LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 23e zondag door het jaar, 8 september 2019

Lezingen
Wijsheid 9, 13-17
Psalm 90
Filemon 1, 9b-10.12-24a
Lucas 14, 25-33

Welkom
Leerlingen van Christus! Vindt U het prettig als ik u zo aanspreek? Wacht maar tot U de woorden van Christus hoort straks. De vraag is: voelt U zich dan meer van Hem verwijderd, of juist meer tot Hem aangetrokken? Schrikt het U af, of is het een uitdaging? Voortdurend stellen we ons de vraag: Christus navolgen, wat betekent dat? Voor sommigen betekent het een intrede in het klooster. Ik kom net terug van een klooster waar een paar jonge mannen zijn ingetreden, diep in de bossen van de Morvan. Gisteren in het journaal zagen we jonge Dominicanen. Denk niet dat de tijden van weleer zijn teruggekeerd, maar het is blijkbaar wel mogelijk om in de moderne tijd Christus na te volgen. Wat is onze manier? Wat mijn manier? Keren we ons tot God om ruimte te maken voor die vraag, dat de heilige Geest ons in Gods wijsheid zal leiden.

Homilie
Waardoor heeft Jezus het grote aantal leerlingen niet vastgehouden? De tekst van vandaag laat het kwantitatieve hoogtepunt van Jezus' missie zien. Een grote groep mensen volgt hem. Wat zoeken ze bij hem? Is hij de bevrijder van het onderdrukte Israël? Is hij een wonderdoener die ziekte geneest en de dood verdrijft? Is hij de exorcist die boze geesten verdrijft? Is hij een authentieke leraar die anders dan veel Farizeeën de boodschap van de wet van Mozes op menselijke maat brengt? De motieven om Jezus te volgen kunnen zeer verschillend en persoonlijk zijn. De opmerking van Jezus vandaag, maakt het niet gemakkelijker. Door zijn benadering knappen heel wat ballonnetjes van valse illusie uit elkaar. Jezus beantwoordt niet aan onze droombeelden. Hij vraagt naar de kwaliteit en de trouw van ons navolgen. Als je niet je kruis op je neemt, kun je mijn leerling niet zijn! Niemand neemt toch graag een kruis op? We weten waar dat eindigt. De vraag van Jezus leidt tot teleurstelling. Mensen haken af. Slechts een klein groepje mannen en vrouwen volgt hem naar Jeruzalem. Uit het oogpunt van kwantiteit had Jezus deze vraag beter niet kunnen stellen.

Uit het vervolg blijkt beter wat Jezus bedoelt met dat kruis opnemen. Ik denk niet dat hij per se het lijden opzoeken bedoelt. Al moeten we ons realiseren dat in de tijd dat zijn woorden opgeschreven werden, de navolging van Jezus wel degelijk een risico op de marteldood inhield. Voor de eerste schrijvers en luisteraars van het evangelie was het kruis niet ver weg. Hoe vertalen we dat voor ons? Uit het vervolg van het verhaal blijkt dat het volgen van Jezus niet alleen een spontane reactie op een uitnodiging is, maar ook een zorgvuldig opbouwen van een gelovig leven. Geloof begint met ontroering, verbazing, fascinatie. Natuurlijk leren we van onze ouders of van vrienden, of van contacten wat we kunnen geloven. We leren wie Jezus is en wat zijn evangelie inhoudt, maar dat is nog niet geloven met een grote G. Dat is namelijk vanuit een persoonlijke ervaring. Onlangs gaf ik een lezing en een jongere onder de aanwezigen vroeg me: “wanneer en waardoor bent u gaan geloven?” Een aantal oudere aanwezigen moest wat besmuikt lachen. Maar mijn reactie was ten eerste, voordat ik op zijn vraag inging: waarom reageert u zo? Wanneer heeft u het laatst over deze vraag gesproken? Heeft u zelf een antwoord op die vraag? Delen we met elkaar geloofservaringen? Ik koppel aan zijn vraag: wat zijn onze recente geloofservaringen? Waardoor blijft uw geloof levend? Wie of wat speelt daarbij een essentiële rol? Of is het geloven verdwenen onder het stof van onze eigen geschiedenis, zoals vroeger droogbloemen onder een glazen stolp? Die bleven lang mooi, maar die bloemen zijn wel dood. Geloof begint met een ervaring van God die ons bemint. Op allerlei manieren kunnen we die ervaring opdoen: door mensen, door teksten, door natuur, door stilte, door kostbare woorden tot ons gesproken.

Het is een groot geschenk, 'genade' zeggen we met een klassiek woord. Het wordt ons gegeven, het overvalt ons. Het kan ons pas overvallen, wanneer we open zijn, wanneer we vooroordelen loslaten en vaste categorieën even opzij zetten. Luisteren, u weet het hopelijk nog, is het beginwoord van de Joodse geloofsbelijdenis, en dus ook van Jezus' geloofsbelijdenis. Het is ook het beginwoord van de regel van Benedictus, de kloosterregel die nog steeds tienduizenden christenen inspireert. "Spreek, Heer, uw dienaar luistert" zegt de jonge Samuel als hij voor het eerst een ervaring van Gods aanwezigheid heeft. Het gaat om luisteren als basis van een ontmoeting met Christus, die de weg naar God is, die de weg van Gods heilige Geest is. Deze Geest woont in ons en kan ons transformeren tot de nieuwe mens.

Als jou ooit zo’n geloofservaring overkomen is, dan vraagt dit fundament onderhoud. Zoals een gebouw onderhoud nodig heeft, heeft ons geloof onderhoud nodig. Het is geen stilstaand water dat gaat stinken, maar levend water is stromend water. Dat geldt ons persoonlijk geloven, maar ook onze geloofsgemeenschap. Wat ons persoonlijke geloven betreft, voldoet het naambordje christen niet, katholiek evenmin. Dagelijkse verdieping, wekelijkse ontmoeting met God, dagelijkse keuzes met de mensen die we ontmoeten. Af en toe een paar dagen op retraite. Het gebouw van ons geloof is gegrondvest op de voortdurende ontmoeting met Jezus Christus, in de vieringen, in Bijbellezing en we onderhouden het zelf met de bouwstenen die ons geloof aanreikt en die we uit de rijke traditie mogen kiezen. "Neem je kruis op" hoeft niet dramatisch tot de dood te leiden, maar betekent dat ons leven voortaan alleen begrepen kan worden door de liefde die Christus aan het kruis getoond heeft. In die liefde willen we leven, met die liefde willen we in onze wereld zijn, vanuit die liefde leven we met anderen. Dat is geen zware weg, maar een weg van vreugde, omdat we dan zoveel mogen ontvangen. Ik wens u een mooie weg met het kruis van Christus in uw leven. Amen.