hoger perspectief te zien. Hoe je straks weer naar beneden komt, vraag je je niet af. Dat komt later wel: eerst genieten van het uitzicht. Je voelt je de koning te rijk omdat je iets doet wat anderen niet durven. We kennen de motieven van Zacheüs niet, om zo impulsief dit kinderlijke gedrag te tonen en in een boom te klimmen. Het hoofd van de belastingdienst laat zich helemaal gaan. Waar is zijn gevoel voor zijn maatschappelijke positie? Moet hij niet juist zijn positie eerbiedwaardig houden om respect op te wekken? Hij heeft al een slechte reputatie en dit boomklimmen zal hem niet verder helpen. Zacheüs wil Jezus zien! Hij is klein van gestalte en de mensenmassa is groot. Gelet op zijn reputatie zal er voor hem geen ruimte gemaakt worden. Hij klimt in de vijgenboom, de boom van de schaamte. De vraag is of Zacheüs zelf wel gezien wilde worden.

Dat is er de vraag die we onszelf kunnen stellen: willen we gezien worden? Wie gezien wordt, loopt risico. Wie gezien wordt, krijgt de maat aangemeten. Wie gezien wordt, loopt het risico van het oordeel, of je nu ambtenaar van de belastingdienst bent, of burgemeester of wethouder.

Christus ziet Zacheüs. Het moment van de waarheid. We weten waar het op uit loopt: vreugde, vergeving, verzoening en genoegdoening! Een nieuw leven begint. Het verhaal van Zacheüs is een Paasverhaal. Uiteindelijk doet Zacheüs zijn naam eer aan: hij wordt Zakkai, de onschuldige, de rechtvaardige, de tsaddik, zoals ook Jozef genoemd wordt. Volgens de traditie wordt hij later door de apostelen tot eerste gemeenteleider, bisschop van Ceasarea benoemd.

Wie van ons wil gezien worden? Onze wereld is onbarmhartig en rekent wreed af wanneer er fouten gemaakt worden. Ik vind het tegenstrijdig dat een christelijk begrip als ‘zonde’ door velen, en zeker ook door veel katholieken als moralistisch wordt afgedaan. “Ach, wie begaat nu toch zonde? We maken allemaal wel eens fouten.” Daarmee lijkt de kous af te zijn. Aan de andere kant wordt er in onze tolerante samenleving enorm gemopperd - en nog veel erger - op profiteurs, zakkenvullers, bedriegers en opportunisten. Wie op sociale media gaat kijken, kan nog een uitgebreid vocabulaire leren, waarbij het woord ‘zonde’ wel heel lieflijk klinkt.

De zonde is in evangelische verhalen nooit ver weg, niet uit het leven van Zacheüs, en niet uit het leven van onze samenleving, of uit het leven van onszelf. De benedictijn Thomas Quartier omschrijft in zijn recente boek Liefdesgeboden zonde als de gemiste kans, het gefnuikte ideaal. De zonde is het onvermogen je helemaal aan een ander toe te vertrouwen; je bouwt veiligheidsmechanismen in om buiten het bereik van het oordeel van anderen te blijven. Dat is zonde van je leven en van je liefde. Christus doorbrak het veiligheidsmechanisme van Zacheüs om onzichtbaar blijven in de boom, buiten het bereik van de mensen.

Voor Zacheüs blijkt dat zijn praktijk van afpersing, corruptie, hebzucht en blindheid voor de noden van anderen hem afhouden van zijn eigen menselijkheid. Dat is zijn zonde: de mogelijkheid tot mens-zijn is hem ontnomen door zijn keuzes, omdat hij zich had afgesloten van de ander, en dus ook van de Ander die God heet, maar God ziet hem, in de blik van Christus kijkt God hem aan. De eucharistie in deze kerk is als het ware de boom die we zijn ingeklommen om Jezus te zien en voor we Hem zien, heeft Hij ons al gezien. Het initiatief wordt omgedraaid: wij willen God zien, maar Hij heeft ons al veel eerder gezien. Dat zien door God herinnert ons aan een leven voorbij de zonde. Want laten we eerlijk zijn en ook ons eigen leven bezien, waar we de mogelijkheden van ons eigen leven hebben laten liggen, of opzij hebben gedaan in de keuzes die we gemaakt hebben. Was er echt geen andere weg?

De blik van God is echter, zoals het boek Wijsheid ons zegt in de eerste lezing, een barmhartige blik die ons herstelt en vrede geeft en die ons weer op het spoor zet van de mogelijkheden van ons leven. Deze blik herstelt in ons het vertrouwen dat we de zonde van ons leven zullen overwinnen en weer alle mogelijkheden zullen zien die God ons schenkt. Zijn blikt schenkt ons vergeving, zijn blik schenkt ons leven. Amen