LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 25 oktober 2020, 30e zondag door het jaar

Lezingen
Exodus 22, 20-26
Psalm 18
1 Thessalonicenzen 1, 5c-10
Mattheüs 22, 34-40

Welkom
Welkom bij deze viering waarin we het hart van de kerkgemeenschap willen laten kloppen rondom Schrift en Eucharistie. We stellen Christus present omdat we naar zijn Woord luisteren en door zijn aanwezigheid gevoed worden. We geloven dat dit een teken van heil is voor de hele parochie, voor de hele kerk, ja zelfs voor de mensheid. God verbindt zich met ons en dat is de weg ten leven. In de morele opdracht die we vandaag horen, kunnen we in de verleiding komen te denken dat wij dat leven moeten brengen: als wij zorgen voor elkaar, zal er leven zijn. Nee, het leven is door God geschonken. Wij koesteren dat leven. Onze naastenliefde is minder een morele opdracht, dan een ontmoeting met God zelf in de ogen van de mensen die we in ons leven ontmoeten.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De discussie van Jezus met zijn bekende opponenten over het grootste gebod staat in het kader van de discussie over het eeuwig leven. Jezus heeft in de passage ervoor het standpunt van de Sadduceeën afgewezen, die de gedachte aan een eeuwig leven niet voor mogelijk houden. Zij redeneren echter zonder rekening te houden met de overvloedige levensgave van God. Zij passen simpelweg menselijke criteria en denkkaders toe op het eeuwig leven, dat ons voorstellingsvermogen te boven gaat.

Eeuwig leven is God, die zich schenkt aan de mens, zijn schepsel. Deze zelfgave is het fundament van het dubbelgebod van de liefde, dat de kern van het evangelie is. Met andere woorden: als wij elkaar liefhebben, wordt de liefde van God zichtbaar, krijgen we deel aan die liefde en aan dat leven. Als God echt ons leven raakt, wordt ons leven vervuld van zijn heilige Geest, zijn levensadem, en willen we zelf dat leven ook doorgeven.

Deze boodschap van Jezus sluit in de kern aan bij de leer van het Oude Testament, zoals we in Exodus de consequenties van dit gebod lezen: vanuit het verbond met God zorgen we voor de kwetsbaren, ook als we er daarbij zelf op achteruit gaan. Maar in het optreden van Jezus, in zijn leven, in zijn persoon als Zoon van God, heeft God de Schepper zich onvoorwaardelijk aan de mensheid gegeven. Gods levensgave wordt menselijk in Jezus Christus. Dat laat de verrijzenis zien. Deze verrijzenis is voor de Sadduceeën ondenkbaar. Hun standpunt is eigenlijk een helder standpunt, want ook voor de moderne mens is de verrijzenis ondenkbaar: die ontgaat onze denkkaders en voorstellingsvermogen. En zoals de moderne mens denkt: wat we niet kunnen bedenken, bestaat niet.

En toch zegt het evangelie: wie zijn hart openhoudt, zal onvermoede werelden van liefde en genade en vrede ontvangen. Dat is de oproep van Jezus: “Houd je ogen, je hart en je verstand open voor de mensen om je heen, want je zou wel eens tekenen van liefde en leven kunnen ontvangen.” Daarin vindt Jezus bij de Farizeeën een aantal medestanders. Op weg naar het einde van Jezus’ openbare optreden, worden de discussies feller. Natuurlijk weten de geleerde Farizeeën heus wel het antwoord op de vraag naar het grootste gebod. De methode van alle schriftgeleerden bestaat uit vragen en antwoorden. Er zit niet altijd een boze intentie achter. Het evangelie laat zien, dat Jezus een serieuze rabbi en schriftgeleerde is.

De vraag naar het eeuwig leven wordt spannend in tijden van crisis. Ons geloof wordt op de proef gesteld: hoe kan God het toelaten dat een ziekte ons kerkelijk en maatschappelijk leven zo stil kan leggen? Is het geloof in het eeuwig leven dan niet een doekje voor het bloeden? “Als we maar vol houden dan komen we er wel”? Dat lijkt me geen goede houding. Voor Jezus is het leven met God alomvattend: heel je hart, je verstand, heel je ziel. Het is de essentie van het mens zijn. Je kunt niet weten wat leven is, als je niet weet van Gods alomvattende liefde. Het geloof in het eeuwig leven maakt ons geloof in het leven van hier en nu nog intenser en diepgaander. Waarom is het geloof in het eeuwig leven in deze tijden van de pandemie een troost? Het tilt ons leven van hier en nu op. Ook als we meer aan huis gebonden zijn, beseffen we dat Gods gave voor het eeuwige leven ons nu al geschonken is. Het is niet een trofee voor straks, alsof het een beloning is voor goed gedrag. Nee, het is een bron voor nu.

In de beperkte en straks misschien nog vollediger lock down houden we het contact met de levensgave van God. In gebed en Bijbellezing weten we God aanwezig. Als gelovige mensen weten we onszelf onderdeel van de werkelijkheid die van God is. Onze leefwereld is niet beperkt tot het zichtbare en het tastbare. Juist deze periode kan ons helpen om net als de Thessalonicenzen, die Paulus zo prijst, ons af te wenden van wat ons afleidt van de weg naar God en de weg naar de naaste. “Jezus die ons redt van de dreigende toorn” zegt Paulus onheilspellend. Ook in zijn tijd werd het leven bedreigd, maar in de verrijzenis van Christus en het geloof in het eeuwig leven wist hij dat de bestemming van de mens verzekerd is. Dat helpt om nu vast te houden aan het goede, aan de liefde, aan de mensen om ons heen, aan de kerkgemeenschap als huis van die liefde, aan de Schrift waarin God zich aan ons meedeelt. Onze viering vandaag mag ons daartoe inspireren. Amen

Verkondiging 18 oktober 2020, 29e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 45, 1.4-6
Psalm 96
1 Thessalonicenzen 1, 1-5b
Mattheüs 22, 15-21

Welkom
Fijn dat u er bent, dat we de kerkgemeenschap en de eredienst niet loslaten. We mogen hier de ontmoeting met God vieren. Dat is de levensbron van de kerk, ja zelfs van de wereld, al is de wereld zich daar niet altijd van bewust. Het is aan ons te laten zien dat we niet zonder de liturgie kunnen leven en dat die vreugde geeft.

In het twistgesprek van vandaag komt de belasting aan de orde. De vraag van de Farizeeën herinnert ons aan de vraag naar de mens zelf. Aan wie moet die trouw beloven? En vervolgens wordt er een tegenstelling tussen God en mens gemaakt. Waar zien we de afbeelding vaan God? Is die tegenstelling wel reëel? Op de munt staat de afbeelding van de keizer. Het gaat Jezus om de mens, die de afbeelding draagt van de eeuwige, de Schepper. Hebben we eerbied en aandacht voor deze afbeelding? Die weg wil Jezus ons wijzen, ook vandaag. Houden we dat vertrouwen vast en verkondigen we dat in de wereld om ons heen?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Belastingen houden de gemoederen al eeuwen bezig, al sinds er een georganiseerde overheid is. We hebben er op zijn best een haat-liefde verhouding mee. Niemand betaalt graag belasting, maar we weten dat dit voor het onderhoud van onze samenleving met alle sociale opdrachten nodig is. Er schuilt ook loyaliteit jegens de overheid in. Daar wordt Jezus vandaag op aangesproken: waar ligt je loyaliteit? Jegens God of jegens de keizer?

Bij het huidige drama dat we in Nederland meemaken rond de belastingdienst is het eigenlijk ook de vraag of men het beeld van de mens nog wel voor ogen heeft of eerder het systeem beschermt, te veel vanuit het protocol en te weinig uit de werkelijkheid denkt. Wil men de situatie beheersen door van vooronderstellingen uit te gaan of kijkt men naar de concrete mensen die het betreft? Ik heb me te er weinig in verdiept om een evenwichtig oordeel te kunnen vellen. Maar het heeft er alle schijn van dat er een systeemfout is, die wanhoop teweeggebracht heeft. Maar achter een systeemfout zitten altijd mensen die keuzes maken en daarom verantwoordelijkheid dragen.

De loyaliteit jegens God die Jezus verkondigt en voorleeft, is een uitzonderlijke loyaliteit. Voortdurend probeert Jezus die naar een hoger niveau te tillen. Hij wordt hierin nog al eens teleurgesteld door zijn leerlingen, door de menigte en zeker door de Farizeeën en schriftgeleerden. Wij, gelovigen van vandaag worden zelf ook uitgenodigd om onze loyaliteit jegens God te onderzoeken. In de loop van zijn leven schenkt Jezus ons woorden om deze loyaliteit te versterken en te verdiepen. Het woord van vandaag is “beeltenis van God”. “Welke mens is het beeld van God?” Moet een mens niet eerst goed zijn, om beeld van God te zijn? Wanneer mensen fouten maken of ronduit misdadiger zijn, verliezen ze dan niet dat beeld van God? Wanneer mensen geweldplegers zijn en anderen willens en wetens kwetsen en beschadigen, maken zij zich dan niet los van God?

Het beeld van God is bij ons ingeprent en het doopsel is daarvan daadwerkelijk het teken. Het is geen kwestie van ethiek, geen beloning voor goed gedrag, maar het wordt ons met het bestaan als identiteit geschonken. Het is aan ons om daaruit te leven of om daar afstand van de te nemen. De keuze is aan ons. God zal echter nooit afstand van ons nemen. Het volgende woord is “aanwezigheid”: doordat Gods beeld ons is ingeprent als een onuitwisbaar merkteken, zijn wij dragers van Gods aanwezigheid. Wat doen we met deze aanwezigheid? Verduisteren we die of maken we zijn aanwezigheid zichtbaarder? Daar is ons gedrag van belang, maar ook hoe wij onszelf verstaan en of wij als gemeenschap ook die aanwezigheid uitdragen en zichtbaar maken. In ons praten en handelen in Coronatijd kunnen we over de maatregelen discussiëren of we kunnen putten uit de bronnen van geloof, Woord en Sacramenten, en gastvrijheid en naastenliefde betonen. De verontwaardiging van Nelleke Noordervliet uit Trouw zaterdagmorgen is me uit het hart gegrepen: in plaats van ons druk te maken over wat ons wordt afgenomen (en hoe erg is dat in vergelijking met veel ander leed in de wereld?) is het beter om inventief te zijn en te laten zien hoe wij als kerken en christenen leven uit de Bron die Christus is. Die aanwezigheid van God in ons leven, kan niet worden weggenomen door regels die ons van buiten worden opgelegd.

Een derde woord dat Jezus meegeeft en dat we deze week nog bij een huwelijksviering hebben gebruikt: is de schat in de akker. Een mens kan veel ontvangen en verwerven in zijn/haar leven. In die veelheid is het lastig om keuzes te maken. De moderne mens wil graag alles en laat zich niet graag beperken. De loyaliteit jegens God maakt echter dat alles wat we hebben en alles wat we zijn, in het licht wordt gezien van de Schepping: wie de schat in de akker heeft gevonden en alles opzij heeft gezet om die te verwerven ziet heel zijn leven in een ander licht. Dat laten we ons niet afnemen.

Het vierde en laatste woord – maar er zijn er vele – is natuurlijk het centrale woord van het Johannes evangelie: de liefde waarmee ik u heb liefgehad. Niet zomaar de liefde van de wereld, niet zomaar de liefde als emotie en het alledaags geluk. Maar die liefde waarmee we ons eigen leven kunnen schenken aan de ander. Niet de liefde waarmee we onszelf bevestigd willen zien, maar liefde als bron van schepping. In de vraag van onze omgeving, waar onze loyaliteit ligt, spreken we uit dat onze loyaliteit jegens God die in ons woont, juist de loyaliteit jegens de armen en de kwetsbaren, de naasten bevestigt. Mogen wij ons daarvan voortdurend bewust zijn. Amen

Verkondiging 11 oktober 2020, 28e zondag door het jaar

Lezingen
Jesaja 25, 6-10a
Psalm 23
Filippenzen 4, 12-14.19-20
Mattheüs 22, 1-14

Welkom
Het lijkt alsof de liturgie er mee speelt. Nu de coronamaatregelen aangescherpt worden, spreekt de liturgie ons van een bruiloft. Ja, wrijf het er maar in. Het beeld van het Koninkrijk is een bruiloft waar mensen worden uitgenodigd, waar overvloed is, waar mensen samenkomen, talloze. Geen dertig, maar ontelbare mensen. Dat verlangen naar deze overvloedige maaltijd is des te groter wanneer de realiteit dit tegenspreekt. De samenleving lijkt nu allerminst op een bruiloft. Integendeel thuisblijven en afstand houden is het motto. Zelfs de kerkelijke vieringen staan weer onder druk. Wat is dan ons gesprek: er wordt veel gesproken over de maatregelen die genomen worden, over de effectiviteit van beleid en de vraag wat de kerken met het advies van minister Grapperhaus moeten doen. Hier houden we desalniettemin de hoop levend op die bruiloft die komen gaat. Daartoe onderzoeken we ons hart met de vraag of we voldoende openstaan voor God, die ons ook in deze moeilijke tijd nabij blijft. Houden we dat vertrouwen vast en verkondigen we dat in de wereld om ons heen?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Een sluier is over de wereld gelegd. Jesaja spreekt van een sluier over de volken, een floers dat alle naties bedekt. Hoe herkenbaar voor onze tijden. Rampen gebeuren meestal ver weg, maar nu realiseren we ons dat het echt serieus is. In de krant las ik dat de felheid van de pandemie omgekeerd evenredig is met het zelfvertrouwen van een natie. Juist de landen die dachten alles op orde te hebben, komen bedrogen uit. Zij staan in de hoogste regionen in scorelijsten van de besmettingsgraad. Dat geldt ook voor Nederland samen met de VS en het VK. Terwijl deze landen zo trots zijn op hun gezondheidssysteem, is het besmettingspercentage hoog. Andere landen, de voorbeelden Vietnam en Italië worden genoemd, waarvan in Nederland wel schamper wordt opgemerkt dat de mensen daar achter lopen, doen het beter. Zij beseffen hun kwetsbaarheid en snappen dat alleen ander gedrag het virus kan stoppen.

Veel mensen die denken vooraan te zitten in de bruiloftsmaaltijd van deze wereld met haar rijkdom en overvloed, komen bedrogen uit. De parabel vertelt hoezeer de blik van de genode gasten vertroebeld is en op de verkeerde dingen gericht. Zij richten zich op hun nieuwe akkers en hun economische zaken. De rijken van het evangelieverhaal snappen de betekenis van de uitnodiging niet. Zij denken gewoon door te kunnen gaan met hun akkers en hun zaken terwijl zij niet beseffen dat het ware leven ergens anders te vinden is. De armen, de kwetsbaren van deze wereld snappen dat wel: zij weten hun leven een nieuwe inhoud en vorm te geven en zo scharen zij zich aan de tafel van de bruiloft. Zij beseffen wat ware vreugde is.

Paulus wijst ons een weg in de korte tekst van de brief aan de christenen van Filippi. Het slot van de brief loopt uit op een lofprijzing aan het adres van God de Vader. We beseffen dat Paulus een turbulent leven heeft gehad: van Schriftgeleerde die de christenen vervolgde, werd hij een grote verkondiger van het evangelie, juist aan de volken die zich op grote afstand bevonden. De Joden waren gevoeliger voor de boodschap van de Joodse rabbi. Deze sloot ook goed aan bij het Eerste Testament. Paulus trekt echter de wijde wereld in van het Middellandse Zee gebied en weet de Griekse cultuur te bereiken. Maar tegenslagen komen op zijn pad. Het is allerminst een gemakkelijke triomftocht. Hij moet zich voor de Romeinse rechter verantwoorden, hij wordt gevangen gezet, hij lijdt schipbreuk, hij ontkomt aan lynchpartijen. Hij voelt zich bedreigd en onbegrepen. Hij moet zijn weg zoeken in een onrustige wereld. Onzekerheid over de toekomst was zijn deel.

Paus Franciscus heeft dergelijke zorgen beschreven in zijn encycliek Fratelli tutti. Hij noemt in zijn eerste hoofdstuk - “Donkere wolken over een gesloten wereld” - een groot aantal problemen: ongelijke verdeling van rijkdom, migranten en vluchtelingen, moderne vormen van slavernij, aantasting van mensenrechten. Maar bovendien constateert de paus dat de methoden om de problemen aan te pakken verschraald zijn en hun effectiviteit verloren hebben: leiderschap faalt. Democratie is ten prooi geworden aan populisme. Het begrip ‘volk’ wordt misbruikt om grenzen te sluiten en eigen belang voorop te stellen. De pauselijke boodschap is geen gemakkelijke boodschap.

Toch is hoop de leidraad die mensen verbindt. Niet alleen katholieken en andere gelovigen, maar hoop kan heel de mensheid verbinden. De hoop is voor Paulus en hopelijk voor ons allen geworteld in de kracht van Christus. Hij is ons immers voorgegaan op de weg door de dood heen. Hij heeft de eeuwige duisternis van binnen gekend. Maar wie is Christus? Zijn evangelie is niet een mooi oud verhaal over een bijzondere man. Het is het herstel van de mensheid die door God geschapen is, maar die zijn oorsprong is vergeten. Christus is het herstel van die oorsprong omdat hij in de aanblik van de dood het leven van God heeft bewaard. In de trouw en zijn liefde, die hij toonde op het kruis, bleef het leven van God in zijn hart aanwezig.

Wat doen wij in de realiteit van onze dag? Laten we ons verduisteren door de sluier die over de volken ligt? Of bewaren ook wij dat leven dat God ons gegeven heeft in Christus, ook in de aanblik van de pandemie en alle maatregelen die we moeten nemen? Bewaren wij dat leven door ons gebed, door deze eucharistie, door onze daadwerkelijke naastenliefde? Laten we ons hart niet afsluiten ondanks de beperkingen die we weer meemaken: de kern van ons leven is immers niet gelegen in de bezigheden van deze wereld, met haar akkers en haar zaken, maar in de rijkdom die van God komt en die de bron van ons bestaan is. Amen