LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 20e zondag door het jaar, 18 augustus 2019

Lezingen
Jeremia 38, 4-6.8-10
Psalm 40
Hebreeën 12, 1-4
Lucas 12, 49-53

Welkom
In deze zomertijd die we kunnen gebruiken als een herstart, ook voor ons geloof, vuurt Jezus ons aan om niet te snel tevreden te zijn met de resultaten van ons leven en ons geloven. De keuzes die we maken, mogen ook zulke duidelijke gevolgen hebben dat de sporen die zij bij ons nalaten, daadwerkelijk anderen tot nadenken stemmen. Niet iedereen zal ermee instemmen en ons navolgen, maar dat is ook niet noodzakelijk. Diezelfde ervaring heeft Jezus immers ook gehad: sommige leerlingen konden zijn weg uiteindelijk niet volgen en zijn afgehaakt. Dat heeft bij Jezus niet geleid tot een soepeler houding of tot compromissen in zijn boodschap. Zijn levensgave was volkomen, radicaal, totaal. Dat vuur kan ook bij ons louterend werken. Hoe zit het met ons vuur?

Homilie
De functie van vuur is veelzijdig. Vuur is vernietigend en beschadigend. Wie ooit een brand thuis heeft meegemaakt, weet hoe bedreigend vuur kan zijn. Berichten over brand in bedrijven of in huizen halen meestal de voorpagina’s. We doen er alles aan om het ontstaan van vuur te voorkomen en nemen alle voorzorgsmaatregelen opdat een vuur in de kiem gesmoord wordt. Anderzijds weten we ook dat vuur reinigt en soms in de natuur een functie heeft om de aarde weer vruchtbaar te maken: de as van verbrande planten en gewassen maakt de aarde ook weer rijp om met vernieuwde kracht en vruchtbaarheid gewassen te laten gedijen. Het wordt ook door agrariërs in tropische gebieden met wisseloogsten toegepast om hun nieuwe kostgronden vruchtbaar te maken.

Het vuur verwijst in de Bijbel soms naar de scheppende kracht van God die de schepping wil vernieuwen. In andere gevallen is het vuur symbool van vernietigende krachten, maar ook wordt het genoemd als teken van Gods boosheid. Daar gebruikt God het vuur als een beeld om zijn ongenoegen met de mensen kenbaar te maken. In een aantal teksten is vuur het beeld van de straf die mensen kunnen oplopen waanneer zij in hun leven niet naar de opdracht van God hebben geleefd. Aan de andere kant wordt de liefde van God vergeleken met verterend vuur. Dat is een teken van de dubbele kant van Gods liefde: als je erin kunt delen is de kracht onbegrensd, maar wie erbuiten staat, zal ongelooflijk veel te kort komen! Het begrip vuur is dus dubbelzinnig: het is beangstigend, maar ook fascinerend. Het is vernietigend, maar ook zuiverend. We kunnen zowel de kracht van de liefde vergelijken met vuur, maar ook de kracht van haat en boosheid.

De tekst die de woorden van Jezus inleidt, is het verhaal van Jeremia in het Oude Testament die zijn scherpe profetische woorden moet bekopen met vervolging: hij wordt in een put geworpen en dat kan tot de dood leiden. Zijn woorden hebben maatschappelijke gevolgen. Gelukkig wordt hij nu gered, maar dat betekent niet dat de woorden van Jeremia zomaar waardering oogsten, integendeel.

De woorden van Jezus in het evangelie, die we zojuist hoorden, hebben in de loop van de eeuwen veel indruk op de christenen gemaakt. Vooral in tijden van vervolging hebben de leerlingen zich gerealiseerd dat deze woorden werkelijkheid geworden zijn. De keuze voor het geloof is niet vrijblijvend: wie in de zomer oude kerken en musea bezoekt, verneemt veel over martelaren die in de vroege tijd van het christendom hun leven hebben gegeven voor het ideaal van de liefde van God. Dit staat in schrille tegenstelling tot de boodschap van liefde die Christus ons heeft nagelaten, die in sommige perioden in bloed en geweld wordt gesmoord. Juist vanwege die ervaring heeft de vroege gemeenschap van de kerk deze woorden van Jezus bewaard en gekoesterd als een waarschuwing en een bemoediging. Als jou gevraagd wordt om een getuigenis van je geloof te geven onder de dreiging van geweld, weet dan dat Jezus dat al heeft voorspeld en dat Hij dus dat levensoffer van je ziet.

In onze tijd is het geweld tegen christenen weer opgelaaid. De berichten over vervolgingen van christenen in andere landen zijn talrijk geworden. Ook andere religies lijden eronder, maar christenen het meest. Het woord van Jezus is dus uitermate actueel. Laten we de vraag van Jezus naar onszelf toe halen. Wij worden hier niet vervolgd en we zijn vrij om op zondagochtend naar de kerk te gaan: wat betekent ons geloven voor ons? Brandt het vuur van deze overtuiging in een wereld die door God aan ons is toevertrouwd en waartoe Jezus Christus ons in het evangelie een voorbeeld geeft van menslievendheid en vergeving? Hoort ons geloof tot het hart van ons bestaan of is het slechts franje van routine en gewoonte? Durven we de confrontatie aan met anderen die dit geloof niet delen? Als het geloof geen tegenspraak meer oproept, is het misschien weinigzeggend geworden. Natuurlijk weten we dat ons geloof over dialoog gaat en niet over confrontatie, maar ons geloven vraagt wel een uitgangspositie voor de situatie waarin wij vandaag leven, het gaat om onze tijd en om onze wereld. Die uitdaging legt Jezus ons voor. Laat ons geloven een vurige bron van enthousiasme voor mensen en de samenleving zijn. Dan zal dat geloven ook een inspiratiebron voor anderen kunnen zijn. Amen.