LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging Sacramentsdag, 23 juni 2019

Lezingen
Genesis 14, 18-20
Psalm 101
1 Korinthe 11, 23-26
Lucas 9, 11b-17

Welkom
Welkom op Sacramentsdag. Vandaag gedenken we dat Christus ons niet verlaten heeft en een concreet teken van zijn nabijheid geschonken heeft, zo dichtbij dat het in ons tot leven komt. De vruchten van Brood en Wijn die in naam van Christus geheiligd worden, komen tot volle wasdom in mensen die, gevoed door Christus’ Woord en Sacrament de weg van het evangelie gaan. We laten ons vandaag raken in ons hart door het voedsel dat ons geschonken wordt en ons allemaal voedt en we denken na over wat we ons leven ontwaren. Gods schenkt zijn gaven overvloedig. Het is aan ons om zijn hand daarin te herkennen. Straks vieren we in deze kerk de verjaardag van de keuze van paus Franciscus als bisschop van Rome. We bidden voor hem. Laten we voor al die keren dat we de barmhartigheid vergaten God om vergeving vragen.

Homilie
Het kan soms gebeuren dat je ergens aanwezig bent, maar dat je er met je gedachten niet bij bent. Dat kan bij een preek gebeuren, maar ook bij een gesprek met iemand; je gedachten dwalen af, je herinnert je ineens iets totaal anders en voor je het weet, ben je helemaal vergeten waar de spreker het over heeft. Het kan ook gebeuren wanneer je niet helemaal gezond bent, of wanneer je niet lekker in je vel zit, dat je je niet kunt concentreren. Ook dan ben je niet echt aanwezig. Zo kan ons leven ook op afstand raken van God zelf, doordat ons geloof tot routine wordt. We gebruiken woorden en maken gebaren die inmiddels afgesleten zijn. We kunnen teleurgesteld zijn in de mensen van de kerk, we kunnen door gebeurtenissen in de kerk gekwetst zijn. Doet ons geloven er nog toe? Heeft het nog zin om de praktijk van ons geloof hoog te houden? Herbronnen is dan het antwoord.

De mensen die zich rondom Jezus verzameld hebben, bevinden zich ook op een eenzame plaats. Dat is niet zomaar omdat ze buiten de stad wilden picknicken, maar een eenzame plaats is symbool van de eenzame plaats waar zij zich bevinden: op afstand van Jeruzalem, op afstand van de tempel, op afstand van hun geloof.

Wij kunnen ons met hen identificeren als we naar onze samenleving kijken; een eenzame plaats of anders gezegd: een plaats waar velen eenzaam zijn. Soms verhullen we dat met allerlei amusement, maar als het gaat om de kern van het leven, lijkt onze samenleving nogal uitgedroogd. Jezus verzamelt de mensen en de overvloed van Gods genade wordt zichtbaar waar zij zich organiseren in groepjes, in kleine gemeenschappen waar mensen tot hun recht kunnen komen. Daar worden afstanden overbrugd en grenzen overstegen. Dat is ook de bedoeling van de eucharistie: om de mensheid te voeden. Jezus deelt zijn brood met anderen, hetzij in grotere groepen, zoals vandaag, hetzij tijdens een huisbezoek bij mensen, zoals Zacheüs en Simon en ook de Emmaüsgangers. Natuurlijk gaan we zorgvuldig om met de gaven van de eucharistie en verwachten we dat mensen goed weten wat ze ontvangen wanneer ze de communie ontvangen. Maar de opdracht van de eucharistie is om mensen te verbinden met elkaar en met God zelf. Daarin vinden we vrede.

De eerste lezing van vandaag herinnert daar aan. Abram die Melchisedek ontvangt staat nog maar aan het begin van zijn religieuze leven. Hij draagt nog zijn oorspronkelijke naam. Het geschenk van brood en wijn aan Abram volgt op een heftige oorlog. Het is een strijd om te overleven. Ook dat is een eenzame plaats. Abram staan alleen met zijn kwetsbare geloof in één God te midden van volken die dat betwisten. God bemoedigt hem in de figuur van de rechtvaardige koning. God is die rechtvaardige koning, God houdt bovendien Abram de roeping voor om zelf ook een rechtvaardige koning te zijn.

Tot die rechtvaardigheid worden wij op Sacramentsdag geroepen: om zelf ook voedsel te zijn voor anderen en hen met volle aandacht nabij te zijn. Zoals Christus ons nabij is in het Sacrament, zo mogen wij ook aanwezig en nabij zijn bij elkaar en anderen die we in deze wereld ontmoeten. Laten we met hart en ziel daar aanwezig zijn waar het in onze wereld nodig is. Amen.

Verkondiging zondag Drie-eenheid, 16 juni 2019

Lezingen
Spreuken 8, 22-31
Psalm 8
Romeinen 5, 1-5
Johannes 16, 12-15

Welkom op de zondag van de Drie-eenheid
Dat we meer dan één naam voor God hebben, laat zien hoeveel ruimte er in ons denken is over God. Terwijl we niet hoeven te zwijgen, omdat het mysterie ons te boven gaat, erkennen we wel de beperktheid van ons spreken. Spreken over God met alle voorbehouden en voorzichtigheid, helpt ons wel onze liefde en ons verlangen naar God vast te houden en te verdiepen. Kunnen we God eigenlijk wel beminnen? Niet als theorie of als denkconstructie, wel als ruimte om te leven.

Door God Liefde te noemen, weet ik mij bevestigd, besef ik dat mijn leven gedragen wordt, een bron en een bestemming heeft. Laten we ons in deze eucharistie overgeven aan zijn aanwezigheid: zijn Geest leeft in ons en Christus voedt ons. We danken God voor deze aanwezigheid,. Zo is heel ons samen zijn hier in deze viering trinitair. Laten we voor al die keren dat we deze barmhartigheid vergeten God om vergeving vragen.

Homilie
Denken over God is niet het verzinnen van een formule om een mysterie in de greep te krijgen. Wie denkt aan de dogma’s van de vroege kerk, van de grote concilies waar kerkvaders met elkaar nadachten over het geheim van God, herinnert zich waarschijnlijk de formuleringen die bedacht zijn om uitdrukking te geven aan het geloof. We lezen ze nog in de geloofsbelijdenissen: de apostolische geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel.

De apostolische geloofsbelijdenis is een tekst die we kennen van de tweede eeuw, 180, toegeschreven aan de apostelen zelf, maar dat is een vrome legende. De wortels liggen in de doopliturgie. Als de dopelingen gevraagd wordt naar hun geloof, is dat een vraag naar hun instemming met de drie personen van God: geloof je in de Vader, geloof je in de Zoon, geloof je in de heilige Geest? Vandaaruit is een tekst geschreven die we nog steeds kennen als de twaalf artikelen van het geloof. Iedere keer dat we de geloofsbelijdenis uitspreken, herinnert ons dat aan de doop. Daarom hoort de geloofsbelijdenis op de zondag, de dag waarop oorspronkelijk gedoopt werd.

Een ander woord voor deze tekst is het symbolum: het symbool van het geloof. Het geloven wordt in woorden uitgedrukt. Een overtuiging die in je hart leeft, wordt gecommuniceerd met andere mensen, met je broeders en zusters in het geloof. Symbolum komt van het woord dat samenvallen betekent. Niet zozeer een wiskundig is-gelijk-teken, maar een brug van onze taal naar het perspectief van Gods aanwezigheid. De tekst is eigenlijk een vrucht van verschillende theologen en pastores die de gelovigen in de kerk hebben willen helpen om hun geloof van het doopsel onder woorden te brengen. De apostolische geloofsbelijdenis is dus een pastorale tekst om te verbinden, met elkaar en met de apostelen en om het doopsel een fundament te geven.

De andere tekst die we kennen is het resultaat van een concilie. De tekst die we in het Latijn kennen als het Credo en die we ook, net als de andere tekst, een symbolum kunnen noemen, is in 381, twee eeuwen later dus, als tekst op een concilie van Constantinopel vastgesteld. Omdat deze al op het eerste concilie was voorbereid, wordt deze tekst de geloofsbelijdenis van Nicea Constantinopel genoemd. Dit is niet zozeer een pastorale tekst, maar een tekst van het kerkelijk leergezag. Deze tekst had als uitdrukkelijk doel om de kerkelijke gemeenten die verspreid in het Romeinse Rijk zeiden hetzelfde geloof te delen en dezelfde Christus te belijden, bij elkaar te houden. Het is daarmee eerder een kerkopbouwende tekst.

Wie een tekst maakt, roept meteen een reactie op en misschien wel weerstand. Natuurlijk is over deze tekst volop gedebatteerd. Ook de vertaling roept vragen op. De oorspronkelijke tekst is in het Grieks, daarna komen de Latijnse vertaling en de andere vertalingen, ook die in onze eigen taal. Maar we moeten beseffen dat de grote protestantse kerken, de orthodoxe kerk en de katholieke kerk deze tekst met elkaar delen. Ondanks enige interpretatieverschillen brengt deze tekst ons bij elkaar.

Je geloof belijden is dus een beweging naar elkaar. Het is een belijdenis van je eigen hart, maar het is ook een gezamenlijk belijden. In de liturgie wordt het geformuleerd als ‘ik geloof in God’ als een getuigenis van je doopsel, maar in het concilie was het geformuleerd als ‘wij geloven in God’. Nu we de tekst zonder doopsel uitspreken is het goed te bedenken dat we deze uitspreken als een gezamenlijk tekst, misschien zou het beter zijn om te zeggen: ‘wij geloven in God’.

Het gaat erom dat mijn mening over God is ingebed in het geloven en ervaren van de kerk als geheel. Mijn persoonlijke eigen geloven maakt mij niet los van de kerk, maar verbindt mij met de kerk. Natuurlijk gelooft ieder op eigen wijze. Ieder heeft een eigen favoriet Bijbelverhaal, of eigen persoonlijke geloofservaringen. Die brengen we binnen in het geheel van de geloofsgemeenschap. Dat is het pastorale aspect. Juist de gedeelde belijdenis, maakt ons tot een eenheid die gefundeerd is op God, niet op mijn mening of op die van u, maar op die van ons gezamenlijk. Onze kerk is een geschenk van de Drie-ene God die zich ons openbaart in de vele verschillende geloofsverhalen. Dat is het kerkopbouwende aspect. Mogen wij vaak ons geloven delen met elkaar en met elkaar belijden. Amen.

Verkondiging Pinksteren 9 juni 2019

Lezingen
Handelingen 2, 1-11
Psalm 104
Romeinen 8, 8-17
Johannes 14, 15-16.23b-26

Welkom
Welkom op Pinksteren, de ochtend van de oogst. Er was een flinke wind de afgelopen dagen, een mooi symbool van de heilige Geest. Desalniettemin hebben we liever een echt begin van de zomer. Waarom is deze wind zo’n symbool van Gods levenwekkende Geest? De wind brengt de meest verharde structuren in beweging. Wat verstard is wordt losgerukt uit deze verstarring. Dat kan nare gevolgen hebben als een boom op je auto valt, maar de bedoeling van de wind is om ons in beweging te brengen. En een briesje is dan niet genoeg! Vanuit het Scheppingsverhaal wordt verteld dat vanaf het begin Gods adem alles in beweging heeft gebracht en tot op vandaag betekent schepping beweging en ontwikkeling. En hoe is het met ons, met ons leven en ons geloven, onze vragen en onze mogelijke antwoorden?

Homilie
Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent? Waar sta je nu op dit moment in je leven? Het is de vraag die de leerlingen zich op deze ochtend van Pinksteren stellen. Na Pasen is er van hen niet veel meer over dan een hoopje ellende. Hun twaalftal is door verraad en verloochening en door de zelfmoord van Judas geschonden en tot een armzalig elftal geslonken dat geen wedstrijd meer kan winnen. Het leven heeft hen verlaten en er lijkt geen andere uitweg dan te verdwijnen in de mist van de geschiedenis. Ze hebben zich opgesloten en de herinneringen aan hun leven met Jezus lijken ver weg. Het drama van zijn dood lijkt het doodlopende einde van de boodschap van het evangelie.

Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent? Het is een vraag die ik regelmatig stel aan mensen met wie ik in gesprek ben. Of dat nu hier in de pastorie is, of zomaar ergens in de stad. Het is een vraag die ik mezelf ook regelmatig stel, het is een vraag die mijzelf ook kan bezighouden. Wat de leerlingen vandaag tot spreken brengt in alle denkbare talen, is een Geestkracht, een oerkracht die de schepping zelf weer in herinnering roept. Toen alles kaal en leeg was, vervulde de Geest als een levensadem de werkelijkheid van licht en kleur, van beweging en warmte. Alles werd gezien in het licht van het beroemde woord van God die zegt dat het goed is. Tot acht keer toe: en God zag dat het goed was.

Dat besef is vandaag doorgedrongen tot de leerlingen: het is goed zoals we hier zijn. En dat doet hen spreken, dat brengt hen in beweging. Er is een verhaal na de dood van Christus. Er is een verhaal na hun eigen doodse periode. Hun eigen leven dat een dood spoor leek, wordt vervuld van een enthousiasme waarmee de wereld opnieuw geschapen kan worden.

Pinksteren is de boodschap zoals Paulus die beschrijft in zijn brief aan de Romeinen: geen slaafsheid, maar vrijheid omdat we kinderen van God zijn, geen kinderen van wat de samenleving van ons vraagt, van mode en trends, die ons alledaagse verlangen najagen, maar kinderen van de Liefde, de Liefde die eeuwig is, de Liefde die alle mensen wil verbinden, de Liefde die alle volkeren wil verbinden zoals we dat vandaag horen in het verhaal van de Handelingen: alle mensen verstaan de boodschap van de apostelen. Alle Menschen werden Brüder und Schwester. Wie heeft Europa gemaakt tot wat het nu is? Deze week konden we beelden zien van het begin van de bevrijding van Europa 75 jaar geleden. Na jaren van onderdrukking die in 1933 al in Duitsland begon en die vanaf 1939 oorlogszuchtige vormen aannam, brak D-Day aan, het begin van een nieuwe geschiedenis van Europa. De onderdrukking en de systematische vervolging van mensen had de mensheid tot een barbaars dieptepunt gebracht. Uiteindelijk kwam er een nieuw Europa tevoorschijn waarbij leiders van de volkeren elkaar hebben verstaan over grenzen van taal en geschiedenis heen. Het was ook de taal van de moed der vergeving en verzoening. Ook dat was een Pinksterervaring: de mens kan een keuze maken over dood en oorlog heen voor vrede en verzoening. Zelfs na die wrede geschiedenis waren er mensen die nog geloofden dat het goed kon komen. Blijkbaar was het nog mogelijk om te geloven in de goedheid van de mens. De idealen van toen hebben de mensheid vooruit geholpen. Dat stemt 75 jaar later tot bezinning.

Het antwoord dat ik wil geven op de vraag “Wie heeft je gemaakt tot wie je nu bent”, is niet anders dan de Geest van God die in mij leeft. De Geest die Jezus in mij wakker heeft gemaakt. Het is een Geest die mij nooit meer zal verlaten. Die Geest die mij geschapen heeft, geeft mij de levensadem om opnieuw geschapen te worden en nu in deze periode, ook in de crisis van de kerk, een stap vooruit te zetten.

Ik wens je toe dat je die Geest in je eigen innerlijk ook hoort spreken en voelt werken. De Geest van het enthousiasme, het idealisme, de Geest die werkt aan vrede en verzoening, die je helpt teleurstellingen en boosheid te overwinnen. Op die manier schud je de dood en de angst als een donkere schaduw van je af en ben je zelf teken van de verrijzenis. Ik wens je toe en zeker de geloofsleerlingen van vandaag dat die Geest je in beweging houdt en altijd bron blijft van kracht en vreugde. De wereld moet worden herschapen en we kunnen de boodschappers en instrumenten van die herschepping zijn. Daartoe zijn we geboren en uitgezonden. Daartoe zijn we uitgerust met de kracht van de Geest. Ik wens je daartoe een gezegende en gelukkige levensweg!

Zalig Pinksteren!

Amen