LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 21 november 2021, Christus koning van het heelal

Lezingen
Daniël 7, 13-14
Psalm 92
Openbaring 1, 5-8
Johannes 18, 33b-37

Welkom
Aan het einde van het kerkelijk jaar krijgen we een dramatisch tafereel voor ogen: de vastgebonden Jezus in gesprek met Pilatus. Een machteloze man die veroordeeld gaat worden en het onderspit delft. Het is geen gesprek: het geweld werpt zijn schaduw al vooruit. Dit gesprek kan niet goed aflopen: mensen verstaan elkaar niet. Zij praten langs elkaar heen. Het gevolg weten we: de dood aan het kruis.

We hebben gisteren een enorme uitbarsting van geweld gezien. Dat is niet voor het eerst. Beschouw deze viering als een bescheiden demonstratie van vrede. We zijn met een bescheiden groep, maar er zijn vele kerken en gebedshuizen waar mensen in vrede samenkomen. Laten we een moment stil zijn om te beseffen dat wij geloven in de kracht van vrede. Daartoe zijn we hier samen. We bereiden ons voor om het Brood van Gods Vrede te ontvangen. Laten we eerst ons geweten onderzoeken, opdat Gods Geest het geweld in onszelf kan wegnemen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie macht wil uitoefenen, wil dat graag over anderen doen. De macht van de een beperkt de ruimte van de ander. De baas in het bedrijf kan opdrachten geven aan de werknemers, de leraar voor de klas geeft taken aan de leerlingen. De aanvoerder op het veld kan aanwijzingen geven, die anderen moeten opvolgen. Met normale machtsuitoefening is niets mis, maar macht kan misbruikt worden: een werkgever geeft onmogelijke opdrachten, de leraar is buitensporig streng. De dictator snoert de oppositie de mond en misbruikt vluchtelingen voor zijn machtsspel. Macht houdt het risico in dat anderen machteloos worden, of in ieder geval macht moeten inleveren. Macht kan leiden tot machtsmisbruik. Macht kan mensen corrumperen. Machtigen raken eraan gewend dat anderen willoos volgen. De stap van macht naar geweld is dan niet meer zo groot.

Het gesprek tussen Jezus en Pilatus is een ongelijk gesprek: de machtige vertegenwoordiger van de keizer spreekt tot de machteloze gevangene, die op het punt staat gemarteld en uiteindelijk gedood te worden. En Pilatus wil er een spel van maken. Het is dus een gewelddadig gesprek. Pilatus geniet van zijn macht. U weet dat hij elders in het gesprek opmerkt dat hij de macht heeft om Jezus eventueel vrij te laten. Dat is geen aanbod om eventueel barmhartig te zijn; het is een spel zoals een kat met een muis speelt. Er is geen sprake van dat de gevangene wordt vrijgelaten: alleen de machteloosheid van Jezus wordt onderstreept. Het gesprek krijgt een vreemde wending door de reactie van Jezus die allerminst onder de indruk is van de macht van Pilatus of van de keizer. Jezus weigert in het machtsspel van Pilatus mee te gaan. Voor Hem betekenen koningschap en macht iets totaal anders dan voor Pilatus. Zijn macht heeft niets met geweld te maken, maar met dienstbaarheid (denk aan de voetwassing), met vrijgevigheid (denk aan de bruiloft van Kana en de broodvermenigvuldiging), met leven (denk aan de opwekking van Lazarus). Stadhouder Pilatus doet zijn macht gelden ten koste van de vrijheid van de anderen. Hij heeft de Joden in zijn greep. Hij weet ze te bespelen en tegen elkaar uit te spelen. Er zijn verzetshelden, de zeloten, maar er zijn meer collaborateurs, de tollenaars. Zolang ze onder elkaar verdeeld zijn, heeft Pilatus geen kind aan ze. Machiavelli had er nog wat van kunnen leren.

De boodschap van Jezus is dat de macht zoals Pilatus deze hanteert, de mens misvormt en een vorm van geweld is die voor de mens dodelijk is. In het sterven van Jezus, dat volgt op de veroordeling, ligt besloten dat de hele mensheid hierdoor ten onder kan gaan. Het ingrijpen van God de Vader in de Verrijzenis door zijn Zoon opnieuw een Geest van leven te schenken, net als bij zijn doop, biedt ons hoop en geeft ons een perspectief op redding. De mens hoeft niet uitgeleverd te zijn aan geweld!

Het geweld waar we dit weekeinde getuige van zijn, laat zien hoe de mens zich kan laten meeslepen door het spel van de macht. Het zijn afschuwelijke beelden van geweld, dat weer ander geweld uitlokt, beelden van mensen die niet meer voor rede vatbaar zijn. De helft van de gearresteerden is minderjarig: wat was de reden van hun geweld en hun boosheid en geweld? Wie heeft hen daartoe opgehitst? Achter deze demonstraties zitten personen en krachten die graag macht willen uitoefenen in onze samenleving, maar die in onze democratische rechtsstaat onvoldoende kanalen vinden om die macht te verwerven. Het geweld komt voort uit grove taal, uit scherpe beledigingen. Of het nu sociale media zijn, of opiniestukken, of zelfs de beledigingen en bedreigingen die in de tweede Kamer worden geuit: ook daar ligt een verantwoordelijkheid voor het geweld. Ieder die grove berichten de wereld in stuurt, iedereen die anderen grof beledigt en kwetst, draagt verantwoordelijkheid voor het geweld dat we zien.

Het is een waarschuwing aan ons allen: een vredige samenleving komt niet vanzelf. Ons enige antwoord is dat wij hier samen komen in vrede. Het is een demonstratie dat het anders kan! We vieren vandaag Christus Koning. Straks zien we uit naar de geboorte van de vredevorst. Dat is voor ons een oproep om ons eigen innerlijk door zijn Geest van Vrede te laten bepalen. Als Christus onze Koning is, dan houden we ons verre van geweld in denken, spreken en in handelen. In de aanblik van het geweld van Pilatus liet Jezus zich niet intimideren, maar Hij bleef in de Liefde van de Vader. Ook wij laten ons niet intimideren door geweld. We laten ons er niet door van de wijs brengen. Ons samenzijn in vrede waar we het Brood van de Vrede delen, toont de wereld hoe het mogelijk is dat mensen in vrede leven. Amen.

Verkondiging 7 november 2021, Willibrorduszondag

Lezingen
Jesaja 52, 7-10
Psalm 96
Hebreeën 13, 7-9a.15-17a
Marcus 16, 15-20

Welkom
Onze gids vandaag is een vreemdeling die van ver gekomen is om een blijde boodschap te brengen. Hij brengt vreugde. Hij brengt een boodschap van geluk, een bericht waar je blij van kunt worden. Willibrordzondag brengt ons bij de oorsprong van het evangelie in Noord Nederland, een monnik uit Ierland die de Franken en Friezen komt bekeren. Wat is zijn overtuigingskracht? Waardoor raken mensen begeesterd als ze hem ontmoeten? Natuurlijk is het niet simpelweg een succesverhaal geweest en hebben Willibrord en later Bonifatius grote tegenslagen moeten incasseren. De kern is dat de boodschap vreugde is: het evangelie vertelt dat de toekomst van de mens niet bepaald wordt door duisternis en dood, maar door licht en leven. Het is de verrijzenis die ons uitzicht biedt, ook in moeilijke tijden van corona en moeilijke omstandigheden voor onze kerk. Laten we ons openstellen voor de boodschap van vreugde.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Wie een reis gaat maken, zal de richting moeten bepalen. De reiziger maakt een planning en weet wat er mee moet om de reis een succes te laten zijn. We kennen dat allemaal van reizen die we zelf ondernemen. Of het vakantiereizen zijn, of een paar dagen uit met familie en vrienden. Je hebt een programma en je hebt het voorbereid. Je wilt niet voor onverwachte verrassingen staan. Ook Willibrord was een reiziger, maar die ging anders te werk. Natuurlijk had hij geen navigatie tot zijn beschikking en waren zijn vervoersmiddelen uitermate kwetsbaar: kleine bootjes op een onstuimige zee, dan de Oude Rijn opvaren in onrustige en onveilige gebieden, en vervolgens met paarden of ezels de steden betreden waar de bevolking op zijn gunstigst nieuwsgierig, maar eerder vijandig was voor deze vreemd uitgedoste monniken. Was het wel een verstandige onderneming van Willibrord en zijn gezellen? Wat bewoog Willibrord om op pad te gaan? De sleutel kan gevonden worden in de boodschap van Jesaja. De boodschapper is een brenger van vreugde. Het is iets moois wat hij komt vertellen. Het is de lezing van kerstochtend. Ik weet niet of u die herkend heeft? Dan is het de geboorte van een nieuwe mens die verkondigd wordt. Waarom wordt dit nu op Willibrord toegepast? De context van Jesaja is een duistere: de stad is verlaten, de tempel is vernietigd. Er was niets glorieus van Israël overgebleven. De bloeiperiode was voorbij en het volk is in ballingschap vertrokken. Ook de tijd van Willibrord was een duistere tijd: de tijd van de welvaart en de rust van het Romeinse rijk was voorbij. In dat vacuüm waren de wegen onveilig en was de toekomst onzeker. Men voelde zich overgeleverd aan duistere krachten die men gunstig wilde stemmen. Eigenlijk waren die goddelijke figuren niet zo menslievend. Zij verwachten eerder offers en onderdanigheid van de mens om zich gunstig te laten stemmen.

De boodschap van Willibrord was een vreugdevolle boodschap, omdat hij een God verkondigde die wel degelijk om het geluk van de mens bekommerd was. Niet alleen het geluk voor vandaag en morgen, niet alleen voor het hier en nu, voor de korte termijn. Het gaat God zelfs om geluk zonder einde, zonder grenzen. Ook deze boodschap was, net als met Kerstmis, een boodschap van de geboorte van een nieuwe mens. De mens in de ogen van Willibrord is niet een mens die volkomen afhankelijk is van de willekeur van de goddelijke krachten. Die hadden geen echte relatie met mensen. Het waren eerder onbeheersbare en onbetrouwbare natuurkrachten. Daarom is die boodschap van Willibrord nog steeds een vreugdevolle boodschap: nog steeds kunnen we in ons geloof de geboorte van een nieuwe mens herkennen.

De onzekerheid van de moderne mens die voortdurend verlangt om zelf autonoom te zijn en die vindt dat de wereld maakbaar en meetbaar moet zijn, loopt tegen grenzen aan. Het zijn de grenzen van onze gezondheid: een pandemie die we niet onder controle krijgen. Klimaatverandering: kunnen de ontwikkelingen nog gestopt worden? Ondanks mooie woorden en goede intenties, lijkt het een onafwendbaar noodlot voor de mensheid te zijn. Onenigheid in onze eigen samenleving, boosheid die de toon zet, demonstraties die steeds vaker met geweld gepaard gaan, of mensen die zomaar willen rellen en vernielen. In die onrustige tijden klinkt de boodschap van het evangelie als een bron van vreugde. Wat is die vreugde die we hier mogen vieren en met elkaar mogen delen? Het is de boodschap van innerlijke kracht die wij ervaren om moeilijkheden te boven te komen. Een bron die leeft in onszelf: we ervaren het Woord en de sacramenten van Gods nabijheid door gebed, door betrokkenheid bij de geloofsgemeenschap en door Gods kracht. Wij zijn toch niet overgeleverd aan ziekte en dood? Het is toch God zelf die onze tochtgenoot is? Hij is het toch die voortdurend in ons hart spreekt en ons bemoedigt? Hij is het toch die soms weer inspirerende mensen doet opstaan? Met die boodschap zijn ook wij op reis. Niet een reis zoals Willibrord die maakte en ook niet als een vakantiereis. Het is de levensreis die ons brengt van ontmoeting tot ontmoeting, van de ene gebeurtenis in ons leven tot de andere. We maken die levensreis met de vreugde dat God in ons woont en ons verbonden heeft met elkaar en met zijn Zoon die voor de liefde heeft geleefd, een liefde die wonderen deed en nieuw leven bracht. Wij hebben van dat leven ontvangen en niemand zal ons dat nog kunnen afnemen. Juist in moeilijke tijden komt het erop aan uit die kern te leven en de vreugde daarvan te ervaren.

Mogen we vandaag op Willibrorduszondag beseffen welke vreugde ons geloof geeft en hoe we daardoor stevig kunnen staan in onrustige tijden! Amen.

Verkondiging 2 november 2021, Allerzielen

Lezingen
Jesaja 25, 6a.7-9
Psalm 126
Lucas 23, 44 -24, 6a

Welkom
Welkom op onze begraafplaats van Petrus’ Banden, voor velen van u een vertrouwde plek. Sommigen vinden hier rust en troost: een plek om de graven te verzorgen, om tot bezinning te komen. Deze tuin van het leven is ook een plek van ontmoeting: lotgenoten, vrienden en familieleden, medewerkers van de begraafplaats, bekende en onbekende gezichten. Allerzielen brengt ons hier samen: een gemeenschap van mensen die zich zelfs over de grens van de dood met elkaar verbonden weten. Er is een band die niet vergaat, ook al doet het pijn als we elkaar niet kunnen zien, spreken en aanraken. Toch is er een bron die dieper gaat dan dit alles. Die willen we hier raken, die bron willen we hier met elkaar openen. Laten we hier luisteren naar ons hart, luisteren naar de stilte, luisteren naar het gebed, luisteren naar je eigen hart.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Als iemand voor altijd de ogen sluit, voelen we ons ontredderd. De ogen kijken ons niet meer aan. Ze zijn leeg en dof geworden. Soms sluiten we de oogleden ter bevestiging van de constatering dat onze vader of moeder, onze partner, ons kind gestorven is.

Ogen zijn in het leven als vensters die ons met elkaar verbinden. Ogen worden spiegels van de ziel genoemd. Zij geven toegang tot elkaars innerlijk. Als je elkaar goed kent, kun je aan de ogen van de ander herkennen hoe hij/zij zich op dat moment voelt en misschien zelfs wat er in hem of haar omgaat. We staan vandaag op Allerzielen stil bij onze relatie met hen die gestorven zijn. We willen opnieuw voor hen bidden terwijl we geloven dat zij bij God zijn. We vragen we ons misschien af: waar zijn zij nu? Wat zien zij nu? Zien zij God? Wat kunnen we ons daarbij voorstellen? De beide lezingen van vandaag reiken ons het beeld aan van een sluier die weggenomen wordt, een gordijn dat verscheurd wordt. Het duister moet het afleggen tegen het licht. Dat is een hoopvolle boodschap. Al zijn hun ogen gesloten: een nieuw licht is voor hen opgegaan. Kan ons dat troosten?

Te vaak wordt ons leven beheerst door duisternis. De duisternis van het verdriet, het afscheid, de stilte en de eenzaamheid? De onzekerheid: hoe moet mijn leven nu verder? Dit is de afgelopen jaren versterkt door de gevolgen van de pandemie: beperkt bezoek aan elkaar, beperkt bezoek aan verpleeghuizen en ziekenhuizen, beperkte deelname aan uitvaarten. Het zijn omstandigheden die het rouwen nog moeilijker en eenzamer maken.

Daarom zijn de teksten zo hoopvol vandaag: de blik wordt gericht op een oneindig samenzijn met elkaar. Het vertrouwen dat er voor hen die gestorven zijn, een nieuw licht is opgegaan, kan ons helpen met andere ogen naar ons leven en onze wereld te kijken. Ons geloof helpt ons immers om op een andere manier onze ogen te gebruiken. Onze ogen zien niet alleen maar de materiële werkelijkheid, maar ze zien ook de betekenis van die werkelijkheid. Zoals wij elkaar aankijken en beseffen welke relatie we met elkaar hebben, zo kijken we ook met zulke ogen naar de werkelijkheid. Met de profetie van Jesaja kijken we anders naar de volken in de wereld: zij zijn geen strijdende volken en naties maar broeders en zusters die een gemeenschappelijke bron in de liefde van God herkennen. Die maakt ons allen broeders en zusters. Fratelli Tutti zegt Paus Franciscus.

Die visie maakt een einde aan onverschilligheid jegens elkaar; het maakt een einde aan kortzichtigheid en gerichtheid op zichzelf. Dat heeft ook alles te maken met het besef van eeuwigheid. Dat is het perspectief dat alle mensen verbindt. Daarom boezemt een graf ons geen angst in, maar is het een poort om naar die eeuwigheid te gaan. De opstanding van Jezus vertelt ons dat een graf geen teken is van dood, maar van doorgang naar het leven. Niet het graf is onze bestemming, maar het leven bij God.

Laten we onze ogen de kost geven. We willen met gelovige ogen naar het leven kijken. We kijken zelfs met gelovige ogen naar de dood. We laten ons geen angst meer inboezemen. We weten ons door de evangelist Lucas uitgenodigd om zelf als boodschappers van het leven de wereld in te gaan. We mogen hier troost met elkaar ervaren, hier in de viering, in het samenzijn met elkaar, in het delen van herinneringen, in het bidden en stil zijn, in het samen ontsteken van kaarsen. Dat doen we niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen die ons dierbaar zijn. Durven we het aan om met diezelfde boodschap van Lucas de wereld in te gaan? Durven we te zeggen: Hij is niet hier, Hij leeft!

We laten ons niet zomaar leiden door wat we naar menselijke maatstaf mogelijk achten. Hebben we in ons leven niet vaker ervaren dat de liefde ons tot grote, onverwachte dingen in staat stelt? Dat die liefde licht brengt waar duisternis was, dat die liefde vergeving brengt, waar we moeite hadden met elkaar? Dat is de weg die we kunnen gaan. Laten we het goede en wonderlijke van het leven bewaren en koesteren. We mogen daar de boodschap aan ontlenen. Als we met gelovige ogen de wereld ingaan, zullen we het licht kunnen zien dat God voor ons bestemd heeft. Dan kunnen we getroost worden en elkaar troosten. Moge dat onze weg zijn. Amen.