LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 30e zondag door het jaar, 27 oktober 2019

Lezingen
Jezus Sirach 35, 12-14.16-18
Psalm 34
2 Timotheüs 4, 6-8.16-18
Lucas 18, 9-14

Welkom
Naarmate het einde van het kerkelijk jaar nadert, gaan de teksten van het evangelie in de richting van een oordeel dat over mensen komt. De slothoofdstukken van Lucas houden ons een spiegel voor waarbij de mens wordt uitgenodigd om zijn/haar dagelijks leven met de kleine en de grote beslissingen rond relaties, werk, en leefwijze kritisch te bezien. Het mooie van de parabel vandaag is dat de twee mensen die in de tempel beiden in gebed zijn en over hun leven nadenken, niet iemand tegenover zich hebben die hun de les lezen: het is zelfreflectie. Dit staat centraal in ons geloven: ieder mens wordt uitgenodigd zelf eerlijk over zijn/haar leven na te denken. Beide personen, zowel de zelfvoldane farizeeër als de zondige, criminele tollenaar hebben een boodschap voor ons, maar, let op, er zit een valkuil in het verhaal! Net als beide heren staan ook wij voor God die, zoals Jezus Sirach in de eerste lezing zegt, een rechtvaardige en liefdevolle en barmhartige rechter is. Wie wil zich niet aan Hem toevertrouwen? Laten we dus met dankbaarheid en vertrouwen hier zijn om ons te laten voeden en bemoedigen. Bidden we God om ontferming en vrede.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van Jezus,
De tempel is een ruimte van vrede. We denken aan de tempel van Jeruzalem, we denken aan het kerkgebouw. Maar we weten heel goed dat deze twee plekken - zoals ieder Godshuis - symbool zijn van de wereld die God zich wenst. De wereld zelf is bedoeld als de tempel van vrede voor alle mensen. We zijn daar ver van verwijderd, ondanks vele tekenen van hoop. We zien de onrust in de wereld: demonstraties in Latijns Amerika waar mensen de grote tegenstellingen tussen rijk en arm zat zijn en de onverschilligheid waarmee regeringsleiders dit lijken te accepteren. We zien het geweld in het Midden Oosten waar falend leiderschap de landen tot speelbal van buitenlandse machten maken. Gezinnen met kinderen raken er bekneld tussen gewelddadige partijen. Het lijstje is te lang. En dan de ecologische crisis die serieuze vragen stelt naar ons eigen manier van leven. “Het goede leven” wordt nog te veel gelijk gesteld aan “het luxe leven”, zoals mgr Choennie, de bisschop van Paramaribo deze week in een interview in Rome terecht opmerkte.

We beseffen dat we een kerk, een tempel nodig hebben: een plek van vrede en bezinning, een plek waar we in rust en vrede ons eigen leven kunnen bezien en beoordelen, waar we kritisch naar ons leven durven kijken en nieuwe beslissingen durven nemen. In die tempel komen in de parabel van vandaag twee mensen naar voren die zich bezinnen op hun leven: de hoogmoedige en zelfgenoegzame farizeeër en daarachter de foute en criminele, maar schuldbewuste tollenaar. Het risico is natuurlijk groot dat we zeggen: “Gelukkig ben ik niet als die farizeeër, ik ben veel bescheidener. Ik zou zoiets nooit van mijzelf zeggen.” Dan ben je met open ogen in de valkuil van de parabel gevallen! We herkennen trekken van beide personen in onszelf. Aan de ene kant bouwen we ons leven op met onze talenten, onze opleiding, ons werk, onze relaties en vrienden. We mogen trots zijn op wat we bereikt hebben. We hoeven dat niet onder de korenmaat te stellen. Aan de andere kant past ons bescheidenheid omdat we kwetsbare mensen zijn die onze beperkingen en fouten moeten erkennen. We zijn relationele mensen en dat betekent dat we altijd afhankelijk zijn van anderen.

De farizeeër is eigenlijk niet aan het bidden: hij is in zichzelf aan het babbelen. Voor hem is God geen tegenover, geen kritische instantie. De farizeeër kijkt als het ware in een spiegel en ziet zichzelf en praat tegen zichzelf en rechtvaardigt zichzelf. Zijn prachtige bouwwerk van goede werken is daarmee op het drijfzand gebouwd van de mens die zich heeft losgemaakt van de ander, van de gemeenschap. “Als ik mijn schaapjes maar op het droge heb, dan komt het wel goed. Als iedereen dat nu voor zichzelf zou doen dan zou de wereld wel gered zijn!” Zo is zijn redenering, maar hij komt bedrogen uit. De wereld wordt niet opgebouwd door losse zandkorrels die op een hoop geveegd worden: die wereld houdt geen stand, zoals Jezus in zijn Bergrede zegt. De wereld is wel een netwerk van relaties waar mensen elkaar in evenwicht houden, waar mensen samen de tempel van vrede bouwen.

De tweede figuur, de zondige tollenaar – laten we hem maar duidelijk en ronduit de crimineel noemen – is dat deel van onszelf waar we erkennen dat we kwetsbaar zijn en tekort schieten. Ondanks zijn foute verleden, heeft deze crimineel een boodschap voor ons. Hij is een tragische figuur omdat hij ervan uitgaat dat de deur van zijn hart en zijn leven op slot zit. De schuldige tollenaar zit gevangen in schuldgevoel en depressiviteit. Maar hij roept om hulp: “God, wees mij zondaar genadig!” Daarmee is de deur open gezet. Zijn roepen om hulp wordt beantwoord. God is zijn helende werk in deze mens al begonnen!

Daar ligt het essentiële verschil tussen beide heren: niet het verschil in verdiensten en zelfs niet de nederigheid van de criminele tollenaar. Zijn redding is dat wat de eerste figuur, de farizeeër, ontbreekt: het besef dat hij anderen nodig heeft, dat hij God nodig heeft. Daar ligt zijn redding. Daar ligt onze redding: wanneer we beseffen dat we alleen leven door van anderen te ontvangen wat we voor het ware leven nodig hebben. Wat we zelf kopen en aanschaffen en presteren is leuk en aardig, maar dát houdt ons niet in leven. Het zijn de liefde en de vriendschap, de vergeving en de verzoening die anderen ons schenken waardoor het ware leven kunnen ervaren. Als teken daarvan worden we hier gevoed met het Brood van de liefde dat we van God ontvangen en dat ons met elkaar verbindt: Christus zelf die zich heeft geschonken in zijn levensoffer. Besef dus in vrede dat God degene is die ons leven open houdt. Zolang we in contact met de Eeuwige zijn, zal ons leven vruchten dragen voor de ander, voor de wereld. Dat geeft hoop en vertrouwen. Dan dragen we de tempel van de vrede altijd met ons mee. Amen.