LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging 20 juni 2021, twaalfde zondag door het jaar

Lezingen
Job 38, 1.8-11
Psalm 107
2 Korinthe 5, 14-17
Marcus 4, 35-41

Welkom
Welkom bij deze eucharistie. De evangelielezing herinnert ons vandaag aan de gebedsviering die Paus Franciscus vorig jaar hield, toen de pandemie nog maar net bezig was en in Italië al veel slachtoffers maakte. We wisten niet wat er nog zou komen en wat dit van mensen zou vragen. Nu de pandemie zeker in Nederland tot een einde lijkt te komen, moeten we ons realiseren dat we nog steeds verantwoordelijk zijn voor de wereld waarin we wonen. We zitten nog steeds op dat ene bootje op een stormachtig meer van Genesareth. Hier in deze kerk in deze viering beseffen we hoezeer we samen in die ene boot zitten. De kerk symboliseert het schip. En we weten: de Heer slaapt niet. Hij weet hoe het met dit schip gaat. Kunnen we vertrouwen vinden in dit geloof? Daartoe luisteren we naar Gods woord en laten we ons voeden door zijn aanwezigheid in de eucharistie.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De wereld komt vaak chaotisch over. We proberen rust en veiligheid te vinden, maar de onrust is groot. Niet alleen de pandemie maakt de mensheid onzeker. Ondanks de versoepelingen blijven mensen angstig en bezorgd. Welke gevolgen zullen blijvend zijn? Zullen we elkaar weer onbevangen kunnen omarmen en begroeten? De berichten zijn positief en de maatregelen worden versoepeld, maar in andere delen van de wereld, zoals in Suriname, zijn de zorgen nog groot en is de chaos compleet. Ook andere zorgen rond de wereldvrede en politieke instabiliteit zijn als een storm die onze wereld in donkere wolken hult. Het zijn de donkere wolken waar paus Franciscus in zijn encycliek Fratelli Tutti van spreekt. Hij weet heel goed wat de stand van de wereld is en welke stormen de mensheid teisteren. Zijn boodschap is niet een simpelweg vertrouwen. Het is een combinatie van vertrouwen in Gods voorzienigheid en een oproep tot verantwoordelijkheid. Leiderschap is geen spel dat handig gespeeld moet worden. Het is een verantwoordelijkheid voor het welzijn van anderen. De Heer die deze wereld geschapen heeft, zal de mensen rekenschap vragen. En van degene die veel verantwoordelijkheid en talenten en mogelijkheden gegeven is, zal ook veel gevraagd worden.

De korte tekst van het boek Job is een gedeelte van het troostende antwoord van God aan het adres van Job die door tegenslagen wordt gekweld en die zijn nood klaagt bij de Eeuwige. Een korte passage, die uitnodigt om nog een langer gedeelte te lezen. Net als in het evangelie is er sprake van storm en chaos. Het is de chaos van de oorsprong. Soms lijkt onze wereld weer terug te vallen tot die kosmische chaos: natuurrampen, klimaatverandering, maar ook dreiging van oorlog en miljoenen mensen die op de vlucht zijn. We stelt er paal en perk aan deze chaos?

Dan klinkt de stem van de Eeuwige in het boek Job: God is degene die grenzen stelt aan de chaos. Zo is alles begonnen: met God die paal en perk stelt aan de ongeordendheid: alles komt op zijn plek door Gods macht die een macht van liefde is. Zijn schepping is niet een startpunt in een lang vervlogen verleden. Zijn schepping is voortdurend bezig: een beweging om ordening, rust en vrede te brengen in een onrustige wereld. Wij mogen de indruk en de angst hebben dat de mensheid zal vergaan, maar dan zien we niet de scheppende aanwezigheid van God die grenzen stelt aan de chaos. Dat keert ook terug in het wonderverhaal op de boot met de angstige leerlingen. Het lijkt een mooi en fijn wonder dat de leerlingen meemaken en met de onweersbuien van de laatste dagen, kunnen we ons daar goed in inleven. Maar u snapt natuurlijk wel dat de boot om het meer van Genesareth geen vakantieuitje is, maar een levensboot. Het is een paasverhaal. Het gebeuren op deze boot hebben de leerlingen zich na Pasen herinnerd als voorteken van het drama van de Goede Week. De goede Jezus, de zoon der gerechtigheid, degene die mensen leven gaf en vergeving, werd door de kwade machten uit de weg geruimd. Dat is de eigenlijke storm die het leven van de leerlingen compleet dreigt te verwoesten. Zijn de machten van het kwaad dan almachtig? Bepalen zij de toekomst van de wereld? De storm op het meer weerspiegelt de nood van de leerlingen na het sterven van Christus. We kunnen ons allemaal wel herkennen in die ontreddering die ons kan treffen. We kunnen ons met de donkere wolken over de mensheid vandaag de vraag stellen: is het inderdaad de chaos die regeert, is het de zinloosheid die de mensheid laat dobberen als op een bootje zonder roer en zeil en richting?

In deze chaos verschijnt Christus: de nieuwe mens. Het is het mysterie van de nieuwe mens die met de kracht van de Geest van God de chaos overwint. Pasen is het voortdurend fundament voor ons geloof: ook in de chaos van onze wereld die geteisterd wordt door de donkere problemen van kosmische aard, problemen die ons machteloos kunnen maken, klinkt de stem van de Christus die zegt: “Vrede zij met U.” Hij is gestorven, zoals Paulus zegt opdat wij niet meer voor onszelf zouden leven, maar voor Hem en dus voor de naaste. Wees niet bevreesd voor de chaos van de wereld, maar besef dat de scheppende Geest van God met ons is en ons in ons schip van de mensheid en de wereld de weg zal wijzen. Laten we gevoelig zijn voor de signalen die de Geest ons geeft. Amen.

Verkondiging 13 juni 2021, elfde zondag door het jaar

Lezingen
Ezechiël 17, 22-24
Psalm 92
2 Korinthe 5, 6-10
Marcus 4, 26-34

Welkom
Welkom bij deze eucharistieviering waarin we de groeikracht van Gods Woord in ons eigen leven vieren. Tegen de verdrukking in, tegen de tijdgeest in, tegen kritische en soms vervelende opmerkingen van anderen in bewaren we onze hoop op de boodschap dat het Koninkrijk van vrede gezaaid is en zichtbaar wordt. Kleine tekens van goedheid kunnen het verschil maken. Niet macht is onze methode, maar vrede. Dit betekent geen machteloosheid, maar het is overgave aan Gods liefde en het steeds weer delen van die liefde met mensen om ons heen.

Vandaag vieren we in de Paschaliskerk het feest van Liduina: een klein twijgje in Gods tuin dat nog steeds groeit en bloeit. Niet dat veel mensen haar nog kennen, maar wat zij beleefd heeft, is nog steeds actueel voor mensen. Mensen dragen hun lijden vaak in stilte, in het verborgene. Ons antwoord op dat lijden is geloofsgemeenschap zijn, elkaar niet alleen laten, elkaar dragen, naar elkaar luisteren. Het kleine twijgje van die aandacht, zal kunnen uitgroeien tot een nieuwe levensbron! Laten we net als Liduina hier in de eucharistie onze levenskracht vinden.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Veel scholieren hebben de uitslag van hun eindexamen binnen. Vlaggen gaan uit. Plannen worden gemaakt voor de zomer en voor ná de zomer: plannen om een baan te zoeken, plannen om verder te studeren, plannen voor een gap year, zoals onze kroonprinses dat heeft genoemd. Ouders en grootouders zijn trots en ze zien nu de oogst van jarenlang investeren, stimuleren, bijsturen en vooral ook van vertrouwvol afwachten. Opvoeden heeft veel te maken met geduld hebben. Veel ouders beseffen dat een kind niet hun product is, niet het verlengstuk van hun eigen verlangens en dromen. Ook al is een kind een twijgje van je leven, dit kind zal uitgroeien in een eigen tempo en in een eigen richting. In dat opgroeiende kind komen nieuwe en ongekende mogelijkheden tevoorschijn. Maar dat vraagt geduld en vertrouwen dat de vruchten zullen komen. Het kunnen onverwachte vruchten zijn.

Zo kijkt God naar mensen. Hij ziet ons als zijn kinderen. Wij zijn wel zijn schepselen, maar geen slaafse navolgers van zijn wetten en voorschriften. Wij zijn als bomen die groeien met de groeikracht die God geeft. Wij hebben groeikracht en groeiruimte nodig. We zijn geen kopieën van elkaar: ieder heeft een eigen roeping en opdracht. Jezus zegt: ik noem jullie geen slaven, maar vrienden. Die vriendschap geeft ons ruimte: een evangelische vriendschap vol groeikracht en ruimte. We beseffen als gelovige mensen dat we door God geplant zijn, dat we onze oorsprong vinden in de hoge ceder die symbool is van God zelf. Die vriendschap wordt al bij Mozes genoemd: Mozes spreekt met God zoals vrienden met elkaar spreken. We kunnen nagaan of ons gebed gekenmerkt wordt door die vriendschap.

Onze tijd en samenleving zijn gericht op snel en meetbaar resultaat. Vriendschap is een privéaangelegenheid en niet iets voor de publieke wereld. In politiek en bedrijven en ook in de kerk wordt mensen gevraagd verantwoording af te leggen. Vriendschap is dan ver te zoeken. Dat is een hard proces waarbij vaak een hard oordeel geveld wordt: het had beter gekund en beter gemoeten. Het is vaak ook een machtsstrijd: degene die verantwoording vraagt en opeist kan zijn/haar macht doen gelden over de ander. De evangelische vraag is of die benadering de juiste vruchten oplevert. De beelden die Ezechiël en Christus ons aanreiken, getuigen van een andere levenshouding. Een houding van geduld en van dienstbaarheid. Niet passiviteit of simpelweg afwachten. Onze kracht is een andere. Het is de kracht van het geduld.

De boer vertrouwt op de groeikracht van de aarde en beseft dat water nodig is om gewassen te doen ontkiemen en op te laten komen. Hij vervult zijn arbeid in het besef dat niet hij zelf de bron is van die groeikracht. Zijn arbeid en inzet zijn nodig, maar zijn niet de bron van alles. Het is de Eeuwige, die de groeikracht geeft. Wij zijn niet zelf de bron, maar God is de bron. Daar waar mensen zichzelf als de bron beschouwen, gaan zij over de ander heersen, gaan zij macht uitoefenen over de ander. Maar die macht beschadigt, corrumpeert en tast menselijke relaties aan. Zo mag onze relatie tussen elkaar als broeders en zusters niet zijn. Of je nu pastor bent of parochiaan, bisschop, paus, religieus, een nieuwe of levenslange katholi

ek: niemand staat boven de ander. Het evangelie is onze bron en we leren allen van die bron. Ook al heeft ieder een rol in de kerk, het zijn geen verhoudingen van macht of zouden dat niet moeten zijn.

Zoals ouders beseffen dat opvoeden een grote verantwoordelijkheid is, maar dat zij ook veel van hun kinderen ontvangen, zo kunnen wij veel van elkaar ontvangen als we daadwerkelijk luisteren naar elkaar. Ouders kunnen onder de indruk zijn van de keuzes die hun kinderen maken en van de soms onvermoede talenten die ze kunnen ontwikkelen. Zo mogen ook wij met bewondering kijken naar keuzes die menen maken en vertrouwen dat dit een bijdrage betekent voor het Koninkrijk dat komen gaat. Zal ook God onder de indruk kunnen zijn van hetgeen wij doen met de gaven van de heilige Geest? Moge die groeikracht en die groeiruimte in ons zijn. Amen.

Verkondiging Sacramentsdag, 6 juni 2021

Lezingen
Exodus 24, 3-8
Psalm 116
Hebreeën 9, 11-15
Marcus 14, 12-16.22-26

Welkom
Afstand en nabijheid zijn cruciale begrippen op Sacramentsdag. De Heer is afwezig en toch komt Hij zo dicht nabij dat Hij deel wordt van ons leven. Zijn Woord en zijn Lichaam en Bloed worden door ons opgenomen, opdat we zijn weg kunnen bewandelen en kunnen leven naar zijn Geest. Zijn wij zelf ook herkenbaar als tekenen van Gods nabijheid? Is ons leven en handelen, ons spreken en bidden vervuld van de boodschap dat God van alle mensen houdt? Of raken zij juist van God vervreemd? De viering van de Eucharistie brengt God dichter bij de mensen, maar is ook een appèl aan onze keuzes en onze toewijding aan elkaar. Moge dit voedsel dat ons geschonken wordt, ons inspireren op die weg van toewijding, zowel aan God, als aan de naaste als aan onze eigen roeping.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
In de afgelopen maanden van Corona zijn we inventief geweest in het overbruggen van fysieke afstand: geen handen geven, anderhalve meter afstand houden, beperkt bezoekers ontvangen. Mensen lijden aan de fysieke afstand die we hebben moeten ervaren. “Huidhonger” werd dit lijden genoemd, soms met dramatische gevolgen. We hebben alternatieven gezocht in het geven van een box of een elleboog, of wat ik liever doe: mijn hand op mijn hart leggen bij een begroeting. Gelukkig konden we elkaar ontmoeten via teams of zoom en konden zo colleges docent en studenten bij de digitale les houden. Maar die manier van vergaderen en lesgeven is vermoeiender. Het kan niet in de plaats komen van persoonlijke ontmoetingen. De communie kon doorgaan via het scherm, en is nu misschien wel aandachtiger en rustiger en misschien wel waardiger. Het automatisme is doorbroken en dat kan eigenlijk niet echt kwaad. Hier brachten afstand en protocol nieuwe aandacht.

De vraag is hoe we elkaar ondanks de afstand toch nabij kunnen komen. Dat is ook een vraag die het evangelie ons aanreikt in onze relatie met Christus. Het is het mysterie van de viering van Sacramentsdag: hoe dichtbij is de verrezen Heer bij ons? De afstand vanwege de dood, het graf met de steen ervoor, het duister van Goede Vrijdagmiddag. De leegte die de mensheid gestort heeft in de verlatenheid van onze wereld. Is de wereld echt aan zichzelf overgeleverd? Heeft God de wereld verlaten en kan de mens slechts rekenen op zichzelf? ”Ach Heer, laat ons toch niet alleen”, is het gebed van de kerk na Goede Vrijdag.

Sacramentsdag is het geschenk van God om in die verlatenheid aanwezig te zijn. Deze aanwezigheid is niet een doekje voor het bloeden, in de zin van een goedkoop “Alles komt wel goed”. Zijn aanwezigheid is een genezende aanwezigheid, maar heft ons lijden niet zomaar op. De eucharistie begint immers met een paasmaal, met de verwijzing naar een lam dat geslacht wordt, een offerdier. Het staat uitdrukkelijk door Marcus beschreven dat de aanleiding van het Laatste Avondmaal van Jezus met zijn leerlingen het Joodse Paasmaal is: de herinnering aan de bevrijding uit slavernij. Wat de leerlingen van die maaltijd is bijgebleven, is voor ons het fundament van iedere eucharistie en van onze Sacramentsdag. “Dit is mijn lichaam, dat wordt gebroken; dit mijn bloed dat wordt vergoten. Ik zal het opnieuw drinken in het Koninkrijk dat door God gevestigd wordt.” Wij geloven dat dit Koninkrijk door Christus’ opstandig is gevestigd en dat wij de burgers van dat Koninkrijk zijn. Dat impliceert dus een hoopvolle boodschap: wij zijn bestemd om te leven. Wij zijn zo kostbaar in Gods ogen, dat Hij ons wil bevrijden van lijden en dood en tot het ware leven wil brengen.

Nog steeds worden levens gebroken, nog steeds wordt bloed vergoten, nog steeds wordt de schepping geweld aangedaan. De vrede valt steeds weer in scherven kapot door machtsmisbruik op grote schaal wanneer de machtigen van deze aarde hun ambten en functies en posities misbruiken voor eigen gewin, maar ook op kleine schaal in situaties tussen mensen waar onrust is, onderdrukking en misbruik: gezinnen, scholen, bedrijven, sportverenigingen, kerkgemeenschappen, noem maar op.

Heeft Christus deze wereld dan niet veranderd? Heeft Hij het lijden dan niet weggenomen? Nee, maar Hij stelt ons in staat om ondanks het lijden de mens lief te hebben. Zoals God zijn lijdende Zoon bemind heeft tot in de dood en Hem zo weer het leven heeft geschonken, zijn ook wij in staat om de lijdende mens te beminnen en op die manier leven te geven.

Een parochiaan vertelde mij haar ervaring bij het afscheid van haar zieke man, die vanuit deze kerk ook begraven is. “Ondanks het lijden, ondanks de aftakeling, ondanks de veeleisende zorg, bleef ik hem liefhebben, ook al was hij niet meer de grote, sterke erudiete man die ik getrouwd had, en ook toen alle buitenkant als het ware was afgepeld. De liefde werd alleen maar groter. Het heeft ons nog inniger met elkaar verbonden, zelfs in de dood.”

De eucharistie die we vieren en die we vereren, mag niet los gezien worden van de lijdende Christus, niet los van de lijdende mens in deze wereld. Als God zijn gelaat heeft getoond aan het kruis, toont Hij ook zijn levenwekkende aanwezigheid in de mens die getroffen wordt door het lijden. Let wel: niet het lijden komt van God, maar het leven dat ondanks lijden mogelijk is. Dat is het perspectief van Sacramentsdag: de afstand tot de naaste die door het lijden kan worden veroorzaakt, wordt overbrugd door de liefde van Christus. Laten wij boodschappers zijn van die liefde en laten wij elkaar zo nabij blijven. Amen.