LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging tweede zondag van Pasen, 28 april 2019

Lezingen
Handelingen 5, 12-16
Psalm 118
Openbaring van Johannes 1, 9-11a.12-13.17-19
Johannes 20, 19-31

Welkom
Het feest van Pasen kent geen einde. De liturgie onderstreept dit vandaag op Beloken Pasen, de zondag van de barmhartigheid. Indien we werkelijk de weg van Pasen gaan, verspreiden we barmhartigheid in de voetsporen van de verrezen Heer. Nu wordt zichtbaar welk effect het Paaslicht op mensen heeft, welke nieuwe mogelijkheden er zijn voor mensen die zeggen te geloven. De leerlingen laten zien dat de kracht van Jezus’ Geest in hen gekomen is en dat deze dezelfde wonderlijke gebeurtenissen tot stand brengt als Jezus. Geloof is handelen; effectief handelen kan alleen met geloof. Daar waar de Geest van Christus present wordt gesteld, kan de wereld veranderen. De wereld heeft dat nodig, mensen hebben dat nodig. Laten wij dragers van die Geest zijn die ons hier rondom de eucharistie heeft samengebracht. Brengen wij onze leefwereld bij God en vragen wij om wijsheid om de wegen van handelen te zien.

Homilie
De kerk kan alleen opgebouwd worden op geloof en overtuiging. De apostel Thomas was er niet bij, toen Jezus de eerste keer aan zijn leerlingen verscheen. Hij deelde niet in de ervaringen van de andere apostelen. Hij liep een stap achter. Het getuigenis van de andere leerlingen is voor hem onvoldoende. Hij heeft zijn eigen ervaring nodig. Die wordt hem bij de tweede ontmoeting wel gegund. De beschrijving van de eerste kerkelijke viering is sober en beperkt, maar de kern van dit samenzijn is duidelijk: een ontmoeting met de levende Heer. Deze ontmoeting gaat gepaard met het woord “vrede”. U weet dat ik dat als een herkenningswoord beschouw voor de verrezen Heer. Het is ook een herkenningswoord van de leerlingen van Jezus: daar waar zij komen moet werkelijke vrede zichtbaar worden. Deze vrede is de ervaring van de ontmoeting met de Eeuwige. Vrede is geen overeenkomst na een compromis, maar een “zijn”, een existentie: de mens is immers bedoeld als beelddrager van God. Pasen herinnert ons aan die oorsprong. De vrede van Pasen is aangebroken wanneer we kunnen geloven in het herstel van dat begin. De ontmoeting met de verrezen Christus herinnert ons aan die oorsprong.

De verhalen van Pasen zijn verhalen waar duidelijk wordt gemaakt dat de kerkgemeenschap de plek is waar Christus leeft, en waar de leerlingen Hem ervaren. In de verhalen van de eerste apostelen worden alle zintuigen aangesproken: ze zien en horen Hem. Thomas mag Hem zelfs aanraken. Er wordt gegeten en gedronken: aan de oever van het meer is een ontbijt gemaakt op een houtskoolvuur: zelfs smaak en geur doen mee in de ervaring van Pasen. Heel de mens kan vervuld raken van de ervaring dat de Heer leeft. Uit deze ontmoetingen blijkt dat Pasen niet simpelweg een spirituele gedachte is, of een droom die ons helpt de harde realiteit van vandaag te ontkennen. Pasen gaat over ons dagelijkse, menselijke bestaan: zoals in Christus het goddelijke en menselijke niet van elkaar gescheiden kunnen worden, kan onze persoonlijke ervaring niet losgemaakt worden van die hemelse nabijheid. Wij zijn wetenschappelijker en sceptischer ingesteld dan de apostelen en we wantrouwen dit spirituele aspect van de zintuigen. Toch vertelt Pasen hoe onze eigen werkelijkheid doordrongen en vervuld raakt van de werkelijkheid van Gods aanwezigheid in de Geest van de verrezen Heer Jezus Christus.

Hoe zijn sommige mensen in staat de wereld om hen heen te veranderen en verschil te maken tussen oorlog en vrede, tussen haat en verzoening? Er zijn grote voorbeelden die helaas zeldzaam zijn; de kleinere die de kranten niet halen zijn talrijker. In onze kerk hebben we mensen die we in onze herinnering vasthouden en als heilig beschouwen. Frans van der Lugt is er een, maar onze kerk staat er vol mee. We zien het al bij de apostelen. De kerk zelf heeft die wonderen ook nodig vanwege haar beschadigingen, soms door gebeurtenissen van buiten, soms door gebeurtenissen in haar zelf. De apostelen maken na het drama van Goede Vrijdag het verschil omdat zij persoonlijk de ervaring meedragen dat zij de Heer gezien hebben. Het krachtige getuigenis van Maria Magdalena heeft de andere apostelen op het spoor gezet om zelf op onderzoek te gaan en ruimte te scheppen om het zelf te ervaren.

De oproep is om weer toegang te hebben tot die ervaring. Wij zijn als kerkgemeenschap geroepen om die ervaringen te koesteren. Is hier ruimte om de Heer te ontmoeten? Brengt de eucharistie ons dichterbij Christus zoals de Emmaüsgangers dit ervaren hebben? Hun hart brandde in hun binnenste; hoe is het met ons hart? We zijn geroepen om als het ware het brandende hart in deze wereld te zijn, dat de bron is van de wonderbaarlijke genezing van onze samenleving, van de mensen in onze wereld. Uit het hart van Jezus komt barmhartigheid, uit ons hart kan barmhartigheid komen. Zoals Johannes op Patmos wordt opgeroepen zijn verhaal op Schrift te stellen, schrijven wij ons verhaal van barmhartigheid op vele manieren in deze wereld. Dat verhaal begint met de aanblik van Christus, de verrezen Heer die zijn wonden toont, maar ons Vrede schenkt. Deze Paastijd is een tijd van ontmoeten, een tijd van open staan voor ontmoetingen. We ontmoeten elkaar hier in de kerk als Thomassen en Petrussen en Johannessen, als Maria’s en Salomé’s. We delen met elkaar ons geloven en onze ervaringen om het brandende, vurige hart van deze wereld te zijn, bron van herstel en leven. Amen