LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 4 februari 2024 – vijfde zondag door het jaar

Lezingen
Job 7, 1-4.6-7
Psalm 147
1 Korinthe 9, 16-19.22-23
Marcus 1, 29-39

Welkom
Dit huis, deze kerk, is vandaag een huis van opstanding. We horen van een persoon die volstrekt passief is geworden door haar ziekte: ze kan niet eens om hulp vragen. Anderen wijzen Jezus op haar probleem. Hij neemt de schoonmoeder van Petrus bij de hand en er begint een nieuw leven voor haar. Iedere dag is het begin van een nieuw leven. Iedere dag heb je de kans om na te denken over de vraag: waardoor kan ik vandaag - voor mijzelf, voor anderen, voor de wereld misschien - het verschil maken?

Wie het evangelie van vandaag leest, ziet hoe als het ware de hele mensheid bij Jezus op de stoep staat. “Iedereen zoekt u”. Ik denk dat ook vandaag nog veel mensen op zoek zijn. Maar de eerste stap is uit te spreken wat je vraag is. Wat verwachten wij eigenlijk van het leven? Wat verwacht je van jezelf? Beantwoordt je leven vandaag aan die vraag en die verwachtingen? Dat zelfonderzoek doet ook Job, de tragische figuur uit de eerste lezing die uiteindelijk meer van God begrijpt dat al zijn gelovige vrienden bij elkaar. Maken we ruimte in ons hart voor dat zelfonderzoek over de stand van zaken van ons eigen leven vandaag.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Een interessante discussie las ik gisteren in de krant. Het was een discussie tussen generaties, de generatie X en de generatie Z. Ik moet ook altijd even nadenken over die namen, maar het gaat om de mensen die in de vijftig en zestig (mijn generatie) geboren zijn en aan de andere kant de jongeren die vanaf het jaar 2000 ter wereld zijn gekomen. U weet dat er altijd verschillen zijn tussen generaties. Door de snel veranderende omstandigheden, door sociale ontwikkelingen, technologische verworvenheden, politieke gebeurtenissen worden de verschillen echter groter en tegenstellingen scherper. De verschillende generaties begrijpen elkaar niet meer vanzelf, omdat de omstandigheden waarin de nieuwe generatie opgroeit, niet meer herkenbaar is voor de oudere generatie. De discussie van gisteren ging over de vraag hoe mensen reageren op zaken die in de samenleving verkeerd gaan.

De jongste groep staat op de barricades en voelt zich snel miskend en gekwetst en eist dat er iets gebeurt. De oudere generatie voelt zich weerbaarder en neemt tegenover zaken die verkeerd gaan een rustiger en meer afwachtende houding aan van: niet zeuren, jezelf wat meer relativeren, de dingen niet persoonlijk opvatten, het probleem bij de ander laten. De jongste generatie klaagt luid en duidelijk grensoverschrijdend gedrag aan en signaleert allerlei misstanden. De ouderen zoeken meer bij zichzelf een oplossing en zoeken een manier om meer uit eigen kracht te leven en zich niet te laten kwetsen of beïnvloeden door anderen. Dit brengt ons bij de persoonlijke vraag, hoe wij zelf met die tegenslagen omgaan. Welke weerbaarheid hebben we ontwikkeld? En voor ons hier samen: helpt ons geloof om een gezonde en krachtige houding te vinden waarmee we ook anderen de weg kunnen wijzen en ondersteunen?

Job is het voorbeeld van de strijdende en klagende mens. Hij heeft reden genoeg om te klagen. Alles in zijn leven verliest hij: kinderen, rijkdommen, aanzien, gezondheid. Alleen zijn vrouw blijft bij hem, maar ze is verbitterd en boos. Bij haar vind Job ook al geen kracht meer. En waar is God nu? Zijn vrienden zeggen Job dat hij zich er bij neer moet leggen. Maar geloven betekent voor hem niet dat hij moet zwijgen en alles zomaar moet laten gebeuren. Hij wil begrijpen; hij neemt geen genoegen met halfbakken antwoorden, met clichés. De enige die hem uiteindelijk kan helpen is God zelf. Die vertelt hem uiteindelijk dat ook al is het leven een ademtocht en kwetsbaar, het door God gegeven is en voor God dierbaar blijft. Ieder mens is God dierbaar, hoe kwetsbaar of hoe beschadigd ook. De duisternis die ons omringt, of dat nu is door wat anderen ons aandoen, of door wat ons anderszins overkomt, die kern van liefde kan door niets of niemand worden afgenomen.

Ook Paulus wordt geraakt in zijn zelfvertrouwen als hij nadenkt over zijn prediking. U moet niet denken dat Paulus slechts successen kent: dat valt bitter tegen. Zijn tochten langs de gemeenten door het oostelijk deel van het Middellandse Zee gebied is geen triomftocht van het evangelie. Flinke tegenslagen geven zijn zelfbewustzijn voortdurend klappen. Uiteindelijk voelt hij zich zwak, maar hij leert om daar juist zijn kracht in te vinden, omdat hij de Gekruisigde naast zich vindt. En deze Gekruisigde vertelt hem van de opstanding: dat zijn nieuwe mogelijkheden en perspectieven die zich openen, die hij zich niet had kunnen voorstellen.

Het gebaar van Jezus die de hand neemt van de zieke schoonmoeder en haar doet opstaan, vervult Jezus van het besef van zijn opdracht. Hij moet niet in Kafarnaüm blijven, maar verder rondgaan. Die tocht brengt hem tot de randen van Israël en erover heen, uiteindelijk tot in Jeruzalem. Aan die rondgang is door Pasen geen einde gekomen. Die gaat door tot in onze dagen en wij zijn het nu die anderen bij de hand nemen en hen doen opstaan.

Van welke generatie je ook bent, X of Z, of van de generatie Y die ertussen zit, of van Alpha die nog komen gaat: de boodschap van het evangelie van vandaag is dat de mensheid tot meer in staat is dan de misstanden en toestanden die we nu meemaken. Nooit is de situatie uitzichtloos en als we onze stem verheffen tegen wat fout gaat, doen we dat met hoop en veertrouwen dat er nieuwe wegen zijn, en nieuwe mogelijkheden zich openen. Job ervaart nieuw leven zodra God tot hem gesproken heeft. Paulus ervaart dat de opstanding van Jezus als een krachtbron in hem zelf leeft. Jezus die de schoonmoeder van Petrus nieuw leven geeft, bedoelt daarmee ook dit leven aan ons allemaal te geven. Laat dat ons vertrouwen zijn en laten we elkaar daarin bemoedigen. Amen

Verkondiging 21 januari 2024 – derde zondag door het jaar

Lezingen
Jona 3, 1-5.10
Psalm 25
1 Korinthe 7, 29-31
Marcus 1, 14-20

Welkom
Deze zondag valt in de gebedsweek voor de eenheid. Op allerlei plekken, in allerlei kerken wordt vandaag en de komende week in verschillende bijeenkomsten gebeden voor de eenheid. Vroeger heette deze week “de gebedsweek voor de eenheid van de christenen”. Maar dat laatste is op een gegeven moment weggelaten. De eenheid van de christenen staat immers niet op zichzelf, maar verwijst naar de eenheid in de wereld. Zoals de christenen moeite hebben om de handen ineen te slaan voor gebed en voor gezamenlijke actie, zo lukt het ook de wereld niet om eenheid op te bouwen. Integendeel, we zien verscheurdheid en conflicten en er wordt steeds meer haat gezaaid waardoor we ook voor de toekomst moeten vrezen. We geloven dat de eenheid van de kerken de weg baant voor meer eenheid in de wereld. Vandaag bidden we in verbondenheid met de andere kerken. We herkennen in het doopsel het teken dat de kerken verbindt, in het evangelie de centrale boodschap van Jezus. Laten we ons leiden door de roepstem van God? Zien we nieuwe mogelijkheden voor ons geloof en onze kerk? Geloven we daar nog in? Geloven we nog in onze eigen roeping? Daarop willen we ons vandaag bezinnen.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De boodschap van Jona is dat zijn verkondiging vruchten draagt, ondanks zijn ongeloof. Jona is de sceptische profeet die uiteindelijk, na lang verzet tegen en ontvluchten van zijn roeping, toch met tegenzin de boodschap van God naar de stad Ninive brengt. Een vrijwel hopeloze opdracht, Want hoe kan één mens de inwoners van zo’n immense stad bereiken? Drie dagreizen groot! Slechts één dag reist Jona en hij brengt er zijn boodschap.

Toch doet de boodschap zijn werk. Het woord van God bereikt het hart van de mensen. Het bereikt het hart van de koning. Blijkbaar brengt Jona Gods woord met een houding waarbij hij zichzelf onbelangrijk vindt. Hij is niet het instrument van God, hij is niet degene die de prestatie moet leveren. Het is het Woord zelf dat vruchten draagt.

Dat Woord verbindt de kerken met elkaar. Er is maar één evangelie. U zegt: maar er zijn er toch vier? Dat klopt: er zijn vier tradities waarin de kerk erkend heeft dat de boodschap van Jezus authentiek naar voren komt. Die vier tradities vullen elkaar aan, hebben verschillende accenten. Zij sluiten elkaar niet uit, maar ze vullen elkaar aan. Het leert de kerken dat ook zij het evangelie op eigen manier verstaan en dat ze bij anderen te rade kunnen gaan om het evangelie in volle breedte te verstaan. Ieder mens is geroepen om het Woord van God een plek te geven. Daar hoef je geen religieuze professional voor te zijn. In het dagelijkse leven zijn wij navolgers van het evangelie, bij onze keuze voor boodschappen, bij keuzes over onze financiën en vrijgevigheid, over onze houding jegens elkaar. Je kunt het heel concreet maken als je wilt.

Zo klinkt de roepstem in het leven van de vier eerste apostelen zo sterk door, dat zij zeggen: “wij volgen u, Jezus.” En zij ontdekken in het leven van Jezus dat het scheppende woord van God zelf in Hem leeft. Alle wonderlijke gebeurtenissen hebben hun oorsprong in de boodschap dat waar Jezus spreekt, God schepping verder gebracht wordt. Wat maakt dat de vier vissers hun netten achterlaten? Ik denk dat zij door de woorden van Jezus merken dat hun leven meer is dan waar zij voor zijn opgevoed en opgeleid. De kaders van hun leven waren helder en goed vastgelegd: vissers zijn zij zoals hun vaders en misschien wel hun hele familie. Hun wereld was niet groter dan hun eigen werkelijkheid. Het Woord van God dat Jezus brengt, doet hen beseffen dat de wereld groter is dan hun eigen wereld.

Het woord van God daagt ons uit om de bekende kaders te verlaten. Dat geldt ook onze kerken. Op de eerste plaats kunnen de kerken hun voordeel doen met de verdeeldheid. Natuurlijk gaat die verdeeldheid tegen de verkondiging van Jezus zelf in. “Ik bid dat allen een zijn” zegt Hij tegen het einde van zijn leven in het Johannes evangelie. De verdeeldheid van de kerken belemmert de verkondiging van het evangelie. Hoe kunnen verdeelde kerken nu één evangelie verkondigen? Maar door die verdeeldheid kan geen enkele kerk zeggen dat zij de meesteres is van het evangelie. Het evangelie is groter dan de kerk, zoals het Vaticaans concilie heeft gezegd dat ook bij andere kerken prachtige evangelische elementen te vinden zijn. We kunnen dus wat van elkaar leren.

Bovendien laat het roepingsverhaal vandaag zien dat ieder mens geroepen wordt. Vertrouwdheid met de woorden van het evangelie is nodig als een fundament. Dagelijkse omgang met het evangelie kan dan erg helpen. In een gespreksgroep die ik leid, lezen we nu de parabels van Jezus. Die kunnen flink lastig zijn en schuren met ons eigen leven. Want de criteria van rechtvaardigheid liggen voor Jezus elders dan wat onze liberale economische samenleving als verstandig beschouwt. Rechtvaardigheid heeft voor Hem alles te maken met vrijgevigheid en grenzeloosheid. Durven we dat een plek te geven? Trekken we voldoende consequenties uit de verhalen en parabels van Jezus? Misschien lijken we wel op Jona: we willen best christen zijn en katholiek, maar als er veel gevraagd wordt, willen we ons dagelijks leven niet verlaten. Maar in het verhaal van Jona blijkt dat Gods boodschap, meer vruchten draagt dan we zelf kunnen denken. Laten we dus met vertrouwen ons geloof belijden en trouw blijven aan onze geloofsgemeenschap. Amen

Verkondiging 14 januari 2024 – tweede zondag door het jaar

Lezingen
1 Samuel 3, 3b-10.19
Psalm 40
1 Korinthe 6, 13c-15a.17-20
Johannes 35-42

Welkom
Na de kerstcyclus begint het liturgiejaar aan de gewone reeks zondagen en het begint vandaag met roeping. We mogen ons realiseren dat geloven begint met de ontdekking dat we geroepen zijn. Natuurlijk heeft dat alles te maken met wat we zelf verwachten in het leven. Het wordt ons ook gevraagd bij een nieuw jaar: Wat hoop je van dit komende jaar? Welke plannen heb je? Wat wil je dit jaar bereiken? Die vraag kunnen we ons ook als gelovige stellen en we kunnen voornemens maken: ik wil nu eindelijk eens dat ene boek lezen, of dat bepaalde Bijbelboek uitpluizen. Of ik wil die of die taak in de parochie op me nemen. Heeft u al wat bedacht?

Bijbelverhalen gaan over de dialoog tussen God en mensen. Het is een innerlijke dialoog. We horen een stem in ons hart en daar denken we dan over na. Wat is dan ons antwoord? In deze eucharistie roept de lieve God ons op zijn Woord en zijn Brood te ontvangen. We ontvangen dan zijn liefde, als geschenk en opdracht. Moge de Geest ons verlichten om die opdracht te verstaan.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Horen en zien hebben vandaag met de twee belangrijkste zintuigen in deze Bijbelverhalen te maken. Samuel moet leren luisteren. Hij verblijft in de tempel, maar ook dan is het geloof nog niet vanzelfsprekend. In het evangelie zien de eerste leerlingen Jezus voorbij gaan. Johannes de Doper helpt hen om in Jezus God zelf te herkennen. Hoe is het met onze luistervaardigheid en met ons gezichtsvermogen gesteld?

De jongen Samuel groeit op in de tempel. Dat zal wel een goed voorbeeld van een gelovige opvoeding zijn, zul je denken. Zo simpel blijkt het niet te zijn. Geloven is meer dan Bijbelverhalen en de catechismus goed leren. Samuël heeft ongetwijfeld van de priester Eli diens lessen over de geschiedenis van Israël geleerd. Hij kent de verhalen van de bevrijding uit de zondvloed van Noach door de Ark, de keuze van Abraham voor de ene God die hem een nieuw leven geeft in Kanaän. Hij kent het verhaal van de bevrijding uit de slavernij van Egypte door Mozes en de intocht in het Beloofde Land onder leiding van Jozua. Het zijn mooie verhalen, maar Samuel hoort ze maar met één oor. Het zijn verhalen van het verleden. Hij verstaat nog niet wat ze met hem zelf te maken hebben. Waarom zou hij als Noach, Abraham, Mozes of Jozua zijn? Hoe zou hij zich kunnen vergelijken met de groten van de geschiedenis van Israël?

Samuel is trouwens niet de enige die in de tempel wordt opgevoed. De priester Eli heeft nog twee eigen zonen: Hofni en Pinechas. Zij zullen net als Samuel opgevoed zijn met de verhalen van Israël. Waarom zou de adoptiezoon Samuel nu de uitverkorene zijn en niet de eigen zonen? Het blijkt later dat de twee zonen opgroeien voor galg en rad. Zij zijn een schande voor hun vader door hun liederlijk gedrag. Het is de klassieke waarschuwing die we later ook van Jezus horen: als je denkt dat je aan de goede kant staat, omdat je nu eenmaal van goede afkomst bent, dat je het goed getroffen hebt met jezelf. Dat zal tegenvallen. De gerechtigheid van een mens heeft altijd te maken met eigen persoonlijke keuzes en niet met maatschappelijke status.

De twee zonen van Eli zullen op een ellendige manier omkomen. Het bericht van hun dood zal voor hun vader Eli zijn dood betekenen. Samuel had moeite Gods stem te verstaan, maar hij leert luisteren: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert.” Het was Eli die hem hielp met luisteren. Kunnen wij zelf signalen in ons leven begrijpen als stem van God? Hebben wij mensen om ons heen die ons leren luisteren en verstaan? Horen en luisteren: het zijn twee verschillende woorden. Horen is begrijpen wat er gezegd wordt, luisteren is de boodschap verstaan in de context van je leven. In de samenhang met je leven met mensen om je heen, vanuit je geloof, vanuit de opdracht in de samenleving. Net als Samuel kunnen wij antwoord geven als dienaar of dienares. Wij mogen ons leven begrijpen als geroepene van God, als kind van Israël, als mens met een opdracht. Ons leven is meer dan alleen leven voor onszelf.

In het evangelieverhaal lezen we een parallel met kijken en zien. Johannes de Doper wijst op Jezus die voorbij gaat en zegt: “Kijk, daar gaat het Lam Gods”. De leerlingen kijken naar Hem en zien dat zij in plaats van met Johannes de Doper nu met Jezus verder moeten gaan. Zij begrijpen dat hun periode met Johannes slechts een voorbereiding was voor een ander leven, een leven met Jezus zelf.

Hoe kijken wij naar Jezus? Het verhaal van Johannes 1 is een spel met namen en titels: Lam Gods, Rabbi, Messias, de naam Jezus zelf is ook een titel of beter een geloofsbelijdenis: zijn naam betekent: “de Heer redt!” Wie zijn naam noemt, spreekt meteen een geloofsbelijdenis uit. Ook Petrus krijgt een nieuwe naam, Kefas, rots. Het verhaal betekent dus dat ook wij een nieuwe naam krijgen bij onze doop: Kind van God, bemind Kind van God. Net als Petrus zijn wij geroepen een rots voor de ander te zijn, dat de ander op ons kan bouwen. Navolging van Jezus betekent ledematen van Christus zijn. Het betekent dat wij bij hem horen. Dat vieren we als we in de kerk zijn. Dan maken we die eenheid zichtbaar door samen te zingen, te bidden, en het Brood te ontvangen, Het ene Brood verbindt ons met elkaar als symbool voor de ene mensheid. Dat bepaalt onze blik op de wereld: ons geloof helpt ons kijken en zien. Wij zien de wereld met ons geloof. Dan zien we dat ondanks alles de Geest van vrede werkzaam is en mensen onvermoeibaar tot vredeswerk aanzet. We geven de moed niet op. Juist in deze donkere tijden geeft de navolging van Jezus ons de mogelijkheid om een licht in de wereld te zijn. Laten we met moed en vertrouwen in de voetsporen van Jezus en zijn evangelie gaan. Zijn Geest zal ons de weg wijzen. Amen