LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 9 februari 2020 – 5e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 58, 7-10
Psalm 112
1 Korintiërs 2, 1-5
Mattheüs 5, 13-16

Welkom
Vandaag lezen we de bekende tekst uit de Bergrede over het zout der aarde en het licht der wereld, een gevaarlijke tekst omdat we hierdoor zouden kunnen denken dat Jezus ons op een voetstuk zet en ons tot uitverkorenen maakt in een wereld van onwetenden. In een wereld die verloren is, zouden wij ons gelukkig kunnen prijzen omdat wij tenminste wel de betekenis van onze werkelijkheid en ons leven kennen. Dat is niet de boodschap van deze woorden: ze vormen een opdracht. We kunnen immers niet zonder deze wereld. We staan er niet buiten of boven. Zonder de wereld hebben zout en licht geen betekenis en zijn ze zinloos. Hoe moeten we deze woorden over zout en licht dan wel verstaan? Wat doen we met de kleur die we brengen en met de smaak die we toevoegen aan de wereld? Wat houdt dat eigenlijk in? Als we niet meteen het antwoord weten, is dat misschien niet zo erg. Als we echter de vraag niet meer stellen, dan lopen we onze roeping mis.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Duisternis is voor ons nauwelijks nog een reële ervaring. Er is altijd wel licht om ons heen, straatverlichting, licht in de huizen, licht op je bureau, licht van de auto; anders heb je altijd nog je telefoon bij je om licht te maken en de weg te vinden of om anderen de weg te wijzen. Een enkele keer valt de stroom uit en dan is het wereldnieuws en dan valt de wereld stil. Dan beseffen we: zonder licht weet de mens de weg niet. Maar er is nog meer: licht geeft kleur: pas als de zon gaat schijnen zien we de kleuren in de natuur, de kleuren in de steden, de kleuren op de gezichten van mensen. Dan kunnen we details en nuances onderscheiden die voor een juist oordeel en een juiste beslissing noodzakelijk zijn. Licht bepaalt ook het ritme van de natuur, de lengte van de dagen en nachten, de seizoenen en de groei van de natuur. Het ritme van het licht bepaalt ons leven. Hoewel we steeds meer kunstmatig licht hebben, kunnen we zonder het ritme van de zon niet bestaan.

De afgelopen week heb ik met een aantal collega’s een bijeenkomst bijgewoond rond de vorming van priesterkandidaten in onze Katholieke Kerk. Wat hebben zij nodig om later hun licht te laten schijnen over de geloofsgemeenschap waar ze aangesteld worden? Het is een vraag die alle gelovigen betreft. Het priesterschap is een van de vormen om je licht te laten schijnen in de kerk en in de wereld. Maar wat kan een priester en een diaken en een pastoraal werker met zijn licht als de kerk zelf verduisterd is? Ons werd duidelijk hoezeer priesterstudenten geroepen zijn de wereld waarin zij gaan werken, te kennen en deze te omarmen. De plek waar zij Jezus ontmoeten is ook de wereld en de samenleving van vandaag. Maar dat bewustzijn geldt ons allen: door ons licht kunnen we anderen laten zien dat Christus aanwezig is. De vraag is niet alleen “komen er voldoende roepingen”, maar ook: “is er voldoende licht in onze kerk en zijn alle gelovigen zich voldoende bewust van dit licht, zodat in dat licht de roepingen zichtbaar worden, alle roepingen tot vrijwilliger, tot religieus leven tot diaken en priester?” Er is zoveel te doen. De wereld is niet door God verlaten, maar het ontbreekt haar aan het juiste licht om Christus te herkennen.

Dus terug naar het licht. De woorden van Jezus zijn niet aan individuen gericht. Hij zegt niet: “jij bent het licht der wereld”. Het is aan een collectief gericht: “jullie zijn het licht der wereld.” Het is aan de menigte gericht die naar de Bergrede luistert. Voor ons betekent dit dat we samen als kerk dit licht uitdragen. Onderdeel van het licht is dat je samen dit licht draagt en toont. Als je je afzondert en denkt dat jij zelf het licht bent, bedrieg je jezelf en de ander. Dan verwijs je slechts naar jezelf, terwijl het de bedoeling is dat het licht Christus en zijn boodschap van liefde, vergeving en tederheid onder de aandacht brengt.

Dit licht is tegelijk fragiel en uitdagend. Het licht dat God ontsteekt is fragiel, omdat het gemakkelijk gedoofd kan worden: een kaarsje maakt dit duidelijk. Wie een kaars ontsteekt om voor iemand te bidden, brengt licht in de duisternis van verdriet en eenzaamheid. Het kan simpelweg worden uitgeblazen door scepsis, door negativisme, door gebrek aan zingeving. Maar wie het licht doorgeeft, ziet het groeien en ziet de wereld veranderen, omdat mensen hoop ontlenen en weer licht in zichzelf ontdekken.

Het licht is ook een uitdaging omdat het gemakkelijker is om het licht voor jezelf te houden. Het is niet gemakkelijk de juiste gelegenheden en woorden te vinden om het licht uit te dragen. We prijzen onszelf gelukkig met dit licht, maar als anderen dit niet zien, heeft het geen zin. Op de kandelaar met dit licht! Laat het maar zien: dit licht is de inspiratiebron voor al ons spreken, handelen, bidden en denken. Alle keuzes, klein en groot, maken wij in het teken van dit licht van het evangelie. Licht zijn is geen roeping en geen keuze. Het is een gegeven met ons doopsel en vormsel. Als wij onszelf christenen noemen, is het geen vraag meer of we licht zijn. Dit licht wordt ons geschonken als opdracht en uitdaging. In de sacramenten die we ontvangen, ligt dat licht van Christus besloten. We geloven dat de mens, als beeld van God, gevoed door het licht van God, dit licht van de scheppende en liefdevolle God uit kan dragen. Moge de heilige Geest van de lieve God ons inspireren om dit licht te tonen aan de wereld. Amen

Verkondiging 2 februari 2020 – opdracht van de Heer in de tempel

Lezingen
Maleachi 3, 1-4
Psalm 24
Hebreeën 2, 14-18
Lucas 2, 22-40

Welkom
Welkom op deze dag van het licht. We zijn getuigen op deze veertigste dag na Kerstmis dat er opnieuw getuigen opstaan die het licht in Jezus herkennen. Na de herders en de wijzen, bezingen Simeon en Anna dit Kind. De ontmoeting speelt zich af op de drempel van het Godshuis, de tempel van Jeruzalem, de plek van het verbond. In tegenstelling tot wat Lucas ons vertelt was het helemaal geen algemeen gebruik dat ouders met hun pasgeboren kinderen naar de tempel gingen voor hun reiniging. Er was wel een reinigingsritueel in Leviticus voor moeders. Dit verhaal krijgt van Lucas de dimensie van de opdracht van Jezus als profeet, als wegbereider van de profetische gerechtigheid. Hij zal de weg banen voor het Koninkrijk. Een nieuw tijdperk is aangebroken. Terecht legt de liturgie van vandaag nadruk op de betekenis van deze ontmoeting voor het Kind zelf. Wij zijn net als Simeon en Anna getuigen van de komst van Christus: nu kunnen we echt de kerststal opbergen, omdat wij zelf getuigen zijn van het nieuwe tijdperk. Wij hebben die figuren van engelen, herders en wijzen niet meer nodig: het tafereel is in ons hart gegrift. Moge dat licht ons hart en ons spreken vervullen, opdat we met Simeon en Anna zingen van het licht dat over ons is opgegaan.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Is er voor Europa een nieuw tijdperk aangebroken? De afgelopen jaren lieten een worsteling zien om dit nieuwe tijdperk aan te laten breken. Nu is het dan zo ver, voor sommigen de vervulling van een diep verlangen, voor anderen een teken dat we op de weg terug zijn. De mensheid staat regelmatig voor grote beslissingen, maar wie kan overzien welke gevolgen dergelijke beslissingen hebben? Wat zal de toekomst brengen? Zal het een succes zijn, of zal de teleurstelling weer groeien en de scepsis bezit nemen van mensenharten? Onze aandacht gaat vandaag niet uit naar de politieke kant van genomen beslissingen, dat is niet aan ons, maar het gaat hier om de betekenis van de woorden van Simeon en Anna die een nieuw tijdperk van licht aankondigen.

Voor alle duidelijkheid: in Lucas wordt alleen Simeon geciteerd. Anna lijkt een meer passieve rol te spelen. Toch is hier sprake van een profetenpaar dat samen de oude verwachting van het Joodse volk verwoordt, zij treden samen op. We zien op ons Maria-altaar dat zij samen Jezus ontvangen. We hebben daarom het hele verhaal gelezen en zijn niet gestopt bij vers 32. Anna herinnert aan de moeder van de profeet Samuël die de weg baant naar een nieuw tijdperk voor Israël: het koningschap van David en de tempel van Salomo in Jeruzalem: symbolen van eenheid die bedoeld zijn om de grenzen van Israël te overstijgen, Maar de tijd was er toen nog niet rijp voor! Het nieuwe tijdperk, dat de twee profeten Simeon en Anna verkondigen, is de overwinning van het particuliere denken: het licht dat in Christus verscheen is niet alleen voor ons, maar voor alle volkeren en voor alle mensen. Het licht bewaren voor jezelf, het licht opsluiten in de eigen ruimte van je uitverkorenheid, doet het geweld aan. Maar hier schuilt juist de voortdurende verleiding voor de mensheid: grenzen stellen aan het licht, het licht claimen als privé bezit en exclusief voorrecht. Of dat nu de vorm heeft van het beschermen van je materiële bezit, of vormen van nationalisme of van eigendunk: het particularisme heeft vele vormen, zowel op individueel en persoonlijk vlak, zowel op het niveau van groepen en naties en volken als op het niveau van confessies en religies en andere groepen. Het nieuwe tijdperk dat wordt verkondigd, wil daar een eind aan maken.

Licht is moeilijk te definiëren: is het straling, zijn het deeltjes? Licht beweegt en heeft een snelheid. Licht verandert de wereld: het opgaan van de zon geeft kleur en toont ons het gelaat van onze medemensen. Als het licht van de zon over ons is opgegaan, is het moeilijk om ons leven nog te verduisteren. We merken het aan ons kerkgebouw: als de zon naar binnen schijnt, zien we het kleurenspel dat niet alleen de rijkdom van het gebouw laat zien, maar evenzeer de variatie aan mensen, hun verscheidenheid aan herkomst, en toekomst, hun verscheidenheid aan kwaliteiten en verhalen. Het licht gaat op over allen, zonder een oordeel. Jezus zegt dat later: het licht gaat op over alle mensen, goeden en slechten. Het licht is niet voorbehouden aan uitverkorenen, maar Gods licht is nabij aan alle mensen in dit leven.

Het licht is ook symbool van het innerlijk licht, onze binnenkant waarmee onze visie op onszelf, onze wereld en de toekomst verlicht wordt. Het is het licht van het inzicht dat ons helpt keuzes te maken. Volgens dat licht zijn keuzes om het particularisme te overwinnen juister dan het terugtrekken achter grenzen. Dat innerlijk licht spoort ons aan een uitgestoken hand te zijn die afstanden overbrugt en die mensen verbindt. Dat dit lastige uitdagingen zijn, hoef ik niet uit te leggen: kunnen we de ander wel begrijpen en aanvaarden?

Het anders zijn van de ander bevraagt onze eigenheid. Hoe moeilijk dat is, zien we aan internationale verhoudingen zoals in Europa en in het Heilig Land, maar evenzeer op het persoonlijke vlak waar het soms moeilijk is om vrienden in nood te hulp te komen of hun problemen op te lossen. In zulke situaties is gebed een fundament. Gebed begint dan niet met woorden, maar met het beschouwen van het licht, contemplatie en bezinning, stilte. Zoals John Henry Newman in zijn gebed: Lead kindly light. Hij erkent dat het Gods Licht is dat hem de weg wijst en hem inspireert tot de lastige en moedige beslissingen die hij heeft moeten nemen. Het heeft hem moeite gekost om zich daaraan toe te vertrouwen, maar het heeft hem een nieuw tijdperk gebracht in zijn leven. Zo kan het nieuwe tijdperk dat Simeon en Anna aankondigen ook daadwerkelijk voor onszelf een nieuw tijdperk betekenen als we dit Licht herkennen. Moge dat Licht ons wijsheid schenken om de juiste beslissingen te nemen en te zien hoe het nieuwe tijdperk van Jezus ons leven verlicht. Amen

Gebed van John Henry Newman (1801-1890)

Lead, Kindly Light

Lead, Kindly Light, amidst th'encircling gloom,
Lead Thou me on!
The night is dark, and I am far from home,
Lead Thou me on!
Keep Thou my feet; I do not ask to see
The distant scene; one step enough for me.

I was not ever thus, nor prayed that Thou
Shouldst lead me on;
I loved to choose and see my path; but now
Lead Thou me on!
I loved the garish day, and, spite of fears,
Pride ruled my will. Remember not past years!

So long Thy power hath blest me, sure it still
Will lead me on.
O'er moor and fen, o'er crag and torrent, till
The night is gone,
And with the morn those angel faces smile,
Which I have loved long since, and lost awhile!

Meantime, along the narrow rugged path,
Thyself hast trod,
Lead, Saviour, lead me home in childlike faith,
Home to my God.
To rest forever after earthly strife
In the calm light of everlasting life.

Nederlandse vertaling (vertaling in Youcat, gebedenboek)

Leid me, U mild licht!
Leid me, als ik omringd word door duisternis.
Duister is de nacht, en ik ben ver weg van thuis.
Leid me en bescherm mijn voet.
Ik wil helemaal niet zien wat nu nog veraf is.
Voor mij is iedere volgende stap voldoende.

Zo heb ik niet altijd kunnen bidden:
Leid me!
Ik dacht dat ik mijn weg alleen kon gaan.
Ik hield van de rooskleurig voorgestelde, ijdele dag,
mijn hart was ingenomen door trots.
Ach, Heer, vergeet het,
maar leid me nu naar uw weg.

U was altijd bij mij met uw zegen.
En ik ben ervan overtuigd dat U me verder zal leiden –
door modder en moeras, over rotsen
en door snelstromend water,
tot mijn duisternis voorbij is en op de morgen
de glimlach van uw engel mij ontvangt, die me zo lief is
en die ik onderweg kwijt was geraakt.
Amen

Verkondiging 26 januari 2020 – 3e zondag door het jaar – Gods Woord

Lezingen
Jesaja 8, 23b - 9, 3
Psalm 27
1 Korinthiërs 1, 10-13.17
Mattheüs 4, 12-23

Welkom
Vandaag luisteren we met nieuwe aandacht naar Gods Woord. Paus Franciscus heeft ons uitgenodigd de ontdekkingstocht in de Bijbel opnieuw aan te vatten. Deze derde zondag in het kerkelijk jaar grijpt hij aan om na te denken over de betekenis van Gods Woord voor ons dagelijkse leven. Al sinds het Vaticaans Concilie is het Woord van God in het hart van de kerk en de liturgie geplaatst. Er wordt veel meer uit de Bijbel gelezen en bovendien wordt het lezen van Gods Woord ook gezien als zijn aanwezigheid in ons midden. Hij spreekt tot ons. We koesteren de lezingen en in het bijzonder het evangelie. We gaan staan bij het evangelie en we beseffen dat Christus het tot ons richt. Laten we ons vandaag openstellen voor Gods woord waarbij Hij ons uitnodigt Christus te volgen. Mogen wij wegen vinden om aan die uitnodiging gehoor te geven.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Niet zo lang geleden heb ik mijn kinderbijbel teruggevonden. Terwijl ik deze tientallen jaren niet gezien had, herkende ik meteen weer de plaatjes en de verhalen die ik als kind verslonden heb. Deze kinderbijbel was het begin van een levenslange fascinatie voor de verhalen van het Oude en het Nieuwe Testament. Tijdens mijn studie theologie werd technischer naar de redactie en de context van de verhalen gekeken. Onder de eerste lezing van de verhalen gaat een hele wereld en een ingewikkelde geschiedenis schuil. Er is de overgang van de orale traditie, het verhalen vertellen, naar het opschrijven van deze verhalen. het ging ook over de kracht van de geschreven verhalen in de periode van de afwezige tempel. In de overlevering vond Israël de hoop en de kracht om het geloof tijdens de ballingschap niet te verliezen. Dat is een boodschap voor ons in een tijd waarin de kerk fundamenteel verandert, om een beroep te blijven doen op Gods gesproken en geschreven Woord.

Tijdens de studie leerden we onderscheid te maken tussen de verschillende tradities van de Bijbelse verhalen, met verschillende karakteristieken, die variaties in de beelden van God en zelfs verschillende namen voor God laten zien. We leerden tijdens de studie nauwkeurig lezen om de verschillende handen te herkennen die samen de verhalen ineengevlochten hebben. De Bijbel is niet van één auteur maar is het resultaat van een heel complex geïnspireerd proces dat tot op vandaag de geloofsgemeenschap inspireert. Dat had niemand zo kunnen verzinnen of in elkaar kunnen zetten. Als gelovige zie ik in het redactieproces, in de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel, de hand van God, ofwel de adem van de heilige Geest. Geïnspireerde mensen hebben deze verhalen opgeschreven omdat ze de aanwezigheid van de liefdevolle en vergevende God hebben ervaren en dat willen ze aan ons doorgeven.

De verhalen van Jezus zijn ook eerst mondeling doorgegeven en van gemeente tot gemeente gegaan. Steeds hebben de verhalen mensen bijeen gebracht en werden deze verhalen het fundament van de kerkgemeenschap. Paulus trekt rond door het Middellandse zee gebied, maar zijn belangrijkste instrument is het levensverhaal van Christus en het verhaal over zijn opstanding uit de dood. Hij spreekt de gemeenschap ook aan op hun manier van leven. In Korinthe is er veel verdeeldheid. Waar is de oproep van Jezus tot eenheid gebleven? Hoe is het met onze eenheid? Aan het einde van de gebedsweek van de eenheid moeten we erkennen dat we nog steeds te weinig van broeder- en zusterschap herkennen bij andere christenen. We hebben een mooie gebedsviering gehad deze week en dat was inspirerend. Maar er is nog een lange weg te gaan. Dat zelfde speelde in Korinthe, zo blijkt uit de tweede lezing van vandaag. Hoe herkenbaar.

De verhalen hebben een cruciale rol gespeeld in mijn roepingsverhaal. Toen ik ontdekte hoe de verhalen kunnen passen op het leven van mensen nu, hoe de verhalen gebruikt kunnen worden in het pastoraat om mensen duidelijk te maken hoe God aanwezig is in hun leven, werd de fascinatie zo groot dat ik als het ware verhalenverteller wilde worden: maar dan wel de verhalen van Christus. Ieder woord kan immers een boodschap voor ons inhouden. Een woord heeft soms een dubbele betekenis of is met een speciale reden daar neergezet. Ook ik doe nog steeds nieuwe ontdekkingen. Zoals ik ontdekte dat in het evangelie van Johannes het eerste woord dat Jezus spreekt een vraag is: wat zoek je? Zoals God de mens vraagt na de zondeval: Mens waar zit je?

Dat God de Vader, of God de Zoon vragen stelt kan raar lijken: God weet toch alles? Waarom zou Hij dan iets moeten vragen? God gaat met ons in gesprek. Dat is dus ook de Bijbel: Gods gesprek met ons, met de mensheid en met de wereld, zoals ik gisteren bij een uitvaart zei, nadat we de Zaligsprekingen hadden gelezen: welke zaligheid past het meeste bij je of welke zaligheid moet je nog echt ontwikkelen? Als we de Bijbel zo kunnen lezen, als Gods gesprek met ons, dan gaan we vanzelf anders lezen en dan kunnen we misschien beter luisteren. Ik wens u een mooie ontdekkingstocht. Amen