LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging zestiende zondag door het jaar, 19 juli 2020

Lezingen
Wijsheid 12, 13.16-191
Psalm 86
Romeinen 8, 26-27
Mattheüs 13, 24-43

Welkom
Welkom op deze akker van Gods woord. In de serie parabels horen we vandaag de parabel die gaat over de realiteit van de akker van de wereld: goed en kwaad bestaan naast elkaar. Zelfs voor de leerlingen van Jezus is het een lastige zaak om beide uit elkaar te houden. De verleiding is groot om toch daar keuzes in te maken en van de wereld een zuivere samenleving te maken. Dat is echter een illusie. Die zuivere wereld is straks een geschenk van de Heer zelf, niet het resultaat van onze inspanningen. Kunnen we dat begrijpen? Kunnen we het geduld opbrengen en het uithouden dat het kwaad ook bestaat in onze wereld? In die realiteit vieren we de eucharistie die ons helpt om de droom, het verlangen te bewaren. Het is voedsel voor onderweg om ons in de harde realiteit te laten voeden door het symbool van het goede: het teken van de verrijzenis. Het Brood dat we ontvangen helpt ons om te blijven geloven in het koninkrijk dat Christus verkondigd heeft.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Het geloof helpt ons de droom van een goede en zuivere wereld vast te houden. Maar tegelijk biedt het een verleiding om die zuivere wereld tot stand te brengen. Dat betekent religieus fanatisme: het verlangen een zuivere maatschappij te bouwen, waar al het kwaad uitgebannen is. Ik ben een boek aan het lezen over de recente geschiedenis van het Midden Oosten waar dat fanatisme landen als Saudi Arabië en Iran in zijn greep heeft gekregen en hoe dat nog steeds de gevolgen laat zien. Er zijn dictaturen ontstaan waar minderheden onderdrukt worden, waar alles wat van de norm afwijkt het bestaansrecht wordt ontnomen. Het vergiftigt de relaties tussen volken, tussen religies en culturen. Mensen gaan daardoor denken dat religie en fanatisme altijd samengaan. Mensen krijgen er verschrikkelijke beelden van over God en godsdienst, terwijl er ook lange periodes waren van harmonieus samenleven.

We moeten eerlijk zijn en vaststellen dat iedere godsdienstige stroming het risico van fanatisme loopt. Ook het christendom heeft perioden heeft gekend van totalitarisme en religieuze dictatuur. Daar waar macht en geloof gecombineerd worden, kan dat leiden tot onderdrukking. Daarom is voor ons het beeld van de grootste macht niet een koning op zijn troon, maar Christus aan het kruis. Het is een waarschuwing aan het leiderschap. Gelukkig hebben we het evangelie dat ons de wijsheid aanreikt die ons behoedt voor dit soort fanatisme.

Vooral de wijsheid die we vandaag horen bevat een visie op de mens en de samenleving waar een evenwicht is tussen goed en kwaad, een realistische visie die de gelovigen waarschuwt niet te fanatiek te werk te gaan. Het beeld van het graan en het onkruid hoeft niet te beteken dat we afwachtend zijn en niets hoeven te doen. Afwachten is sowieso geen christelijke houding. In de tijd en in de wereld die ons gegeven zijn, kunnen we wel degelijk ons geloof gebruiken als inspiratiebron en als handelingsperspectief: het verhaal is een uitnodiging om in gesprek te gaan en in dialoog, om met elkaar te spreken over graan en onkruid, goed en kwaad.

Als we niet goed kunnen onderscheiden wat goede en kwade planten zijn, moeten we er rekening mee houden dat datgene wat niet goed lijkt te zijn, uiteindelijk toch kan uitgroeien tot een goede plant die overvloedig vruchten draagt. Een te snel oordeel ontneemt die plant die mogelijkheden en vernietigt meer dan nodig is, meer dan goed is. We kunnen dat overigens toepassen op onszelf: zijn alle gedachten bij onszelf even goed? Zitten er geen slechte gedachten bij? Zijn er bij onszelf ook geen groeimogelijkheden om het goede krachtig te laten worden tegen het kwade, dat we ook in onszelf aantreffen? Ook God zal immers barmhartig zijn!

Het beeld van God dat het boek Wijsheid geeft, de eerste lezing, is een mooie waarschuwing tegen een te fanatiek godsbeeld: God gaat voorzichtig te werk, met prudentie, zachtheid en goedheid. We ontlenen er ook een houding aan voor onszelf. “Weest volmaakt zoals God volmaakt is,” zegt Jezus. Dat geldt ook voor deze tekst: een rechtvaardige is een vriend van de mensen, niet een vijand of een fanatieke bestrijder. We spiegelen ons leven aan het beeld dat we van God gekregen hebben in dit boek van de wijsheid.

Dat geldt ook de leiders van de wereld. Ook zij kunnen zich beter aan dit beeld spiegelen. Te veel daadkracht blijkt een illusie. “Ze zijn gezakt voor de test” schrijft het NRC. We herinneren ons de grote leiders van Israël die ook het verlangen kenden om een zuivere maatschappij te bouwen, maar telkens door God werden teruggefloten, zoals Mozes, en die zelf ook in de valkuil van hun hoogmoed vielen, zoals David. Het lijkt wel alsof iedere tijd dit opnieuw moet uitvinden en telkens weer geconfronteerd wordt met leiders die op de stoel van God gaan zitten. Ook al kunnen we deze leiders niet als onkruid uit de samenleving rukken, we kunnen hen er wel aan herinneren, welke opdracht zij zelf hebben om ook met prudentie en voorzichtigheid met de akker van de samenleving om te gaan. Dat is onze profetische opdracht.

Onze kracht is gelegen in die spiegel die Jezus ons voorhoudt in de akker en in het gebed dat vervuld is van de Geest waar Paulus van spreekt. Laten we bidden tot God om wijsheid en zachtmoedigheid, om tederheid, zoals paus Franciscus deze vaak noemt als basishouding van leerlingen van het evangelie. Amen.

Verkondiging vijftiende zondag door het jaar, 12 juli 2020

Lezingen
Jesaja 55, 10-11
Psalm 65
Romeinen 8, 18-23
Mattheüs 13, 1-23

Welkom
Welkom op deze akker van Gods woord. Vandaag ontmoeten we Christus als de zaaier. Hij schenkt ons Gods Woord dat voedsel ten leven is. Hoe zijn we hier gekomen? Als je hier bent gekomen over een strakke weg die dik geasfalteerd is en waar geen toevalligheden meer toegelaten worden, zeg je: “mijn leven is op orde en laat geen radicale veranderingen meer toe of onrustig makende vragen.” Of merk je dat je overbelast bent en eigenlijk geen tijd heb om rust te nemen en je te laten voeden? Denk je: “mijn leven is een rotsachtig landschap geworden”. Of heb je net kunnen ontsnappen aan een druk werkritme waartussen je nog net even tijd vindt om aan je religieuze verplichtingen te voldoen? Of ben je hier als een soort stadsmonnik die weet dat Gods Woord pas tot gedijen komt wanneer de bodem voorbewerkt is?

Hoe het ook zij: welkom. We laten ons meenemen in dit ritme van de liturgie van ontvangen en teruggeven, een liturgie van inademen en uitademen, van stilte en gebed, van hoofd en hart. In dat ritme mogen we de Heer ontmoeten.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie iemand ziet zaaien op oude afbeeldingen en schilderijen, kan er nostalgisch van worden. En wie denkt hierbij niet aan de zaaier van Vincent van Gogh die bij de ondergaande zon zijn taak verricht? De zon wordt een aureool dat verwijst naar de heiligheid van deze taak. Het zaaien verwijst naar het ritme van het leven: eerst zaaien en dan wachten tot het kiemt en dan bijhouden zodat het gewas groeit en gezond blijft en er niet te veel onkruid tussen komt. En ten slotte de oogst die vreugde geeft. Het is een ritme van hoop, wachten, zorgen, werken en vreugde. De zaaier gaat aan de slag met de hoop dat zijn werken vrucht draagt. Hij stelt vertrouwen in de oogst. Hij weet dat hij geen heer en meester is over de oogst, maar hij draagt zijn steentje bij.

In dat ritme leven wij ook. In ons leven zaaien we en oogsten we. We werken en verzorgen. We zijn soms afwachtend om te zien wat er van ons werken terecht komt en of de groeikracht er werkelijk in zit en het gewas doet groeien. Wij zijn als zaaiers dienstbaar aan het Woord van God. Wij bepalen niet waar het terecht komt. Want zoals vaker wordt gezegd over deze parabel van Jezus: God is een verkwistende zaaier. Hij zaait overal: op de weg, tussen de rotsen en tussen de distels. Want waar het zaad opkomt en wortel schiet en tot wasdom komt, is de oogst overvloedig. Je moet geen kans laten lopen om te zaaien.

Coronatijd is een periode met een ander levensritme, andere accenten en andere aandachtspunten: minder onderweg, minder naar buiten gericht en meer ontvangen. Niemand heeft daarvoor gekozen, maar binnen de omstandigheden kunnen er keuzes gemaakt worden, zoals mensen kiezen om te mopperen, te kritiseren en zelfs te demonstreren, is er ook de keuze om juist momenten van contact intenser te laten zijn, meer dankbaar te zijn voor de momenten van contact en de ontmoetingen. We kunnen kiezen om meer in te ademen, meer tot verdieping te komen, meer aan gebed en bezinning te doen, dan aan uitademen: daar bedoel ik mee tijdverdrijf zoeken en afleiding. Beide maken het ritme van het leven uit en soms moet dat ritme worden bijgesteld. Dat is het voordeel van deze moeilijke tijd. We worden gedwongen ons ritme eens bij te stellen.

De zaaier die dienstbaar is aan het Woord van God leeft in het rustige ritme van overgave. Ook als wij het leven niet kunnen bepalen, kunnen we het wel ontvangen. De zaaier zal ook zijn omgeving in ogenschouw nemen en beseffen dat hij niet overal evenveel succes zal hebben.

Dat geldt ook voor pastores: soms zijn we in gesprek met mensen en dan weten we soms al van te voren dat het weinig vrucht zal dragen, maar dan zeggen we - de zaaier indachtig: ik blijf maar zaaien want niet ik bepaal de groeikracht maar het is de kracht van Gods Woord zelf. Dat kan mensen op een nieuw spoor zetten en dat kan soms de aarde dusdanig omwoelen dat een kale, schrale vlakte tot een tuin wordt omgevormd. Datzelfde geldt ons allen: we zaaien allemaal op onze eigen manier: in onze gesprekken met familieleden en vrienden, met je kinderen en met je ouders, op verjaardagen en op je werk. Dat zijn allemaal momenten om te zaaien. Denk niet te snel dat het geen nut heeft: je weet op afstand niet altijd welke bodem je voor je hebt. Het kan soms vruchtbaar genoeg zijn zodat een woord overvloedig vruchten draagt.

Leef dan volgens het ritme van de zaaier en verwacht niet meteen de oogst, maar wacht geduldig op het moment van de oogst. Die komt niet op een moment dat wij zelf bepalen, maar is daar waar Gods Geest werkt en mensen bemoedigt en vernieuwt. God is een God van verassingen, hoorde ik vanmorgen in de Kloosterkerk en laat het zo zijn dat we ons door God en door de kracht van zijn Woord kunnen laten verrassen. Amen.

Verkondiging veertiende zondag door het jaar, 5 juli 2020

Lezingen
Zacharia 9, 9-10
Psalm 145
Romeinen 8, 9.11-13
Mattheüs 11, 25-30

Welkom
Welkom op deze plek van stilte en bezinning. Ondanks de ingewikkelde voorschriften vanwege het Coronavirus weten we dat God zelf de werkelijke bron van vrede is. Hem kunnen we ontmoeten door Christus. Hij spreekt vandaag van de weg van rust en vertrouwen. Mogen we beseffen hoe kostbaar het is om in de onrustige wereld een moment van rust en bezinning te vinden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer, Een fascinerende, vaak Middeleeuwse afbeelding is “Jezus op de koude steen”. We zien Christus die na de bespotting en na zijn martelgang naar Golgota op een steen zit, slechts gehuld in een lendendoek. Hij wacht op het moment dat Hij aan het kruis genageld gaat worden en zal sterven. Ik vind het een fascinerend beeld omdat het in mijn ogen een tegenstrijdigheid in zich draagt: het lijkt me onmogelijk om op dat moment deze rust te ervaren. Toch heeft de boodschap van dit religieuze thema eeuwenlang christenen geïnspireerd. Van dit beeld gaat een rust en vrede uit die eigenlijk voor mij onbegrijpelijk zijn. Het is de tegenhanger van het beeld van Jezus in de hof van Getsemane waar die vrede juist ver te zoeken is. De doodsangst van Jezus leidt daar tot grote eenzaamheid en verlatenheid. Een eenzaamheid die ook uitgedrukt wordt in de slapende leerlingen die geen idee hebben van hetgeen er boven hun hoofd hangt. Deze scene in Gethsemane eindigt met Jezus’ overgave aan Gods nabijheid, die Hem niet meer verlaat tot het moment van de kruisiging zelf. Het gevoel van godsverlatenheid klinkt nog wel door in de uitroep van psalm 22 die Jezus vlak voor zijn sterven citeert: “God, mijn God waarom heeft u mij verlaten?”

De afbeelding van Jezus op de koude steen straalt toch de rust en vrede uit waar Jezus vandaag ook van spreekt: “komt allen tot mij die uitgeput zijn en onder lasten gebukt gaan en ik zal u rust en verlichting schenken.” Deze rust is meer dan uitrusten en even op adem komen. Het gaat om vrede en harmonie, waarbij de mens zichzelf hervindt en zich als onderdeel van de schepping herkent: een kind van God en broeder/zuster van heel de mensheid. Het gaat om de vrede van de eerste sabbat die God zelf viert aan het einde van zijn scheppingsweek: als alles en iedereen zijn plek heeft in Gods schepping, kan er werkelijke vrede zijn, shalom. Naar die vrede verwijst Jezus vandaag in zijn bemoedigende tekst. De combinatie met de eerste verzen van deze perikoop, maakt ons duidelijk dat deze vrede meer is dan zomaar de rust van vakantie, of ontspanning na een werkdag, of een feestje omdat we van vele maatregelen rondom Corona bevrijd zijn.

Ik heb wel gemerkt dat veel mensen zich de rust en de harmonie hebben laten afnemen door de vele maatregelen. Natuurlijk: het leek soms streng en onbuigzaam. Het leek het wel of de kerkgang door mensen in de kerk zelf belemmerd en bemoeilijkt werd. Dat riep onenigheid en discussie en dus negatieve energie op. Het is de uitdaging voor ons als leerlingen van Jezus, dat we ons die vrede en harmonie, die shalom van het evangelie niet laten ontnemen door de omstandigheden die ons omgeven. Onze bron is immers dieper.

Deze echte vrede vraagt echter wel het aannemen van een engagement en een opdracht. Het is geen zorgeloosheid en bevrijding van verantwoordelijkheden die Jezus biedt. Integendeel. Wij beseffen dat we een hoge opdracht hebben meegekregen in ons leven, een opdracht waar de redding van de wereld mee samenhangt. We vertrouwen dat Christus de bron van vrede is en dat die vrede slechts te vinden is in verbondenheid met God de Vader zelf. Als we beseffen dat Hij de opdracht geeft om de wereld te redden en de weg te wijzen naar geluk en vrede, dan weten we dat God dit werk ook tot een goede einde zal brengen. Dat maakt het juk van ons engagement zacht: Hij draagt het met ons mee en zal het tot een goede einde brengen.

Daarom durven we ook het perspectief aan dat de profeet Zacharia schetst: de vrede van zee tot zee, wereldwijd zou ik zeggen. Vrede beperken tot je vrienden, of tot je eigen kerk of tot je eigen land of continent, dat is een illusie. Wij kijken verder. Dat brede perspectief geeft rust en vrede, omdat dit perspectief door God geschonken wordt. Anders worden we geregeerd door de angst om ons eigen land of onze eigen zekerheden veilig te stellen. Wanneer we ons werkelijk open stellen en ons laten voeden door dit profetisch perspectief, zal er rust en vrede komen. Dan zijn we echt met God verbonden en durven we onze opdracht aan.

Mogen we met die boodschap de wereld waarin we leven bemoedigen en versterken en getuigen van de rust die Jezus in zich had op het einde van zijn leven: de rust van “Jezus op de koude steen”. Amen.