LogoAdVanDerHelm

kaarsjes

Verkondiging vijfde zondag van Pasen, 15 mei 2022

Lezingen
Handelingen 14, 21-27
Psalm 145
Openbaring 21, 1-5a
Johannes 13, 31-33a.34-35

Welkom
Welkom bij deze viering. Fijn om weer in uw midden te zijn. We denken in deze paastijd na over de betekenis van de verrijzenis van Christus voor ons vandaag. Het is meer dan een vrome gedachte of een symbool van hoop dat alles beter zal worden. Dat laatste is namelijk moeilijk vol te houden in een wereld van oorlog, een falende overheid en een gebrek aan vertrouwen tussen mensen. De wereld is teruggevallen in onrust en oorlog en we kunnen hier wel net doen alsof onze leven gewoon doorgaat, maar dat is niet zo. Hoe reageren wij als leerlingen van Christus daarop?

En prachtig voorbeeld krijgen we vandaag voorgeschoteld. We moeten daarvoor wel naar Rome. Pater Titus Brandsma wordt vandaag heilig verklaard. We zullen in deze viering nadenken over zijn boodschap voor ons vandaag. Voor hem was de verrezen Christus zijn krachtbron. Ook al ging hij ten onder naar zijn lichamelijke bestaan: zijn geest was ongebroken. Zijn gebed uit de cel van Scheveningen is indrukwekkend: “Nog nooit was u zo dicht bij me.” Hoe is het met onze geest? Putten we kracht uit ons geloof in de verrijzenis?

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
De woorden die de leerlingen van Jezus bewaard hebben en die we deze weken lezen in het evangelie volgens Johannes, klinken hoogdravend en mooi. Maar we moeten beseffen dat deze woorden geschreven zijn terwijl het bloed van het kruis het papier van het evangelie rood kleurt. We herinneren ons de woorden van Thomas: “ik geloof het pas als ik Hem met zijn wonden zie”. Wat is verheerlijking? Dat is voor Johannes het kruis op Goede Vrijdag. Dat wordt zichtbaar juist in de ellende van verraad, verloochening, uitgejouwd worden, gemarteld worden. Zelfs als hij naakt ten aanschouwen van allen die voorbij komen, als een misdadiger tentoongesteld wordt, blijft de liefde in Hem on-uitgeblust. Wie kan dan nog liefhebben? Als je partner je bedrogen heeft: kun je hem of haar dan nog liefhebben? Als je ouders je gedwongen hebben om verkeerde keuzes te maken, of hun liefde onvoldoende hebben getoond, keer je hun dan de rug toe? Als een vriend vergeten is je te feliciteren, laat je dan nooit meer wat van je horen? Menselijke relaties zijn zo kwetsbaar. We zijn zo snel boos. Maar Christus aan het kruis bleef liefhebben.

De oorlog in Oekraïne en Rusland is voor mij een wake-up call: onze samenleving is minder aangeharkt en veilig als die leek. Het geweld ligt om de hoek van de deur, achter de façade van harde woorden en kwetsende humor, ligt geweld op de loer. Het komt erop aan welke keuzes wij maken: iedere dag weer maken we keuzes in het samenleven met elkaar, in het gezin, op school en op je werk. Hoe reageer ik op wat mij gebeurt en mij overkomt? Met boosheid? Of met verzoening? In de donkere periode van de tweede wereldoorlog dreigde de mens verloren te gaan. Dan heb ik het over het geweld en de vervolging van Joden, Roma, Sinti en homoseksuelen, maar meer nog werd het beeld van de mens geweld aangedaan. Met de ondergang van die bevolkingsgroepen werd ook een visie op de mens vernietigd.

Wat is ons mensbeeld? Wat willen we bereiken in het leven? Hoe willen we onze kinderen opvoeden? Dan horen we adviezen: je moet groot en sterk zijn, je moet je de kaas niet van het brood laten eten, je moet net zo hard zijn als de anderen. Het zijn bekende uitdrukkingen die begrijpelijk zijn en ook verstandig, maar het evenwicht dreigt in onze tijd verloren te gaan. Dan verworden deze adviezen tot wetten van de jungle, tot opkomen voor het eigen belang en voor het materieel belang.

Titus Brandsma onderkende al vroeg al vóór de oorlog het gevaar van het nationaal socialisme. Hij analyseerde dat mensbeeld: de übermensch is degene die overwint, “afwijkende soorten” van mensen passen daar niet in en die moeten verwijderd worden. Voor Titus is de optimale mens juist degene die de ander te hulp snelt, die zijn eigenbelang achterstelt ten opzichte van het belang van de ander. Het is de mens die beseft dat hij/zij slechts mens kan zijn als een broeder/zuster die zich verantwoordelijk weet voor de ander en voor het geheel van de samenleving. Dat is een heel ander mensbeeld! Dit is geen algemeen menselijk inzicht: dit is evangelie. Dit is christendom. Dit is wat wij belijden als wij zeggen dat Christus Gods Zoon is, die mens geworden is, die geleden heeft en verrezen is. Wij belijden dat de mens geroepen is om in de voetsporen van Jezus te gaan. Ons leven is niet een voortdurend pogen om ongeluk te vermijden en in een pretpark te leven, maar onze opdracht is om in solidariteit en gemeenschap te leven. Dat proberen we in de kerk te doen als oefenplaats voor de samenleving.

Naast het mensbeeld is ook het Godsbeeld aan de orde. Voor Titus is dat geen vaag gevoel of abstracte gedachte: God is een Vader die leven geeft, God is Christus die in de gevangeniscel in Scheveningen bij hem is, het is de Geest die hem in Amersfoort en Dachau tot spreken en inspiratie brengt terwijl zijn lichaam afgebroken wordt. Zo wordt God concreet in zijn handelen, zoals hier zichtbaar wordt in het brood dat gebroken wordt. Het is Christus die gebroken wordt, maar wij die Hem ontvangen, komen tot nieuw leven. Deze eucharistie is zoals altijd een Paasmaaltijd die ons leven geeft. Dat is echt leven, volkomen leven, een leven uit de liefde van Christus die sterker is dan oorlog en geweld. Ik nodig u uit om zich te verdiepen in het leven van Titus Brandsma en ons geloof te spiegelen aan dat van hem. Amen

Verkondiging derde zondag van Pasen, 1 mei 2022

Lezingen
Handelingen 5, 27-32.40b-41
Psalm 30
Openbaring 5, 11-14
Johannes 21, 1-19

Welkom
Welkom op deze nieuwe zondag van Pasen, een ontmoeting met de verrezen Heer. Het bemoedigt ons, wanneer we lezen dat zelfs de apostelen moeite hebben om de Heer te herkennen. Ze zien Hem staan aan de oever van het meer, maar ze weten niet wie Hij is. Terwijl zij toch een paar jaar met Hem hebben opgetrokken, herkennen zij Hem niet. Pas wanneer de vangst overvloedig is, herkent een van hen de vreemdeling als de Verrezen Christus. Ze herkennen Hem niet aan zijn uiterlijk, maar aan zijn daden.

Het is voor de mens van onze tijd erg ingewikkeld om de Heer te herkennen. Wie heeft Hem nog nodig? Het is ook geen kwestie van nodig hebben, maar een kwestie van rijkdom en perspectief. Wie Christus herkent, ontdekt enorme mogelijkheden voor zijn/haar leven. Deze ontdekkingen leiden tot een nieuw begin, omdat de herkenning van de Heer een roeping en een opdracht is. Laten we ons openstellen voor de ontmoeting met de levende Heer.

Homilie
Broeders en zusters, vrienden van de Heer,
Hardheid duikt op vele manieren op in onze wereld en in onze eigen samenleving. De oorlog tussen Oekraïne en Rusland is natuurlijk vreselijk, maar we dienen ook onder ogen te zien, hoe weinig eerbied en respect er tussen mensen is in onze eigen samenleving. Regelmatig zijn we getuigen hoe ook in ons eigen land mensen elkaar kwetsen, of achteloos met elkaar omgaan, zonder te beseffen welke sporen dit bij anderen nalaat.

We kennen de discussie over een bepaald tv programma, maar ook de problemen bij de nationale politie met de problemen van suïcide. Onze westerse samenleving doet zich vaak voor als behoeder van vrijheid en liberalisme, maar ondertussen kunnen we het niet verdragen als onze welvaart beperkt wordt. Er is weinig weerbaarheid of incasseringsvermogen. Er zijn dus genoeg zaken om ons zorgen over te maken.

In deze harde context klinkt een stem die ons troost biedt en uitzicht geeft op een andere wereld die mogelijk is. De stem van het evangelie van vandaag laat de vraag horen waar het allemaal om draait. Het is een vraag die te weinig gesteld wordt. Het is de vraag naar de liefde: kunnen we liefde opbrengen voor elkaar? Dat lukt niet in het Oosten van Europa, het lukt vaak niet op TV. Er is zelfs in de kerk spanning en onenigheid.

Vandaag luisteren we naar deze vraag die ons gesteld wordt. Hij wordt aan Petrus gesteld, maar via hem ligt die vraag ook bij ons op tafel. Het is de verrezen Heer die ons vraagt of we liefhebben. We kunnen ons afvragen of we voldoende tijd maken om die vraag te horen en te verstaan en ook of er voldoende tijd genomen wordt om er een antwoord op te geven. De vraag wordt drie maal gesteld en dat maakt Petrus verdrietig. Niet alleen omdat het lijkt alsof de Heer hem niet vertrouwt, maar ook omdat Petrus zich zijn eigen drievoudige verloochening herinnert. Het is niet alleen Petrus die zich schaamt: de hele groep leerlingen is gehavend: verraad en verloochening hebben de groep uit elkaar geslagen. Nog zeven zijn er over. De anderen sluiten zich pas later weer aan. Er moet een nieuwe gemeenschap worden opgebouwd. De reflex kan zijn om terug te kijken en bespreken wat er fout is gedaan. Hebben we nog wel vertrouwen in elkaar?

Pasen is een nieuw begin. Pasen betekent nieuw leven en een nieuwe toekomst. Ook voor de leerlingen die hun leven weer oppakken. Dat ze terugkeren naar Galilea en hun oude beroep van visser weer oppakken, is niet zonder betekenis. Daar heeft namelijk hun eerste ontmoeting met Jezus plaats gevonden. Daar was hun eerste onvergetelijke ervaring waarbij ze een nieuw begrip kregen van hun leven. Daar vindt als het ware hun Pinksterervaring plaats: de geest van Christus neemt bezit van hun leven. Zij weten zich geroepen om nu zelf met de boodschap van Christus de wereld in te trekken.

De kerk dient de plek te zijn waar de vraag van Jezus wordt gesteld: houd je van me? Laat je je leiden door die liefde? Is dat de richting die je kiest, weet je je geroepen door de liefde? Dat is uiteindelijk de drijfveer in de kerk en de wereld die er echt toe doet. De mens kent ook andere drijfveren: macht, aanzien, welvaart. Het zelfonderzoek waartoe Jezus Petrus oproept, is ook een zelfonderzoek voor ons. Daarom kan Petrus in de eerste lezing niet zwijgen. Het is niet een strategie die hij toepast. Het is de liefde voor Christus die hem drijft en die uiteindelijk maakt dat het evangelie vruchten draagt.

Als het onze kerk en onze geloofsgemeenschap om andere dingen gaat dan die vraag naar de liefde, zal de kerk opdrogen en verdorren. Daarom luisteren we met aandacht naar die stem van de verrezen Heer: is het de liefde die ons motiveert en voortdrijft? Moge het ons gegeven zijn om steeds weer opnieuw die stem te verstaan en ruimte te maken voor de liefde van Christus die ons met Pasen opnieuw geschonken is. Amen

Verkondiging Paaszondag 17 april 2022

Lezingen
Handelingen 10, 34a.37-43
Psalm 118
Kolossenzen 3, 1-4
Johannes 20, 1-9

Welkom met Pasen
Christus is verrezen. Alleluia! Hij is waarlijk opgestaan. Alleluia! Op deze zonnige Paasmorgen komt het nieuwe licht ons tegemoet. Het licht heeft een boodschap. Het is mogelijk dat het duister wordt verdreven en er een nieuwe toekomst wordt geschonken. Dit licht is teken van een groter licht. Christus is dat licht. Hij leek ten onder te zijn gegaan, maar Hij is uit het duister gehaald door de Vader die het Licht zelf heeft gemaakt. Daardoor mogen wij geloven en vertrouwen dat deze God ook onze wereld en ons leven uit het duister zal halen en naar zijn Licht zal brengen. Wij mogen ons leven dus verstaan als geborgen in zijn Liefde. Dan mogen wij instrumenten zijn om die boodschap ook te verkondigen. Dan mogen we instrumenten zijn van Gods kracht en getuigen van zijn Licht.

Homilie
Christus is verrezen! Alleluia
Waar kan de mens wonen? Er is woningnood in Nederland: ouderen die kleiner willen wonen, vinden geen geschikt appartement. Studenten blijven langer bij hun ouders wonen, terwijl ze er eigenlijk aan toe zijn hun vleugels uit te slaan. Vluchtelingen die komen uit Oekraïne, Afghanistan, Irak, Syrië of Lybië, leggen extra druk op de woningmarkt. Door de prijs van woningen wordt het onderscheid tussen rijk en arm alleen maar groter. Is er wel voldoende ruimte voor de mensen die in ons land willen wonen en hier gelukkig willen zijn?

De vraag waar de mens kan wonen is ook een geestelijke en religieuze vraag. De reeks lezingen van de Paaswake vannacht vertelt dat God voor mensen een huis bouwt. De schepping begint met een tuin en in die tuin wordt de mens geplaatst. De mens weet die tuin echter niet op waarde te schatten en gaat ermee aan de haal en wil zich deze tuin toe-eigenen. Hij sluit God, de Ander, uit van zijn bestaan. Daar gaat het mis: de mens raakt vereenzaamd en voelt zich naakt en kwetsbaar. Vanaf dat moment wordt de mens een zoekende. “Waar ben ik nu echt thuis?“

Ieder mens zal zich die vraag vroeg of laat stellen: “Waar ben ik thuis? Bij wie ben ik thuis? Waar ben ik veilig, waar kan ik worden wie ik geroepen ben te zijn?” Want U weet: de mens is alleen zichzelf als hij/zij zich ontwikkelt en ontplooit. God heeft de mens niet geschapen als stilstaand water, maar als een pelgrim die zijn/haar bestemming zoekt en met Gods hulp ook vindt. De vraag is een spannende vraag voor onze hele kerkgemeenschap. Is de kerk te vergelijken met stilstaand water? Of is de kerk ook onderweg naar en nieuwe toekomst? Niemand weet hoe die toekomst eruit ziet. Duidelijk is wel dat het verleden voorbij is en niet terug komt. Maar de toekomst ligt open.

We mogen uit ons geloof en uit de weg die de leerlingen na Pasen zijn gegaan, moed putten. Ook zij beseften dat het verleden met Jezus in hun midden voorbij was, maar met zijn nieuwe aanwezigheid als de levende Christus kwam er een nieuwe aanwezigheid tevoorschijn. In de gemeenschap die zijn woord leest en zijn sacramenten viert, woont de levende Christus. Maar op die duistere vrijdag leek het met Jezus alsof zijn pelgrimstocht door de wereld geëindigd was in het graf. Het graf zou voortaan zijn woning zijn. Zelfs daar ontstond ineens verwarring over. De wanhoop van de eerste leerlingen horen we in de roep van Maria Magdalena. Zij zoekt het lichaam van Jezus en zij weet niet waar dat gebleven is. “Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Het is de stem van eerste Christenen die nadenken over het Paasmysterie. Het lege graf roept op de eerste plaats vragen op. Is dan zelfs het graf geen veilige plek voor Hem? Het is al akelig dat Hij moest sterven, mag Hij dan zelfs geen grafrust kennen?

Door de boodschap van dit lege graf en de doeken die Petrus en Johannes aantreffen, beseffen zij dat er iets anders gebeurd is. Jezus’ leven is te sterk om opgesloten te zijn in het duister van het graf. De Liefde van de Vader is te groot om mensen die van zijn Liefde leven, verloren te laten gaan. Gods Liefde is de woning geworden voor Jezus, voor altijd. Zoals Hij heeft gezegd op die laatste avond van zijn leven: als wij vanuit zijn Liefde blijven leven, zal die weg ook onze weg zijn en zullen we zelf ook bij God onze woning vinden.

Pasen betekent dat er een nieuwe woning voor de mens opgericht wordt. Het kwetsbare aardse huis is niet onze definitieve woning. Het is te kwetsbaar en te tijdelijk. Maar wanneer dit huis wordt gebouwd op de liefde van Christus, dan zal het blijven. We bouwen deze woning niet op de zekerheden van deze wereld die zo verlangt naar het oude normaal. Dat oude normaal komt niet terug: een nieuw leven wordt ons getoond in de verrezen Christus. Zijn Liefde is onze woning. Bij hem zijn we thuis. Dat is ons fundament. Deze nieuwe woning voor Christus helpt ons om met nog meer moed en vertrouwen te bouwen aan dit huis dat ons hier in deze wereld gegeven is. Dat is niet alleen gebouwd op onze inzet, maar mede op de Liefde die God ons gegeven heeft en die Hij getoond heeft in Jezus Christus. Die liefde vergaat nimmer. Als dat fundament blijft, zal ook onze inzet voor de wereld vruchten dragen. Moge dat paasgeloof ons sterken. Mogen wij daarin onze woning vinden, in die woning van Licht. Daarvan zijn wij de getuigen.

In die zin wens ik u allen Zalig Pasen!

Amen