LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 21e zondag door het jaar, 25 augustus 2019

Lezingen
Jesaja 66, 18-21
Psalm 117
Hebreeën 12, 5-7.11-13
Lucas 13, 22-30

Welkom
Vandaag wordt het Koninkrijk vergeleken met een deur waarvan je niet weet of die open gaat. Dat lijkt erg ongastvrij, maar het maakt duidelijk dat voor Jezus het Koninkrijk niet een beloning voor goed gedrag is, maar een geschenk aan mensen die vanuit diezelfde houding leven. Mensen die zelf als een open deur zijn, zullen op hun beurt een open deur ervaren wanneer zij op anderen en op God een beroep doen, maar iemand met een gesloten hart, staat voor een gesloten deur.

We denken dat we een open samenleving zijn, maar we houden blijkbaar vele deuren gesloten zodat vele mensen op straat moeten leven. Deze week werd duidelijk wat we in Den Haag al wisten: het aantal daklozen neemt hand over hand toe. Hoe open is onze samenleving? Christus nodigt ons hier uit om samen te zijn en aan deze tafel te komen. Laten we in ons hart en ons gebed al die mensen meenemen die geen dak boven hun hoofd hebben.

Homilie
Wie voor een gesloten deur staat, kan in paniek raken. Het is middernacht, je bent je sleutel kwijt en niemand is bereikbaar die je binnen kunt laten. Ook al is het je eigen huis: niemand laat je binnen en je moet buiten in de regen blijven staan! Het is een rampscenario dat nog erger wordt naarmate de omstandigheden dramatischer worden. Het kan je bijvoorbeeld overkomen in een vreemde stad met slecht weer, in een akelige achterbuurt waar je de eerste verdachte types al op je af ziet komen.

De gesloten deur waar Jezus van spreekt, is nog dramatischer omdat het de Laatste Deur betreft, ofwel de overgang naar eeuwig geluk, de toegang tot het Koninkrijk. Dat is het beeld van een eeuwige toestand van vrede en rust, een eeuwige verbondenheid met God. Als je die deur niet binnenkomt, blijf je voor eeuwig buiten. Wat bezielt Jezus om zo streng over een gesloten deur te spreken, terwijl we Hem eerder zien als een begripvolle Goede Herder die allen in zijn schaapstal verwelkomt? Hoe kunnen we deze twee beelden van Jezus met elkaar rijmen? De deur waar Jezus van spreekt is volgens mij niet een deur waarvan God naar believen de sleutel hanteert. Het is geen deur van de beloning voor goed gedrag. Volgens mij heeft deze deur een andere betekenis. Het is een deur die ons eigen hart weerspiegelt. Volgens de kerkvaders is deze deur de toegangsdeur tot dat kleine, verborgen deel van ons hart waar we ons eigen persoonlijk geweten ontmoeten. Het geweten is die kern van onze persoon waar we weten hoe oprecht of hoe onoprecht we zijn. We houden die deur meestal dicht omdat we onszelf niet de echte kritische vragen stellen naar de motieven van ons leven. Het is een kleine, smalle deur omdat we die toegang niet gemakkelijk nemen en deze vragen vaak achterwege laten. We zijn niet zo kritisch op onszelf.

Volgens Teresa van Avila is dit de kern van de innerlijke burcht waar een mens voor God staat. Deze God kijkt de mens liefdevol aan. Door zijn aanwezigheid confronteert Hij de mens met het Goede, het Ware en het Schone. De mens vraagt zich daardoor af of zijn/haar leven voldoende deze klassieke drie weerspiegelt. Zo ondervraagt God de mens of de deur van zijn eigen hart werkelijk open staat, maar er speelt ook een andere deur. Onze samenleving blijkt een wereld te zijn van vele gesloten deuren. Het bericht deze week dat het aantal daklozen de laatste tien jaar verdubbeld is, bijna verdrievoudigd, staat niet op zichzelf. Er is een groeiend onderscheid tussen mensen die of voor open of voor gesloten deuren staan. Terwijl de deuren van de welvaart voor een grote groep mensen wagenwijd open staan, zijn er andere deuren die potdicht zitten. Als we denken dat alle deuren in onze samenleving open staan, deuren van gastvrijheid, hulpverlening, gezondheidszorg, onderwijs et cetera, komen we bedrogen uit. Het valt erg tegen, zo blijkt als we kritisch kijken: gesloten deuren van bureaucratie, van tekorten aan personeel, van tekorten aan middelen, tekort in sense of urgency.

Als Raad van Kerken van Den Haag hadden we al besloten dit onderwerp ter sprake te brengen met de burgemeester, voordat het de wereld in kwam. Onze eigen stichting Straatpastoraat had al aan de bel getrokken: ook in onze stad is het zichtbaar dat meer mensen op straat verkeren. Onoplosbare woonproblemen en schuldenproblematiek zijn de wortel van deze problemen. Een oplossing vanaf de preekstoel aanreiken, lijkt me niet mogelijk, maar de aansporing van Jezus is om onze eigen deur open te houden opdat we de ander zien, zien met ogen van mededogen, ogen van gebed, gastvrijheid en vrijgevigheid. Het visioen van Jesaja kan ons bemoedigen: onze wereld moet niet een samenleving zijn van uitverkorenen en geprivilegieerden. Het visioen vertelt dat allen een plek krijgen in Gods wereld. Daartoe is het wel nodig dat ook wij ons hart open zetten. Laten wij dus ons hart openen in gebed, gastvrijheid en vrijgevigheid jegens mensen die in nood verkeren. De parabel van Jezus nodigt ons daartoe uit: als onze deur van ons hart open staat, zullen we ook Gods deur open aantreffen. Amen.